Laparoscopische nefrectomie

Nieroperatie met een kijkbuis

Binnenkort wordt u in het ziekenhuis opgenomen voor een operatie. Hierbij wordt een nier met een kijkbuis (laparoscoop) verwijderd. Dit heet een laparoscopische nefrectomie. Het kan ook zijn dat er een gedeelte van de nier wordt weggehaald. We spreken dan van partiële nefrectomie. Op deze webpagina leest u hoe de operatie in zijn werk gaat en hoe u zich hierop kunt voorbereiden. Heeft u na het lezen van deze webpagina nog vragen, dan kunt u deze altijd stellen aan de uroloog of aan de verpleegkundige.

Specialismen en team

Afspraak en contact

Vragen of aanvragen van herhaalrecepten via E-consult in patientenportaal mijnHMC

Ook kunt u ma t/m vr contact opnemen met de polikliniek Urologie

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over laparoscopische nefrectomie

Binnenkort wordt u in het ziekenhuis opgenomen voor een operatie. Hierbij wordt een nier met een kijkbuis (laparoscoop) verwijderd. Dit heet een laparoscopische nefrectomie. Het kan ook zijn dat er een gedeelte van de nier wordt weggehaald. We spreken dan van partiële nefrectomie. Op deze webpagina leest u hoe de operatie in zijn werk gaat en hoe u zich hierop kunt voorbereiden. Heeft u na het lezen van deze webpagina nog vragen, dan kunt u deze altijd stellen aan de uroloog of aan de verpleegkundige.

De nieren

De ligging van de nieren

Een mens heeft twee nieren. Deze boonvormige organen bevinden zich aan weerszijden van de wervelkolom, achterin de buikholte. Ze liggen dus eigenlijk op de overgang van rug en zijde. De nieren worden gedeeltelijk door het onderste paar ribben bedekt. De rechter nier ligt altijd wat lager dan de linker nier. Dit komt doordat de lever de rechter nier wat naar beneden drukt. Aan de binnenkant van de nier zit het nierbekken. Dit is een opslag voor de door de nier geproduceerde urine. Vanuit het nierbekken loopt de urineleider naar de blaas. Aan het eind van de urineleider, die uitkomt in de blaas, bevindt zich een soort ventiel. Die zorgt ervoor dat de urine vanuit de blaas niet terug naar de nier stroomt.

nieren_en_urinewegen.jpg
Afbeelding: nieren en urinewegen

De functie van de nieren

De nieren voeren water en afvalstoffen uit ons lichaam af. Al het vocht dat u inneemt, wordt via het darmkanaal opgenomen in het lichaam. Als blijkt dat er in het lichaam te veel vocht aanwezig is, dan wordt dat via het bloed naar de nieren vervoerd en als urine uitgescheiden. In minder dan een uur kunnen de nieren al het bloed in uw lichaam volledig reinigen.
U kunt een nier missen. U heeft aan één (goed werkende) nier genoeg voor voldoende reiniging.

Redenen om een nier te verwijderen

Er zijn verschillende redenen voor het verwijderen van een nier. In de meeste gevallen moet de nier, of een gedeelte ervan, verwijderd worden vanwege een kwaadaardig gezwel (tumor). Deze zit in de nier of in de binnenbekleding van de nier. Meestal wordt de tumor bij een radiologisch onderzoek bij toeval ontdekt. Een niertumor veroorzaakt pas in een laat stadium klachten zoals pijn en bloedverlies.

Andere redenen om een nier te verwijderen zijn goedaardige nieraandoeningen zoals:

  • Verschrompeling van de nier;
  • Een nier die niet of slecht functioneert;
  • Cystenier (nieren waarin zich een groot aantal vochtblazen hebben gevormd, die zorgen voor een verminderde functie van de nieren);
  • Chronische nierbekkenontsteking.

Deze oorzaken komen minder vaak voor.

Voorbereiding op de operatie

Preoperatief spreekuur

Ter voorbereiding op de operatie gaat u eerst naar het preoperatief spreekuur (POS). Het opnamebureau zal u thuis bellen voor het maken van deze afspraak.
Tijdens het spreekuur zal de anesthesioloog uw medische voorgeschiedenis en medicijngebruik met u doornemen. Ook vindt er een kort lichamelijk onderzoek plaats. Als het nodig is, wordt er verder onderzoek gedaan. Dit kan zijn een bloedonderzoek, een cardiogram of een borstfoto. Mogelijk wordt u hiervoor verwezen naar een andere specialist. De anesthesioloog zal u informeren over de verschillende anesthesiemogelijkheden (zoals een narcose of verdoving).

De afspraak

Meestal wordt u op de dag van de operatie opgenomen. Van de polikliniek Urologie krijgt u bericht waar en hoe laat u zich moet melden.

Eten en drinken

De anesthesioloog informeert u over het moment dat u niet meer mag eten en drinken voor de operatie.

Medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal de uroloog met u bespreken hoeveel dagen voor de operatie u moet stoppen met deze medicijnen. Is dit niet met u besproken of heeft u hier vragen over, neemt u dan contact op met de polikliniek Urologie. Neemt u alle medicijnen die u gebruikt mee naar het ziekenhuis.

De opname

Op de verpleegafdeling informeert de verpleegkundige u over de gang van zaken op de afdeling. Zodra u geopereerd kunt worden, brengt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingskamer.

De operatie

Via een infuus krijgt u pijnmedicatie. Daarna gaat u naar de operatiekamer en wordt u onder narcose gebracht. De uroloog maakt een sneetje in uw huid onder de ribbenboog. Hierdoor wordt koolzuurgas in de buik gebracht. Zo wordt er ruimte in de buikholte gemaakt. Dit is nodig voor een goed zicht tijdens de operatie. Daarna wordt de kijkbuis (laparoscoop) ingebracht. Op het beeldscherm is nu de buikholte te zien. Via drie à vier andere kleine sneetjes van ongeveer een centimeter worden de instrumenten ingebracht waarmee geopereerd gaat worden. De nier wordt vrijgemaakt en verwijderd via een iets grotere opening. Aan het eind van de operatie wordt het gas uit buik verwijderd. De wondjes worden gesloten met oplosbare hechtingen. Ook wordt er een blaaskatheter ingebracht om de urineproductie te controleren. Een blaaskatheter is een slangetje dat de urine vanuit de blaas afvoert naar een opvangzak. Het slangetje zit in de urinebuis.

De verwijderde nier gaat naar de patholoog voor verder onderzoek. Als er een gedeelte van de nier wordt weggehaald, snijdt de uroloog het gezwel en een gedeelte van de nier weg. Het nierweefsel dat overblijft, blijft gespaard.

Soms is het niet te voorkomen dat de laparoscopische operatie overgaat in een open operatie. Bij een open operatie wordt er een snee in de buik gemaakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de nier of bloedvaten met de kijkbuis (laparoscoop) niet goed in beeld te krijgen zijn.
Als bij de operatie niet alleen de nier maar ook de urineleider verwijderd wordt, zal de snee in de onderbuik wat groter zijn.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier worden uw hartslag en bloeddruk gecontroleerd. Ook wordt het nabloeden in de gaten gehouden. Als de uitkomsten van de controles goed zijn, wordt u teruggebracht naar de afdeling.

Nazorg

Een groot voordeel van laparoscopisch opereren ten opzichte van een open operatie is dat u sneller herstelt. Ook de darmen komen daardoor sneller op gang. Dat betekent dat u de dag na de operatie weer normaal kunt eten en drinken.

In overleg met de uroloog worden ook de blaaskatheter en het infuus verwijderd. Het moment waarop dit gebeurt, wordt met u overlegd. Wanneer ook de urineleider verwijderd is, zal de katheter langer inblijven.

Complicaties

Meestal verloopt de operatie zonder problemen. Toch bestaat er bij iedere operatie kans op een nabloeding of een infectie van de wond. In geval van een nabloeding is het nodig dat u opnieuw geopereerd wordt om de bloeding te stoppen.
Na de operatie kunt u pijn krijgen tussen de schouderbladen door het gas dat in de buikholte is gebracht. De pijn verdwijnt meestal na één tot twee dagen, maar kan soms iets langer aanhouden.

Wanneer de nier niet helemaal maar gedeeltelijk is verwijderd, gebeurt het in een enkel geval dat er lekkage van de urine optreedt. Dit gebeurt op de naad van het overgebleven gedeelte van de nier. In dat geval wordt er inwendig een slangetje geplaatst (een dubbel-J-katheter). Dit slangetje zorgt voor het afvloeien van de urine. Het betekent dat u de blaaskatheter langer zult houden. Mochten deze maatregelen niet voldoende zijn, dan moet u opnieuw geopereerd worden. Deze situatie komt zelden voor.

Ontslag

Wanneer de operatie op laparoscopische wijze is gelukt, kunt u meestal de derde dag na de operatie het ziekenhuis verlaten. Dit is het geval als uw herstel goed verloopt. Als het nodig is, wordt - in overleg met u - thuiszorg ingeschakeld voor extra hulp bij u thuis.
Bij ontslag maakt de afdelingssecretaresse een controleafspraak op de polikliniek. Bij de controle wordt het resultaat met u besproken van het onderzoek van het verwijderde weefsel. Afhankelijk van de uitslag zal de uroloog met u bespreken welke controles er nog nodig zijn.

Die controles kunnen bestaan uit:

  • Lichamelijk onderzoek;
  • Bloedonderzoek;
  • Een echo van de buik;
  • Een CT-scan;
  • Scopie van de blaas (als er sprake is van een tumor van de binnenbekleding van de urinewegen).

De controles zijn meerdere malen per jaar. Als er problemen zijn of als u vragen heeft, kunt u altijd tussentijds een afspraak maken met uw behandelend uroloog.

Herstel

Verschillende factoren, zoals leeftijd, algehele conditie en het soort operatie, spelen een rol bij het herstel.

Lichamelijke inspanning

Wij adviseren u om het thuis rustig aan te doen. U zult merken dat u nog snel vermoeid bent. Het lichaam geeft zelf aan wanneer u zich te veel inspant. Zorg dat u voldoende rust neemt en zich ontspant. Vermoeidheid kan drie tot zes maanden aanhouden. Dagelijks bewegen draagt bij aan de opbouw van uw conditie. Langdurig zitten of liggen draagt niet bij aan uw herstel en kan zorgen voor extra complicaties. Het lichaam geeft zelf aan wanneer u zich te veel inspant.
Het is raadzaam de eerste zes tot acht weken geen zware lichamelijke arbeid te verrichten. Zwaar tillen (meer dan vijf kilogram), zware huishoudelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld stofzuigen) of sporten zijn activiteiten die u beter kunt vermijden. Zodra uw lichamelijke conditie dit toelaat, kunt u steeds meer activiteiten gaan oppakken.
Drie weken na de ingreep kunt u weer gaan fietsen. Autorijden kan over het algemeen zodra de wond dicht is en u geen pijnstillers meer gebruikt. Meestal is dit na zes weken.

Voldoende drinken

Er is vocht nodig om afvalstoffen via de nieren af te voeren. Daarom is het goed om voldoende te drinken. Dit betekent dat u twee á 2,5 liter per dag drinkt. U kunt water, sap, melk, limonade, thee of koffie drinken.

Dieet

U hoeft in principe geen speciaal dieet te volgen. Wij adviseren u vezelrijk te eten, bijvoorbeeld bruin/volkoren brood en veel fruit. Dit bevordert een regelmatige stoelgang. Daarnaast adviseren wij u alcohol alleen in beperkte mate te nuttigen.

Pijn

Als de operatiewond nog gevoelig is, mag u drie keer per dag twee tabletten van 500 mg paracetamol innemen. U kunt de pijnstilling afbouwen wanneer u minder pijn voelt.

De wond

Het kan zijn dat uw wond nog gevoelig is. Dit hoort bij het genezingsproces. U mag de eerste drie weken niet in bad. Douchen is wel toegestaan. Het is niet nodig om de wond thuis te verbinden.

Bloedverdunnende medicijnen

Als u voor de operatie bloedverdunnende medicijnen gebruikte, mag u deze weer gaan gebruiken. Voordat u naar huis gaat, hoort u van de verpleegkundige wanneer u hier weer mee mag starten.

Sommigen patiënten zouden graag extra ondersteuning willen hebben van een deskundige vanwege hetgeen hen is overkomen. Om u zo goed mogelijk te informeren, te adviseren en te begeleiden bij uw ziekte, werkt de uroloog samen met de urologie-oncologie verpleegkundige. Zij geeft u en uw naasten informatie over de operatie, behandelingen en het vervolgtraject. Zij bespreekt ook met u hoe u met de situatie omgaat.
Er bestaat geen pasklaar antwoord op de vraag hoe te leven met kanker. Iedereen is anders en elke situatie is anders. Iedereen verwerkt het hebben van kanker op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Uw stemmingen kunnen heel wisselend zijn. Het ene moment bent u misschien erg verdrietig, het volgende moment vol hoop. Zorgverleners zoals psychologen of maatschappelijk werkers kunnen u extra begeleiding bieden. Als u hiervan gebruik wenst te maken, kunt u dat bespreken met de urologie-oncologie verpleegkundige.

U kunt contact opnemen met de urologie-oncologie verpleegkundige via het algemene nummer van de polikliniek.

Wanneer een arts waarschuwen

Als u na de ingreep last krijgt van onderstaande klachten moet u contact met ons opnemen:

  • Hevige buikpijn die niet vermindert na het innemen van pijnstillers;
  • Koorts boven de 38,5° C of langer dan 24 uur 38,0º C koorts;
  • Pijn in de flanken;
  • Hevige roodheid of pus uit de wondjes;
  • Roder en dikker wordende wond;
  • Indien u minder plast dan normaal terwijl u goed drinkt.

Overdag kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie. ’s Nachts en in het weekend kunt u contact opnemen met de de afdeling Spoedeisende Hulp.

Contact

Deze webpagina geeft algemene informatie over de behandeling. Heeft u na het lezen van de webpagina nog vragen? Kijkt u dan op www.allesoverurologie.nl.

Uw vragen kunt u stellen via e-consult via het patiëntenportaal ‘mijnHMC’.
Kijk op: www.haaglandenmc.nl en kies voor ‘Mijn HMC’.
Houd uw DigiD code gereed.

Voor dringende vragen kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie:
088 979 41 44

Bij spoed bel de Spoedeisende Hulp van HMC Westeinde: 088 979 23 80.

Laparoscopische nefrectomie

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis