MERS

Ziektebeeld

Het Middle East Respiratory Syndrome Coronavirus (MERS-CoV) behoort tot de groep van betacoronavirussen waartoe ook hCoV-OC43 en SARS-CoV behoren. Coronavirussen veroorzaken bij mensen en dieren respiratoire infecties, soms met een enterale component, en zijn naast rhinovirussen de veroorzakers van een groot deel van gewone verkoudheid. Informatie over de klinische manifestatie van MERS-CoV is beperkt beschikbaar. Bij de meeste bevestigde patiënten manifesteerde de infectie zich als een ernstig respiratoir ziektebeeld, soms voorafgegaan door gastro-intestinale klachten (met name diarree). Bij immuungecompromitteerde personen kan het zich ook als ernstige infectie zonder respiratoire symptomen presenteren. Beperkte mensop-mens-transmissie is in gezinssituaties en ziekenhuissettings aangetoond.

Klinische informatie

Symptomen van klinische infectie

Methode

PCR, serologie

Materiaalsoort

PCR:

  • Naso-farynx-uitstrijk
  • Keel-uitstrijk
  • sputum
  • BAL (indien mogelijk)


Feces Serologie:

  • Serum
Hoeveelheid benodigd materiaal
  • Feces: Tenminste 5 mL dunne feces of fecesportie ter grootte van een walnoot
  • Serum: 1 mL
  • Sputum/ BAL: 2 mL
Bewaar- / transportcondities

Materiaal tot verzending bij 4°C bewaren Het materiaal wordt volgens procedure gestickerd en in gesloten container verpakt. Transport van klinisch materiaal van een MERS-CoV-verdachte of bevestigde patiënt moet worden behandeld als een ‘category B infectious substance – UN3373’.

Frequentie onderzoek

Onbekend (het onderzoek wordt extern verricht)

Duur onderzoek

Maximaal 14 dagen

Bijzonderheden
  1. Monitoring met tweemaal daags temperatuur controle en alertheid voor koorts en respiratoire symptomen. Wordt actief dagelijks door ziekenhuis/GGD nagebeld
  2. In het kader van contactonderzoek wordt aan nauwe contacten gevraagd monsters af te staan:
    • Venapunctie voor serologisch onderzoek op dag 7 en dag 21 na blootstelling.
    • Evt iom LCI afnemen keelswab voor moleculaire testen (PCR) op dag 7 en dag 14 na blootstelling.
  3. N.B.: zodra diagnostiek voor MERS-CoV wordt ingezet wordt contact behandeld als ‘Patiënt verdacht voor MERS-infectie’
  4. Indien het contact immuun gecompromitteerd is en een ernstige infectie heeft, dient het contact beschouwd te worden als een mogelijk geval en getest te worden op het MERS-CoV.
  5. Monitoring tot en met 14 dagen na laatste contact (1)

Materiaal:

 A. Fecespotje

A. Fecespotje

B. Steriel potje (30 ml)

B. Steriel potje (30 ml)

Steriel potje (60 ml)

Steriel potje (60 ml)

UTM buis

UTM buis

Afnamemateriaal bestellen?

Ga naar het bestelformulier >>