Staaroperatie

U bent doorverwezen naar het ziekenhuis omdat u (mogelijk) staar heeft. Deze webpagina geeft inzicht in wat staar is. Er staat beschreven hoe u zich kunt voorbereiden op een eventuele operatie.

Specialismen en team

Afspraak en contact

088 979 29 30
ma t/m vr van 08.00 - 12.00 uur en van 13.00 - 17.00 uur

info.oogheelkunde@haaglandenmc.nl

Locatie

Cijfers

Ca. 27.000 patiënten per jaar
2.500 oogheelkundige ingrepen per jaar in onze eigen operatiekamer in HMC Bronovo

Over staaroperatie

U bent doorverwezen naar het ziekenhuis omdat u (mogelijk) staar heeft. Deze webpagina geeft inzicht in wat staar is. Er staat beschreven hoe u zich kunt voorbereiden op een eventuele operatie.

Staar

Onder normale omstandigheden is de lens in het oog helder en doorzichtig. Staar (cataract) is het troebel worden van de natuurlijke ooglens. Het beeld waar wij naar kijken, wordt geprojecteerd op ons netvlies. Als de ooglens troebel is, worden lichtstralen in hun verloop gestoord, waardoor een onscherp beeld op het netvlies ontstaat.
Ouderdomsstaar is de meest voorkomende vorm van staar en is het gevolg van ouder worden. Door het samenklonteren van eiwitten wordt in de loop van de jaren de lens minder helder. Het gezichtsvermogen wordt hierdoor steeds slechter. Alles wat u ziet, wordt waziger en grauwer van kleur. De snelheid van de verslechtering verschilt van persoon tot persoon.
Ook op jongere leeftijd kan iemand staar krijgen. Staar kan aangeboren zijn. Ook kan het een gevolg zijn van een ongeval, medicijngebruik of ontsteking van het oog.

plaatje_oog.png

Mogelijke klachten door staar

  • Wazig zicht. Alles is mistig en onscherp.
  • Overgevoeligheid voor licht.
  • Het vermogen om kleuren te zien vermindert.
  • Dubbelbeelden met één oog.
  • Slechter zicht in de schemering of ’s avonds.
  • Verandering van de brilsterkte. Door staar kan de brilsterkte in korte tijd sterk veranderen.

Wanneer is een behandeling nodig?

Staar is te verhelpen door het verwijderen van de troebele lens en het inbrengen van een kunstlens. Hiervoor is een operatie noodzakelijk.

Wie staar heeft en nog goed genoeg ziet om goed te functioneren, hoeft zich niet te laten behandelen. Als staar zo hinderlijk wordt dat het dagelijkse leven verstoord wordt, kan het gezichtsvermogen worden hersteld met een staaroperatie.

Het komt ook regelmatig voor dat mensen nog weinig klachten hebben, maar toch door staar niet meer aan de rijbewijseisen voldoen. In dit geval kunt u voor de keus komen te staan om óf een staaroperatie te ondergaan óf de auto te laten staan.

Het vooronderzoek

Voordat de oogarts u opereert, zullen er onderzoeken plaatsvinden. Deze onderzoeken zal HMC zoveel mogelijk op dezelfde dag plannen.
Vult u voordat u naar het onderzoek komt het bijgevoegde vragenformulier in. Neem dit mee als u de afspraak heeft.

Op de dag van het onderzoek kunt u het volgende verwachten:

  • De doktersassistente geeft uitleg over de te volgen procedure en over de formulieren.
  • Er vindt oogheelkundig onderzoek plaats door de technisch oogheelkundig assistent of optometrist.
  • U heeft een afspraak voor het opmeten van de sterkte van de kunstlens (oculometrie). Mensen die harde contactlenzen dragen, moeten drie weken voor dit onderzoek de lenzen niet dragen. Dit geldt ook voor dragers van zachte, torische (cilindrische) contactlenzen. Mensen die andere zachte contactlenzen dragen, moeten deze twee weken voor het onderzoek niet dragen. Dit is van belang voor een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de sterkte van de kunstlens.
  • U heeft een consult bij de oogarts die u gaat opereren.
  • Alleen als het nodig is, krijgt u een bloedonderzoek, lichamelijk onderzoek, een hartfilmpje en een gesprek bij de anesthesist.
  • Tot slot krijgt u een afspraak voor de staaroperatie.

De (soorten) kunstlenzen

Bij de operatie wordt er een kunstlens ingebracht in uw oog. Afhankelijk van de nagestreefde uitkomst met betrekking tot de brilsterkte (voor veraf en lezen) na de operatie, kunt u kiezen voor:

  • Een monofocale standaard lens: Deze lens geeft op één afstand scherp zicht. Dit is meestal in de verte; om ook dichtbij goed te kunnen zien, is een leesbril nodig. Indien u een zogenaamde cilinderafwijking heeft, is ook nog een lichte correctie voor in de verte kijken nodig.
  • Een monofocale torische lens: Ook dit type lens geeft op één afstand scherp zicht; De lens corrigeert tevens een cilindrische afwijking. Patiënten die een cilindrische afwijking hebben aan de ogen, zijn na de operatie met deze lens minder brilafhankelijk voor de verte dan met de monofocale standaard lens. Voor de korte afstand is een leesbril nodig.
  • Een multifocale lens: Deze lens geeft op zowel de lange als op korte afstand een redelijk scherp tot scherp zicht en maakt zo een leesbril op de meeste afstanden overbodig. De nadelen van deze lenzen zijn dat u bij kunstlicht en tijdens autorijden in het donker last zou kunnen ondervinden van schitteringen en lichtkransen. Ook is er sprake van iets contrastverlies.
  • Een multifocale torische lens: Deze lens werkt als de hierboven genoemde lens en corrigeert bovendien een cilindrische afwijking.

De monofocale standaard lens valt onder de dekking van de basispolis van de ziektekostenverzekering. Voor torische en multifocale lenzen moet er worden bijbetaald. De oogarts zal met u bespreken of u eventueel in aanmerking komt voor een zogenaamde torische of multifocale implantlens. Deze lenzen zijn namelijk niet voor iedereen geschikt.

Het materiaal van alle bovengenoemde lenzen is hetzelfde. Het is niet zo dat één lens beter of slechter is. De lenskeuze heeft uitsluitend te maken met de benodigde brilsterkte na de operatie.

Druppels/druppelsschema

Voor de staaroperatie krijgt u een recept mee voor oogdruppels en voor een rol papieren pleisters (Micropore). Deze zaken moet u ten minste vier dagen voor de datum van de operatie bij de apotheek ophalen.

Druppelen

Het druppelschema vindt u op deze webpagina.

  • Twee dagen vóór de operatie start u met het druppelen van het te opereren oog met twee soorten oogdruppels.
  • Op de dag van de operatie druppelt u nog 1x volgens het druppelschema. Gebruikt u naast de oogdruppels voor de staaroperatie nog andere oogdruppels? Dan moet u die blijven gebruiken.
  • Op de eerste dag na de operatie gaat u verder met het druppelen volgens het druppelschema.
  • Sommige patiënten krijgen een aangepast druppelschema mee.

Contactlenzen en druppelen

  • Vanaf drie dagen voor de operatie mag u in het te opereren oog geen contactlens meer dragen. U moet het oog druppelen zonder contactlens in.

Druppelinstructies

  • Voor het druppelen wast u uw handen. U kunt tijdens het druppelen het beste gaan zitten.
  • U haalt de dop van het flesje en trekt met een vinger het onderooglid iets omlaag. In het zo ontstane gootje kunt u een druppel laten vallen door het hoofd achterover te houden.
  • Terwijl u in de richting van het flesje kijkt, knijpt u er een druppel uit.
  • Hierna drukt u met de wijsvinger in de binnenste ooghoek, aan de neuskant. Doet u dit twee minuten. Zo bevordert u de werking van de druppel. U voorkomt ook zoveel mogelijk dat er bijwerkingen optreden doordat de druppel in de neus of keel terechtkomt.

Als het druppelen voor u niet lukt, kunt u gebruikmaken van een oogdruppelhulpstuk. Vraagt u hiernaar bij uw apotheek.

De dag van de behandeling

Eigen voorbereiding

  • U mag de dag van de operatie normaal ontbijten, behalve als u onder algehele verdoving (narcose) wordt geopereerd. Dan moet u nuchter blijven tot aan de operatie.
  • U kunt uw voorgeschreven medicijnen blijven gebruiken. Ascal en andere bloedverdunnende middelen hoeft u ook niet te stoppen.
  • Op de dag van operatie mag u geen make-up, nagellak en sieraden dragen.
  • Houdt u er rekening mee dat u tijdens de operatie uw gehoorapparaat aan de kant van het te opereren oog moet uitdoen, omdat dit anders nat kan worden.
  • Draag geschikte kleding: liefst kleding met een wijde hals of een blouse/overhemd met knoopjes. Draag geen coltrui, colbert en stropdas.
  • Als u druppels gebruikt voor een te hoge oogdruk (glaucoom), dan gaat u gewoon door met uw eigen druppels tot en met de ochtend van de operatie. De dag na de operatie begint u ook weer met uw eigen oogdruppels. Hiernaast druppelt u ook nog de Yellox en Dexamethason oogdruppels.

Begeleiding

Wij adviseren om iemand te vragen u te begeleiden naar en van het ziekenhuis. Houdt u er rekening mee dat u anderhalf tot drie uur in het ziekenhuis verblijft.
Als u narcose krijgt, duurt het verblijf een halve dag.
Als u alleen met openbaar vervoer of de taxi komt, dan is het verstandig dat u iemand achter de hand houdt die u kunt bellen als u zich onzeker voelt om alleen naar huis te gaan.

Melden voor de behandeling

Omdat er op meerdere locaties wordt geopereerd, zijn er verschillende mogelijkheden. De doktersassistente zal de locatie aankruisen waar u wordt verwacht.

☐ De operatie vindt plaats in de operatiekamer van de polikliniek Oogheelkunde in HMC Bronovo, locatie Hubertusduin, Bronovolaan 3.
U heeft een datum en tijd gekregen waarop u wordt verwacht op de polikliniek.
Als u hier vragen over heeft, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Oogheelkunde, telefoonnummer: 088 979 29 30.
U meldt zich op de dag van de operatie bij de polikliniek Oogheelkunde. Hier krijgt u over uw eigen kleding een operatiejas aan. U ligt tijdens de behandeling op een behandelstoel. De assistente dient u een aantal oogdruppels toe ter voorbereiding op de operatie.

☐ De operatie vindt plaats in de algemene operatiekamer van HMC Bronovo.
Op de polikliniek Oogheelkunde heeft u een datum gekregen waarop u geopereerd wordt. Twee werkdagen voor de operatie belt de assistente u over het tijdstip waarop u in het ziekenhuis wordt verwacht. Op de dag van de operatie kunt u zich melden op de afgesproken verdieping. Hier krijgt u voorbereidende druppels in en operatiekleding aan.

De behandeling

Meestal kiest de oogarts voor plaatselijke verdoving. Soms zal de oogarts in overleg met u en de anesthesist kiezen voor algehele verdoving (narcose). De keuze hangt mede af van uw gezondheidstoestand en medicijngebruik.

Er wordt een operatielaken over u heen gelegd. Het laken komt niet tegen de mond en neusgaten aan. Verder zitten er kleine gaatjes in het laken waar u gewoon doorheen kunt ademen. Ook krijgt u extra zuurstof toegediend. In uw oog krijgt u een zogenaamde spreider om uw oog open te houden.

Tijdens de operatie maakt de oogarts een klein sneetje in het oog van twee à drie millimeter. Via deze opening zal een ronde opening gemaakt worden in het voorste deel van het lenszakje. Met speciale apparatuur wordt uw troebele lens verpulverd en weggezogen. In het schone lenszakje plaatst de oogarts de nieuwe, vouwbare kunstlens. Deze ontvouwt zich in het lenszakje.
Meestal is er geen hechting nodig. De behandeling duurt tien tot dertig minuten.

staar2.jpg

De verdoving

De oogarts heeft met u de verschillende mogelijkheden voor een verdoving besproken. Bij u is gekozen voor een van de volgende mogelijkheden:

  1. Plaatselijke verdoving met druppels.
  2. Plaatselijke verdoving d.m.v. het aanbrengen van verdovingsdruppels via een opening in het slijmvlies (sub-Tenon verdoving).
  3. Algehele verdoving (narcose).

☐     1. Druppelverdoving
Vlak voor de operatie krijgt u een aantal druppels in uw oog. Deze druppels geven tijdelijk een branderig gevoel. Hierna is het oog verdoofd. Tijdens de behandeling voelt u aanrakingen die niet pijnlijk zijn en ziet u een vaag schouwspel van licht. Na de operatie krijgt u een doorzichtig oogkapje op. Het zicht zal na de operatie binnen enkele uren verbeteren. Druppelverdoving is voor de meeste patiënten geschikt.

☐    2. Sub-Tenon verdoving
Voor de operatie brengt de oogarts of anesthesist via een kleine opening in het slijmvlies (de laag van Tenon) de verdoving in. Deze verdoving is niet pijnlijk. Via een canule wordt het verdovingsmiddel rondom de oogbol verspreid. De operatie is hierdoor pijnloos. De oogbewegingen worden beperkt door de verdoving. Ook kan het zicht tijdelijk verminderd zijn. De functies van het oog herstellen binnen een aantal uren. Na de behandeling krijgt u een doorzichtig oogkapje op. Soms ziet u de eerste paar uur na de operatie dubbel. Dit verdwijnt als de verdoving is uitgewerkt. Sub-Tenon verdoving is voor de meeste patiënten geschikt.

☐    3. Algehele verdoving (narcose)
Als u erg nerveus bent of als er een medische reden is, kan de oogarts in overleg met u kiezen voor narcose.

Na de operatie

Adviezen

Voor een goede genezing van uw oog is het zinvol om de onderstaande adviezen op te volgen:

  • De eerste week na de operatie moet u ’s nachts het harde, doorzichtige oogkapje voor uw oog plakken met de pleisters (Micropore). Overdag hoeft u het kapje niet te dragen. Wel is het verstandig om een bril of zonnebril te dragen als u naar buiten gaat de eerste week.
  • Tot de dag na de operatie mag het kapje niet nat worden.
  • Na de operatie mag u op rustige wijze alles doen wat u daarvoor ook deed.
  • U mag gewoon bukken.
  • U mag twee weken geen zwaar werk doen, niet sporten, niet zwemmen, niet naar de sauna gaan en niet in het geopereerde oog wrijven.
  • Als het oogkapje loslaat, kunt u het weer vastplakken. De smalle kant van het kapje moet in de richting van de binnenhoek van het oog wijzen. De punt van het kapje komt boven de neus. U mag het niet in het oog plakken. Twee stroken papieren pleister zijn voldoende om het oogkapje weer goed vast te plakken.
  • Neemt u een zonnebril of uw huidige bril mee als u de eerste controle heeft na de operatie. Dit is om het geopereerde oog te beschermen als het kapje eraf gehaald is.
  • De eerste twee weken na de operatie mag u geen oogmake-up dragen.

staar3.jpg

Mevrouw met oogkapje

De nazorg

Na de operatie is het gebruikelijk dat u in het begin nog wazig ziet. Dit trekt geleidelijk weg. Het oog is de eerste week na de operatie mogelijk geïrriteerd en kan tranen. Bij felle zon is het dragen van een zonnebril aangenaam. Binnen enkele dagen wordt het zicht beter.
Na de operatie wordt u nog één of meerdere malen poliklinisch gecontroleerd. Het aantal afspraken dat nodig is, hangt af van de snelheid van de genezing.

☐ Telefonische controle de dag na uw operatie.
Een dag na de operatie wordt u gebeld door de technisch oogheelkundig assistent of de doktersassistent tussen 10.00 en 12.00 uur. Het is belangrijk dat u het oogkapje voor het telefoongesprek verwijdert, zodat u kunt beoordelen of het zicht al verbeterd is.

☐ Poliklinische controle de dag na uw operatie.
Een dag na de operatie komt u op de polikliniek Oogheelkunde voor controle. Op de dag van de operatie krijgt u de tijd van de afspraak mee. Komt u met het oogkapje op naar de afspraak.

U kunt na ongeveer drie tot zes weken na de operatie naar de opticien om een nieuw brillenglas aan te laten meten.

Risico’s

Een staaroperatie is een van de veiligste en meest succesvolle operaties. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 170.000 staaroperaties uitgevoerd.
Zichtbedreigende complicaties, zoals een ernstige bloeding in het oog of een infectie door een bacterie (0,1% van de operaties), zijn zeldzaam.

De kans op niet-zichtbedreigende complicaties is gering (3-5%). Deze kunnen zijn: een afhangend ooglid (1-2%), een beschadiging van het lenszakje, beperkt verlies van de gelei (het glasvocht) van het oog, een tijdelijke verhoging van de druk op de oogbol, een vervormde pupil, tijdelijke vochtophoping in het hoornvlies, wondlekkage, een tijdelijke vochtophoping in de gele vlek en een steriele ontsteking in het oog.
De meeste van deze problemen zijn goed te verhelpen. Ze leiden zelden tot minder gezichtsvermogen dan voor de operatie. In een enkel geval leiden complicaties tot achteruitgang van het zicht.

Soms treedt bij patiënten met diabetes mellitus (suikerziekte) een verergering op van de afwijkingen in het netvlies. De oogarts zal dit risico met u bespreken. De kans op loslating van het netvlies wordt iets groter na een staaroperatie. Dit komt vooral voor bij zeer bijziende mensen.

Veel patiënten zien vlak na de operatie schitteringen of ringen rondom lampen. Dit treedt met name in het donker op. Dit verdwijnt bijna altijd in de loop van het eerste jaar na de operatie.
Sommige patiënten zien na een staaroperatie met name in het begin een donkere schaduw of sikkel aan de rand van het buitenste deel van het gezichtsveld. Ook dit verdwijnt meestal in het eerste jaar na de operatie.

In de eerste paar maanden na de operatie kunt u sneller droge of branderige ogen hebben. In dat geval kunt u bij de controle in het ziekenhuis of bij de huisarts vragen om een recept voor kunsttranen.

Nastaar

Nastaar is het troebel worden van het lenszakje waarin de kunstlens zich bevindt. Nastaar kan maanden tot jaren na de staaroperatie ontstaan. Met de moderne implantlenzen krijgt ongeveer 10% van de geopereerde mensen nastaar. Door de nastaar wordt het zicht langzaam slechter. De oogarts kan met een eenvoudige en pijnloze laserbehandeling de nastaar verwijderen.

Contact opnemen

Bij de volgende klachten moet u contact opnemen met de dienstdoende arts of de oogarts:

  • Als u veel pijn heeft aan het oog.
  • Als u plotseling minder bent gaan zien.
  • Als u ineens veel meer bewegende vlekken ziet.
  • Als u lichtflitsen ziet.
  • Als u het oog heeft gestoten en een stroompje vocht langs de wang heeft voelen stromen.
  • Als uw pupil plotseling ovaal is geworden.

Vragen

Als u na het lezen van deze webpagina nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de polikliniek Oogheelkunde. De polikliniek Oogheelkunde is bereikbaar van ma t/m vr van 08.30 - 12.00 uur en van 13.00 - 16.30 uur via 088 979 29 30 of via info.oogheelkunde@haaglandenmc.nl.

Klachten in de avonduren en weekenden

Buiten kantooruren werken de oogartsen van HMC samen met andere oogartsen uit de Haagse regio. De dienstdoende arts-assistent en oogarts zijn aanwezig in het HagaZiekenhuis, locatie Leyweg.

HagaZiekenhuis, locatie Leyweg
Leyweg 275
2545 CH Den Haag

Bij klachten kunt u zich melden op de Spoedeisende Hulp van het HagaZiekenhuis.
Voor telefonisch overleg buiten kantooruren kunt u bellen naar
(070) 210 20 60.

Verhinderd

Bent u op het afgesproken tijdstip verhinderd? Bel dan zo snel mogelijk (uiterlijk 24 uur voor de afspraak) de polikliniek Oogheelkunde om uw afspraak af te zeggen of te verplaatsen. Dit kan van ma t/m vr van
08.30 - 12.00 uur en van 13.00 - 16.30 uur via 088 979 29 30. In uw plaats kan dan een andere patiënt geholpen worden. Niet of te laat afgemelde afspraken worden in rekening gebracht

Opleiding tot oogarts in Haaglanden Medisch Centrum

HMC is een topklinisch ziekenhuis met opleidingsbevoegdheid voor het specialisme Oogheelkunde. Ervaren arts-assistenten Oogheelkunde die zich in het laatste jaar van de opleiding tot oogarts bevinden, voeren bij HMC ook (delen van) oogoperaties uit. De arts-assistenten staan altijd onder directe supervisie van één van de oogartsen.

Staaroperatie

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis