Omgaan met slapeloosheid

Adviezen door de psychologen van het Slaapcentrum

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Westeinde
ma t/m vr van 08.30 - 17.00 uur

Eerste afspraak en
Vervolgafspraken en recepten
088 979 27 22 - keuze 2
Slaaponderzoeken 088 979 27 22 - keuze 1
Afdeling Slaappsychologie
088 979 27 22 - keuze 3

Locatie

Cijfers

1.800 nieuwe patiënten per jaar
80 % geslaagde behandelingen bij slapeloosheid

Over omgaan met slapeloosheid

Slaaprestrictie

Achtergrondinformatie

Slechte slapers hebben vaak de neiging om langer in bed te blijven liggen in de hoop dat zij hierdoor nog wat meer slaap zullen krijgen. De tijd die zij in bed doorbrengen, is veelal aanzienlijk langer dan de slaaptijd die het lichaam nodig heeft om uit te rusten. Het gevolg is dat de slaap verbrokkeld raakt en de vaak toch al matige kwaliteit van de slaap verder verslechtert.

Doel

Het doel van slaaprestrictie is om de tijd in bed te beperken tot de totale slaaptijd die u vermoedelijk nodig heeft. Hierdoor zal de slaapbehoefte toenemen, waardoor de slaap beter aaneengesloten wordt. Dit heeft tevens een positief effect op de kwaliteit van de slaap.

Procedure

Hieronder volgen algemene instructies voor de slaaprestrictie procedure. Let op! Deze instructies dienen slechts als handvat. Het is belangrijk dat u de slaaprestrictie in goed overleg met uw behandelaar toepast, regelmatig contact houdt en ieder volgende stap eerst samen bespreekt.

Instructies voor slaaprestrictie

1. Probeert u samen met uw behandelaar een schatting te maken van de gemiddelde totale slaaptijd die u op dit moment redelijkerwijs kunt halen (gebaseerd op slaapregistraties). 
2. Op grond van de totale slaaptijd bepaalt u uw bedtijden. Probeert u deze bedtijden zo veel mogelijk aan te houden.
3. Doe overdag geen dutjes, ook niet ’s avonds.
4. Noteer elke ochtend de tijd van naar bed gaan, de tijd van opstaan en de geschatte totale slaaptijd.
5. Brengt u gemiddeld meer dan 80% van de totale tijd in bed slapend door, maar voelt u zich overdag nog slaperig? Voeg dan in overleg met uw behandelaar per één à twee weken 15 minuten toe aan uw totale tijd in bed.


Stimuluscontrole

Achtergrondinformatie

Goede slapers vallen meestal snel in slaap zodra ze gaan liggen, het licht uit doen en hun ogen sluiten. Het ritueel van naar bed gaan en omgevingskenmerken als bed, slaapkamer en nacht, duiden we samen aan als slaapprikkels. Deze slaapprikkels geven het lichaam een positief signaal dat de nacht er aan komt, waardoor de slaap gemakkelijk optreedt. Dit is een onbewust en automatisch proces.
Mensen die slecht slapen, brengen veel tijd wakker door in bed. Dit kan tot gevolg hebben dat de betekenis van de slaapprikkels verandert, waardoor deze niet meer leiden tot gemakkelijk in slaap vallen. De slaapkamer, het bed en het slaapritueel zijn niet meer alleen prikkels die met slapen te maken hebben. Voor slechte slapers hebben ze ook te maken met wakker liggen en eventuele andere activiteiten zoals televisiekijken, lezen of piekeren.

Doel

De behandeltechniek die “stimuluscontrole” wordt genoemd, is erop gericht om de slaapprikkels weer een positieve waarde te geven. Dit wordt hoofdzakelijk bereikt door de slaapprikkels te zuiveren van “slaap-slordige” elementen, zoals tv kijken in bed (zie ook de brochure “slaapbevorderende adviezen”). Ook ’s nachts niet langdurig wakker in bed te blijven liggen, helpt om de slaapprikkels weer een positieve waarde te geven.

Procedure

Hieronder volgen algemene instructies voor de stimuluscontrole procedure. Let op! Deze instructies dienen slechts als handvat. Het is belangrijk dat u de stimuluscontrole in goed overleg met uw behandelaar toepast, regelmatig contact houdt en eventuele volgende stappen of aanpassingen eerst samen bespreekt.

Instructies voor stimuluscontrole

1. Ga alleen naar bed als u zich slaperig voelt.
2. Reserveer uw bed en slaapkamer uitsluitend voor het slapen.
Als u eenmaal in bed ligt, doet u het licht uit en probeert u te slapen. Ga niet lezen, eten, televisie kijken, muziek luisteren of piekeren. Seks is de enige uitzondering op deze regel.
3. Als u niet binnen 20 minuten in slaap valt, staat u op en gaat u naar een andere kamer. Doe daar bij gedempt licht iets ontspannends (bijv. luisteren naar rustige muziek). Ga pas naar bed als u zich weer slaperig voelt. Bij de informatie avond adviseren wij u om na 20 minuten weer terug naar bed te gaan.
4. Als u dan nog niet kunt slapen, herhaalt u de vorige stap. Ook als u weer wakker wordt en niet snel weer inslaapt, herhaalt u nogmaals stap 3 (dit kan zich vele malen herhalen!).
5. Zet uw wekker op een vaste tijd in de ochtend en sta op zodra hij afgaat, ongeacht hoeveel slaap u heeft gehad.


Slaapbevorderende adviezen

1. Slaap niet meer dan nodig is om u de volgende dag uitgerust te voelen
Het beperken van de tijd die u in bed doorbrengt, kan helpen de slaap te verankeren en dieper te maken. Zeer lange bedtijden leiden tot gefragmenteerde en lichte slaap.

2. Sta elke dag, zeven dagen per week om dezelfde tijd op
Sta elke dag op dezelfde tijd op, onafhankelijk van de tijd die u die nacht heeft geslapen. Iedere dag op dezelfde tijd opstaan, helpt om ’s avonds makkelijker op dezelfde tijd in slaap te kunnen vallen en uw biologische ritme te verankeren.

3. Zorg voor voldoende lichaamsbeweging
Probeer intensieve lichaamsbeweging zo te plannen dat deze niet in de laatste drie uur voor het slapengaan plaatsvindt. Fysieke inspanning overdag maakt het makkelijker om ’s avonds in slaap te vallen en maakt de slaap dieper.

4. Zorg voor rustpunten overdag
Stress en spanning kunnen de slaap ’s nachts verstoren. Neem daarom overdag voldoende rust om te voorkomen dat de spanning gedurende de dag steeds groter wordt.

5. Neem uw problemen niet mee naar bed
Maak aan het einde van de middag wat tijd vrij om over eventuele problemen na te denken en uw activiteiten voor de volgende dag te plannen. Zorgen kunnen het inslapen bemoeilijken en maken de slaap oppervlakkig.

6. Vermijd dutjes
Dutjes overdag kunnen het inslapen bemoeilijken en de slaap ’s nachts verstoren.

7. Bereid u voor op de nacht
Een avondritueel, het afbouwen van uw activiteiten en het dimmen van de lichten kunnen helpen om ’s avonds makkelijker in slaap te vallen.

8. Gebruik de slaapkamer alleen voor het slapen (seks uitgezonderd)
Om makkelijk in slaap te kunnen vallen, is het belangrijk dat u uw slaapomgeving alleen met slapen associeert en niet met activiteiten die te maken hebben met wakker zijn, zoals televisiekijken of lezen.

9. Zorg voor een comfortabele, donkere en stille slaapkamer
Een comfortabele, donkere en stille slaapkamer voorkomt dat u ’s nachts wakker wordt door eventuele externe prikkels. Ook geluiden waarvan u niet direct wakker wordt, kunnen de kwaliteit van uw slaap beïnvloeden. Vloerbedekking, gevoerde gordijnen en het sluiten van de deur kunnen helpen dit te voorkomen.

10. Zorg voor een comfortabele temperatuur in uw slaapkamer
Een zeer warme of koude slaapomgeving kan uw slaap negatief beïnvloeden. Ook koude voeten kunnen u uit uw slaap houden.

11. Voorkom een al te heet bad of hete douche vlak voor het slapengaan
Om makkelijk in slaap te kunnen vallen, moet uw lichaamstemperatuur dalen. Een al te heet bad of hete douche verhoogt de temperatuur van uw lichaam juist.

12. Eet regelmatig en ga niet met een hongergevoel naar bed
Honger kan de slaap verstoren. Een lichte snack (vooral koolhydraten) vlak voor het slapengaan kan helpen, maar vermijd vette of zware voeding.

13. Vermijd overmatig drinken in de avond
Het verminderen van de vochtinname in de avond voorkomt dat u ’s nachts regelmatig naar het toilet moet.

14. Probeer elke vorm van stimulerende middelen te beperken
Cafeïnehoudende producten (koffie, thee, cola, ice-tea, red bull, chocola) en nicotine zijn stimulerende middelen. Zij kunnen het inslapen bemoeilijken, tot gevolg hebben dat u regelmatig wakker wordt en de slaap lichter maken. Zelfs cafeïne-inname eerder op de dag kan de slaap ’s nachts verstoren.

15. Vermijd alcohol, vooral in de avond
Hoewel alcohol gespannen mensen kan helpen om makkelijker in slaap te vallen, verstoort het de slaap later in de nacht.

16. Ga niet proberen om in slaap te vallen
Dit maakt het probleem alleen maar groter. Wanneer u zich zorgen maakt omdat u niet in slaap kunt vallen, kunt u beter uit bed gaan en even wat anders gaan doen. Voorkom daarbij stimulerende activiteiten, zoals werken op de computer, en maak zo min mogelijk licht. Ga pas weer naar bed wanneer u zich slaperig voelt.

17. Verberg de klok, of draai hem om zodat u hem niet kunt zien
Het kijken op de klok kan tot frustratie, boosheid en angst leiden. Dit heeft op zijn beurt een negatieve invloed op het slapen. Het zorgt er bovendien voor dat u de hoeveelheid tijd die u wakker in bed doorbrengt kunt gaan overschatten.

Aanbevolen literatuur

Wij verwijzen u graag naar het zelfhulpboek “Omgaan met slapeloosheid”.
Dit boek is bedoeld voor mensen die regelmatig last hebben van slapeloosheid en bevat direct toepasbare adviezen.
“Omgaan met slapeloosheid” van Gerard Kerkhof, Marieke de Gier en Marthe Sernee, Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2010
ISBN: 978 90 313 7805 0
Te bestellen via www.bsl.nl.

Bron: Kerkhof, G.A. Slaap- en Waakstoornissen. In: Vandereycken, W. et. al. (Eds). Handboek psychopathologie, deel 2 klinische praktijk. Houten, Bohn Stafleu van Loghem, 2006, pag. 409-430.

Omgaan met slapeloosheid

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis