Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Bevalt u in HMC? Dan kunt u tijdens de bevalling pijnbestrijding krijgen. Hieronder leest u welke soorten pijnstilling er zijn. Elk middel heeft andere voor- en nadelen.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Bronovo en HMC Westeinde
088 979 24 22
ma t/m vr 08.00 - 16.30 uur

Locatie

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over pijnbestrijding tijdens de bevalling

Bevalt u in HMC? Dan kunt u pijnbestrijding krijgen tijdens uw bevalling. Er zijn verschillende soorten pijnstilling. Elk middel heeft andere voor- en nadelen. Per situatie kijken we samen met u wat de beste oplossing is.

Omgaan met de pijn van weeën

Bevallen doet pijn, maar elke bevalling is anders, En elke vrouw ervaart de pijn van weeën anders. Van tevoren weet u niet hoeveel pijn u zult hebben en waar precies. Gelukkig zijn er veel manieren om de pijn te verzachten, met en zonder medicijnen. Uw lichaam reageert op de pijn van weeën door zelf pijnstillende stoffen aan te maken: endorfinen. Maar als u gespannen of bang bent, werkt dit minder goed. Het helpt om u goed voor te bereiden op uw bevalling. Bespreek met uw verloskundige of gynaecoloog wat u kunt doen om met de weeën om te gaan.

Veel pijn? Vertel het ons!

Heeft u veel pijn tijdens uw bevalling? Vaak kan een warme douche, een warm bad of een massage de pijn verlichten. Werkt dat niet voldoende en vindt u de pijn ondraaglijk? Vertel het ons! Samen kijken we wat voor u de beste pijnstilling is. We doen er graag alles aan om de bevalling voor u zo prettig mogelijk te laten verlopen.

Mogelijkheden voor pijnbestrijding

Als u in HMC bevalt, heeft u altijd de mogelijkheid om voor pijnstilling te kiezen. Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week een anesthesioloog beschikbaar. Een anesthesioloog is een arts die is gespecialiseerd in verdoving en het bestrijden van pijn. Dit zijn de mogelijkheden voor pijnbestrijding tijdens de bevalling:

  • Ruggenprik (epiduraal)
  • Lachgas
  • Ruggenprik bij een keizersnee

Ruggenprik (epiduraal)

Wat is een ruggenprik?
Een ruggenprik (epiduraal) is een verdoving in uw onderrug. Met een naald plaatst de arts daar een slangetje. Via dit slangetje gaat verdovingsvloeistof naar de ruimte tussen uw ruggenwervels. Hier zitten de zenuwen van uw baarmoeder en bekkenbodem. Door de ruggenprik worden deze zenuwen verdoofd. Daardoor voelt u de pijn van de weeën (bijna) niet meer.

In uw onderrug zitten ook zenuwen die de spieren in uw benen aansturen. De verdovingsvloeistof komt ook in deze zenuwen. Daardoor heeft u vaak minder gevoel en kracht in uw benen. U kunt uw benen nog wel bewegen.

De ruggenprik voor bevallingen is een epidurale ruggenprik. Dit heet zo omdat de ruimte tussen de wervels ‘epidurale ruimte’ heet. Bij een keizersnede geven we meestal een spinale ruggenprik <link naar anker 5>. Die verdooft het hele onderlichaam.

Hoe gaat dat?
Vooraf:

  • U krijgt een infuus. Dit is een naaldje in uw arm met een slangetje eraan. Via het infuus krijgt u extra vocht. U houdt het infuus de rest van uw bevalling. Later kunnen we u ook medicijnen geven via het infuus.
  • De verpleegkundige controleert uw pols en bloeddruk.
  • We controleren de hartslag van uw baby met een CTG. Een CTG is een onderzoek waarbij een apparaatje de hartslag van uw ongeboren kindje meet.
  • Als alles goed is, gaat u naar een speciale kamer bij de operatieafdeling. Daar staat de juiste apparatuur.

Het plaatsen van de ruggenprik:

  • Er komt een anesthesioloog om u de ruggenprik te geven.
  • U buigt voorover en maakt uw rug bol. Dit moet om de ruimte tussen de ruggenwervels groter te maken. U blijft een paar minuten met bolle rug zitten, zo stil mogelijk. Ook als u een wee krijgt.
  • Eerst maakt de anesthesioloog de plek schoon waar hij of zij gaat prikken. Dan verdooft de anesthesioloog de huid met een klein prikje met een dunne naald.
  • Daarna prikt de anesthesioloog een grotere naald in uw rug. Deze prik duurt kort en doet bijna geen pijn doordat uw huid verdoofd is. Meestal is één keer prikken genoeg, maar soms is het nodig om vaker te prikken.
  • Via de naald plaatst de anesthesioloog een dun slangetje tussen uw wervels. Als dit slangetje op de juiste plek zit, kunt u een schokje voelen. Met een pleister maakt de anesthesioloog het slangetje vast. Het slangetje blijft zitten totdat u bevallen bent.
  • Als het slangetje eenmaal is vastgemaakt, kunt u weer bewegen.

Na het plaatsen:

  • De anesthesioloog sluit een pompje aan op het slangetje. Het pompje zorgt ervoor dat de verdovingsvloeistof door het slangetje naar uw rug gaat. De rest van uw bevalling krijgt u via het slangetje automatisch steeds nieuwe verdovingsvloeistof.
  • Na 10 tot 30 minuten werkt de verdoving. De weeën doen dan bijna geen pijn meer. Op het hoogtepunt van de wee kunt u nog wel wat druk voelen of een klein beetje pijn.
  • Soms worden uw benen slap of krijgt u een tintelend gevoel in de huid van uw buik of in uw benen.
  • Bij sommige vrouwen werkt de ruggenprik niet goed genoeg. De anesthesioloog kijkt dan of het slangetje goed zit. Soms is het nodig om u opnieuw te prikken.
  • Door de verdoving voelt u niet meer of u moet plassen. Daarom krijgt u een slangetje (katheter) in uw urinebuis. Via dit slangetje leegt uw blaas zich vanzelf.
  • We houden uw bloeddruk, pols en temperatuur tijdens de rest van de bevalling goed in de gaten.
  • We houden de hartslag van uw baby voortdurend in de gaten met een CTG.
  • Als uw bloeddruk te laag wordt, kan de hartslag van uw baby langzamer worden. Om uw bloeddruk weer normaal te maken, krijgt u extra vocht via het infuus. Soms krijgt u ook medicijnen.

Zo gaat de bevalling verder:

  • De rest van de bevalling ligt u op bed. U kunt het bed niet uit doordat u met draden aan verschillende apparaten vastligt.
  • Doordat u minder of geen pijn voelt, kunt u beter ontspannen. Hierdoor gaat de ontsluiting vaak sneller.
  • Het duurt vaak langer voordat u persdrang voelt. De meeste vrouwen voelen de persweeën wel, maar ze zijn minder krachtig. Als het te lang duurt, zet de arts de pomp stop. De verdoving wordt dan minder, zodat u de persweeën beter voelt.
  • Duurt de persfase te lang? Dan gebruikt de arts soms een vacuümpomp of tang om uw baby te helpen geboren te worden.

Wanneer kunt u een ruggenprik wel/niet krijgen?

Wel:

  • In principe kunt u 24 uur per dag een ruggenpik krijgen. In HMC is er altijd een anesthesioloog om u een ruggenprik te geven.

Niet:

  • Als u een bloedstollingsziekte heeft.
  • Bij sommige zenuwziektes (neurologische aandoeningen).
  • Bij sommige problemen met uw wervelkolom.
  • Als u een infectie heeft.

En goed om te weten:

  • Heeft u overgewicht? Dan kan het wat moeilijker zijn om de ruggenprik te zetten.
  • Bij sommige vrouwen (5-10 procent) werkt de ruggenprik niet goed genoeg.

Voordelen

  • Een ruggenprik werkt beter tegen de pijn dan andere soorten pijnbestrijding. Meestal voelt u bijna of helemaal geen pijn meer.
  • U kunt met een ruggenprik tijdens uw hele bevalling pijnstilling krijgen.
  • U wordt er niet suf van. U maakt de bevalling dus bewust mee.
  • De kans op ernstige complicaties is heel klein. Een complicatie is een medisch probleem dat soms gebeurt.

Nadelen en risico’s

Voor uzelf:

  • Er zijn apparaten en hulpmiddelen nodig: infuus, zuurstofmeting, bloeddrukmeting, blaaskatheter, hartslagmeter voor uw baby (CTG).
  • U kunt meestal niet vrij bewegen en ligt op bed.
  • U kunt niet in bad of onder de douche.
  • Het persen duurt langer. Er is een grotere kans op een kunstverlossing met vacuümpomp of tang. De kans op een keizersnee is niet groter.
  • Soms wordt uw bloeddruk lager. Daardoor voelt u zich misschien duizelig en misselijk.
  • Soms krijgt u jeuk als reactie op de verdovingsvloeistof.
  • U kunt gaan rillen, zonder dat u het koud heeft. Meestal duurt dit maar kort.
  • U heeft meer kans op koorts. In dat geval krijgt u antibiotica via het infuus.
  • Heel soms krijgt u de volgende dag erge hoofdpijn. Dat gebeurt als de arts iets te diep heeft geprikt. Dit is niet gevaarlijk.
  • Op de plek van de prik kunt u tijdelijk een beurs gevoel hebben.
  • Het gebeurt bijna nooit, maar heel soms ontstaat een ernstig probleem door de ruggenprik. Bijvoorbeeld hersenvliesontsteking, een bult met pus (abces), een bloeding in de wervelkolom, bewusteloosheid of verlamming.
  • Er is een heel erg kleine kans dat er veel verdovingsvloeistof in uw bloed of hersenvocht komt. Als dat gebeurt, kunt u moeilijker ademhalen. Omdat we u goed in de gaten houden, kunnen we u in dat geval meteen behandelen.

Voor uw baby:

  • De hartslag van uw baby kan langzamer worden als uw bloeddruk lager wordt.
  • Krijgt u koorts tijdens uw bevalling? Dan heeft uw baby na de geboorte extra controle nodig. Soms krijgt uw baby ook antibiotica en moeten we uw baby opnemen op de couveuse-afdeling.

Voor de borstvoeding:

  • Met een ruggenprik is de kans groter dat u weeënopwekkers (synthetische oxytocine) krijgt tijdens de bevalling. Daardoor maakt uw lichaam minder natuurlijke oxytocine aan. Natuurlijke oxytocine is een hormoon dat onder andere belangrijk is voor de borstvoeding. Zorg voor veel huid-op-huid-contact direct na de geboorte (minimaal het eerste uur) en de dagen daarna. Dat helpt om toch natuurlijke oxytocine aan te maken.
  • Normaal gaat een baby na de geboorte uit zichzelf op zoek naar de borst. De baby wordt geboren met reflexen om te zoeken, zuigen en slikken. Door pijnbestrijding of een kunstverlossing kunnen deze reflexen zwakker zijn. Daardoor is het voor de baby moeilijker om te gaan drinken. Hierdoor kan het moeilijker zijn om de borstvoeding te starten.

Lachgas

Wat is lachgas?
Lachgas is een mengsel van stikstofgas en zuurstof. Als u dit gas inademt, heeft dat kort effect op de zenuwen van uw hersenen. Hierdoor voelt u minder pijn. Vaak voelt u zich ook wat suf. Sommige mensen worden juist heel blij of uitbundig als ze lachgas inademen. Daarom wordt dit gas ‘lachgas’ genoemd.

Hoe gaat dat?
Tijdens de ontsluitingsfase kunt u lachgas krijgen. U moet dan al wel wat ontsluiting hebben. U neemt het middel steeds tijdens een wee. U doet daarvoor zelf een kapje over uw mond en neus. Vlak voor een wee begint, begint u het gas in te ademen. Na de wee haalt u het kapje weer weg. U moet ook een kinmasker dragen. Dat zuigt de lucht weg die u uitademt. Dat is nodig, want in die lucht zit ook nog lachgas. En het is niet de bedoeling dat de andere mensen in de kamer lachgas inademen.
Het lachgas helpt u ontspannen en verdooft u een beetje. Als u begint met persen, kunt u geen lachgas meer krijgen. U moet zich dan helemaal kunnen concentreren. Als u stopt met het lachgas, krijgt u nog vijf minuten zuurstof. Hierdoor verdwijnt de werking van lachgas. Het kinmasker moet u nog 20 minuten ophouden.
Lachgas heeft geen invloed op hoe de bevalling gaat. Uw kind heeft er ook geen last van. Bijna de helft van de vrouwen heeft geen andere pijnbestrijding nodig als ze lachgas nemen.

Wanneer kunt u lachgas wel/niet krijgen?

Wel:

  • Als u in de ontsluitingsfase zit en al wat ontsluiting heeft.

Niet:

  • Tijdens het persen.
  • Als er geen lachgas meer is op de afdeling. Er kunnen maximaal twee mensen tegelijk lachgas gebruiken.
  • Als na 15 minuten proberen blijkt dat het kinmasker bij u niet goed werkt. Dan stoppen we met het lachgas. Er kan dan te veel lachgas in de kamer komen. Dat is gevaarlijk voor de medewerkers.

Voordelen

  • Lachgas werkt bijna direct.
  • U kunt beter ontspannen.
  • U maakt de bevalling bewust mee.
  • We hoeven de conditie van u en uw baby niet extra te controleren. Er zijn dus geen extra apparaten en hulpmiddelen nodig.
  • Als u stopt met het inademen van lachgas, verdwijnt het snel weer uit uw lichaam.

Nadelen en risico’s

Voor u:

  • U kunt misselijk of duizelig worden.
  • U kunt zich slaperig of dromerig voelen.
  • Uw stemming kan ook juist uitgelaten worden.
  • U kunt niet rondlopen als u lachgas gebruikt.
  • Als u stopt met lachgas inademen, gaan de bijwerkingen snel weer weg.

Voor uw baby:

  • Er zijn geen nadelen of risico’s voor uw baby bekend.

Ruggenprik bij een keizersnee

Er zijn twee soorten ruggenprik:

  • Epiduraal
  • Spinaal

Bij een normale bevalling met pijnbestrijding gebruiken we een epidurale ruggenpik. Die verdooft het gebied rond uw bekken. U krijgt een slangetje in uw onderrug. Hierdoor kunt u tijdens de bevalling steeds nieuwe verdovingsvloeistof krijgen.

Bij een keizersnee geven we meestal een spinale ruggenprik. Die verdooft uw hele onderlichaam. U krijgt dan geen slangetje in de onderrug. Een spinale ruggenprik werkt snel en sterk.

Keizersnee na bevalling met ruggenprik
Heeft u al een epidurale ruggenprik gehad tijdens uw bevalling? En krijgt u dan een keizersnee? Dan gebruiken we het slangetje van de epidurale ruggenprik ook voor de verdoving tijdens de keizersnee. We spuiten dan een sterkere soort verdoving door het slangetje. Hiermee verdoven we uw hele onderlichaam.

Lees meer over bevallen met een keizersnee.

Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Waarom HMC?

  • 24 uur per dag, 7 dagen per week ruggenprik mogelijk
  • Wij doen er alles aan om de bevalling zo prettig mogelijk te laten verlopen