Grenzen in de behandeling

Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen

U komt in HMC voor een onderzoek, operatie of andere behandeling. Onze zorgverleners zullen er alles aan doen om u zo goed mogelijk te behandelen.
De behandeling wordt in overleg met u afgesproken. U kunt daarbij grenzen stellen aan uw behandeling. Ook uw arts kan dit aangeven. Dit noemen we een behandelbeperking. Voorbeelden van behandelbeperkingen zijn niet reanimeren en geen bloedtransfusie geven.

HMC vindt het belangrijk uw keuze te kennen. Op deze webpagina leest u wat behandelbeperkingen zijn en nodigt HMC u uit om uw wensen en vragen over behandelbeperkingen met uw arts te bespreken.

Behandelbeperking

Grenzen in de behandeling bespreken

Als er geen behandelbeperkingen zijn afgesproken, zullen wij u reanimeren bij een hartstilstand en zullen wij u bij een ernstig gezondheidsprobleem naar de IC (Intensive Care) overplaatsen.

Er kunnen redenen zijn om een behandelbeperking aan te geven. Deze zijn:

  • U wilt zelf niet dat bepaalde behandelingen worden toegepast.
  • De arts vindt bepaalde behandelingen niet zinvol.

In beide gevallen bespreekt u (als patiënt of als wettelijk vertegenwoordiger) met uw arts de gewenste behandelbeperking en maakt u daar samen afspraken over. Deze afspraken worden genoteerd in uw dossier. Ze zijn op ieder moment zichtbaar voor alle bij uw behandeling betrokken zorgverleners.

Mocht uw arts bepaalde behandelingen niet zinvol vinden dan hebt u als patiënt altijd de mogelijkheid om een second opinion te vragen als u het hiermee niet eens bent.

Voorbeelden van behandelbeperkingen

Hieronder worden enkele voorbeelden van behandelbeperkingen beschreven:

  • Geen reanimatie: De meest bekende behandelbeperking is niet reanimeren. Na een hartstilstand worden dan geen pogingen meer gedaan om het hart weer op gang te brengen. Reanimeren betekent letterlijk “weer tot leven wekken”. Een reanimatie is een ingrijpende gebeurtenis, die slechts een kleine kans van slagen heeft. Soms slaagt een reanimatie alleen gedeeltelijk. Dan gaat het hart weer kloppen, maar komt de patiënt door hersenschade niet goed meer bij bewustzijn of wordt hij of zij invalide. De kans dat een reanimatie succes heeft, hangt af van veel factoren. Bij een hoge leeftijd of bij ernstige medische problemen wordt de kans op succes aanzienlijk kleiner.
  • Geen beademing: Er worden twee vormen van beademen onderscheiden: invasieve beademing en non-invasieve beademing. Bij invasieve beademing wordt de patiënt in slaap gebracht en krijgt hij een buisje in de luchtwegen. De beademingsmachine neemt de beademing volledig over. Bij non-invasieve beademing is de patiënt gewoon wakker en ademt zelf, maar krijgt met behulp van een masker extra ondersteuning bij de ademhaling.
  • Geen opname op de IC: De patiënt wordt niet opgenomen op de Intensive Care (afdeling voor zeer intensieve zorg).
  • Geen hartbewaking: Op de afdeling voor hartbewaking liggen patiënten aan een monitor. Hun hartactiviteit en andere lichamelijke functies worden voortdurend bewaakt.
  • Geen dialyse: Geen bloedspoeling bij uitval van de nieren. Bij een dialyse wordt de patiënt aangesloten op een dialyseapparaat dat het bloed spoelt.
  • Geen operaties.
  • Geen bloedproducten of bloedtransfusie: Bloedproducten zijn eiwitproducten gewonnen uit donorbloed.
  • Abstineren: Geen levensverlengende behandelingen. Alleen een behandeling die op comfort is gericht, zoals pijnbestrijding.

Redenen voor een behandelbeperking

De redenen om te besluiten tot een behandelbeperking kunnen persoonlijk of medisch zijn. Vaak zijn ze gekoppeld aan bepaalde omstandigheden of een geloofsovertuiging.

Voorbeelden van redenen voor een behandelbeperking

  • Ernstig zieke patiënten met een hoge leeftijd en zeer weinig kans op genezing kunnen besluiten om zich niet te laten reanimeren.
  • Sommige mensen wijzen vanwege hun levensbeschouwing transfusie van donorbloed af (en eiwitproducten gewonnen uit donorbloed).
  • Bij ernstig zieke patiënten kan de arts soms aangeven dat opname op de Intensive Care niet zinvol is, omdat dit de kans op overleving niet zal verbeteren. Opname op de Intensive Care zou dan alleen maar het lijden van de patiënt verergeren, zonder dat dit de kans op genezing vergroot.
  • Er zijn patiënten met een ernstige ziekte (zoals uitgezaaide kanker) waarbij de behandeling niet meer aanslaat. In dit stadium van de ziekte kan het gebeuren dat het niet zinvol meer is om een nieuw probleem te behandelen, zoals een infectie.
  • Voor hoogbejaarde mensen kan een nieuwe behandeling te zwaar zijn. Denk aan een belastende opname op de Intensive Care of een dialyse. Er zijn situaties waarin zo’n behandeling vanwege de slechte lichamelijke conditie weinig zin heeft.

Afspraken over behandelbeperkingen

HMC verneemt graag van u welke wensen u heeft omtrent eventuele behandelbeperkingen. Daarom vragen wij u om bij iedere (voorgenomen) opname of bij een opname via de Spoedeisende Hulp bij uw behandelend arts aan te geven of u bepaalde behandelingen beslist niet wilt ondergaan. Ook wanneer u onder poliklinische behandeling bent voor een bepaalde aandoening, kunt u altijd met uw arts praten over uw wensen ten aanzien van behandelbeperkingen. Soms zal uw arts het initiatief nemen om met u over eventuele behandelbeperkingen te praten.
Ligt u langere tijd in het ziekenhuis en verandert uw gezondheidstoestand? Dan zal de arts opnieuw een medische afweging van het besluit maken en/of de vraag opnieuw aan u stellen. Deze keuze komt in uw patiëntendossier te staan. Met dit schriftelijk vastleggen geeft u toestemming voor een bepaalde behandelbeperking of voor geen behandelbeperking. U kunt altijd op deze keuze terugkomen.
Laat het uw behandelend arts weten als u van mening verandert. De arts legt nieuwe afspraken weer vast in uw dossier. Uiteindelijk is de behandelend arts eindverantwoordelijk voor de afgesproken behandelbeperking.

Wat betekent de keuzemogelijkheid voor u?

Het is belangrijk dat u goed nadenkt over wat u wél wilt en wat u niét wilt. Wij hopen dat deze webpagina u daarbij ondersteunt. In gesprekken met uw arts kunt u uw vragen stellen en uw verwachtingen en twijfels bespreken. U kunt altijd een vertrouwd iemand meenemen. Samen kunt u meer informatie verwerken dan alleen.
Om uzelf goed te informeren over dit onderwerp, kunt u ook met andere zorgverleners dan uw behandelend arts in gesprek gaan. U kunt hierbij denken aan uw huisarts, een geestelijk verzorger, een maatschappelijk werker of een verpleegkundige. Als u een beslissing heeft genomen over wel of geen beperkingen in uw behandeling, adviseren wij u dit met uw familie en naasten te bespreken.

Vragen

Als u vragen heeft over behandelbeperkingen, kunt u contact opnemen met uw behandelend arts. U belt hiervoor de afdeling waar u onder behandeling bent.

 

Bronvermelding: Deze tekst is gebaseerd op de folder Niet reanimeren en andere behandelbeperkingen van Rijnstate. Met toestemming zijn delen van de tekst overgenomen of bewerkt.