Operatie bij een gescheurde schouderpees (LD-transfer)

Als uw schouderpees scheurt, kunnen we de pees van de brede rugspier (latissimus dorsi, ofwel LD) naar de schouder verplaatsen. Deze ingreep heet een LD-transfer.

Afspraak en contact

Focuskliniek orthopedie verpleegafdeling
088 979 80 81
Gesloten van vr 18.00 uur tot ma 07.00 uur

Bel met dringende vragen of bij complicaties het ziekenhuis
088 979 79 00

Spoedeisende Hulp (SEH) HMC Westeinde
088 979 23 80
Spoed, buiten kantooruren

Poliklinieken

Toon overige locaties

Cijfers

Jaarcijfers

Circa 3.500 operaties
19.000 nieuwe patiënten
700 protheses
230 kruisbandoperaties
605 meniscusoperaties
339 schouderoperaties

Over de operatie bij een gescheurde schouderpees (LD-transfer)

Als uw schouderpees scheurt, kunnen we de pees van de brede rugspier (latissimus dorsi, ofwel LD) naar de schouder verplaatsen. Deze ingreep heet een LD-transfer.

Wat is een gescheurde schouderpees?

Oorzaak

Vanaf het schouderblad lopen vier spieren. Samen heten die de rotatorcuff. Zij zorgen ervoor dat de kop van het bovenarmbot goed in de schouderkom ligt. Daardoor kan de arm soepel bewegen in alle richtingen. Aan de ene kant zitten deze spieren vast met een pees boven aan het bot van de bovenarm. Aan de ene kant zitten ze vast met een pees aan het schouderblad. Dat is de schouderpees. Een scheur in een schouderpees komt vaak voor. Niet iedereen krijgt daardoor klachten. Van alle mensen die ouder zijn dan 60 jaar heeft 1 op de 4 een scheur in de schouderpees. De oorzaak van zo'n scheur komt meestal door slijtage, vaak in combinatie met een val op de schouder. Op hogere leeftijd kan de schouderpees spontaan scheuren. De meeste scheuren zijn klein en kunnen we hechten.

ld_transfer_fig01a.jpgld_transfer_fig01b.jpg

Schoudergewricht zonder scheur (links) en mét scheur (rechts)

Soms is de scheur erg groot en is kwaliteit van de pees slecht. Hechten is dan niet meer mogelijk, omdat de pees te zwak is en zou uitscheuren bij het hechten. Het is dan alsof de arts nat karton hecht.

Als de scheur in de schouderpees erg groot is, komt de schouderkop omhoog. Dat is de kop boven aan het bot van de bovenarm. Deze kop raakt dan de voorste rand van het schouderblad. Daardoor is het moeilijk om de arm te bewegen. Het is dan moeilijk om voorwerpen hoog op te heffen. Ook ontstaat pijn, vaak 's nachts.

Behandeling

Een scheur in de schouderpees behandelen we vaak met pijnstillers, fysiotherapie en een injectie met ontstekingsremmers. Hierdoor verminderen meestal de klachten. Als de klachten blijven bestaan, adviseren we om een operatie uit te voeren. Deze operatie noemen we een LD-transfer. Het gaat namelijk om een verplaatsing (transfer) van de brede rugspier (latissimus dorsi, afgekort LD).

ld transfer fig01 

De brede rugspier zit aan één kant vast op de rug en aan de andere kant aan de binnenkant van de bovenarm. De spier helpt mee met het naar binnendraaien van de arm, het naar achter strekken van de arm en de arm tegen het lichaam aanbrengen. Door deze spier te verplaatsen, kunt u de schouder beter bewegen met minder pijn. De spier trekt de schouderkop iets omlaag, zodat uw de arm beter kunt heffen en draaien.

Tijdens de operatie maakt de arts de aanhechting van de brede rugspier eerst los van de bovenarm. Dan verplaatst de arts de brede rugspier via een nieuwe route naar de achterkant van de schouderkop.

ld transfer fig02

Na de operatie is de pijn in uw schouder minder. Hierdoor kunt u uw arm beter bewegen. De kracht in de arm neemt niet toe. Verwacht daarom niet dat u na de operatie zwaarder bovenhands werk kunt doen. Vaak blijft u nog wat last houden van pijn.

Voorbereiding

Afspraak

De orthopedisch chirurg heeft u een verwijzing gegeven om een afspraak te maken. U heeft deze afspraak met de anesthesioloog. Deze arts zorg voor de verdoving tijdens de operatie. Voor deze operatie is dat een algehele narcose. Deze verdooft het hele lichaam. U bent dan een tijdje buiten bewustzijn.

Soms krijgt u een extra verdoving. Deze verdoving schakelt de zenuw die naar de arm loopt, tijdelijk uit. We noemen deze verdoving een plexus-anesthesie. Deze verdoving krijgt u vóórdat u de algehele narcose krijgt. U krijgt hiervoor een prik in de hals, boven het sleutelbeen of in de oksel.

We vragen een bloedonderzoek voor u aan. Als het nodig is, laten we een hartfilmpje (ECG) en een röntgenfoto van de longen maken. Soms is er aanvullend onderzoek nodig door een andere arts, bijvoorbeeld een internist, cardioloog of longarts.

Kunt u niet naar de afspraak komen?

Heeft u een probleem waardoor u niet op tijd naar de afspraak kunt komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan de Focuskliniek Orthopedie – uiterlijk 24 uur voor de afspraak. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. U kunt zich afmelden van maandag tot en met vrijdag, tijdens kantooruren. Als u een afspraak niet of te laat afmeldt, moeten we de afspraak helaas in rekening brengen.

Medicijnen

Gebruikt u bloedverdunners? Dan moet u hier in de week voor de operatie mee stoppen. De orthopedisch chirurg maakt hierover afspraken met u.

Krijgt u bloedverdunners via de trombosedienst? Laat dan de trombosedienst weten wanneer de operatie plaatsvindt. De trombosedienst geeft aan wanneer u met de bloedverdunners moet stoppen. Soms moet u tijdelijk andere bloedverdunners gebruiken. Neem uw gele doseerschema van de trombosedienst mee naar het ziekenhuis.

Zorg dat u paracetamol in huis hebt. Deze tabletten gebruikt u, wanneer u thuis komt na de operatie.

Vervoer

Zorg voor vervoer na de operatie. U mag dan namelijk niet zelf naar huis rijden. De verdoving is dan nog niet helemaal uitgewerkt en uw arm zit in een draagband.

Thuis

Het is prettig als er thuis iemand is die u na de operatie opvangt. Uw arm zit dan in een draagband en u moet rustig aan doen.

Bellen met de verpleegafdeling

Bel twee werkdagen voor uw opname in het ziekenhuis met de verpleegafdeling. Bel hiervoor tussen 14.00 en 16.00 uur via telefoonnummer 088 979 80 81. Een van onze medewerkers staat u te woord. De medewerker:

  • vraagt of er veranderingen zijn in uw gezondheidstoestand sinds uw laatste afspraak
  • geeft informatie over de gang van zaken op de afdeling
  • vertelt hoe laat we u op de afdeling verwachten
  • vraagt of alles duidelijk is voor u

Eten en drinken

Het is belangrijk dat u voor de operatie nuchter bent. Dat betekent dat u niets heeft gegeten of gedronken.

Opname

De opname is meestal op de dag van de operatie. De opname is op de Focuskliniek Orthopedie van HMC Bronovo, afdeling Margriet, 1e etage, route 19.

Doe het volgende op de dag van opname:

  • Neem thuis een douche vóór u naar het ziekenhuis gaat.
  • Gebruik geen make-up, nagellak, zalfjes of crèmes.
  • Lees als voorbereiding de folder 'Voorbereiding op de anesthesie'.

Mastersling

Na de operatie zit uw arm in een speciale draagband, die u om de nek en rug draagt. Deze band noemen we een mitella of mastersling. De fysiotherapeut maakt de mastersling voor u op maat. U hoeft deze dus niet meer zelf in te stellen.

U doet de mastersling zo om:

  • Laat de geopereerde arm ontspannen naar beneden hangen, zodat deze los van het lichaam is. Schuif de zak om de onderarm.
    ld_transfer_fig03_1.jpg
  • Trek de band over uw hoofd, zodat deze om de schouder hangt.
  • Zorg ervoor dat de elleboog in het hoekje van de zak van de mastersling ligt.
    ld_transfer_fig04_1.jpg
  • Druk de klittenband vast, zodat de zak dicht is.
  • Maak de buikband vast. Deze gaat achter de rug langs, door de ring onder de pols. Vervolgens plakt u hem vast.
  • U kunt uw duim in de lus voor de duim plaatsen, maar dit hoeft niet.
  • De geopereerde schouder moet nu iets hoger zijn dan de andere schouder. Op die manier ontlast u de schouder.
  • Uw hand moet iets hoger liggen dan de elleboog. Zo voorkomt u zwelling van de hand en vingers.
    ld_transfer_fig05_1.jpg

Operatie

De verpleegkundige neemt bloed bij u af en controleert samen met u uw gegevens en medicijngebruik. U gaat naar een kamer waar u zich kunt omkleden voor de operatie. U krijgt medicijnen tegen pijn en misselijkheid.

De verpleegkundige brengt u naar de holding. Dat is de ruimte waar we u voorbereiden op de operatie. De anesthesiemedewerker prikt een infuus in uw hand of arm. Via het infuus krijgt u vocht en medicijnen binnen. De medicijnen zorgen ervoor dat u geen infectie krijgt en dat u minder pijn voelt. U krijgt plakkers op uw borst, waarmee we uw hartritme meten. U krijgt een band om uw arm, waarmee we uw bloeddruk meten. We doen een dopje op uw vinger, waarmee we het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Vervolgens krijgt u een verdoving.

Tijdens de operatie ligt u op uw zij. De orthopedisch chirurg voert de operatie uit, geholpen door twee operatieassistenten en een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg. In de operatiekamer tekent de chirurg met een stift een pijl op uw schouder.

De chirurg maakt twee sneetjes:

  • één snee van ongeveer zeven centimeter, aan de achterkant van de oksel
    Daar maakt de arts de pees los.
  • één snee van ongeveer vijf cm aan de zijkant van de schouder
    Daar verplaatst de arts de pees naartoe.

We maken de wonden dicht met oplosbare hechtingen.

De operatie duurt ongeveer één uur.

Na de operatie

Herstel

Na de operatie brengen we u naar de uitslaapkamer, ofwel de verkoever. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling. Daar controleert een verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, hartslag en temperatuur.

Voordat u naar huis gaat, komt de orthopedisch chirurg of de arts in opleiding tot specialist (aios) langs om uitleg te geven over de behandeling die u heeft gehad.

De verdoving in uw arm is na zes tot tien uur uitgewerkt. Daarna komt het gevoel uw arm weer terug en kunt u de arm bewegen.

Uw arm zit na de operatie in de mastersling, de draagband die de fysiotherapeut vóór de operatie heeft aangemeten.

U blijft eventueel één nacht in het ziekenhuis.

Het totale herstel duurt ongeveer zes tot twaalf maanden.

Door het verplaatsen van de rugspier ontstaat er een andere situatie in uw lichaam. Uw schouder is minder krachtig dan voorheen. Ook gaat het heffen van een voorwerp boven een hoek van 90 graden nooit zo goed als aan met uw andere arm.

ld_transfer_fig_arm_90_graden_1.jpg

Arm in een hoek van 90 graden

Eten en drinken

U kunt in de loop van de dag weer gewoon eten en drinken.

Pijn

Het is normaal dat u pijn heeft na de operatie. De verpleegkundige vraagt u regelmatig of u pijn heeft. U krijgt pijnstillers van de verpleegkundige. Het is belangrijk deze in te nemen, ook als u weinig pijn heeft. Het is normaal dat u na de operatie pijn en ongemak (zoals misselijkheid) ervaart. Laat het de verpleegkundige weten, als dat zo is.

We sturen een digitaal recept voor pijnstillers naar uw apotheek. Daar kunt u de pijnstillers ophalen, die u thuis kunt gebruiken.

Complicaties

Een complicatie is een extra medisch probleem dat zich voordoet. Complicaties bij een LD-transfer komen zelden voor. Maar er is een kleine kans op:

  • een langdurige, grote zwelling
  • een bloeding
  • blijvende pijn in de schouder
  • een wondinfectie
  • een ontsteking en stijfheid van de schouder
  • zenuwschade

De kans op nieuw letsel na de operatie is klein. Over het algemeen is de kans hierop wel groter, indien u vaak een contactsport beoefent of zware arbeid verricht.

Wanneer moet u meteen contact opnemen met HMC?

Neem meteen contact op met het ziekenhuis wanneer:

  • u kortademig bent of pijn heeft op uw borst bij het ademen
  • uw wond gaat bloeden
  • uw schouder dikker of roder wordt of warm aanvoelt
  • uw schouder steeds meer pijn gaat doen, ook al bent u minder gaan oefenen en bewegen
  • u meer dan 38,5°C koorts heeft.

Controle

Enkele dagen na de operatie neemt een verpleegkundige contact met u op en vraagt hoe het met u gaat.

Daarna komt u enkele keren terug naar de polikliniek voor controles:

  • Na tien tot veertien dagen bezoekt u de verpleegkundig specialist. Deze controleert de wond en controleert de pijn.
  • Na zes weken gaat u voor controle naar de orthopedisch chirurg.

Tijdens de controles vragen we u een vragenlijst in te vullen. Uw antwoorden gebruiken we om het resultaat van de operatie te beoordelen.

Dagelijks leven

Tips

  • U mag zes weken niet zwaar tillen, maximaal een kopje koffie.
  • U mag geen bovenhandse sporten, zwaar werk of bovenhands werk meer doen.
  • De eerste vier weken mag u niet op de geopereerde zijde slapen. De eerste vier weken is het verstandig om de geopereerde arm te ondersteunen met een kussen.
  • U kunt het beste tijdens het slapen de mastersling omhouden.
  • U moet de mastersling vier tot zes weken dragen, tenzij de arts anders aangeeft. Daarna hoeft u de mastersling niet meer in huis te dragen. Het is wel verstandig om deze buitenshuis te blijven dragen.
  • De mastersling mag overdag af en toe af, bijvoorbeeld als u gaat douchen of oefeningen doet.
  • Om de oksel te wassen, kunt u naar voren hangen, zodat de arm ontspannen los hangt van het lichaam. Ga bij voorkeur op een stoel zitten. Dit is meteen een goede oefening, die u drie keer per dag moet doen.
  • Bij het aankleden kunt u het beste eerst de geopereerde arm door een mouw doen.
  • Bij het uitkleden kunt het beste de geopereerde arm als laatste uit de mouw halen.

Medicijnen

De eerste maanden na de operatie is het gebied rond de wond nog gevoelig. Zorg dat u voldoende paracetamol in huis heeft tegen de pijn.

Autorijden

U mag zes weken niet (brom)fietsen of autorijden.

Fietsen

U mag de eerste zes weken niet fietsen. U mag daarna pas weer gaan fietsen als uw spierkracht en uw coördinatie normaal zijn. Beide zijn noodzakelijk bij het op- en afstappen. Kies bij voorkeur een fiets met een lage instap.

U mag wel fietsen op een hometrainer, maar alleen als u het zadel hoog genoeg kunt afstellen. Let goed op de techniek van het op- en afstappen.

Oefeningen

Voordat u het ziekenhuis verlaat, komt de fysiotherapeut bij u langs. Deze geeft u een revalidatieprogramma mee. Hierin staan de oefeningen die u thuis moet doen. Uw fysiotherapeut bespreekt de oefeningen met u en vertelt hoe en hoe vaak u de oefeningen thuis moet doen. Het is belangrijk voor uw herstel dat u deze oefeningen doet. Als u niet beweegt, kunnen uw gewrichten verstijven.

Eerste twee weken

Onderstaande oefeningen doet u in de eerste twee weken. Als u een mitella draagt, kunt u bij het uitvoeren van de oefeningen de klittenband boven de duim losmaken. Zo kan de arm vrij bewegen, zonder dat u de mitella helemaal af doet. Voer de oefeningen tien keer achter elkaar uit. Herhaal dit om het uur.

  • Oefen regelmatig met de vingers. Maak een vuist en strek de vingers.
    ld_transfer_fig06_1.jpgld_transfer_fig07_1.jpg 
  • Maak een vuist en draai linksom en rechtsom rondjes met de pols.
    ld_transfer_fig08_1.jpgld_transfer_fig09_1.jpg 
  • Draai uw onderarm naar binnen en naar buiten met gebogen elleboog.
    ld_transfer_fig10_1.jpgld_transfer_fig11_1.jpg 
  • Buig en strek uw elleboog. U kunt uw onderarm ondersteunen met de andere arm.
    ld_transfer_fig16_1.jpgld_transfer_fig17_1.jpg 
  • Draai voorwaarts en achterwaarts rondjes met de schouders.
    ld_transfer_fig14_1.jpgld_transfer_fig15_1.jpg 
  • Slinger de arm rustig heen en weer, terwijl u zit.
    ld_transfer_fig16_1.jpgld_transfer_fig17_1.jpg

Na twee weken

U mag uw arm nu meer gaan bewegen. Uw fysiotherapeut legt uit welke oefeningen u moet doen en hoe u deze uitvoert.

Na vier weken

U mag uw arm geleid actief oefenen. Dit betekent dat u tijdens de oefeningen uw geopereerde arm ondersteunt met uw andere arm. Uw fysiotherapeut legt uit welke oefeningen u moet doen en hoe u deze uitvoert.

Na zes weken

U mag nu actief gaan oefenen, zonder ondersteuning van uw andere arm. Na zes weken is de beweeglijkheid van uw schouder nog beperkt. De fysiotherapeut gaat met u aan de slag om de beweeglijkheid en de kracht in uw arm terug te krijgen. Het uitvoeren van deze oefeningen mag niet zo vel pijn geven dat u na de oefeningen meer pijn heeft dan daarvoor.

Na drie maanden

De beweeglijkheid neemt steeds meer toe en lichte dagelijkse handelingen gaan makkelijker. U kunt uw arm daarbij in een hoek van 90 graden bewegen. U mag lichte krachttraining gaan doen, voor zover de pijn dit toelaat. Uw fysiotherapeut begeleidt u hierbij. Als u na het oefenen toch last heeft van de schouder, dan kunt u een ijszak ofwel icepack gebruiken. Leg een doek tussen de huid en de icepack en houd de icepack op uw schouder.

Heeft u vragen?

Heeft u nog vragen over de operatie? Of heeft u vragen over uw medische situatie? Bel dan met de Focuskliniek Orthopedie.

Heeft u vragen over fysiotherapie of over de oefeningen? Bel dan tijdens kantooruren met de afdeling Fysiotherapie, via 088 979 23 23.

Heeft u een smartphone? Dan kunt u de Patient Journey App downloaden. Deze is gratis op zowel de Google Playstore als de Apple Appstore. In de app vindt u informatie, instructies en oefeningen onder het kopje 'LD-transfer'.

Operatie bij een gescheurde schouderpees (LD-transfer)

Waarom HMC?

  • Uw eigen behandelend arts
  • Persoonlijke begeleiding
  • Alle specialisten en voorzieningen onder één dak

Het team

foto van dr. P. van der Zwaal

dr. P. van der Zwaal

Orthopedisch chirurg