Tracheotomie

Op deze webpagina vindt u informatie over een tracheotomie (luchtpijpsnede). Een tracheotomie is over het algemeen bedoeld als een tijdelijke ingreep. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u daarmee altijd terecht bij een van de artsen of de verpleegkundigen.

Afspraak en contact

088 979 18 90
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over tracheotomie

Op deze webpagina vindt u informatie over een tracheotomie (luchtpijpsnede). Een tracheotomie is over het algemeen bedoeld als een tijdelijke ingreep. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u daarmee altijd terecht bij een van de artsen of de verpleegkundigen.

Wat is een tracheotomie?

Een tracheotomie is een operatie, waarbij er via de hals een opening in de luchtpijp wordt gemaakt. Daarin wordt een hol buisje (= tracheacanule) aangebracht. Hierdoor staat de luchtpijp dan in directe verbinding met de buitenlucht. Een tracheotomie wordt bij u gedaan om u gemakkelijker te laten ademhalen. De ademweg wordt korter, waardoor het ademen minder inspanning kost.

Een tracheotomie kan nodig zijn als u tijdelijk niet kunt ademen via de mond of neus. Bijvoorbeeld doordat er zich een belemmering bevindt in het strottenhoofd, in de mond of de keelholte.
tracheotomie.jpg

Wanneer wordt er een tracheotomie gedaan?

  • Als door een operatie in de mond en/of keelholte er een kans bestaat op zwelling van de weefsels, waardoor de ademhaling kan worden belemmerd. In dat geval wordt deze ingreep uit voorzorg uitgevoerd tijdens de operatie.
  • Als de ademhaling belemmerd wordt door zwelling van de weefsels en/of bloed (bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk).
  • Als er zwelling in de weefsels in het hoofd/halsgebied ontstaat door bestraling of een allergische reactie.
  • Als er een tumor aanwezig is in en om het strottenhoofd of in de mond/keelholte.
  • Wanneer u last heeft van dubbelzijdige stembandverlamming.

Wat is een tracheacanule?

Bij een tracheotomie wordt een hol buisje ingebracht in de luchtpijp: de tracheacanule. Een tracheacanule bestaat uit een binnen- en een buitencanule. De buitencanule zit in de luchtpijp. De binnencanule is in de buitencanule geschoven. Om het uiteinde van de buitencanule zit een opblaasbare ring (= cuff) in de luchtpijp. Als deze cuff opgeblazen is, kan er geen lucht langs de tracheacanule stromen. U heeft een ‘ballonnetje’ in uw luchtpijp, dat ervoor zorgt dat alle lucht door de tracheacanule stroomt. Ook kan er hierdoor geen speeksel in de luchtpijp komen. U ademt dan geheel via de tracheacanule. De buitenkant van de cuff zit tegen de binnenwand van de luchtpijp aan als de cuff (het ballonnetje) opgeblazen is.

De ingreep

De ingreep wordt uitgevoerd door een chirurg of een KNO-arts. Een tracheotomie is in principe niet pijnlijk. Er wordt tijdens de operatie een kleine opening gemaakt aan de voorkant van uw hals, iets onder uw adamsappel. Door deze opening wordt de canule dan in de luchtpijp geschoven.

U mag zich op de dag van de ingreep melden in het ziekenhuis, of een dag eerder als dit met u is afgesproken. De ingreep vindt over het algemeen plaats onder algehele narcose. Dit betekent voor u dat u enige tijd voor de operatie niet mag eten of drinken (= nuchter zijn). Hoelang u nuchter moet zijn, hoort u van de anesthesist. Dit is de arts die verantwoordelijk is voor de verdoving en de pijnbestrijding rond de operatie.

Zult u met de canule naar huis gaan? Dan zullen we u de dagen na de ingreep leren hoe u de canule moet verzorgen. U kunt het ziekenhuis verlaten als u dit onder de knie heeft, of als hiervoor hulp vanuit de thuiszorg is geregeld. Over het algemeen bent u een kleine week in het ziekenhuis.

Gevolgen van de ingreep

Niet kunnen praten: De eerste dagen na de ingreep kunt u niet praten. Om te kunnen praten, moet er lucht langs de stembanden gaan. Door de aanwezigheid van een ballonnetje rond de buitencanule gebeurt dit niet. Zodra de canule met ballonnetje is gewisseld voor een canule zonder ballonnetje, kunt u praten door bij het uitademen de vinger op de canule te houden. Soms lukt praten ook als het ballonnetje leeg mag blijven. Als de canule is gewisseld voor een canule zonder ballonnetje, kan er een spraakklepje op de canule geplaatst worden. Voor de dagen waarop u nog niet kunt praten, kan het schrijven op een blocnote uitkomst bieden.

Benauwdheid: De neus verwarmt, bevochtigt en filtert de ingeademde lucht. Met een canule vallen al deze functies weg. U ademt immers niet meer via de neus, maar via de canule. Het slijm dikt daardoor gemakkelijk in, waardoor er korstvorming ontstaat in de canule. U kunt zich hierdoor benauwd gaan voelen. Het is daarom belangrijk om zo snel mogelijk een filter op de canule te gaan gebruiken, dat de ingeademde lucht filtert zoals normaal gesproken de neus zou doen. De verpleegkundige zal aangeven wanneer u een filter kunt gebruiken.

Een wondje op de huid: Door de druk van de canule op de buitenkant van de huid van de hals, kan er een wondje ontstaan. Met behulp van een splitgaas proberen we dit te voorkomen.

Vervangen van een tracheacanule

De eerste dagen na de operatie zit er een plastic canule met een ballonnetje in de opening naar de luchtpijp. Als dat in uw situatie kan, zullen we deze canule zo snel mogelijk verwisselen voor een canule zonder ballonnetje. Met de canule zonder ballonnetje kunt u beter praten.

Hoe blijft de tracheacanule op zijn plaats zitten?

Aan de tracheacanule zit een schildje met twee openingen, waardoor een bandje gedaan wordt. Dit bandje gaat om uw hals en wordt met klittenband bevestigd. Soms wordt de canule met twee hechtingen in de hals vastgemaakt.

De verzorging van een tracheacanule

Vlak na de plaatsing van de tracheacanule heeft u last van meer slijmvorming. We zullen de binnencanule daarom regelmatig schoonmaken of voorzichtig leegzuigen. Ook zult u meerdere malen per dag verneveld worden. Dit om slijm makkelijker op te kunnen hoesten. Anders zou er een korst kunnen ontstaan in de canule, waardoor u moeilijker zou kunnen ademhalen. Wanneer dat nodig is, zal de verpleegkundige enkele druppels Natriumchloride 0,9% in uw canule druppelen. Het ophoesten gaat dan makkelijker. U kunt trouwens douchen met de tracheacanule. Daar zijn speciale hulpmiddelen voor. Vraag de verpleegkundige om meer informatie.

De binnencanule wordt elke drie uur uit de buitencanule gehaald, schoongemaakt en opnieuw ingebracht. ’s Nachts kijkt de verpleegkundige of het nodig is om de tracheacanule schoon te maken. Het verzorgen van de tracheacanule kan een hoestprikkel opwekken. Als u niet goed genoeg op kan hoesten, zal de tracheacanule uitgezogen worden. Er wordt dan door de verpleegkundige of fysiotherapeut een slangetje in de tracheacanule ingebracht, waarmee het overtollige slijm wordt weggezogen. De fysiotherapeut komt ook bij u langs om ademhalingsoefeningen met u te doen en helpt u eventueel met ophoesten.

Mogelijke complicaties

De opening in uw hals kan dichtgaan als de tracheacanule er per ongeluk uitgaat. Uw ademweg wordt dan geblokkeerd. Overigens zit de canule goed vast. Hij zal er dus niet vanzelf uitgaan. Daarnaast is er een zeer kleine kans dat de uitgeademde lucht onder de huid terechtkomt (= emfyseem). Als gevolg van de tracheacanule kunt u verder een luchtweginfectie krijgen, die dan met antibiotica behandeld kan worden.

Voeding

Meestal kunt u na de tracheotomie niet eten. U krijgt dan voeding via een slangetje dat via de neus naar de maag gaat (= een sonde). Hierdoor komt de voeding in de maag terecht. De logopediste (= dit is een deskundige op het gebied van spreken en slikken) komt bij u langs om te kijken of u goed kunt slikken.

Als het slikken goed gaat, mag u weer beginnen met eten en drinken door de mond. Of u alleen mag drinken of ook mag eten, bepaalt de logopediste. U begint dan met een dik, vloeibaar dieet. Dit betekent dat vloeibare dranken ook verdikt moeten worden. Als dit goed gaat, mag u starten met gemalen voedsel. Ten slotte mag u weer gewoon eten. Ook dit opbouwen van het eten en drinken wordt door de logopediste bepaald.

In het begin kan het slikken anders voelen dan normaal en gaat het ook niet zo snel als gewoonlijk. Het is erg belangrijk om het eten goed te kauwen en rustig te eten. Dit is om te voorkomen dat u zich verslikt. De voedingsassistente komt bij u langs met eten en drinken. Zij helpt u bij het eten als dat nodig is. De diëtiste komt bij u langs om u een voedingsadvies te geven.

Spraakcanule

Als u het slijm weer goed kunt ophoesten, kunt u een tracheacanule krijgen zonder cuff. Als u een tracheacanule zonder cuff hebt, kunt u spreken met behulp van een spreekklep (= spraakcanule). Dit is een soort dopje met een klepje waardoor u adem kunt halen, maar ook kunt praten. Als u gaat slapen moet u de spreekklep altijd vervangen door een HME filter. Dit helpt het indikken van het slijm en infecties van het slijmvlies te voorkomen.

Opheffen van een tracheotomie

Als het goed met u blijft gaan met de tracheacanule zonder cuff, dan wordt de tracheacanule afgedopt (= op de canule wordt een dopje geplaatst). Hierdoor ademt u alleen door de neus of mond. Dit afdoppen wordt langzaam opgebouwd, om te observeren of u niet benauwd wordt. Als u dit 24 uur vol kunt houden, wordt de tracheacanule zonder cuff verwijderd door de arts of een verpleegkundige van het KNO-team.

De opening die ontstaat, wordt afgeplakt of gehecht. Iedere dag wordt het gaasje verschoond, totdat de opening helemaal gesloten is. De wond van de tracheotomie geeft bijna nooit een lelijk litteken.

Naar huis met een tracheacanule

Mocht u naar huis gaan met een tracheacanule, dan zal de verpleegkundige in het ziekenhuis u voor u naar huis gaat begeleiden bij het aanleren van de canulezorg en het omgaan met de nieuwe situatie. U krijgt ook een instructie op papier mee. Verder zullen wij thuiszorg voor u aanvragen. Het aantal keren dat de thuiszorg langskomt, hangt af van wat u zelf kunt doen.

Wat te doen bij…

  • Benauwdheid: Wanneer U benauwd bent, kunt u het beste de canule een keer druppelen en schoonmaken. Er bestaat een grote kans dat er wat vastzittend slijm inzit.
  • Droge luchtpijp: Het gebruik van filters wordt sterk aanbevolen. Dan zal een droge luchtpijp zelden voorkomen.
  • Veel slijm: Als de ingreep nog kortgeleden is, zult u wat meer slijm ophoesten. Dat komt door de prikkeling van de slijmvliezen. Wanneer u de filters gaat gebruiken, zult u zien dat de slijmproductie af gaat nemen. Heeft u toch last van veel slijm? Dan kunt u de verpleegkundige vragen extra te vernevelen of te druppelen. Ook kan zij indien nodig de canule uitzuigen.
  • Eruit vallen van de canule: Als de binnencanule eruit valt, dan is dit niet erg. Deze kan na schoonmaken weer teruggeplaatst worden. Het komt niet vaak voor dat de gehele canule eruit valt. Het kan bijvoorbeeld gebeuren bij het verwisselen van het canulebandje. De tracheotomiewond zal dan de neiging hebben om dicht te vallen. Mocht de gehele canule eruit vallen, dan moet u zo snel mogelijk de verpleegkundige waarschuwen (in het ziekenhuis) of 112 bellen (als u thuis bent).

Tot slot

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u zich wenden tot uw behandelend arts of het verpleegkundig team hoofd/hals oncologie van KNO. Wij zijn van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 16.30 uur bereikbaar via telefoonnummer 088 979 31 63.

Bij een vraag of probleem dat niet kan wachten, kunt u buiten kantooruren contact opnemen met de Spoedeisende Hulp van HMC Westeinde via telefoonnummer 088 979 23 80.

Tracheotomie

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis