Verwijderen van een blaastumor via de plasbuis

De uroloog gaat een blaastumor verwijderen via uw plasbuis. Op deze webpagina leest u over de voorbereiding, de opname in het ziekenhuis en de operatie.

Specialismen en team

Afspraak en contact

Vragen of aanvragen van herhaalrecepten via E-consult in patientenportaal mijnHMC

Ook kunt u ma t/m vr contact opnemen met de polikliniek Urologie

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over verwijderen van een blaastumor via de plasbuis

De uroloog gaat een blaastumor verwijderen via uw plasbuis. Op deze webpagina leest u over de voorbereiding, de opname in het ziekenhuis en de operatie.

Onderzoek toonde aan dat u een tumor in uw blaas heeft. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. De tumor kan groter worden, bloedingen veroorzaken en doorgroeien in de spierwand. Daarom moeten we blaastumoren altijd verwijderen. We nemen u hiervoor enkele dagen op in het ziekenhuis.

Behandeling

Er zijn verschillende soorten blaastumoren:

  • Oppervlakkig groeiende tumoren die niet ingroeien in de spierwand van de blaas
  • Agressieve tumoren die doorgroeien tot in de spierwand van de blaas

Bij een oppervlakkige tumor is het verwijderen van de tumor vaak voldoende. Soms is een tweede operatie of een blaasspoeling nodig. Bij de agressieve tumoren is verdere behandeling nodig, bijvoorbeeld het verwijderen van de blaas. Om te kunnen vaststellen om wat voor blaastumor het gaat, is het nodig om het weefsel dat we wegnemen microscopisch te onderzoeken.

De ingreep die we verrichten, noemen we een ‘transurethrale resectie van een tumor’, kortweg TURT. ‘Transurethraal’ betekent dat de arts de operatie via de plasbuis (urethra) uitvoert. ‘Resectie’ wil zeggen dat we de tumor verwijderen.

Voorbereiding

Preoperatief spreekuur

Ter voorbereiding op de operatie gaat u naar het preoperatief spreekuur (POS). Het opnamebureau belt u thuis voor het maken van deze afspraak.

U spreekt onder anderen met de anesthesioloog. Dit is een arts die is gespecialiseerd is in het toedienen van verdovingen. De anesthesioloog neemt uw medische voorgeschiedenis en medicijngebruik met u door. Ook vindt er een kort lichamelijk onderzoek plaats. Waar nodig verrichten we verder onderzoek. We nemen bijvoorbeeld bloed af, maken een hartfilmpje (cardiogram) of maken een röntgenfoto van de borst. Mogelijk verwijzen we u hiervoor naar een andere specialist. De anesthesioloog informeert u over de verschillende mogelijkheden om u te verdoven.

Afspraak

Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen in HMC. U krijgt bericht waar en hoe laat u zich moet melden.

Eten en drinken

De avond voor de operatie moet u vanaf 00.00 uur ‘s nachts nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf dat moment niet meer mag eten en drinken. Ook mag u niet meer roken.

Medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, bespreekt de uroloog met u hoeveel dagen voor de operatie u moet stoppen met deze medicijnen. Is dit niet met u besproken of heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie. Neem de medicatielijst en alle medicijnen die u gebruikt, mee naar het ziekenhuis.

Opname

Op de verpleegafdeling informeert de verpleegkundige u over de gang van zaken op de afdeling. Zodra we u kunnen opereren, brengt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer. De anesthesioloog geeft u een algehele verdoving (narcose) of een plaatselijke verdoving (ruggenprik).

Operatie

Tijdens de operatie ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. De uroloog brengt via uw plasbuis een hol instrument (cystoscoop) in tot in de blaas. Via de cystoscoop kan de uroloog in de blaas kijken.

De instrumenten om te opereren, brengt de arts via de cystoscoop in de blaas. De arts verwijdert de tumor met een stalen draadje waardoor een elektrische stroom loopt. De arts schraapt de tumor laagje voor laagje af tot in het gezonde weefsel. Er ontstaat zo een inwendige wond in de blaas. Tijdens de operatie spoelen en legen we uw blaas continu, zodat de losgemaakte deeltjes van de tumor mee naar buiten komen. Kleine bloedinkjes schroeit de arts meestal dicht met het stalen draadje. Na verwijdering van de tumor spoelen we de blaas nogmaals goed. Als de operatie klaar is, brengt de arts een katheter (dun slangetje) in om urine af te voeren en eventueel de blaas te spoelen.

De operatie duurt tussen de 30 en 45 minuten.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier controleren we uw hartslag en bloeddruk en houden we het nabloeden in de gaten. Als de controles in orde zijn, brengen we u terug naar de afdeling.

Na de operatie heeft u:

  • Een infuus in uw arm

Via dit infuus kunnen we u vocht en medicijnen toedienen. Zodra u zich goed voelt en voldoende drinkt, koppelen we het infuus af.

  • Een katheter in uw blaas

De katheter is nodig om de operatiewond rust te geven en eventuele stolsels weg te spoelen.

  • Soms een spoelsysteem aan de katheter

Dit is nodig als er na de operatie veel bloed in uw urine zit. Via het spoelsysteem loopt langzaam extra water uit een zak via de katheter de blaas in. Het spoelsysteem voert de vloeistoffen ook weer af via de katheter. Hiermee voorkomen we dat de katheter verstopt raakt.

Herstel

De verpleegkundige controleert regelmatig uw hartslag, uw bloeddruk en het spoelsysteem. Als u een ruggenprik heeft gehad, zijn uw benen de eerste uren na de operatie nog gevoelloos. Dit gevoel komt langzaam weer terug. Als u helemaal wakker bent, mag u weer eten en drinken. Als u zich goed voelt, mag u op de dag na de operatie weer douchen. Dit kan ook met de katheter in.

In de meeste gevallen krijgt u binnen 24 uur na de operatie een blaasspoeling met cytostatica, ofwel chemotherapie. Uw arts bespreekt dit met u. De blaasspoeling geven we op de afdeling. U ontvangt hierover een aparte webpagina: ‘Blaasspoeling met mitomycine’.

De eerste dagen kan er bloed in uw urine zitten. Dat is normaal. U kunt last hebben van blaaskrampen. Deze blaaskrampen kunnen verschillende oorzaken hebben: de katheter, de wond en het spoelen van de blaas. U kunt de uroloog of verpleegkundige vragen om medicijnen tegen blaaskramp. Als u misselijk bent, kunt u medicijnen tegen misselijkheid krijgen.

De dag na de operatie nemen we bloed bij u af. Als uw bloedgehalte goed is, verwijderen we het infuusnaaldje. Meestal verwijderen we de katheter op de dag na de operatie. U moet goed drinken (twee tot tweeënhalve liter per dag), zodat de urineproductie goed op gang komt. De eerste keren dat u plast, kunt u een branderig gevoel hebben. Het plassen gaat vaak samen met meer aandrang. Dit is een tijdelijk probleem. Nadat u de eerste keer geplast heeft zonder katheter, controleert de verpleegkundige met een echo of u de blaas goed kunt legen.

U kunt naar huis als de urine licht genoeg van kleur is en u weer goed kunt plassen.

Uitslag en controle

Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek Urologie. Tijdens deze controle vertelt de uroloog u de uitslag van het weefselonderzoek. Daarnaast bespreekt de uroloog met u of nader onderzoek en/of behandeling noodzakelijk is. Na enkele maanden kijkt de uroloog ter controle opnieuw in de blaas. Ook hierna blijft u onder controle van de uroloog, omdat blaastumoren kunnen terugkeren.

Leefregels

De wond in uw blaas moet genezen. Dit duurt ongeveer zes weken. In deze periode kunt u bloed en/of stolsels in de urine hebben. Dit is normaal. Om de kans op complicaties te beperken, adviseren wij u:

  • Ongeveer twee tot tweeënhalve liter per dag te drinken
  • Zware, inspannende arbeid te vermijden
  • Niet te fietsen gedurende drie weken na de ingreep
  • Alcohol alleen in beperkte mate te gebruiken
  • De eerste twee weken na de operatie geen geslachtsgemeenschap te hebben
  • Niet te roken, aangezien dit beter is voor de wondgenezing

Wanneer moet u contact opnemen met HMC?

Neem meteen contact op met de polikliniek Urologie in deze situaties:

  • U heeft koorts boven 38,5˚C.
  • U heeft een hevige, brandende pijn tijdens het plassen.
  • U heeft hevig bloedverlies en plast grote bloedstolsels uit.
  • U kunt niet meer plassen.

Heeft u problemen die spoed hebben, buiten kantooruren? Bel dan de Spoedeisende Hulp (SEH) in HMC Westeinde via telefoonnummer
088 979 23 80.

Complicaties

  • Na een operatie komen soms algemene complicaties voor, zoals trombose of een infectie.
  • Een andere complicatie die kan optreden, is een gat in de blaas (perforatie). Dit gat kan ontstaan tijdens de operatie. De spoelvloeistof die we tijdens de operatie gebruiken, kan dan buiten de blaas komen. We beëindigen de operatie dan om verdere lekkage te voorkomen. Een klein gaatje in de blaaswand sluit vanzelf.
  • Een enkele keer moeten we een gat operatief sluiten. Deze complicatie is zeldzaam. De katheter blijft dan wel iets langer in de blaas zitten, zodat de blaaswand goed kan genezen.
  • Na de operatie kan een blaasbloeding optreden. Meestal stopt zo’n bloeding vanzelf. Een enkele keer is het nodig om opnieuw op de operatiekamer onder verdoving de blaas te spoelen en de bloeding te stoppen

Meer weten

Heeft u na het lezen van deze webpagina nog vragen over de ingreep? Of heeft u vragen over uw eigen medische situatie? Bel dan met uw uroloog:
Polikliniek Urologie HMC 088 979 41 44.

Heeft u problemen die spoed hebben, buiten kantooruren? Bel dan de Spoedeisende Hulp (SEH) in HMC Westeinde: 088 979 23 80.

Verwijderen van een blaastumor via de plasbuis

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis