Trombose en longembolie

U heeft te horen gekregen dat u een trombose en/of longembolie heeft. Wat betekent dit voor u? En hoe gaat het nu verder? Op deze webpagina krijgt u uitleg over het ziektebeeld, de oorzaken, de gevolgen en de behandeling.

Afspraak en contact

Wat te doen bij spoed? Dat leest u hier. 

HMC Westeinde
088 979 79 00

24 uur per dag, 7 dagen in de week geopend. 

Let op: Op de locatie HMC Antoniushove en HMC Bronovo is geen SEH aanwezig.

Locatie

Cijfers

60.000 patiënten per jaar
6 acute kamers
45 behandelplaatsen

Over trombose en longembolie

Voorgeschreven antistollingsmiddel (aanvinken door verpleegkundige):

☐ Apixaban (Eliquis)

☐ Rivaroxaban (Xarelto)

☐ Dabigatran (Pradaxa)/Heparine injecties

U heeft te horen gekregen dat u een trombose en/of longembolie heeft. Wat betekent dit voor u? En hoe gaat het nu verder? Op deze webpagina krijgt u uitleg over het ziektebeeld, de oorzaken, de gevolgen en de behandeling.

U bent op de Spoedeisende Hulp (SEH) geweest. Na een aantal onderzoeken hebben we vastgesteld dat u een trombose heeft. In de meeste gevallen gaat het om een trombosebeen, al kan de trombose soms ook in bijvoorbeeld een arm zitten. Soms ontstaat door een trombose een longembolie. Dit is een stolsel dat een longader afsluit. Vaak mag u na de onderzoeken naar huis en is opname in het ziekenhuis niet nodig. U krijgt medicijnen mee. Ook krijgt u een afspraak met de internist of verpleegkundige antistolling.

De medicijnen die u meekrijgt, zijn antistollingsmiddelen. Deze middelen zorgen ervoor dat de trombose niet groter kan worden en dat er geen nieuwe stolsels ontstaan. Uw lichaam zal zelf het bestaande stolsel oplossen of verkleinen.

Afspraken

U komt binnen vier weken na de diagnose voor een afspraak naar de polikliniek Interne Geneeskunde. U heeft daar een gesprek met de internist en/of de verpleegkundige antistolling. Zij bespreken uitgebreid met u wat de oorzaak van de trombose kan zijn. In veel gevallen is de precieze oorzaak overigens niet te achterhalen.

Samen met u bepalen ze hoe lang we u moeten behandelen met de antistollingsmiddelen en (bij een trombosebeen) met een steunkous. De internist en de verpleegkundige antistolling zijn vanaf nu uw aanspreekpunt. Bij vragen kunt u bellen met de polikliniek Interne Geneeskunde. De actuele telefoonnummers vindt u op www.haaglandenmc.nl.

Steunkous

Als u een trombosebeen heeft, krijgt u op de SEH een tijdelijke steunkous, die u dag en nacht om het been moet dragen. U mag de steunkous alleen uitdoen, wanneer u gaat douchen of in bad gaat. U heeft ook een afspraak met de dermatoloog. De dermatoloog meet voor u een definitieve steunkous aan, die u tijdens de verdere behandeling draagt. Deze kous hoeft u alleen overdag en ’s avonds te dragen. Tijdens het slapen mag hij uit. Ook mag u deze steunkous uittrekken, wanneer u gaat douchen of in bad gaat. U draagt de steunkous minimaal zes maanden. Samen met de arts overlegt u wanneer u stopt met het dragen van de steunkous.

Wat zijn trombose en longembolie?

Als u ergens een wondje heeft en bloedt, stolt uw bloed. Het bloed wordt hard en stopt de bloeding. Op die manier beschermt uw lichaam u tegen het gevaar van bloedingen. Soms stolt het bloed zomaar vanzelf, zonder dat er een bloeding is. Dan ontstaat er in uw bloedvaten een soort propje, ofwel een stolsel. Dit noemen we een trombose. Een trombose ontstaat meestal in een been (trombosebeen) en soms in een arm (trombosearm) of op een andere plek. Soms breekt een stukje van het propje af, waarna het via de bloedvaten naar de longen gaat. Als hierdoor een bloedvat in de longen verstopt raakt, noemen we dat een longembolie. De soort trombose die we bij u hebben vastgesteld, kan nooit een hersen- of hartinfarct veroorzaken.

Klachten trombosearm of -been

Mogelijke klachten van een trombosearm of -been zijn:

  • zwelling van de arm of het been
  • een zwaar gevoel of pijn in uw arm of in uw been (vooral in de kuit)
  • een blauwe verkleuring van de arm of het been
  • een strakgespannen huid van de arm of het been
  • een rode en glanzende arm of been, met dik opgezette aderen op de huid

Als u een trombosebeen of trombosearm heeft, heeft u niet per se een van bovenstaande klachten. Soms heeft u alleen maar wat last van pijn in uw been of arm.

Klachten longembolie

Mogelijke klachten van een longembolie zijn:

  • een benauwd gevoel
  • pijn op de borst bij iedere ademhaling
  • hoesten
  • ophoesten van bloed
  • een versnelde ademhaling
  • een verhoogde hartslag
  • zweten
  • een licht gevoel in het hoofd

Een longembolie kan gevaarlijk zijn als u deze niet direct laat behandelen. De ernst van de longembolie hangt af van de grootte van het stolsel en de plek in de longen waar het ontstaat.

Oorzaken

Trombose ontstaat vaak door meerdere factoren. Hieronder noemen we ze in het kort. Het is goed om u te realiseren dat we bij veel patiënten uiteindelijk niet de precieze oorzaak kunnen vinden, waardoor zij een trombose hebben gekregen.

Vertraagde bloedstroom:

  • door lang stilzitten tijdens een (vlieg)reis
  • na een operatie
  • door langdurige bedrust
  • door ernstige ziekte

Verhoogde hoeveelheid vrouwelijke geslachtshormonen:

  • door zwangerschap/kraambed
  • door een anticonceptiepil

Overige oorzaken:

  • ouderdom
  • geneesmiddelen
  • ziekte
  • eerdere trombose
  • genetisch

Voorkomen van trombose en longembolie

Door gezond te leven, verkleint u de kans op een trombose of longembolie:

  • Eet gezond.
  • Beweeg voldoende. Zo stimuleert u de bloedsomloop.
  • Voorkom overgewicht.
  • Stop met roken.

Heeft u trombose gehad tijdens het gebruik van een anticonceptiepil (de pil)? Dan adviseren wij om geen anticonceptiepil meer te nemen, vanwege het verhoogde risico op trombose. Als u antistollingsmiddelen gebruikt, mag u de anticonceptiepil wél gewoon gebruiken. De antistollingsmiddelen beschermen u dan tegen een nieuwe trombose. Heeft u vragen hierover? Neem dan contact op met uw behandelend arts.

Heeft u al eens een trombose of longembolie gehad? Dan heeft u een grotere kans om nog eens een trombose of longembolie te krijgen. Het is dan extra belangrijk om een nieuwe trombose te voorkomen. Laat u altijd tijdig behandelen als u toch een trombose krijgt.

Behandeling

De behandeling bestaat uit medicijnen, die ervoor zorgen dat uw bloed niet zomaar stolt. Dit noemen we antistollingsmiddelen. Deze behandeling moet nieuwe stolsels voorkomen én voorkomen dat bestaande stolsels groter worden. Bij een trombosebeen bestaat de behandeling ook uit het dragen van een steunkous. Een steunkous zorgt voor een betere doorstroming van het bloed. Daardoor kan uw been beter herstellen en kunnen we klachten op de lange termijn vaak voorkomen.

Post-trombotisch syndroom

Ongeveer één op de vier patiënten die een trombosebeen of trombosearm hebben gehad, krijgen het post-trombotisch syndroom. Dit is een langdurige (chronische) ontsteking aan de bloedvaten van het been of de arm.

Normaal gesproken kan bloed dat omhoog stroomt, niet terug omlaag stromen. Hiervoor zorgen klepjes in de ader. Soms raken deze klepjes beschadigd door een trombose. Daardoor kan het bloed wel makkelijk terugstromen. Hierdoor neemt de druk op de aders en de kleine haarvaatjes toe. Het bloed blijft dan als het ware stilstaan in sommige delen van de aders. Daar kan dan een ontsteking ontstaan. Zo’n ontsteking noemen we een post-trombotisch syndroom.

Klachten post-trombotisch syndroom

  • een zwaar, moe gevoel of kramp in arm of been
  • vochtophoping (oedeem)
  • verkleuringen van de huid
  • eczeem
  • spataders
  • wonden die moeilijk genezen

Om te voorkomen dat u het post-trombotisch syndroom krijgt, is het belangrijk om een steunkous te dragen en de adviezen hierover goed op te volgen.

Leefregels

De volgende leefregels gelden als u antistollingsmedicijnen gebruikt:

  • Sporten: U mag sporten en bewegen. Dit raden we zelfs aan. Kijk wel uit met contactsporten of activiteiten waarbij u kneuzingen kunt oplopen of kunt vallen. U gebruikt nu antistollingsmiddelen en loopt daardoor een groter risico op een bloeding. Blijf bij al uw bezigheden luisteren naar uw lichaam. Stop tijdig en ga niet over uw grenzen heen. Draag bij het wielrennen altijd een helm.
  • Alcohol: Drink niet meer dan één of twee glazen alcohol per dag.
  • Medicijngebruik: Neem iedere dag de antistollingsmedicijnen op dezelfde tijd(stippen). Stop nooit uit uzelf met de voorgeschreven medicijnen.
    U mag alleen stoppen in overleg met uw behandelend arts.
  • Zwangerschap/borstvoeding: U mag tijdens de behandeling niet zwanger worden. Bent u al zwanger of geeft u borstvoeding? Geef dit dan aan bij uw behandelend arts. De antistollingsmedicatie kan schadelijk zijn voor het ongeboren kind en/of overgaan in moedermelk. Heeft u een zwangerschapswens? Geef dit dan ook aan bij uw behandelend arts. Deze kan dan eventueel een ander middel voorschrijven.
  • Anticonceptie (de pil): Tijdens de behandeling moet u de anticonceptiepil blijven gebruiken. Het gebruik van antistollingsmiddelen kan namelijk leiden tot heviger bloedverlies tijdens de menstruatie. U bent tijdens de behandeling met antistolling beschermd tegen een nieuwe trombose of de uitbreiding van een bestaande trombose. Overleg met uw behandeld arts als u wilt stoppen met de pil of een andere pil wilt slikken.
  • Vakantie: Neem voldoende antistollingsmiddelen mee op vakantie.
    De antistollingsmiddelen die u gebruikt, zijn mogelijk niet verkrijgbaar in het buitenland. Vraag uw apotheek om een zogenoemd medicatiepaspoort. Neem iedere dag de antistollingsmiddelen op dezelfde tijd(stippen). Houd de Nederlandse tijd aan als u naar het buitenland reist.
  • (Vlieg)reizen: Tijdens en na de behandeling mag u reizen met het vliegtuig. Het is verstandig om de eerste dagen na het starten van de behandeling met antistollingsmiddelen niet te vliegen. Het duurt even voordat de antistollingsmiddelen voldoende werken. Bespreek het met uw behandelend arts als u snel een vliegreis moet maken. Houd tijdens een vliegreis uw kuitspieren in beweging en maak iedere twee uur een loopje. Hetzelfde advies geldt als u een reis maakt met de auto, trein of de bus.
  • Sauna: Ga de eerste twee maanden van de behandeling niet naar de sauna. Dit kan een nadelig effect hebben op het herstel bij trombose.

Antistollingsmiddelen

Als u een trombose of longembolie heeft, bestaat de behandeling altijd uit het nemen van antistollingsmiddelen. Deze medicijnen voorkomen dat het stolsel groter wordt of dat er nieuwe stolsels ontstaan. Meestal begint u de behandeling met zogenoemde Directe Orale Anticoagulantia (DOAC). Dit zijn medicijnen die direct een anti-stollend effect hebben.

In andere gevallen kiezen we voor heparine-injecties. Lees altijd de bijsluiter en andere informatie over de medicijnen goed door. Hieronder staat een beschrijving van de meest voorkomende antistollingsmiddelen en het gebruik ervan.

Apixaban

Gebruik

  • Houd u altijd precies aan het voorschrift van de arts. Zo zorgt u ervoor dat apixaban goed werkt.
  • Twijfelt u ergens over? Neem dan altijd contact op met de polikliniek Interne Geneeskunde of de apotheker.
  • Neem de tabletten in met een glas water, met of zonder eten.
  • U mag gewoon alles eten tijdens de behandeling met apixaban .

Heeft u moeite om de tabletten in hun geheel door te slikken? Praat dan met uw behandelend arts of de apotheker over andere manieren om apixaban in te nemen. U mag bijvoorbeeld een tablet fijn maken en oplossen in water, appelsap of moes.

De eerste zeven dagen neemt u twee keer per dag twee tabletten van 5 milligram. Dat zijn twee tabletten ’s morgens en twee tabletten ’s avonds.

Vanaf dag acht neemt u twee keer per dag één tablet van 5 milligram. Dat is één tablet ’s morgens en één tablet ’s avonds.

Duur behandeling

De duur van de behandeling met apixaban kan variëren. Uw arts bepaalt hoe lang de behandeling duurt. Stop niet met apixaban zonder dit met uw arts te overleggen.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk medicijn kan apixaban bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet iedereen hiermee te maken. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • blauwe plekken
  • een bloedneus
  • zwellingen
  • bloedend tandvlees
  • bloed in de urine of ontlasting
  • kleine oogbloedingen
  • interne bloedingen

Een interne bloeding kan zich uiten in plotselinge pijn, een zwelling of een ongemakkelijk gevoel, hoofdpijn, duizeligheid of een zwak gevoel.

Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Doe dit ook als de bijwerking niet in de bijsluiter staat vermeld.

Combinatie met andere medicijnen

Schrijft uw arts of apotheker u andere medicijnen voor? Laat dan altijd weten dat u ook apixaban gebruikt. Sommige medicijnen versterken de effecten van apixaban en sommige medicijnen verzwakken de effecten.

Tablet vergeten in te nemen

apixaban.png

Te veel tabletten ingenomen

Heeft u te veel tabletten ingenomen? Neem dan direct contact op met uw arts of apotheker. Neem de verpakking van de apixaban mee, ook als er geen tabletten meer over zijn. Als u te veel apixaban heeft ingenomen, dan heeft u soms een verhoogde kans op bloedingen.

Gebruik van apixaban altijd melden

Meld altijd aan zorgverleners dat u apixaban gebruikt. Zorgverleners zijn bijvoorbeeld uw medisch specialist, tandarts, pedicure of drogist.

Zij moeten weten dat u het antistollingsmiddel apixaban gebruikt, omdat er bij sommige operaties en behandelingen een grotere kans is op een bloeding.

Rivaroxaban

Gebruik

  • Houd u altijd precies aan het voorschrift van de arts. Zo zorgt u ervoor dat rivaroxaban goed werkt.
  • Twijfelt u ergens over? Neem dan altijd contact op met de polikliniek Interne Geneeskunde of de apotheker.
  • Neem de tabletten in met een glas water, mét eten.
  • De eerste drie weken neemt u twee keer per dag één tablet van15 milligram. Dat is één tablet ’s morgens en één tablet ’s avonds.
  • Vanaf week vier neemt u één keer per dag één tablet van 20 milligram. Neem deze tablet ’s avonds.
  • Als u een verminderde nierfunctie heeft, kan uw behandelend arts de hoeveelheid medicijnen verlagen.

Duur behandeling

De duur van de behandeling met rivaroxaban kan variëren. Uw arts bepaalt hoe lang de behandeling duurt. Stop niet met rivaroxaban zonder dit met uw arts te overleggen.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk medicijn kan rivaroxaban bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet iedereen hiermee te maken. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • ongebruikelijke blauwe plekken
  • neusbloedingen, tandvleesbloedingen of een snee, waarbij de bloeding langer dan 20 minuten duurt
  • menstrueel bloedverlies dat erger is dan normaal
  • roze of bruine urine
  • rode of zwarte ontlasting
  • pijn
  • zwelling of ongemak
  • hoofdpijn, duizeligheid of zwakte
  • interne bloedingen

Een interne bloeding kan zich uiten in plotselinge pijn, een zwelling of een ongemakkelijk gevoel, hoofdpijn, duizeligheid of een zwak gevoel.

Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Doe dit ook als de bijwerking niet in de bijsluiter staat vermeld.

Combinatie met andere medicijnen

Schrijft uw arts of apotheker u andere medicijnen voor? Laat dan altijd weten dat u ook rivaroxaban gebruikt. Sommige medicijnen versterken de effecten van rivaroxaban en sommige medicijnen verzwakken de effecten.

Tablet vergeten in te nemen

Bent u vergeten een tablet in te nemen in de eerste drie weken? Neem dan direct een tablet van 15 milligram in, zodra u zich dit herinnert.

Bent u vergeten twee tabletten in te nemen in de eerste drie weken? Neem dan direct twee tabletten van 15 milligram in, zodra u zich dit herinnert.

Volg de dag erna weer het normale schema van twee keer per dag één tablet van 15 milligram.

Bent u vergeten een tablet in te nemen ná de eerste drie weken? Neem dan direct een tablet van 20 milligram in, zodra u zich dit herinnert (of een tablet van 15 milligram, als u een verminderde nierfunctie heeft)

Volg de dag erna weer het normale schema van één keer per dag één tablet van 20 milligram.

Neem na de eerste drie weken niet meer dan één tablet per dag.

Te veel tabletten ingenomen

Heeft u te veel tabletten ingenomen? Neem dan direct contact op met uw arts of apotheker. Neem de verpakking van de rivaroxaban mee, ook als er geen tabletten meer over zijn. Als u te veel rivaroxaban heeft ingenomen, dan heeft u soms een verhoogde kans op bloedingen.

Gebruik van rivaroxaban altijd melden

Meld altijd aan zorgverleners dat u rivaroxaban gebruikt. Zorgverleners zijn bijvoorbeeld uw medisch specialist, tandarts, pedicure of drogist. Zij moeten weten dat u het antistollingsmiddel rivaroxaban gebruikt, omdat er bij sommige operaties en behandelingen een grotere kans is op een bloeding.

Dabigatran

Gebruik

  • Houd u altijd precies aan het voorschrift van de arts. Zo zorgt u ervoor dat dabigatran goed werkt.
  • Twijfelt u ergens over? Neem dan altijd contact op met de polikliniek Interne Geneeskunde of de apotheker.
  • Wanneer u een trombose of een longembolie heeft gekregen, behandelen we u direct met heparine-injecties. Na vijf dagen stopt u met deze injecties en gaat u Dabigatran-capsules nemen.
  • Neem de eerste capsule dabigatran 22 à 24 uur na de laatste heparine-injectie.
  • Bewaar de dabigatran-capsules in de originele verpakking. U mag de dabigatran-capsules niet in een medicijndoosje of baxterrol stoppen. Dabigatran is buiten de verpakking namelijk maar zes uur houdbaar.
  • Neem de tabletten in met een glas water, mét eten.
  • Slik de capsule in zijn geheel door (let op: u mag de capsule voor het inslikken dus niet openen!)
  • Neem twee keer per dag één capsule van 150 milligram. Dat is één tablet ’s morgens en één tablet ’s avonds.
  • Als u in aanmerking komt voor een verlaagde dosering van 110 milligram, dan informeert uw behandelend arts u hierover.

Duur behandeling

De duur van de behandeling met dabigatran kan variëren. Uw arts bepaalt hoe lang de behandeling duurt. Stop niet met dabigatran zonder dit met uw arts te overleggen.

Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk antistollingsmiddel verdunt dabigatran het bloed. Daarom hebben de meeste bijwerkingen te maken met verschijnselen als bloedingen of blauwe plekken.

Ongeveer één op de tien patiënten krijgt maag- en darmklachten van Dabigatran. Deze klachten kunnen enkele weken duren, maar gaan meestal voorbij. Eén op de negen patiënten heeft minder klachten als deze dabigatran inneemt met eten.

U kunt last krijgen van een interne bloeding. Een interne bloeding kan zich uiten in plotselinge pijn, een zwelling of een ongemakkelijk gevoel, hoofdpijn, duizeligheid of een zwak gevoel.

Krijgt u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Doe dit ook als de bijwerking niet in de bijsluiter staat vermeld.

Combinatie met andere medicijnen

Schrijft uw arts of apotheker u andere medicijnen voor? Laat dan altijd weten dat u ook dabigatran gebruikt. Sommige medicijnen versterken de effecten van dabigatran en sommige medicijnen verzwakken de effecten.

Capsule vergeten in te nemen

Tussen de inname van elke tablet moet minstens zes uur zitten.
Bent u een capsule vergeten in te nemen? U mag de vergeten capsule nog innemen tot zes uur vóór de volgende geplande inname.

Is het minder dan zes uur tot het moment van de volgende dosis?
Sla de vergeten dosis dan over.

Neem geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Te veel capsules ingenomen

Heeft u te veel capsules ingenomen? Neem dan direct contact op met uw arts of apotheker. Neem de verpakking van de dabigatran mee, ook als er geen capsules meer over zijn. Als u te veel dabigatran heeft ingenomen, dan heeft u soms een verhoogde kans op bloedingen.

Meld altijd het gebruik van dabigatran

Meld altijd aan zorgverleners dat u dabigatran gebruikt. Zorgverleners zijn bijvoorbeeld uw medisch specialist, tandarts, pedicure of drogist. Zij”moeten weten dat u het antistollingsmiddel dabigatran gebruikt, omdat er bij sommige operaties en behandelingen een grotere kans is op een bloeding.

Heparine-injecties

Gebruik

U plaatst de naald van de spuit vlak onder de huid. Dit is meestal in de buik.

Prik nooit in:

  • littekenweefsel
  • plaatsen die ontstoken of pijnlijk zijn
  • verlamde ledematen
  • plaatsen met rode en/of blauwe verkleuringen
  • een plek waar u lymfeklieren heeft laten verwijderen

Prikken doet u zo:

  • Openen van de verpakking
  • Houd de verpakking zo vast dat het grijze dopje naar beneden wijst. Verwijder het afdekpapier aan de achterzijde van boven naar beneden.

Het gereedmaken van de injectiespuit:
trombose_1.pngVerwijder het rubberen grijze dopje. Pak het vast en trek het in één beweging recht naar boven los.
Dit voorkomt dat u een druppel vloeistof meezuigt.
De luchtbel hoort in de spuit! Verwijder de luchtbel dus niet!

Het vastpakken van de huidplooi
mcm023942_image_5.pngNeem een huidplooi tussen duim en wijsvinger.

 

 

Het inbrengen van de injectienaald
mcm023947_image_10.pngHoud de spuit rechtop.
Breng de naald in zijn geheel loodrecht (rechtop) in de huidplooi.
Trek de zuiger niet omhoog.

 

Inspuiten en verwijderen van de injectie
mcm023950_image_13.pngSpuit de vloeistof langzaam in door de zuiger zo ver mogelijk naar beneden te duwen.
Nadat u de vloeistof heeft ingespoten, trekt u de naald terug en laat u de huidplooi los.
Niet nawrijven!
Het kan een beetje bloeden op de plaats van de injectie. Druk dan enige minuten op de plek met uw vingers.

Het plaatsen van de beschermhuls
mcm023956_image_19.png
Na het toedienen van de onderhuidse injectie schuift u de beschermhuls over het spuitje in de richting van de naald totdat u een klik hoort.

 

mcm023960_image_23.pngU heeft de beschermhuls nu vergrendeld en de naald afgeschermd.

 

 

Injectie vergeten te zetten

Is het minder dan vier uur na het tijdstip dat u de spuit moest zetten?
Dan kunt u de injectie gewoon nog zetten.

Is het meer dan vier uur na het tijdstip dat u de spuit moest zetten?
Dan mag u de injectie niet zetten. Neem dan contact op met uw behandelend arts.

Trombose en longembolie

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis