Verwijderen van neus- en keelamandelen bij kinderen

Een adenotonsillectomie is het verwijderen van de neus- en keelamandelen. Dit kan nodig zijn bij vaak terugkerende ontstekingen van de amandelen of bij ademstops gedurende de nacht. Zowel de neus- als keelamandelen worden verwijderd door de mond.

Afspraak en contact

088 979 18 90
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over verwijderen van neus- en keelamandelen bij kinderen

Een adenotonsillectomie is het verwijderen van de neus- en keelamandelen. Dit kan nodig zijn bij vaak terugkerende ontstekingen van de amandelen of bij ademstops gedurende de nacht. Zowel de neus- als keelamandelen worden verwijderd door de mond.

Zoals bij alle ingrepen kunnen ook bij het verwijderen van de neus- en keelamandelen onverwachte complicaties optreden. Deze komen niet vaak voor. De belangrijkste complicatie is dat het wondgebied kan gaan ontsteken of nabloeden, waarvoor soms een tweede operatie nodig is. Ook zijn de mond, de neus en de keel pijnlijk na de operatie. Soms komt er eten of drinken terug via de neus, met name als de neusamandel verwijderd is. Ook bestaat er risico op tandschade. Als laatste bestaat er een klein risico op infectie en koorts.

In overleg met uw Keel-, Neus- en Oorarts (KNO-arts) is besloten de neus- en keelamandelen van uw kind weg te laten halen. Medisch gezien is dit een eenvoudige ingreep, maar voor kinderen is zo’n ingreep geen kleinigheid. Daarom is het van belang dat u uw kind zo goed mogelijk voorbereidt door duidelijk te vertellen wat er gaat gebeuren. Uw kind zal dan waarschijnlijk de ingreep als minder vervelend ervaren en deze beter kunnen verwerken.

Om uw kind goed te kunnen voorbereiden, is het van belang dat u zelf goed geïnformeerd bent over de gang van zaken. Daarover gaat deze folder. Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met uw KNO-arts.

Voorbereiding bij de anesthesioloog

Op de preoperatieve polikliniek krijgt u van de anesthesioloog informatie over de narcose en pijnstilling. Daarnaast worden de longen en het hartje van uw kind onderzocht. Als u dat wilt, kan uw kind ook spelenderwijs kennismaken met het narcosekapje en het ballonnetje.

Informatie thuis

Het doel van het geven van informatie aan een kind over de ingreep (vooral de gang van zaken rond de narcose) is om het kind voor te bereiden op datgene wat er gaat gebeuren en zijn/haar angst beheersbaar te maken. Het is niet de bedoeling om het kind bang te maken. Maar alles mooier afschilderen dan het in werkelijkheid is, is evenmin goed. Door het krijgen van juiste informatie over wat er gaat gebeuren, behoudt het kind zijn/haar vertrouwen in volwassenen.

Bij peuters en kleuters zijn de ouders het meest geschikt om hun kind te informeren. Als een jong kind de informatie krijgt van iemand die het niet kent, is de kans groot dat niet goed overkomt wat hem/haar wordt verteld. Het kind richt zijn aandacht en energie dan op het zich vertrouwd maken met de onbekende tegenover hem.

Om als ouder uw kind goed te kunnen informeren, moet u goed voorbereid zijn. Hieronder geven wij per leeftijdsgroep enkele tips en adviezen. Vertel uw kind in ieder geval dat de keel na de ingreep, als de narcose is uitgewerkt, pijn zal doen. Vertel ook dat er wat bloed uit de neus zal komen en dat het slikken eveneens pijn zal doen.

Peuters

Peuters begrijpen al veel van wat hun wordt verteld, ook al kunnen zij zelf nog niet goed praten. Vertel uw kind zo eenvoudig mogelijk wat er gaat gebeuren en herhaal het regelmatig. Een kind van deze leeftijd heeft nog geen idee van tijd. Begin er daarom niet te vroeg mee. Boekjes kunnen bij het vertellen helpen (zie de boekenlijst verderop).

Vertel het kind waarom het naar het ziekenhuis gaat, hoe lang het verblijf duurt en dat u meegaat en bij hem/haar blijft. U kunt de gewone zaken vertellen, zoals in bed liggen, pyjama dragen en spelen. De minder gewone zaken, zoals thermometer, zetpil, drankje, de vreemde zusters, rare apparaten en de pijn na de operatie, moeten vooral niet worden weggelaten.

Vertel uw kind dat er waarschijnlijk meer kinderen op de kamer zullen liggen. Door met uw kind het verhaal te spelen, bijvoorbeeld met een dokterssetje, kan alles wat begrijpelijker worden.

Kleuters

Bij kleuters geldt min of meer hetzelfde als bij peuters, alleen kan uw verhaal wat uitgebreider zijn. Op deze leeftijd gaan kinderen vragen stellen. Wees wel voorzichtig met het vertellen over de ingreep zelf. Kleuters kunnen dit niet overzien. Het is snel beangstigend en ze kunnen erover gaan fantaseren.

Het is van belang dat uw kind weet dat hij/zij voor de operatie onder narcose (in slaap) wordt gebracht. Daardoor zal uw kind niets voelen van de operatie. Als het kind wakker wordt, heeft het wel pijn. Vraag uw kind eens of hij/zij weet wat er met hem/haar in het ziekenhuis gaat gebeuren. Zo komt u erachter of uw verhaal goed is overgekomen.

Oudere kinderen

Bij een ouder kind wordt het gemakkelijker een ziekenhuisopname te verklaren. U kunt het beste zelf bepalen wanneer u dat doet. Het ene kind vindt het prettig tijdig te weten wat er gaat gebeuren. Het kan zich er dan beter op instellen. Een ander kind wordt juist steeds angstiger als het lang moet wachten. De fantasie slaat dan op hol. Dat kan worden versterkt als er in zijn/haar omgeving veel over wordt gepraat en wanneer u zelf ongerustheid laat merken.

Boeken en filmpjes die helpen bij de voorbereiding

Onderstaande boeken kunt u gebruiken als hulp bij de voorbereiding op de opname. Het is aan te bevelen deze boeken samen met uw kind te lezen.

Deze boeken (en andere boeken over het ziekenhuis) kunt u lenen bij de bibliotheek:

  • Dick Bruna, Nijntje in het ziekenhuis, ISBN: 9789073991873
  • J. Boone, De operatie van de kleine olifant, ISBN: 9789058385802
  • C. Kliphuis, De ziekenboeg (meerdere delen), ISBN: 9789045107578
  • I. Wolffers, Doktertje spelen, ISBN: 9789044810998
  • J. Zoeler, Het ziekenhuis, ISBN: 9789045107578

Ernst en Bobbie hebben ook twee filmpjes gemaakt over het verwijderen van de keel- en neusamandelen. U vindt de filmpjes op Youtube onder de titels “Naar het ziekenhuis voor je oren en/of neus” en “Naar het ziekenhuis voor je keelamandelen”.

Voorbereiding

Om de ingreep zo goed mogelijk te laten verlopen, dient u zich aan een aantal zaken te houden.

Ziekte

Als uw kind ziek is, kan de ingreep niet doorgaan. De ingreep kan ook niet doorgaan wanneer er in de directe omgeving van uw kind infectieziekten voorkomen, zoals mazelen, kinkhoest, rode hond, bof of roodvonk. Mocht u maar enigszins twijfelen, neem dan contact met ons op via telefoonnummer 088 979 18 90.

Vervoer naar huis

Regelt u van tevoren vervoer per auto naar huis, maar rij niet zelf. Tijdens het rijden kan uw kind misselijk worden. Het is daarom te adviseren om een handdoek mee te nemen.

Wat neemt u mee:

  • de HMC patiëntenpas;
  • eventuele medicijnen die uw kind moet innemen;
  • een knuffel, pop, (voorlees)boek en/of wat speelgoed voor in de wachtkamer.

Gang van zaken op de dag van de behandeling

Uw kind krijgt een polsbandje met de naam erop. Na ongeveer een half uur wordt u (één ouder) samen met uw kind opgehaald en naar de operatiekamer gebracht. Daar staat het medische team in operatiekleding klaar.

De anesthesioloog houdt een kapje voor het gezicht van uw liggende kind en vraagt het om hierin te blazen. Na één à twee minuten valt uw kind in slaap. Als uw kind onder narcose wordt gebracht, is het mogelijk dat hij/zij zich wat onrustig beweegt. Ook blijven de ogen soms geopend of snikt uw kind nog na. Dit is een normale reactie op het narcosemiddel. Zodra uw kind slaapt, wordt u verzocht de behandelkamer te verlaten.

Tijdens de slaap wordt een infuusnaaldje ingebracht, dat vóór het naar huis gaan in de uitslaapruimte weer wordt verwijderd. Na de ingreep wordt uw kind bij u teruggebracht. In de uitslaapkamer is altijd een verpleegkundige aanwezig. De meeste kinderen huilen bij het wakker worden. Er komt vaak wat bloed uit mond en neus. Het is verstandig uw kind een poosje te laten liggen en niet op te tillen. De behandelend specialist komt naar de uitslaapkamer om u te vertellen hoe de ingreep is verlopen. Tevens controleert hij of alles goed is met uw kind.

Daarna wordt uw kind, samen met u, naar de Willem-Alexander afdeling (kinderafdeling) gebracht. Daar zult u vervolgens zo’n drie uur verblijven. U zult hier geen arts meer zien, maar de kinderverpleegkundige houdt deze drie uur een oogje in het zeil. De kinderverpleegkundige kijkt bovendien of uw kind voldoende herstelt om naar huis te gaan. Als alles goed gaat met uw kind, mag u na deze drie uur weer met uw kind weer naar huis.

Weer thuis

Het is verstandig uw kind veel te laten rusten. Laat uw kind direct en regelmatig veel en uitsluitend koude vloeistoffen als water en limonade drinken. Ook waterijsjes zijn toegestaan. Koude dranken verminderen de keelpijn. Na het eerste slokje drinken bestaat de mogelijkheid dat uw kind (oud) bloed opgeeft. Schrikt u hier niet van. De verpleegkundige van de verkoeverkamer belt u om te informeren hoe het met uw kind gaat.

Schema eten en drinken

Het onderstaande schema is slechts een richtlijn. In principe geldt dat uw kind alles mag eten en drinken wat het verlangt en verdraagt. Voor de operatiewonden is dit geen bezwaar.

De tweede dag

Laat uw kind drinken als op de eerste dag. Daarnaast kunt u uw kind eventueel een gladde pap geven.

De derde dag

Uw kind mag weer in huis rondlopen. Uw kind mag nu ook andere soorten pap en lauwe soep eten.

De vierde dag

U kunt het eten voor uw kind nu uitbreiden met puree, gemalen groente en vlees, brood zonder korsten en een zachtgekookt eitje. Uw kind mag weer naar buiten.

Na het weekend

Uw kind mag weer naar school.

Aandachtspunten

Koorts en oorpijn

Het is heel gewoon dat de eerste twee dagen een lichte temperatuursverhoging optreedt. Ook oorpijn is een normaal verschijnsel.

Als de koorts langer aanhoudt, neemt u dan contact op met het ziekenhuis.

Geen aspirine

Als uw kind pijn heeft, mag u geen medicijnen geven waarin de stof aspirine zit. Aspirine vergroot de kans op bloedingen. U mag uw kind wel kinderparacetamol geven.

Als er na dag vijf nog pijnklachten zijn, moet u contact opnemen met uw arts via telefoonnummer 088 979 18 90.

Afreageren van spanningen

De mogelijkheid bestaat dat uw kind zijn of haar opgekropte spanningen wil afreageren. Het kan daardoor de eerste dagen wat lastig zijn. Wanneer uw kind thuis goed wordt opgevangen, gaat dit meestal vanzelf over. Het kan helpen uw kind de eerste tijd veel aandacht te geven. Het heeft gewoon wat extra warmte en geduld nodig. Dus een beetje verwennen kan geen kwaad.

Wanneer een dokter waarschuwen?

De dag van de ingreep komt er wel eens wat slijm vermengd met bloed uit de mond. Naast keelpijn kan uw kind ook over oorpijn klagen. Soms geeft uw kind zwart braaksel op. Dit is ingeslikt bloed. Als uw kind herhaaldelijk vers bloed spuugt of grote hoeveelheden braakt, neem dan contact op met het ziekenhuis.

Overdag kunt u bellen met de polikliniek KNO via telefoonnummer 088 979 18 90. ‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekeinde kunt u bellen met huisartsenpost Smash via telefoonnummer

070 346 96 69.

Controle

Acht weken na de ingreep wordt u met uw kind voor controle op de polikliniek KNO verwacht.

Vragen?

Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek KNO. De polikliniek is op werkdagen te bereiken via telefoonnummer 088 979 18 90.

Wij stellen uw mening op prijs. Heeft u opmerkingen of suggesties over deze webpagina of over uw behandeling, laat dit ons dan weten.

Aanvullende informatie

Bijwerkingen en complicaties bij anesthesie

Geen enkele ingreep is geheel zonder risico. Met goede bewakingsapparatuur en gekwalificeerde medewerkers zorgen wij zo goed mogelijk voor uw veiligheid en comfort rondom de operatie. Toch willen wij u attent maken op mogelijke bijwerkingen en complicaties.

Tijdens de algehele anesthesie of narcose kunnen de volgende complicaties optreden:

  • allergische reactie op medicijnen;
  • beschadiging van gebit of keel door inbrengen van het beademingsbuisje;
  • calamiteiten samenhangend met de conditie en gezondheid van de patiënt.

Na het ontwaken uit de algehele anesthesie of narcose kunnen de volgende complicaties optreden:

  • slaperigheid;
  • na de uitwerking van de verdoving: pijn in het operatiegebied;
  • misselijkheid en/of braken;
  • droge keel of keelpijn van het beademingsbuisje. Deze irritatie verdwijnt vanzelf binnen enkele dagen.

Recht op informatie en toestemming

Elk kind heeft het recht zo goed mogelijk geïnformeerd te worden over een behandeling of ingreep. Dat is vastgelegd in de WGBO (Wet op de Geneeskunde Behandelingsovereenkomst). De rechten van een kind verschillen in dit opzicht niet van de rechten van een volwassene. Alleen wat betreft het geven van toestemming voor een behandeling ligt het anders. In grote lijnen is de toestemming voor een behandeling als volgt wettelijk bepaald.

Kinderen tot twaalf jaar

Voor kinderen onder de twaalf jaar beslist de wettelijke vertegenwoordiger (meestal de ouders) over de behandeling.

Kinderen van twaalf tot zestien jaar

Voor kinderen tussen twaalf en zestien jaar geldt dat ouders en kind samen beslissen. Dat betekent dat zowel de ouders als het kind met een behandeling moeten instemmen.

Kinderen vanaf zestien jaar

Vanaf zestien jaar wordt een kind voor de WGBO als volwassene gezien en beslist hij of zij geheel zelfstandig over een behandeling. De informatievoorziening is in de eerste plaats gericht op de jongere zelf en wordt alleen aan de ouders of verzorgers gegeven als de jongere zelf hiermee instemt.

Een behandeling mag nooit plaatsvinden zonder toestemming van de patiënt of diens wettelijke vertegenwoordiger. Uitzonderingen zijn: acute situaties of situaties waarin gevaar voor het kind ontstaat als het niet behandeld wordt.

Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis

Voor ouders is er de Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis. Deze vereniging heeft tot doel: het bevorderen van het welzijn van het kind vóór, tijdens en na een opname in het ziekenhuis. Er worden folders uitgegeven en er is een handige website. Sinds april 2008 heeft HMC Bronovo van de Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis een Smiley ontvangen voor de kinderafdeling. De vereniging kent het Smiley kwaliteitskeurmerk toe aan ziekenhuizen die zich positief onderscheiden door hun voorzieningen voor kind en ouders.

Stichting Kind en Ziekenhuis
Churchilllaan 11, 6e etage
3527 GV Utrecht
Postbus 197
3500 AD Utrecht

(030) 291 67 36

info@kindenziekenhuis.nl 
www.kindenziekenhuis.nl 

Verwijderen van neus- en keelamandelen bij kinderen

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis