Vastzetten van wervels in de onderrug (spondylodese)

Een spondylodese is het vastzetten van twee of meer ruggenwervels aan elkaar. Dit voorkomt dat de wervels verder verschuiven.

Specialismen en team

Contact en afspraak

HMC Antoniushove en
HMC Westeinde 088 979 43 65
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur

HMC Bronovo 088 979 44 26
ma t/m vr van 09.00 - 16.00 uur

Locatie

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over vastzetten van wervels in de onderrug (spondylodese)

Een spondylodese is het vastzetten van twee of meer ruggenwervels aan elkaar. Dit voorkomt dat de wervels verder verschuiven.

Wat is een spondylodese van de onderrug?

Oorzaak

Het samenspel van botten, gewrichten, spieren, pezen en zenuwen zorgt ervoor dat u zich kunt bewegen. Het geheel noemen we het bewegingsapparaat. Het middelpunt van het bewegingsapparaat is de wervelkolom. De wervelkolom bestaat uit zeven halswervels, twaalf borstwervels en vijf lendenwervels. Deze wervels zijn verbonden met gewrichtjes, banden, tussenwervelschijven en spieren. Hierdoor is de wervelkolom stabiel en toch beweeglijk.

zijaanzicht wervelkolom

Zijaanzicht van de wervelkolom

Soms bewegen de wervels te veel. Zij zijn dan instabiel. Dit kan verschillende oorzaken hebben:

  • slijtage
  • een aangeboren zwakke plek in de rug
  • een gezwel
  • een infectie
  • een breuk van een wervelboog (spondylolysis)

De wervels gaan dan verschuiven. Dit noemen we spondylolisthesis. Hierdoor kunnen zenuwen bekneld raken.

spondylodese

Klachten

Als uw zenuwen bekneld raken door verschuivende wervels, kunt u pijn krijgen in de benen. Ook kunt u minder kracht of gevoel in uw benen krijgen.

Behandeling

De arts onderzoekt u en laat een röntgenfoto, MRI-scan of CT-scan maken. Een MRI-scan is een 3D-beeld van uw wervels. Dit beeld maken we met een magnetisch veld en radiogolven. Een CT-scan is een reeks röntgenfoto's die samen een 3D-beeld vormen. De arts geeft aan of het vastzetten van de rugwervels een goede oplossing is voor uw situatie. Het vastzetten van de wervels kan twee redenen hebben:

  • voorkomen dat de wervels verder verschuiven.
  • ruimte maken voor de zenuwen die naar buiten komen

Tijdens de operatie verwijdert de chirurg een of meer tussenwervelschijven. De chirurg vervangt deze door een 'kooitje' ofwel 'cage'. Dit kooitje zorgt ervoor dat de wervels en zenuwen weer voldoende ruimte hebben.

De chirurg zet de wervels aan elkaar met schroeven en staven. In de loop van de tijd groeien de wervels aan elkaar vast.

spondylodese2.png

Voorbereiding

Afspraken

U heeft een verwijzing gekregen voor een afspraak in HMC Antoniushove of HMC Westeinde. Normaal gesproken kunt u binnen twee weken terecht voor uw eerste afspraak. U heeft deze afspraak met de verpleegkundig specialist, de neurochirurg, de physician assistant of de arts-assistent in opleiding tot neurochirurg. Deze praat met u over uw klachten en onderzoekt u. Als er meer onderzoek nodig is, dan proberen we dat zo snel mogelijk in te plannen. Wanneer een operatie de beste keuze is, bespreken we met u wat de operatie precies inhoudt en plannen we een afspraak in met de anesthesist. Deze arts zorg voor de verdoving tijdens de operatie. Voor deze operatie is dat een algehele narcose. Deze verdooft het hele lichaam. U bent dan een tijdje buiten bewustzijn.

Preoperatieve spreekuur

Voordat u wordt geopereerd, heeft u een gesprek met de anesthesist, een verpleegkundige en een medewerker van de apotheek. Dit gesprek heet het preoperatieve spreekuur. Hierin bespreken we met u welke voorbereidingen u moet nemen voor de operatie. Naar aanleiding van dit gesprek krijgt u soms nog andere onderzoeken. Soms verwijzen we u door naar een specialist. Een bezoek aan het preoperatieve spreekuur kan enkele uren in beslag nemen.

Kunt u niet naar een afspraak komen?

Heeft u een probleem waardoor u niet op tijd naar een afspraak kunt komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan de polikliniek Neurospine. Doe dit uiterlijk 24 uur voor de afspraak. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. U kunt zich afmelden van maandag tot en met vrijdag, tijdens kantooruren. Als u een afspraak niet of te laat afmeldt, moeten we de afspraak helaas in rekening brengen.

Medicijnen

Gebruikt u bloedverdunners? Overleg dan met uw HMC-arts of u moet stoppen met deze medicijnen vóór de operatie. Sommige medicijnen mag u gewoon innemen. Overleg hierover met de verpleegkundige.
De arts geeft u een recept mee voor Hibiscrub en Bactroban. Deze medicijnen neemt u in om een wondinfectie te voorkomen. In de polikliniek vertellen we u over het gebruik van deze medicijnen.

Roken

Roken heeft een slecht effect op het vastgroeien van de wervels. Daarom is het belangrijk dat u tot minstens drie maanden voor de operatie niet heeft gerookt. Ook na de operatie raden we roken af. Als u rookt, heeft u minder botopbouw. Die heeft u nodig om uw rug zo sterk mogelijk te laten worden.

Vervoer

Na de operatie kunt u niet zelf met de auto naar huis rijden. Regel daarom van tevoren vervoer.

Eten en drinken

U moet nuchter zijn vóór de operatie, vanaf 0.00 uur (middernacht). Dit betekent dat u niets meer mag eten en drinken vanaf dat moment. Het enige wat u wel nog mag drinken zijn heldere vloeistoffen zoals water, thee en koffie (zonder melk(producten) of suiker). Deze heldere vloeistoffen mag u drinken tot 2 uur voor de tijd waarop u wordt opgenomen in het ziekenhuis.

Opname

Op de dag dat u naar het ziekenhuis gaat, heeft u een gesprek met de verpleegkundige. U krijgt uitleg over de voorbereidingen op de operatie en u kunt vragen stellen. U krijgt een polsbandje om met uw naam, geboortedatum en afdeling.

Wie opereert u?

De chirurg die u heeft gezien op de polikliniek, een collega-chirurg of een arts-assistent in opleiding tot neurochirurg (AIOS) opereert u. Een AIOS is een afgestudeerde arts, die we in HMC opleiden tot specialist of die in ons ziekenhuis ervaring opdoet. AIOS voeren ook zelfstandig (delen van) operaties uit. De medisch specialist is altijd eindverantwoordelijk voor de operatie. Door verschillende artsen in te zetten, kunnen we de operaties beter plannen. Zo houden we de wachttijden zo kort mogelijk. Wilt u liever dat de arts die u op de polikliniek heeft gezien, de operatie doet? Laat dit dan weten aan de arts, de operatieplanner of het Opnamebureau.

Operatie

De verpleegkundige neemt bloed bij u af en controleert samen met u uw gegevens en medicijngebruik. U gaat naar een kamer waar u zich kunt omkleden voor de operatie. U krijgt medicijnen tegen pijn en misselijkheid.

De verpleegkundige brengt u naar de holding. Dat is de ruimte waar we u voorbereiden op de operatie. De anesthesiemedewerker prikt een infuus in uw hand of arm. Via het infuus krijgt u vocht en medicijnen binnen. De medicijnen zorgen ervoor dat u geen infectie krijgt en dat u minder pijn voelt. U krijgt plakkers op uw borst, waarmee we uw hartritme meten. U krijgt een band om uw arm, waarmee we uw bloeddruk meten. We doen een dopje op uw vinger, waarmee we het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Vervolgens krijgt u een verdoving.

De chirurg maakt een snee in uw onderrug en schuift de rugspieren opzij. De chirurg verwijdert een of meer stukjes bot aan de achterkant van de wervel. Hierdoor krijgen de zenuwen meer ruimte, zodat ze niet meer bekneld zitten. Daarna verwijdert de chirurg de tussenwervelschijf die zich bevindt tussen de wervels die worden vastgezet. De chirurg vult de ruimte tussen de wervels op met een kooitje. Dit is gevuld met bot uit uw eigen wervels of bot van een donor. De chirurg zet de wervels vast met schroeven en twee staven.

De duur van de operatie hangt af van het aantal wervels dat de chirurg vastzet. Meestal duurt de operatie enkele uren.

Na de operatie

Drain

Vaak plaatst de chirurg aan het eind van de operatie een drain. Dit is een slangetje dat wondvocht en bloed afvoert. Meestal verwijderen we de drain een dag na de operatie.

Intensive Care

De chirurg heeft van tevoren met u besproken of u na de operatie naar de afdeling Intensive Care (IC) gaat. Dit hangt af van uw hoe fit u bent en hoe zwaar de operatie is.

Platliggen

Na de operatie blijft u vier uur plat op uw rug liggen. Daarna mag u met de hulp van een verpleegkundige uw bed uit.

Infuus

Het infuus verwijderen we een dag na de operatie.

Katheter

Mogelijk kunt u na de operatie moeilijk plassen. We maken dan een echo van de blaas om te zien hoeveel urine er nog uw blaas zit. Soms kiezen we er dan voor om een slangetje (een katheter) aan te brengen, waarmee we de blaas leegmaken. Meestal verwijderen we het slangetje meteen daarna. Als de blaas te veel is uitgerekt doordat er te veel urine in zat, laten we het slangetje vaak nog even zitten.

Fysiotherapie

De dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs om oefeningen met u te doen. De fysiotherapeut legt de oefeningen uit en geeft u een oefenprogramma mee voor thuis. Thuis doet u deze oefeningen enkele keren per dag.
Als het vanwege uw medische situatie beter is om een fysiotherapeut te bezoeken nadat u het ziekenhuis verlaat, dan laten we u dat weten. U kunt dan een fysiotherapeut bij u in de buurt bezoeken.

Naar huis

Als de operatie zonder problemen is gegaan en het lopen goed gaat, dan mag u na twee of drie dagen naar huis. Dit krijgt u in de loop van de dag te horen na overleg met de zaalarts, fysiotherapeut, physician assistant of verpleegkundig specialist. Bij twijfel overleggen deze personen met de neurochirurg.

Hechtingen

De wond op uw rug hechten we onder de huid. Deze hechtingen lossen vanzelf op. Over de wond plakken we hechtpleisters. Deze vallen er meestal vanzelf af. Als dat niet gebeurt, mag u ze u ze zelf na een week weghalen.

Pijn

  • Na de operatie krijgt u pijnstillers.
  • Heeft u toch nog veel pijn? Laat dit dan altijd weten, zodat we iets kunnen doen aan deze pijn.
  • Vóór de operatie had u waarschijnlijk pijn in één been of beide benen. Deze pijn verdwijnt niet direct na de operatie. De pijn kan nog enkele weken aanhouden, in wisselende mate. Dit komt doordat de zenuw bekneld zat en na de operatie opzwelt. Soms kunt u ook (tijdelijk) pijn in een been krijgen waar u voor de operatie nog geen last van had. Dit komt doordat beide zenuwen (naar beide benen) vrij worden gelegd met de operatie en tijdelijk geprikkeld kunnen zijn.
  • Na de operatie kunt u pijn in de rug krijgen. Meestal is het een zeurende pijn in de onderrug. Deze pijn houdt vaak enkele weken aan. Om de pijn te verminderen, krijgt u pijnstillers. Daarnaast is het goed om niet te lang hetzelfde te doen. Blijf niet te lang staan of zitten, ga niet te lang lopen. Ga af en toe een uur platliggen. Meestal wordt de pijn dan in de loop van enkele weken minder.
  • Door de operatie kan de stevigheid van uw rugspieren minder zijn. Hierdoor heeft u een vermoeid gevoel in de onderrug. Deze klachten worden in de loop van enkele weken minder. Het duurt een halfjaar tot een jaar voordat uw rug weer even sterk is als voor de operatie.

Complicaties

Een complicatie is een extra medisch probleem dat soms gebeurt. Mogelijke complicaties zijn:

  • een wondinfectie
    Een wondinfectie behandelen we meestal met antibiotica.
  • een nabloeding
    Bij een nabloeding is het soms nodig om u opnieuw te opereren om het bloed te verwijderen.
  • een beschadiging van de zenuw
    De kans op beschadiging van een zenuw door de operatie is kleiner dan 1 op 100. De beschadiging van een zenuw kan zorgen voor verlamming van één of meer spieren in de benen. Ook kunt u hierdoor minder gevoel in de benen krijgen. Vaak komen de kracht en het gevoel na de operatie langzaam maar zeker terug. Dit kan lang duren. Soms komt de kracht of het gevoel niet helemaal terug.
  • lekken van hersenvocht
    Rond het ruggenmerg zit een dun laagje, het ruggenmergvlies. Als daar een lek in zit, kan er vocht gaan lekken. Dit is hersenvocht. De kans op een lek in het ruggenmergvlies is klein. Een lek zorgt vaak voor hoofdpijn. Na een paar dagen rusten in bed gaat de hoofdpijn meestal weer weg. Lekt er helder vocht (net als water) naar buiten? Neem dan direct contact op met het ziekenhuis.
  • breken van een schroef of staaf
    Eén van de schroeven of staven kan breken, loslaten of verschuiven. De kans dat dit gebeurt, is erg klein.
  • slijtage van de aangrenzende tussenwervelschijf
    Soms kunt u na een tijdje last krijgen van slijtage aan een aangrenzende tussenwervelschijf. U krijgt dan opnieuw klachten.

Controle

Ongeveer twaalf weken na de operatie gaat u voor een controle naar de polikliniek Neurospine. Deze afspraak maken wij in overleg met u.

Wanneer moet u contact opnemen met HMC?

Neem meteen contact op met de polikliniek Neurospine als u een of meer van deze klachten heeft:

  • U heeft koorts boven 38˚C
  • U heeft ineens hevige pijn
  • Er komt vocht of pus uit de wond
  • U krijgt last van uitval ofwel verlamming

Dagelijks leven

In bed stappen

  • Ga zitten op de rand van het bed.
  • Steun op de elleboog van de arm die naar het hoofdeinde wijst.
  • Steun op de hand van de arm die naar het voeteneinde wijst.
  • Kantel uw bovenlichaam langzaam richting het hoofdeinde, zodat u op de zij komt te liggen.
  • Leg uw benen op het bed.
  • Draai u op uw rug.

Op de zij gaan liggen

  • Trek één been op. Laat het andere been gestrekt liggen.
    Als u linksom wilt draaien, trekt u het rechterbeen op.
    Als u rechtsom wilt draaien, trekt u het linkerbeen op.
  • Draai om naar de kant van het gestrekte been. Doe dit door af te zetten met
    • het gebogen been en
    • de arm aan dezelfde kant als het gebogen been

Uit bed stappen

  • Ga op de zij liggen.
  • Laat uw benen over de rand van het bed glijden.
  • Duw uw bovenlichaam met uw armen omhoog tot u zit.

Tillen

  • Ga recht voor het voorwerp staan, dat u wilt optillen.
  • Buig door de knieën.
  • Til vanuit de benen, niet vanuit de rug.
  • Til niet te snel.
  • Houd het voorwerp zo dicht mogelijk tegen u aan.

Werk

Afhankelijk van het soort werk dat u doet, mag u na zes weken rustig aan beginnen met werken. Overleg hierover met uw bedrijfsarts. Luister naar uw lichaam. De pijn in uw rug geeft goed aan wat u wel en niet kunt doen.

Sport

Doe de eerste drie tot zes maanden geen intensieve sporten, zoals hardlopen of contactsporten. Overleg na de controleafspraak met uw arts wanneer u kunt starten met sporten.

Autorijden en fietsen

Na zes weken mag u weer autorijden en fietsen, als het gevoel en de kracht in uw benen en rug goed zijn. Bouw het autorijden en fietsen rustig op. Twijfelt u of het verstandig is om weer te gaan autorijden of fietsen? Neem dan contact op met uw arts of (in het geval van autorijden) het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

Leefregels

  • Neem de signalen van uw lichaam serieus. In de eerste vier tot zes weken is de pijn in uw rug een goede graadmeter voor wat u wel en niet kunt. U voelt zelf wanneer u te veel van uw lichaam vraagt.
  • Neem de eerste vier tot zes weken regelmatig rust door te liggen. Wissel af wat u doet, zoals lopen, staan en zitten.
  • Verbeter uw conditie in kleine stapjes. Begin met wandelen of met fietsen op een hometrainer.
  • Zitten is zwaar voor uw rug. Houd in ieder geval een goede zithouding aan. Dat is het makkelijkst op een stoel met een hoge rugleuning, die licht achterover helt en steun geeft in de onderrug. U kunt de onderrug ook ondersteunen met een kussen. U moet met de voeten op de grond zitten. Een tuinstoel die u kunt verstellen, is meestal prima.
  • Zit ontspannen, zonder onderuit te zakken.
  • Onthoud dat u uw rug niet meer zo goed kunt bewegen als voorheen, omdat de wervels zijn vastgezet. Maak daarom geen overdreven bewegingen met uw rug. Houd u in met oefeningen.
  • Doe geen huishoudelijk werk in de eerste drie maanden, zoals stofzuigen, dweilen, bedden opmaken, ramen wassen en zware boodschappen tillen.

 

Vastzetten van wervels in de onderrug (spondylodese)

Waarom HMC?

  • Persoonlijke begeleiding en informatie op maat
  • Behandeling door een gespecialiseerd team
  • Zorg en behandeling van bewezen kwaliteit