Mola-zwangerschap

Op deze webpagina wordt uitgelegd wat een mola-zwangerschap is, welk onderzoek en welke behandeling plaatsvindt, en wat de gevolgen kunnen zijn. Ook emotionele aspecten komen aan bod.

Specialismen en team

Afspraak en contact - Gynaecologie

HMC Antoniushove
HMC Bronovo en
HMC Westeinde 088 979 24 22
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur
HMC Gezondheidscentrum Wassenaar, 088 979 72 45
ma t/m vr van 08.30 – 17.00 uur

Contact per e-mail

Afspraak en contact - Verloskunde

HMC Bronovo
HMC Westeinde 088 979 24 22
ma t/m vr van 08.00 - 16.30 uur

Spoed (ook overdag) en buiten kantooruren 088 979 21 04

Contact per e-mail

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over mola-zwangerschap

Op deze webpagina wordt uitgelegd wat een mola-zwangerschap is, welk onderzoek en welke behandeling plaatsvindt, en wat de gevolgen kunnen zijn. Ook emotionele aspecten komen aan bod.

Een mola-zwangerschap

Bij een mola-zwangerschap ontstaat er na de bevruchting een placenta en blaasjes, maar geen embryo. Nadat een zaadcel een eicel heeft bevrucht, deelt de bevruchte eicel zich. De twee cellen die zo ontstaan delen zich zelf ook weer. Bij een normale zwangerschap ontstaan uit deze cellen een embryo (een vrucht) en een placenta (een moederkoek). Wanneer er bij of kort na de bevruchting iets misgaat kan het gebeuren dat alleen de placenta doorgroeit. Er is dan sprake van een mola-zwangerschap. De placenta groeit in de baarmoederholte verder en er onstaan blaasjes gevuld met vocht.

Oorzaken

De oorzaak van een mola-zwangerschap is niet bekend. Sommige vrouwen hebben meer risico, bijvoorbeeld vrouwen die afkomstig zijn uit
Zuid-Oost-Azië. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol. Ook de leeftijd is van belang: vrouwen onder de 15 en boven de 40 jaar hebben meer risico. Meestal is er geen oorzaak aan te wijzen. Langdurig pilgebruik, sporten of stress verhogen de kans op een mola-zwangerschap niet. Een mola-zwangerschap komt heel zelden voor: bij 1 op de 2000 zwangerschappen.

Klachten

Meestal zijn er bij een mola-zwangerschap geen bijzondere klachten. Vaak heeft een vrouw meer last van gewone zwangerschapsverschijnselen zoals moeheid en misselijkheid. Als de zwangerschapsduur vordert, neemt de kans op vaginaal bloedverlies toe.

Onderzoek

Er wordt eerst een echoscopisch onderzoek gedaan om vast te stellen of er sprake is van een mola-zwangerschap. In plaats van een vruchtzakje met een embryo en een kloppend hartje zijn op de echo vele kleine blaasjes zichtbaar in de baarmoederholte. Ook kan een mola-zwangerschap bij toeval worden ontdekt bij echoscopisch onderzoek dat om een ander reden werd gedaan. Soms wordt het hartje niet gehoord, of lijkt de baarmoeder te groot voor de duur van de zwangerschap of is er vaginaal bloedverlies. Soms blijkt een aanvankelijk ‘gewone’ miskraam achteraf een mola-zwangerschap te zijn.
Als aanvullend onderzoek wordt vaak bloed afgenomen. In het laboratorium kan worden onderzocht hoeveel zwangerschapshormoon (HCG) in het bloed aanwezig is. HCG wordt in het placentaweefsel gemaakt. De hoeveelheid van dit hormoon geeft aan hoeveel placentaweefsel er is. Soms wordt er een longfoto gemaakt om te zien of de blaasjes zich verspreid hebben naar de longen.

De behandeling

Bij een mola-zwangerschap wordt door uw gynaecoloog een curettage aangeraden. Dit is een behandeling via de vagina waarbij het mola-weefsel met een dun slangetje uit de baarmoederholte wordt weggezogen. De behandeling vindt onder algehele narcose plaats. Soms gaat de curettage gepaard met veel bloedverlies. Een bloedtransfusie tijdens of na de ingreep kan dan nodig zijn.

Na de behandeling

Na de curettage kunt u nog een paar weken wat bloederige of bruinige afscheiding hebben. Het advies is om het eerste half jaar niet zwanger te worden. Als anticonceptiemiddel wordt de pil geadviseerd. Een spiraaltje wordt afgeraden in verband met de mogelijkheid van bloedingen. De gynaecoloog bespreekt dit met u.

Controle

Bij een curettage wordt geprobeerd zoveel mogelijk blaasjes te verwijderen, maar er blijven altijd blaasjes achter. Normaal ruimt het lichaam deze blaasjes uit zichzelf op. Om te controleren of de achtergebleven blaasjes goed verdwijnen, wordt regelmatig het bloed onderzocht. Daarin wordt het zwangerschapshormoon HCG gecontroleerd. De hoeveelheid van dit hormoon geeft informatie over de activiteit van de achtergebleven blaasjes.
In het begin gebeurt dit onderzoek wekelijks, maar als de HCG-waarde normaal is gebeurt dit maandelijks gedurende zes maanden. Gemiddeld duurt het drie tot vier maanden voordat de bloeduitslagen normaal zijn. Het eerste half jaar blijft u onder controle bij de behandelend gynaecoloog. Soms daalt het HCG onvoldoende of blijft het te hoog. Dan is verdere behandeling nodig.

Persisterende trofoblast

Soms verdwijnen de blaasjes niet uit de baarmoeder of groeien ze zelfs weer aan. Ook kunnen de blaasjes zich via het bloed naar de longen uitbreiden of, bij hoge uitzondering, naar andere organen. Dit wordt een persisterende trofoblast genoemd.
Bij een persisterende trofoblast daalt de waarde van het HCG onvoldoende. Meestal zijn er geen klachten, maar soms treden er weer zwangerschapsverschijnselen op, of is er vaginaal bloedverlies. Een persisterende trofoblast is een voorstadium van een kwaadaardige aandoening. Daarom is chemotherapie (een behandeling met celdodende medicijnen) noodzakelijk. Deze wordt poliklinisch gegeven.
De kans op volledige genezing is groot. Als er geen kinderwens meer is, kan de behandeling ook bestaan uit een baarmoederverwijdering. Dit wordt door uw gynaecoloog met u besproken.

Een nieuwe zwangerschap

Na een mola-zwangerschap is het beter een tijd te wachten met een nieuwe zwangerschap, omdat het achtergebleven mola-weefsel opnieuw actief kan worden. Nadat het HCG in het bloed normaal is geworden, is het verstandig nog een half jaar anticonceptie te gebruiken.

Als u medicijnen hebt gebruikt in verband met een persisterende trofoblast, is het verstandig pas weer zwanger te worden als de HCG-waarde in het bloed een jaar normaal is.
Na een mola-zwangerschap is er geen verhoogde kans op onvruchtbaarheid, gezondheidsproblemen of complicaties tijdens een volgende zwangerschap. Wel is er een licht verhoogde kans (1%) op een tweede mola-zwangerschap. Daarom is het zinvol om bij een volgende zwangerschap al in het begin van de zwangerschap een echo-onderzoek te laten doen. Als de echoscopie geen afwijkingen heeft aangetoond, kunt u voor controle van de zwangerschap bij de verloskundige terecht. Er wordt aangeraden om zes weken na deze bevalling het bloed te controleren op het hormoon HCG.

Lichamelijk en emotioneel herstel

Na een curettage herstelt u meestal vlot. Vaak is er nog een tot twee weken wat bloedverlies en bruinige afscheiding. Het is verstandig met geslachtsgemeenschap te wachten tot dit bloedverlies voorbij is.
Veel vrouwen maken na een mola-zwangerschap psychisch een moeilijke tijd door. De mola-zwangerschap betekent een teleurstelling en brengt een abrupt einde aan alle plannen en fantasieën over het verwachte kind. Onbekendheid met de mola-zwangerschap en daarmee samenhangende onzekerheid maken de verwerking soms moeilijker dan na een gewone miskraam. Verdriet, schuldgevoelens, ongeloof, boosheid en een gevoel van leegte zijn veel voorkomende emoties. De vraag waarom het mis ging houdt u wellicht bezig. Schuldgevoelens zijn nooit terecht.
De vrij lange wachtperiode voor een nieuwe zwangerschap kan moeilijk zijn, zeker als u al wat ouder bent. Ook omstandigheden zoals aanvullende medicijn kuren spelen bij de verwerking een rol. Hoe lang het verwerkingsproces duurt, is moeilijk aan te geven. Verschillen in de beleving of de snelheid van verwerken tussen man en vrouw kunnen een druk op de relatie geven. Het is dan verstandig erover te praten, zowel met elkaar als met anderen. Omdat mola-zwangerschappen weinig voorkomen, is het voor de omgeving vaak niet duidelijk wat u doormaakt. Het kan helpen te praten met andere paren die hetzelfde hebben meegemaakt.

Registratie

In Nederland worden alle mola-zwangerschappen geregistreerd bij het Academisch Ziekenhuis in Nijmegen om meer te weten te komen over deze zeldzame aandoening. De gynaecoloog meldt ook uw gegevens bij deze registratie aan, tenzij u hier bezwaar tegen maakt.

Hulporganisaties

Er bestaat geen landelijke hulporganisatie die zich speciaal richt op vrouwen die een mola doormaakten. Er is wel een landelijke patiëntenverenigingen voor vruchtbaarheidsproblematiek: Freya.
Deze vereniging kan behulpzaam zijn met het beantwoorden van vragen en bij het zoeken van hulp en steun in uw woonomgeving.
Website: www.freya.nl

Om verder te lezen

Marianne Cuisinier en Hettie Janssen:
Met lege handen; 2e dr. Houten:
Unieboek, 1997. ISBN 90 269 6699 7

Wiebe Braam en Martha van Buuren:
Als je zwangerschap misloopt.
Baarn: La Rivière 1995 ISBN 90 384 0365 8

Deze webpagina is met toestemming overgenomen van/gebaseerd op de tekst van de folder ‘Mola-zwangerschap’ van NVOG. De inhoud is aangepast aan de situatie zoals deze zich voordoet in HMC. Andere folders op het gebied van verloskunde, gynaecologie en voortplantingsgeneeskunde kunt u vinden op de website van de NVOG: www.degynaecoloog.nl

Mola-zwangerschap

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis