Subduraal hematoom

U bent opgenomen met een subduraal hematoom. Dit is een bloeduitstorting tussen het buitenste, harde hersenvlies en het middelste spinnenwebvlies. Meestal is dit het gevolg van een kleiner of groter ongeluk. Er loopt bloed tussen de hersenvliezen, waardoor een bloeduitstorting ontstaat die gaat stollen: een hematoom. Het hematoom gaat duwen op het hersenweefsel en veroorzaakt verhoogde druk in het hoofd, waardoor neurologische uitval kan ontstaan. Afhankelijk van de situatie zijn de klachten meer of minder ernstig en kan de behandeling verschillen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een acuut en een chronisch subduraal hematoom.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Antoniushove en
HMC Westeinde 088 979 43 65
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur

HMC Bronovo 088 979 44 26
ma t/m vr van 09.00 - 16.00 uur

Locatie

Cijfers

HMC is sinds 2015 landelijk expertisecentrum voor gliomen

Over subduraal hematoom

U bent opgenomen met een subduraal hematoom. Dit is een bloeduitstorting tussen het buitenste, harde hersenvlies en het middelste spinnenwebvlies. Meestal is dit het gevolg van een kleiner of groter ongeluk. Er loopt bloed tussen de hersenvliezen, waardoor een bloeduitstorting ontstaat die gaat stollen: een hematoom. Het hematoom gaat duwen op het hersenweefsel en veroorzaakt verhoogde druk in het hoofd, waardoor neurologische uitval kan ontstaan. Afhankelijk van de situatie zijn de klachten meer of minder ernstig en kan de behandeling verschillen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een acuut en een chronisch subduraal hematoom.

Acuut subduraal hematoom

Een acuut subduraal hematoom ontstaat meestal na geweld, een ernstig ongeluk of een val. Er ontstaan scheuren in de bloedvaten tussen de hersenvliezen, waardoor er in korte tijd (meestal binnen 48 uur) een bloeding ontstaat, die in meer of mindere mate op de hersenen drukt. De klachten kunnen variëren van mild tot ernstig, zoals:

  • Hoofdpijn
  • Misselijkheid, overgeven
  • Verward gedrag, desoriëntatie
  • Moeite met het uiten of begrijpen van gesproken taal
  • Uitval van gelaat, armen of benen (bijvoorbeeld minder kracht)
  • Slaperigheid, bewustzijnsverlies

Chronisch subduraal hematoom

Een chronisch subduraal hematoom komt het meeste voor. Doorgaans betreft het oudere mensen die bloedverdunnende medicatie gebruiken en enkele weken of maanden eerder een klein letsel aan het hoofd hebben opgelopen. Er ontstaat heel langzaam een bloeduitstorting, die vervloeit tot een holte met vocht. Bij een chronisch subduraal hematoom ontstaan de klachten geleidelijk in de loop van weken tot maanden, zoals:

  • Hoofdpijn
  • Misselijkheid, overgeven
  • Verwardheid, desoriëntatie, stoornissen in het denken
  • Loopstoornissen
  • Moeite met het uiten of begrijpen van gesproken taal
  • Uitval van gelaat, armen of benen (bijvoorbeeld minder kracht)
  • Epileptische aanvallen
  • Apathie, gedragsveranderingen
  • Slaperigheid, bewustzijnsverlies

Diagnose

Bij het vermoeden van een subduraal hematoom wordt een CT-scan (röntgenopname) van de hersenen gemaakt. De bloeduitstorting is hierbij te zien als een witte of donkere, onregelmatige vlek tussen de hersenen en de schedel. Op de CT-scan kan ook de grootte van de bloeduitstorting worden bepaald en de mate van druk op de onderliggende hersenstructuren.

Behandeling

Wanneer de klachten mild zijn en het hematoom klein, kan gekozen worden voor een afwachtende houding. In veel gevallen zal het hematoom na enige tijd spontaan verdwijnen. Bij ernstige of aanhoudende klachten bij een grote bloeding kan een operatie noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de situatie wordt het bloed weggehaald via een klein boorgat of een groter luik (craniotomie) in de schedel.

Voorbereiding op de operatie

De dag van de operatie moet u vanaf middernacht nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf dat moment niets meer mag eten en drinken. Een uitzondering hierop is bepaalde medicatie, die u met een kleine hoeveelheid water mag innemen. De verpleegkundige bespreekt dit met u. Korte tijd voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht voor de laatste voorbereidingen en controles.
Het tijdstip van de operatie valt van tevoren niet precies te zeggen. Operaties vóór u kunnen langer duren dan verwacht en soms moet u wachten, omdat er een spoedoperatie tussendoor komt. Als er sprake is van spoed, wordt de operatie binnen enkele uren verricht. Dit is bijvoorbeeld het geval als het bewustzijn ernstig is gedaald.

Vóór en na de operatie voert de verpleegkundige regelmatig neurologische controles bij u uit, waarbij deze kijkt naar onder meer bewustzijn, pupilreacties en de kracht in armen en benen. U krijgt een infuus en soms een urinekatheter op de verpleegafdeling.

Boorgatdrainage

Bij een boorgatdrainage maakt de neurochirurg met een boor een kleine opening in uw schedel bij de bloeduitstorting. Het buitenste hersenvlies wordt voorzichtig opengesneden, waarna het oude bloed wordt weggespoeld met water. Als de ruimte tussen de vliezen voldoende gespoeld is, wordt vaak een klein slangetje met een reservoir (drain) achtergelaten, zodat de bloedresten en spoelvloeistof nog kunnen weglopen. Soms is dit niet nodig. De drain wordt meestal op de tweede dag na de operatie verwijderd door de verpleegkundige.

De operatie wordt onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. Dit houdt in dat u tijdens de ingreep wakker bent. Door de verdoving doet de operatie geen pijn, hoewel u een drukkend gevoel kan ervaren. U wordt tijdens de ingreep begeleid door het operatieteam, dat bestaat uit de chirurg, anesthesiemedewerker en de operatieassistent. Als de operatie niet onder plaatselijke verdoving kan worden uitgevoerd, gebeurt de ingreep onder volledige narcose. Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer en wordt u spoedig teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Craniotomie

Als een klein boorgat niet voldoende is, maakt de neurochirurg een groter botluik in de schedel om de bloeduitstorting goed te kunnen weghalen. Dit gebeurt altijd onder volledige narcose. Meestal krijgt u op de operatiekamer een urinekatheter en in sommige gevallen een wonddrain. Na een craniotomie wordt u minimaal 1 nacht op een bewaakte afdeling (Neuro Care of Intensive Care) opgenomen voor extra controles. Vanaf daar gaat u weer naar de verpleegafdeling.

Mogelijke complicaties

Hoewel veruit de meeste ingrepen probleemloos verlopen, is het belangrijk dat u op de hoogte bent van mogelijke complicaties die kunnen optreden. Deze kunnen effect hebben op de snelheid van het herstel en de opnameduur. De belangrijkste complicaties die kunnen voorkomen, zijn:

  • Een nabloeding, waardoor de neurologische uitval kan verslechteren
  • Een infectie, van de holte waar het bloed zat of oppervlakkig bij de wond
  • Epileptische aanvallen
  • Lekkage van hersenvocht
  • Lucht in de schedel (pneumencephalie)
  • Het terugkomen van de subdurale collectie, waardoor soms een tweede operatie nodig is (recidief)

Na de operatie

Wanneer u terug bent op de verpleegafdeling, krijgt u regelmatig controles van uw bloeddruk, hartslag, temperatuur, zuurstofgehalte, ademhaling, bewustzijn, pupilreacties en kracht. De verpleegkundige informeert regelmatig naar uw pijnscore. De dagen na de operatie oefent u met zelfstandigheid in lopen en met zelfzorg, veelal onder begeleiding van een verpleegkundige, een fysiotherapeut en – zo nodig – een ergotherapeut. Veel mensen merken snel verbetering na de operatie, maar het (volledige) herstel kan soms enkele weken tot maanden duren.

Ontslag

Als het herstel voorspoedig verloopt en u voldoende aangesterkt bent om zelfstandig thuis te kunnen zijn, mag u enkele dagen na de ingreep naar huis. Dit gebeurt mede in overleg met uw arts, verpleegkundige en fysiotherapeut. De ontslagmedicatie en leefregels worden met u besproken door de verpleegkundige of arts. Als directe terugkeer naar huis niet mogelijk is, gaan de artsen, verpleegkundigen en ondersteunende disciplines (fysiotherapie, logopedie, ergotherapie) met u en uw familie in overleg of er nazorg nodig is (bijvoorbeeld revalidatie of thuiszorg). Als u overgeplaatst was uit een ander ziekenhuis, wordt u ter overbrugging weer teruggebracht naar het verwijzend ziekenhuis voor verder herstel.

Enkele leefregels na ontslag

  • De wond moet de eerste 3 dagen na de operatie droog blijven. Daarna mag u hem voorzichtig spoelen en droogdeppen. Laat de wond niet weken (dus niet in bad gaan of zwemmen) en vermijd zeepproducten.
  • De hechtingen mogen ongeveer 10 dagen na de operatie door de huisarts worden verwijderd.
  • Vermijd de eerste 4 tot 6 weken zware lichamelijke inspanning en drukverhogende momenten, zoals vooroverbukken, persen en zwaar tillen.

Als u na uw ontslag 1 of meer van de volgende klachten krijgt, neem dan meteen contact op met het ziekenhuis:

  • Koorts, ziek zijn
  • Verandering van bewustzijn
  • Hoofdpijn die steeds erger wordt
  • Krachtsverlies aan armen of benen
  • Wondlekkage, roodheid of pus uit de wond

Contact

Tijdens kantoortijden (maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur),
Polikliniek Neurochirurgie van HMC Westeinde, telefoonnummer 088 979 43 65

Buiten kantoortijden
Verpleegafdeling Neurochirurgie (afdeling C9), telefoonnummer 088 979 21 67

 

Subduraal hematoom

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis