De operatie

Uw behandelend arts heeft samen met u besloten dat u geopereerd wordt. Een goede voorbereiding op uw operatie en opname is belangrijk. Deze voorbereiding start bij de preoperatieve polikliniek (POS).

operatie 780

Wanneer u geopereerd moet worden heeft u hierover een gesprek met uw behandelend arts. Deze bespreekt met u hoe de operatie gaat verlopen. Ook brengt u een bezoek aan de preoperatieve polikliniek (POS).

Zie voor meer informatie ook onze folder:

Voorbereiding

Op de preoperatieve polikliniek van de afdeling Anesthesiologie heeft u een gesprek met de apothekersassistent, anesthesiemedewerker, verpleegkundige en anesthesioloog. We meten uw bloeddruk, uw lengte en gewicht. Afhankelijk van uw leeftijd en gezondheidstoestand wordt een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Hierna heeft u een gesprek met een anesthesioloog. Hij beoordeelt uw lichamelijke toestand. Dit alles om te zorgen dat u in een zo goed mogelijke conditie bent voor de operatie. De anesthesioloog bespreekt ook met u welke vorm van anesthesie (narcose) voor u geschikt is, algehele narcose of plaatselijke verdoving.

Narcose

Anesthesie, ofwel narcose  is de verzamelnaam van alle soorten verdoving voor operaties of onderzoeken. Bij algehele narcose krijgt u medicatie toegediend waardoor uw hele lichaam wordt verdoofd. Doordat u tijdelijk buiten bewustzijn bent, merkt u niets van de operatie. De medicatie wordt meestal via een infuus toegediend. Kinderen krijgen de medicatie via een kapje over de neus. Een operatie onder algehele narcose is niet altijd nodig. Veel operaties worden met gedeeltelijke verdoving (regionale op plaatselijke anesthesie) gedaan. In dat geval maakt de anesthesioloog alleen dát gedeelte van het lichaam waaraan u geopereerd wordt gevoelloos voor pijnprikkels.

Opname

Als u op de dag van de operatie in het ziekenhuis wordt opgenomen, moet u één werkdag vóór de geplande operatie tussen 14.00 en 16.00 uur bij Bureau Opname (telefoonnummer 088 979 46 82) informeren hoe laat u in het ziekenhuis wordt verwacht. Het tijdstip van de operatie zelf kan vooraf niet precies aangegeven worden. U hoort dit als u opgenomen bent. Patiënten die één of meerdere dagen voor de operatie worden opgenomen, krijgen hierover telefonisch bericht van de betreffende polikliniek of via Bureau Opname.

Het kan gebeuren dat uw operatie wordt uitgesteld bij ziekte van OK personeel of door andere onvoorziene omstandigheden zoals een spoedpatiënt. In dit geval wordt u hiervan zo snel mogelijk op de hoogte gesteld. Na het afzeggen van de operatie u zo spoedig mogelijk weer op het OK programma ingepland

Nuchter zijn

De operatie kan alleen plaatsvinden als u de uren ervóór nuchter bent gebleven. Dit om complicaties te voorkomen. Vanaf 6 uur voor de afgesproken operatietijd het ziekenhuis mag u niet meer eten en drinken, met uitzondering van heldere vloeistoffen zoals:

  • water;
  • koffie en thee zonder melk/melkpoeder;
  • limonade van water met een beetje siroop;
  • appelsap.

Deze vloeistoffen mag u drinken tot 2 uur voor de afgesproken opnametijd.

De operatie

Het operatiecomplex (OK) bestaat uit drie delen:

  • een holdingruimte om patiënten gereed te maken voor operatie;
  • de operatiekamer, waar patiënten worden geopereerd;
  • een verkoeverruimte. Hier slapen patiënten uit of komen ze bij na de operatie.

Kort voor de operatie wordt u door de verpleegkundige van de afdeling, met uw bed, naar de OK gebracht. Vanuit de opname lounge kan dat ook met behulp van een speciale stoel zijn. Een holdingverpleegkundige ontvangt u op de holding. Dit is een wachtruimte waar nog een aantal controles en voorbereidingen worden gedaan zoals een infuus inbrengen of medicijnen toedienen. Ook krijgt u een bloeddrukband om, plakkers op de borst om het hartritme te kunnen controleren en een knijper op een vinger om de zuurstof in het bloed te kunnen meten.

Begeleiding van kinderen

Als uw kind geopereerd wordt gaat er, in het algemeen, één ouder mee naar de operatiekamer tot uw kind slaapt. Op de afdeling krijgt de ouder speciale kleding aan. Vervolgens gaat u met uw kind en een medewerker van de afdeling, naar de OK. Zodra uw kind slaapt gaat u samen met de begeleider terug naar de afdeling.

ok hmc

De operatiekamer

Veiligheid

Uw veiligheid is het allerbelangrijkste. Er zijn verschillende controlemomenten waarop wij u vragen naar uw naam, geboortedatum, allergieën, soort operatie, operatiekant, ziektegeschiedenis en medicatie. Ook vragen wij u wanneer u voor het laatst gegeten en/of gedronken heeft. Dit lijkt misschien wat veel maar door deze vragen weten wij dat u de juiste patiënt voor de juiste operatie bent.

Voorbereiding in de operatiekamer

Het OK team bereidt de operatiekamer voor en zodra deze klaar is, gaat u van de holding (wachtruimte) naar de operatiekamer. In de operatiekamer schuift u vanuit uw bed over op een smalle operatietafel en wordt u aangesloten op de bewakingsapparatuur. Wanneer alles klaar is, geeft de anesthesioloog u de verdoving die vooraf met u is afgesproken.

Verkoeverkamer (uitslaapkamer)

Na de operatie wordt u, in de meeste gevallen, al wakker gemaakt op de operatiekamer. Vervolgens gaat u naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer) waar u tijdje verblijft. De verkoeverkamerverpleegkundige controleert uw ademhaling, bloeddruk en de wond. Ook vragen wij u regelmatig  of u pijn heeft, dit gebeurt door middel van een pijnscore. Wanneer de anesthesioloog vindt dat u voldoende bent bijgekomen van de anesthesie, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Intensive Care (IC)

Het kan voorkomen dat u, na de operatie, niet naar de verkoeverkamer maar naar de Intensive Care (IC) gaat. Het ligt aan het soort operatie dat u heeft ondergaan en uw medische conditie of het nodig is dat u één of meerdere dagen naar de IC te gaat.

Veelgestelde vragen anesthesiologie

Welke vorm van verdoving (anesthesie) voor u het meest geschikt is, hangt onder andere af van uw leeftijd, uw lichamelijke conditie en de soort operatie die u moet ondergaan. Tijdens het preoperatieve spreekuur bespreekt de anesthesioloog de mogelijkheden en kunt u uw vragen stellen.

Het komt wel eens voor dat de verdoving onvoldoende werkt. Als u plaatselijk verdoofd bent, kunt u dat zelf aangeven. Als u onder narcose bent, houdt de anesthesioloog u voortdurend in de gaten en controleert of u voldoende diep in slaap bent. Het komt heel zelden voor dat een narcose onvoldoende werkt. De anesthesioloog grijpt in zon situatie onmiddellijk in. U merkt hier niets van.

Bij algehele anesthesie of narcose krijgt u vlak voor de operatie slaapmiddelen, pijnstillers en spierontspanners toegediend. Het slaapmiddel zorgt ervoor dat u diep in slaap blijft. Dankzij de pijnstillers voelt u tijdens en kort na de operatie geen pijn. De spierontspanners zorgen ervoor dat uw spieren rustig en ontspannen blijven. Tijdens de operatie meten en bewaken de anesthesiemedewerker en de anesthesioloog voortdurend dat u goed slaapt en geen pijn heeft.

Als u onder narcose bent, krijgt u een beademingsbuisje in uw luchtpijp. Als uw maag leeg is, kan de inhoud van uw maag niet via uw luchtpijp in uw longen komen. Ook bij een plaatselijke verdoving kunt u het beste nuchter zijn. Er bestaat namelijk altijd een kans dat u alsnog onder narcose moet.

Een ruggenprik is een veilige manier van pijnbestrijding. De kans op complicaties is zeer klein.