Laryngectomie Keel-, neus- en oorheelkunde

Op deze webpagina vindt u informatie over een laryngectomie. Dit is een operatie waarbij het hele strottenhoofd (larynx) samen met de stembanden wordt weggenomen. Uw behandelend Keel-, Neus- en Oor-arts (KNO-arts) heeft u al iets verteld over deze ingreep.

Afspraak en contact

088 979 18 90
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over laryngectomie Keel-, neus- en oorheelkunde

Op deze webpagina vindt u informatie over een laryngectomie. Dit is een operatie waarbij het hele strottenhoofd (larynx) samen met de stembanden wordt weggenomen. Uw behandelend Keel-, Neus- en Oor-arts (KNO-arts) heeft u al iets verteld over deze ingreep.

Een aantal onderwerpen op deze webpagina komt u daarom misschien bekend voor. Toch zijn er wellicht nog punten die niet helemaal duidelijk zijn of waar u meer over wilt weten. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen of problemen hebben, dan kunt u daarmee altijd terecht bij een van de KNO-artsen en bij het Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie.

Laryngectomie

Bij een laryngectomie wordt het hele strottenhoofd samen met de stembanden weggenomen. Een dergelijke operatie wordt uitgevoerd als er een kwaadaardig gezwel op de stembanden of in de directe omgeving daarvan zit. Als het vermoeden bestaat dat er uitzaaiingen van het gezwel in de lymfeklieren van de hals zitten, dan worden deze lymfeklieren ook tijdens de operatie verwijderd. Mocht dit in uw geval noodzakelijk zijn, dan bespreekt uw behandelend KNO-arts dit met u .

Het strottenhoofd is het eerste gedeelte van de luchtpijp. Door de luchtpijp stroomt de ingeademde lucht naar de longen. Achter het strottenhoofd bevindt zich de toegang tot de slokdarm. Het strottenhoofd bevindt zich voor in de hals en heeft een stevig kraakbenig skelet. Bij mannen is de voorkant van het strottenhoofd (adamsappel) vaak duidelijk zichtbaar.

Bij de ingang van het strottenhoofd zit het zogenaamde strottenklepje. Dit klepje gaat dicht als u slikt en zorgt ervoor dat het voedsel niet in de luchtpijp komt. Een andere belangrijke functie van het strottenhoofd is de vorming van de stem. Aan de binnenkant van het strottenhoofd bevinden zich de stembanden. Deze worden door de luchtstroom bij het uitademen in trilling gebracht. Hierdoor ontstaat het stemgeluid.

Het strottenhoofd heeft dus een aantal belangrijke functies. Ten eerste de scheiding van de adem- en de voedselweg en ten tweede de vorming van de stem. Het wegnemen van het strottenhoofd heeft dus ingrijpende gevolgen.

Tijdens de operatie wordt de luchtpijp in een kunstmatige opening (tracheostoma) in de hals vastgehecht. Na de operatie ademt u dan door deze opening in de hals: het tracheostoma. Het spreken met de normale stem is na verwijdering van het strottenhoofd onmogelijk. Na de genezing van de operatiewond begint u met het opnieuw leren spreken. De logopedist zal u daarbij helpen en uitleg geven over de diverse spreekmogelijkheden. Het eten en drinken via de mond blijft mogelijk. De adem- en voedselweg zijn blijvend van elkaar gescheiden door de operatie. U kunt zich dan ook niet meer verslikken.

Behandelteam

Een laryngectomie is een ingrijpende operatie, met belangrijke gevolgen voor de ademhaling, het goed spreken, het slikken en de voeding. Het behandelteam probeert u op deze gebieden zo goed mogelijk te ondersteunen.

Met enkele zorgverleners heeft u al kennis gemaakt op de polikliniek.

Anderen ziet u op de dag van opname of na de operatie. Het behandelteam bestaat onder andere uit de volgende personen:

  • KNO-arts: De KNO-arts is degene die u gaat opereren.
  • Zaalarts: De zaalarts is een KNO-arts in opleiding. Bij de zaalarts kunt u in eerste instantie terecht met uw vragen over de behandeling. De zaalarts is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de afdeling en loopt dagelijks de ochtendvisite.
  • Verpleegkundigen: De verpleegkundigen van de afdeling zorgen tijdens de opname voor u.
  • Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie: Dit team bestaat uit de verpleegkundig specialist Hoofd-Hals Oncologie en de oncologieverpleegkundigen. Op de polikliniek heeft u al kennisgemaakt met leden van dit team. Voor vragen over uw behandeling kunt u ook bij hen terecht. Ze zullen u gedurende uw behandeling en de follow-up blijven volgen.
  • Fysiotherapeut: De fysiotherapeut begeleidt u na de operatie bij het weer starten met bewegen en bij ademhalingsoefeningen. Ook het bewegen van nek en schouders is een belangrijk aandachtspunt van de fysiotherapeut. Soms zal de fysiotherapeut u ook al voor de operatie begeleiden.
  • Voedingsteam: De diëtiste van het voedingsteam begeleidt u tijdens de behandeling. De diëtiste zal u ook na de operatie begeleiden als u nabehandeling nodig heeft.
  • Logopedist: De logopedist begeleidt u tijdens de behandeling. U maakt voor de operatie al kennis met de logopedist. Na de operatie zal de logopedist u helpen met de slik- en spraakrevalidatie.

In samenspraak met u wordt een patiëntenvoorlichter ingeschakeld. Dit is een ervaringsdeskundige. De ervaringsdeskundige vertelt u hoe hij/zij het leven met een tracheostoma ervaart en hoe hij/zij het leven heeft opgepakt na de operatie in de thuissituatie.

Voor de operatie

We adviseren u dringend om al voor de operatie te stoppen met roken. Heeft u voor de operatie al veel klachten bij het eten en drinken en heeft u gewicht verloren? Dan kunt u dit aangeven bij de KNO-arts of het Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie. De diëtiste zal u dan al voor de operatie begeleiden.

De opname

Voordat u wordt opgenomen, nodigt het Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie u uit voor een gesprek op de polikliniek. Doel van dit gesprek is om u en uw naasten zo goed mogelijk voor te bereiden op de opname en de behandeling. Het verwachte verloop van de behandeling, tijdens de opname en na ontslag uit het ziekenhuis, wordt besproken. Het is voor u wellicht verstandig als uw eventuele partner en/of een ander familielid meekomt naar dit voorlichtingsgesprek. We nemen u één dag voor uw operatie op in het ziekenhuis. De diëtiste, fysiotherapeut en logopedist kunnen dan al voor uw operatie kennismaken met u.

De dag van de operatie

Op de operatiedag wordt u al vroeg voorbereid op de operatie. De KNO-arts en/of de anesthesioloog heeft met u afgesproken welke medicijnen u wel of niet mag innemen op de dag van de operatie. Op de dag van de operatie krijgt u operatiekleding aan. Sieraden en een eventueel kunstgebit blijven in uw kamer achter. Op de afgesproken tijd gaat u naar de operatiekamer. Hier zal de anesthesioloog verder voor u zorgen.

Na de operatie gaat u naar de Intensive Care. De verpleegkundigen die hier werken, zijn speciaal opgeleid om de eerste zorg na de operatie uit te voeren. U kunt hier ’s avonds beperkt bezoek ontvangen. Als u voldoende hersteld bent van de ingreep wordt u naar de KNO-afdeling (afdeling Oranje 1) gebracht.

Na de operatie

Na de operatie is de luchtweg veranderd door een opening in de hals: het tracheostoma. In het tracheostoma bevindt zich op de dag van de operatie een buisje (canule). Door dit buisje ademt u en hoest u slijm op. We vervangen de canule de dag na de operatie al door een siliconen tube met filter. Om uitdroging van de luchtpijp zoveel mogelijk te voorkomen, wordt u elke 3 uur verneveld met een zoutoplossing. Ook is er apparatuur aanwezig waarmee we het slijm en het speeksel kunnen wegzuigen. Omdat u niets mag eten en drinken, krijgt u via een infuus en/of sonde vocht en voeding toegediend. Hierdoor kunnen ook medicijnen worden gegeven. Tijdens de operatie heeft u een slang (katheter) in de blaas gekregen om nauwkeurig te kunnen controleren hoeveel u plast. In de eerste dagen na de operatie halen we deze katheter weg.

Na de operatie heeft u slangetjes (drains) in de wond. Hierdoor wordt het vocht uit de wond gezogen en opgevangen in een afgesloten fles. We halen de drainfles weg zodra er in 24 uur tijd minder dan 10 ml vocht in komt.

Na de operatie worden bloeddruk, pols, saturatie (de hoeveelheid zuurstof in het bloed) en temperatuur regelmatig gecontroleerd. De dag na de operatie mag u in principe alweer even uit bed. Vanaf de tweede dag na de operatie mag u steeds vaker uit bed. Zodra dit mogelijk is, zal de verpleegkundige vragen of u zichzelf weer wilt wassen en aankleden.

Als de wond genezen is en er zich geen complicaties hebben voorgedaan, kunt u als de KNO-arts hier toestemming voor geeft starten met een water/vloeibaar dieet. Hierna krijgt u gemalen voedsel en ten slotte kunt u weer normaal eten. In het begin voelt het slikken iets anders aan dan u gewend bent en zal het ook niet zo snel gaan. Vooral als u weer gewoon eten krijgt, zult u merken hoe belangrijk het is om goed te kauwen en rustig te eten. De logopedist helpt u met het opnieuw leren slikken. Hij/zij helpt u ook met het praten.

Gevolgen van de operatie

Na de operatie kunt u niet praten. In het begin zult u uw gedachten, gevoelens en wensen moeten opschrijven. De praktijk leert dat veel mensen hier snel aan wennen. De verpleegkundigen zullen u hierbij helpen. Zij hebben de nodige ervaring met deze manier van “praten” en kunnen u handige tips geven. Ook als u, om welke reden dan ook, moeilijk of helemaal niet kunt schrijven. Samen met hen zoekt u dan naar een andere oplossing. Op de verpleegafdeling Oranje 1 is een iPad aanwezig. Die mag u gebruiken zolang u in het ziekenhuis bent opgenomen. De verpleegkundige van de afdeling kan u uitleg geven over de iPad. In alle gevallen geldt dat u vooral niet hoeft te aarzelen om uw problemen naar voren te brengen.

Als het enigszins mogelijk is, schrijft u dan, voordat u bezoek krijgt van de arts of van uw familie, alle dingen op die u wilt vragen of zeggen. Op deze manier heeft u meer tijd om alles wat u bezig houdt op te schrijven en te bespreken. Ook vergeet u zo minder.

Na de operatie kunt u ook niet meer ruiken. Geuren en lucht gaan niet meer via de normale inademingsweg, het neusslijmvlies. De logopedist kan u helpen met het oefenen van ruiken. Dit opnieuw leren ruiken vraagt om wat oefening. U pakt het daarom pas op als u weer thuis bent.

Het is ook niet meer mogelijk om uw neus te snuiten zoals u vroeger deed. Terwijl u gewend was bij het hoesten uw hand voor uw mond te houden, zult u nu uw hand voor het tracheostoma moeten houden. Aangezien u nu direct via het tracheostoma ademt, zult u bij het douchen en het baden voorzorgsmaatregelen moeten nemen om te voorkomen dat er water door het tracheostoma in de luchtpijp komt. Ook tegen kou en stof moet de luchtweg beschermd worden door bijvoorbeeld het dragen van filtermaterialen.

De gevolgen van deze operatie zullen niet alleen veel van uw aanpassingsvermogen vragen, maar ook van dat van uw omgeving. Niet alleen vanwege de verandering op het gebied van spraak, maar ook door het tracheostoma dat vooral in het begin vreemd is. Zo geeft bijvoorbeeld het hoesten een heel ander geluid dan u gewend bent. Het beste is om uw gevoelens over dit alles naar voren te brengen. Dat is beter dan er alleen mee rond te blijven lopen.

Revalidatie

Fysiotherapie

De fysiotherapeut wordt ingeschakeld om uw ademhaling te ondersteunen en eventueel te helpen met ophoesten. Na de operatie is de beweeglijkheid van de nek minder dan u gewend was. Soms geeft het bewegen van de schouder ook enige problemen. Door gerichte oefeningen te geven, kan de fysiotherapeut helpen deze klachten te bestrijden.

Logopedie

Vóór de operatie heeft u al kennis gemaakt met de logopedist. Enige tijd na de operatie zult u beginnen met het aanleren van een nieuwe manier van spreken. De geluidstrillingen moeten op een andere wijze tot stand worden gebracht, omdat de stembanden zijn weggenomen. De plooien in het bovenste deel van de slokdarm kunnen als geluidsbron gaan fungeren. Wanneer er lucht langs deze plooien wordt gevoerd, kan er geluid ontstaan. Dit kan op verschillende manieren:

Een methode die wordt toegepast, is het spreken met behulp van een “ventielprothese”, ook wel button, stemprothese of spraakknoopje genoemd. Dit is een kunststof buisje dat geplaatst wordt in de scheidingswand van de luchtpijp en de slokdarm. Door dit ventieltje is het mogelijk om de lucht vanuit de longen via de luchtpijp naar de slokdarm te laten stromen. Het tracheostoma moet daarbij met een vinger worden afgesloten. De lucht in de slokdarm zet de plooien in trilling, waardoor er geluid ontstaat. Dit geluid kan door de normale spraakbewegingen worden omgevormd tot verstaanbare spraak.

De logopedist zal ook met u praten over de logopedische behandeling na uw ontslag uit het ziekenhuis. Hij/zij streeft ernaar dat deze behandeling direct door kan gaan.

Diëtiste

De diëtiste geeft voedingsadvies. Eerst zult u gebruikmaken van sondevoeding via de neusmaagsonde. Later zal in overleg met de arts en logopedist gewone voeding worden besproken.

Vertrek en nazorg

De meeste patiënten mogen ongeveer twee à drie weken na de operatie weer naar huis. Na de operatie wordt u stap voor stap geleerd om zelf uw tracheostoma te verzorgen. De verpleegkundigen helpen u hierbij.

Het Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie helpt u om de juiste materialen uit te zoeken. Ook helpen zij u samen met de logopedist om met uw tracheostoma om te gaan. In overleg met u wordt als dit nodig is ook uw eventuele partner, of iemand anders uit uw directe omgeving die u thuis bij de verzorging kan helpen, daarbij betrokken. U krijgt een ontslagpakket met bijbehorende instructie mee voor het bestellen van de materialen.

Blijkt voor u uit het ziekenhuis naar huis gaat dat u hulp nodig heeft bij de verzorging van het tracheostoma? Dan kan hulp worden ingeschakeld via de thuiszorg. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u dan een brief mee voor de wijkverpleegkundige. De wijkverpleegkundige kan u thuis adviseren en helpen bij de verzorging van het tracheostoma.

Wanneer u het ziekenhuis heeft verlaten, stelt uw behandelend arts uw huisarts (en eventueel andere behandelaars) door middel van een brief op de hoogte van uw gezondheidstoestand.

Na ontslag uit het ziekenhuis blijft u langdurig onder zorgvuldige controle. Vooral de eerste tijd na de operatie moet u vaak terugkomen voor een controlebezoek. Soms heeft u aanvullende behandeling nodig na de operatie. Bijvoorbeeld radiotherapie (bestraling) of een combinatie van chemotherapie en radiotherapie. Een verpleegkundige van het Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie zal u wekelijks zien tijdens deze aanvullende behandeling. Uw behandelend KNO-arts zal met u bespreken of deze aanvullende behandeling voor u van toepassing is.

Patiëntenvereniging en belangrijke telefoonnummers

De Patiëntenvereniging HOOFD-HALS is een landelijke patiëntenorganisatie voor mensen met kanker in het hoofd-halsgebied en hun naasten. De vereniging brengt u in contact met lotgenoten.

District Den Haag en omstreken van de Patiëntenvereniging HOOFD-HALS (de kring Den Haag) bestaat uit een groep mensen met verschillende vormen van kanker in het hoofd-halsgebied. Het district kan u wegwijs maken in het stelsel van sociale voorzieningen. Tevens biedt het u de mogelijkheid om met lotgenoten in uw directe omgeving in contact te komen.

Wanneer u meer informatie wilt hebben, kunt u terecht bij de
Patiëntenvereniging HOOFD-HALS:
Adres: Vredenburg 24 (4e etage) in Utrecht

Telefoonnummer: 030 232 14 83
E-mail: info@pvhh.nl

Enkele belangrijke telefoonnummers:

  • Verpleegafdeling Oranje 1: 088 979 44 25
  • Verpleegkundig Team Hoofd-Hals Oncologie: 088 979 31 63
  • Polikliniek KNO: 088 979 15 31

Laryngectomie Keel-, neus- en oorheelkunde

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis