Voorbereiding op de anesthesie

U krijgt binnenkort een ingreep (operatie) of onderzoek. Daarbij is anesthesie nodig, ook wel verdoving of narcose genoemd. Op deze webpagina leest u over de verschillende vormen van anesthesie en de voorbereiding op de ingreep.

Specialismen en team

Contact en afspraak

Preoperatief spreekuur
088 979 24 45

Pijnbehandelcentrum
088 979 23 16

 

Locatie

Cijfers

Per jaar:
16.000 patiënten gehele narcose
10.600 plaatselijke verdoving
300 roesje (sedatie)

Over voorbereiding op de anesthesie

U krijgt binnenkort een ingreep (operatie) of onderzoek. Daarbij is anesthesie nodig, ook wel verdoving of narcose genoemd. Op deze webpagina leest u over de verschillende vormen van anesthesie en de voorbereiding op de ingreep.

Nuchter

Voor een goede en veilige anesthesie is het belangrijk dat u nuchter bent voor de ingreep. Nuchter betekent dat de maag leeg is. Om te zorgen dat u nuchter bent, moet u zich aan een aantal regels houden. Als u zich hier niet aan houdt, kan de ingreep niet doorgaan omdat er complicaties kunnen optreden. Dit geldt bij alle vormen van anesthesie.

Om te zorgen dat u nuchter bent, houdt u zich aan de volgende regels

Tot 6 uur voor uw opname Tot 2 uur voor uw opname Binnen 2 uur voor uw opname 
Met mate normaal eten en drinken Alleen drinken is toegestaan van:
  • Water
  • Heldere vloeistof zonder koolzuur
  • Thee of zwarte koffie
Drink geen melkproducten!
Binnen 2 uur voor uw opname mag u niets meer eten en drinken


Dit nuchter beleid geldt voor iedereen vanaf 18 jaar, tenzij u behandelend arts anders aangeeft. Voor kinderen tot en met 17 jaar gelden andere regels voor het nuchter zijn.

Kinderen

Voor kinderen tot en met 17 jaar geldt een aangepast nuchter beleid:

Tot 6 uur voor uw opname Tot 4 uur voor uw opname Tot aan de opname
Met mate normaal eten en drinken Alleen drinken van borstvoeding is
toegestaan.

Drink geen overige melkproducten!

Alleen drinken (Maximaal 3 ml/kg/uur) is toegestaan van:
  • Water
  • Heldere vloeistof zonder koolzuur
  • Thee of zwarte koffie

Drink geen melkproducten!


Let op: Wordt uw kind geopereerd in het keel-, neus, oor gebied:

Dan mag hij/zij tot maximaal 1 uur voor de opname drinken i.p.v. tot aan de opname!

Bij het in slaap maken en op de verkoeverkamer (uitslaapkamer) mag één ouder of verzorger aanwezig zijn. We brengen kinderen (tot maximaal 30 kg) in slaap middels een kapje of via een infuus. Als kinderen wakker zijn wanneer ze een infuus krijgen, verdooft de verpleegkundige de prikplaats van te voren met verdovende zalf. Er is rondom de ingreep veel aandacht voor goede pijnstilling. Ook letten we scherp op het voorkomen en behandelen van misselijkheid en/of overgeven.
Heeft uw kind koorts of last van ernstige verkoudheid op de dag van de ingreep? Meld dit dan direct aan uw behandelend arts. Deze overlegt met de anesthesioloog. Soms wordt de ingreep uitgesteld.

Anesthesie

Anesthesie noemen we ook wel verdoving of narcose. Zo’n verdoving neemt pijn en soms het bewustzijn weg tijdens een ingreep of onderzoek. Tijdens de ingreep blijft er de hele tijd iemand van het anesthesieteam bij u. Met apparatuur bewaken we tijdens de ingreep continu uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en de diepte van de verdoving.

Vormen van anesthesie

Er zijn verschillende soorten anesthesie. Welke soort u krijgt, hangt af van verschillende factoren. Zoals uw gezondheid, de aard van de ingreep en uw persoonlijke voorkeur. Soms combineren we twee vormen van anesthesie. Dat gebeurt vooral bij grotere ingrepen.

Algehele anesthesie (narcose)

Tijdens algehele anesthesie (narcose) bent u in een diepe slaaptoestand. Uw hele lichaam is verdoofd. U merkt en voelt daardoor niets van de ingreep. U zult zich nadien niets van de ingreep herinneren. De medicijnen die nodig zijn, dienen we toe via een infuus.
Als u slaapt, schuift de anesthesioloog een plastic buisje in uw keel. Dit is om uw ademhaling te controleren. Het buisje halen we er weer uit voordat we u wakker maken.

Bijwerkingen bij algehele anesthesie (narcose)

Ernstige bijwerkingen bij anesthesie komen zelden voor.
Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:

  • Allergische reactie
  • Keelpijn
  • Beschadiging van het gebit
  • Slaperigheid (tot 24 uur na de ingreep)
  • Misselijkheid en/of braken
  • Tintelingen en krachtverlies (zenuwschade)
  • Verminderde werking anticonceptiepil
  • Pijnklachten

Sedatie (roesje)

Sedatie betekent het verlagen van het bewustzijn. Met sedatie zorgen we er voor dat een onaangenaam onderzoek toch zo prettig mogelijk verloopt. Bij sedatie dienen we medicijnen toe via een infuus. De sedatie dient de anesthesioloog vaak toe bij een ingreep die plaats vindt buiten de operatiekamer. Hier is voldoende bewakingsapparatuur aanwezig om de sedatie veilig te laten verlopen.

Bijwerkingen bij sedatie

Ernstige bijwerkingen bij sedatie komen zelden voor.
Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:

  • Allergische reactie
  • Keelpijn
  • Beschadiging van het gebit
  • Slaperigheid (tot 24 uur na de ingreep)
  • Misselijkheid en/of braken
  • Tintelingen en krachtverlies (zenuwschade)
  • Verminderde werking anticonceptiepil
  • Pijnklachten

Regionale anesthesie

Bij regionale anesthesie wordt een deel van het lichaam verdoofd.
U kunt door de verdoving dit lichaamsdeel minder of helemaal niet meer bewegen. Het gevoel en de kracht (beweeglijkheid) komen weer terug als de medicijnen uitgewerkt zijn.

Bij deze vorm van anesthesie bent u wakker tijdens de ingreep. U ziet het operatiegebied niet, omdat er een scherm voor komt. Ziet u er tegenop de ingreep bewust mee te maken? Geef dit dan aan bij de anesthesioloog. Die geeft u via het infuus een kortwerkend slaapmiddel, waardoor u weinig of niets merkt van wat er gebeurt.

Ruggenprik (spinale anesthesie, epidurale anesthesie)

Een verdoving door middel van een ruggenprik is geschikt voor ingrepen die onder de navel plaatsvinden. De ruggenprik prikken we meestal in zittende houding. De ruggenprik is niet pijnlijker dan een gewone injectie.

Bij spinale anesthesie merkt u na het inspuiten van de verdoving dat eerst uw benen warm worden. Later gaan ze tintelen en worden ze gevoelloos en slap. Na een aantal uur is de ruggenprik uitgewerkt en komt het gevoel en de kracht weer helemaal terug.
Bij epidurale anesthesie plaatst de anesthesioloog een katheter in de rug. Een katheter is een dun slangetje.
Via dit slangetje krijgt u de eerste twee tot drie dagen na de ingreep medicijnen. Die zorgen voor goede pijnstilling.
Deze vorm van anesthesie kan ook gegeven worden als pijnstilling rondom een bevalling.

Bijwerkingen bij een ruggenprik

Ernstige bijwerkingen bij een ruggenprik komen zelden voor.
Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:

  • Onvoldoende verdoving (u krijgt dan extra medicijnen en in sommige gevallen alsnog algehele narcose)
  • Lage bloeddruk
  • Benauwdheid en/of moeizame ademhaling
  • Moeizaam plassen
  • Rugpijn
  • Hoofdpijn na een ruggenprik

Deze hoofdpijn wordt heviger bij het overeind komen en minder als u plat ligt. Soms bent u hierbij ook misselijk. Meestal verdwijnt de hoofdpijn binnen enkele dagen vanzelf. Dit gaat vaak sneller als u rust neemt. Veel water of cafeïne houdende dranken drinken helpt ook goed. Zijn de klachten zo hevig dat u in bed moet blijven? Houden de klachten langer dan vier dagen aan? Neem dan contact op met de afdeling anesthesiologie.

Plexus (zenuwbundel) verdoving

Heeft u een ingreep aan uw arm, hand, voet of been? Dan kan de anesthesioloog kiezen voor een plexus (zenuwbundel) verdoving.
De juiste zenuwbundel wordt door de anesthesioloog opgezocht met behulp van een echoapparaat of door het prikkelen van de zenuw met kleine stroomstootjes. Het verdovingsmiddel wordt rondom de zenuwbundel ingespoten.
Korte tijd later merkt u dat het verdoofde lichaamsdeel gaat tintelen, warm en gevoelloos wordt. U kunt het lichaamsdeel niet meer bewegen. Het duurt 15 tot 30 minuten voor het effect optimaal is. De verdoving houdt meerdere uren aan.

Bijwerkingen bij plexus verdoving

Ernstige bijwerkingen bij een plexus verdoving komen zelden voor.
Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:

  • Onvoldoende verdoving (u krijgt dan extra medicijnen en in sommige gevallen alsnog algehele narcose)
  • Allergische reactie
  • Benauwdheid en/of moeizame ademhaling
  • Tintelingen en/of krachtsverlies (zenuwschade)
  • Hangend ooglid
  • Medicatie wordt ingespoten in de bloedbaan in plaats van rondom de zenuwbundel

Intraveneus regionale anesthesie (Biers Block)

Deze vorm van anesthesie passen we toe bij ingrepen aan uw arm of hand. Het gaat om ingrepen die maximaal 1 uur duren.
De anesthesioloog brengt een manchet (vergelijkbaar met een bloeddrukband) aan om uw bovenarm. U krijgt een extra infuus aan de te opereren zijde. De manchet pompen we strak op en de verdovingsvloeistof dienen we toe via een infuus.
Vrijwel direct merkt u dat het verdoofde lichaamsdeel gaat tintelen en gevoelloos wordt. U kunt het niet meer bewegen. De verdoving is uitgewerkt zodra de anesthesioloog de manchet leeg laat lopen.

Bijwerkingen bij regionale anesthesie

Ernstige bijwerkingen bij een Biers Block komen zelden voor.
Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:

  • Onvoldoende verdoving (u krijgt dan extra medicijnen en in sommige gevallen alsnog algehele narcose)
  • Allergische reactie
  • Pijn van de band om uw arm
  • Tintelingen

Eventuele extra zorgkosten als gevolg van een complicatie komen, indien niet gedekt door uw eigen zorgverzekering, in principe voor uw eigen rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan tandarts kosten, extra fysiotherapie.

Dag van de ingreep

Heeft u koorts of last van ernstige verkoudheid op de dag van de ingreep? Geef dit dan door aan uw behandelend arts. Deze overlegt met de anesthesioloog. Soms wordt de ingreep uitgesteld.


Indien u medicatie gebruikt, neem dan voldoende medicatie mee bij de opname!

Vanuit de verpleegafdeling wordt u naar de operatieafdeling gebracht. Daar sluit een verpleegkundige u aan op de bewakingsapparatuur. Vervolgens krijgt u een infuus. Een infuus is een slangetje in het bloedvat waardoor we vocht en medicijnen kunnen geven.

De voorbereidingen zijn dan klaar. Uw wordt naar de operatiekamer gebracht waar u zelf overschuift naar de operatietafel.
U maakt kennis met het operatieteam. Deze bestaat uit de operateur, twee operatieassistenten, de anesthesioloog en zijn of haar anesthesiemedewerker. HMC is een opleidingsziekenhuis. Het kan zijn dat er een anesthesioloog in opleiding of een anesthesiemedewerker in opleiding bij uw operatie betrokken is. Daarnaast kunnen er coassistenten aanwezig zijn.

In de operatiekamer noemt u uw naam en geboortedatum. Ook bespreekt u met het operatieteam opnieuw een aantal zaken met betrekking tot uw gezondheid en de operatie. Deze extra controle wordt de “time-out procedure” genoemd. Vervolgens krijgt u de verdoving, waarna de chirurg de ingreep kan uitvoeren. Tijdens de ingreep is er steeds iemand van het anesthesieteam bij u aanwezig.

Na de ingreep

Na de ingreep wordt u naar de uitslaapkamer gebracht.
Daar houden verpleegkundigen in de gaten of alles goed met u gaat. Zij zijn hier speciaal voor opgeleid en hebben extra aandacht voor misselijkheid en pijn.
Hoeveel pijn u heeft, geeft u aan met een cijfer. 0 betekent geen pijn en 10 is de ergst denkbare pijn. Op basis hiervan geven we u pijnstilling.
In de eerste dagen komt dagelijks een gespecialiseerde pijnverpleegkundige (acute pijnservice) bij u langs. Die bespreekt met u hoe het gaat en stuurt de pijnstilling zo nodig bij.

Hygiëne

Voor de operatie

  • Gebruik geen nagellak en make-up.
  • Gebruik geen bodylotion, gezichtscrème en handcrème. Zo kunnen pleisters goed blijven plakken. Deodorant is wel toegestaan.
  • Draagt u kunstnagels of gelnagels? Haal de nagel er dan bij één vinger van beide handen af. De zorgverlener wil de natuurlijke kleur van uw huid en nagels kunnen beoordelen.
  • Doet u sieraden zoals horloge, ringen en armbanden af. Om te voorkomen dat deze kwijtraken of gestolen worden, kunt u ze beter thuis laten.
  • Verwijder piercings in het hoofd-halsgebied én in het operatiegebied. Buiten het hoofd-halsgebied en operatiegebied mogen de piercings vervangen worden door een plastic staafje (retainer). Plak deze af met een pleister voor de hygiëne.
  • Scheer het operatiegebied niet zelf. Dit gebeurt eventueel in de operatiekamer.
  • Draag geen contactlenzen. Laat uw bril, gehoorapparaat en eventuele losse gebitsonderdelen of prothese op de opnamelounge of verpleegafdeling achter. In sommige gevallen kunt u het gehoorapparaat en de bril meenemen naar de operatiekamer, zodat u de anesthesioloog goed kunt zien en horen.
  • Draag geen haarprothese. Vervang deze eventueel door een katoenen mutsje.
  • Houdt uw oogprothese in. Vermeld wel dat u een oogprothese hebt en ook aan welke kant.

Naar huis

Mag u na de ingreep nog dezelfde dag naar huis? Neem dan een volwassene mee die u kan begeleiden.
Neem 24 uur na de ingreep niet zelf deel aan het verkeer, bedien geen machines en neem geen belangrijke beslissingen. U mag de eerste nacht niet alleen thuis zijn. Doe het de eerste 24 uur na de ingreep rustig aan.

Contact

Verandert er in de wachttijd tot de ingreep iets in uw gezondheidstoestand of medicijngebruik? Heeft u overige vragen?
Dan kunt u op werkdagen tussen 08.00-16.00 uur bellen met de preoperatieve screening (anesthesie) op 088 979 46 60.

Heeft u vragen over de operatieplanning?

Neem contact op met bureau opname 088 979 46 82.

Meer informatie?

Extra informatie over anesthesie kunt u nalezen op de volgende websites.
• www.haaglandenmc.nl/specialismen/afdeling/anesthesiologie
• www.ondernarcose.nl

Speciaal voor kinderen:
• www.youtube.nl, HMC kinderdagbehandeling operatie met een kapje
• www.youtube.nl, HMC kinderdagbehandeling operatie met infuus

Voorbereiding op de anesthesie

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis