Kijkoperatie bij een instabiele schouder

Een kijkoperatie aan de schouder is een ingreep waarbij de orthopedisch arts (orthopeed) in de schouder kijkt met een camera op een dun buisje. De orthopeed kan tijdens de kijkoperatie een instabiele schouder behandelen. Een instabiele schouder is een schouder die soms uit de kom schiet.

Afspraak en contact

Focuskliniek Orthopedie verpleegafdeling
088 979 80 81
Gesloten van vr 18.00 uur tot ma 07.00 uur

Is de afdeling gesloten? Bel dan bij dringende vragen of bij complicaties het ziekenhuis
088 979 79 00. Vraag naar de dienstdoende arts van de afdeling Orthopedie.

Spoedeisende Hulp (SEH) HMC Westeinde
088 979 23 80
Spoed, buiten kantooruren

Poliklinieken

Toon overige locaties

Cijfers

Circa 3.500 orthopedische operaties

19.000 nieuwe patiënten Orthopedie

8,6 voor patiënttevredenheid verpleegafdeling Focuskliniek

Over kijkoperatie bij een instabiele schouder

Een kijkoperatie aan de schouder is een ingreep waarbij de orthopedisch arts (orthopeed) in de schouder kijkt met een camera op een dun buisje. De orthopeed kan tijdens de kijkoperatie een instabiele schouder behandelen. Een instabiele schouder is een schouder die soms uit de kom schiet.

Wat is een kijkoperatie bij een instabiele schouder?

Oorzaak

De schouder is een gewricht dat bestaat uit:

  • de kop van de bovenarm
  • de kom van het schouderblad

Om de kop in de kom te houden, zit om deze botten:

  • een stevige kraakbeenring (labrum)
    Kraakbeen is een dun, zacht laagje dat schokken opvangt en zorgt dat de botten soepel langs elkaar bewegen.
  • een kapsel
    Het kapsel is een soort sok om het gewricht, die het gewricht beschermt.
  • spieren
  • banden
    De banden verbinden de botten en spieren met elkaar.

schouderluxatie bron zorgvoorbeweging nl

Bron: zorgvoorbeweging.nl

Door een ongeval kan de kop uit de kom schieten. Dit noemen we ook wel een schouderluxatie. Hierbij scheuren de kraakbeenring, het kapsel en de banden af. Deze groeien niet altijd weer vast, waardoor de schouder instabiel wordt. Meestal lukt het om de kop in de kom te houden door de spieren in de schouder aan te spannen.

Klachten

Bij sommige onverwachte bewegingen kan de schouder weer uit de kom schieten, bijvoorbeeld met sporten.

Behandeling

Een instabiele schouder behandelen we met fysiotherapie. Als dit niet genoeg helpt, kiezen we vaak voor een kijkoperatie. De orthopeed bespreekt de risico's en verwachtingen met u, voordat we besluiten tot een kijkoperatie.

Tijdens een kijkoperatie kijkt de orthopeed in de schouder met een camera op een dun buisje (een scoop). Een kijkoperatie heet ook wel een 'artroscopie'. Dit woord komt uit het Grieks en betekent letterlijk 'in een gewricht (arthros) kijken (scopie)'. Om de scoop in te brengen, maakt de orthopeed twee of drie kleine sneetjes in de schouder. Via één sneetje gaat de scoop naar binnen. Dit gebeurt samen met spoelvloeistof, om de wond schoon te houden. De orthopeed maakt meerdere sneetjes om zowel voor als achter in de schouder te kijken. Via een ander sneetje brengt de orthopeed instrumenten in de schouder om de schouder te behandelen. Tijdens die operatie maakt de orthopeed de schouder weer stabiel. De schouder schiet daarna niet meer zomaar meer uit de kom. Na de operatie draagt u een draagband (mitella) en volgt u fysiotherapie – dit is belangrijk voor een goed resultaat.

De voordelen van een kijkoperatie zijn:

  • kleinere wonden dan bij andere operaties
  • minder kans op infectie
  • minder pijn na de ingreep

Na de operatie en de nabehandeling voelt uw schouder steviger aan. Het gevoel dat de schouder uit de kom schiet, verdwijnt bij ongeveer 95 van de 100 patiënten.

Door wie wordt u geopereerd?

U wordt geopereerd door de orthopeed die u heeft gezien op de polikliniek, eventueel samen met een arts-assistent. Een arts-assistent is een afgestudeerde arts, die we in het HMC opleiden tot specialist of die in ons ziekenhuis ervaring opdoet. Arts-assistenten voeren ook zelfstandig (delen van) operaties uit. De medisch specialist is altijd eindverantwoordelijk voor de operatie.

Voorbereiding

Polikliniek

In HMC heeft u een afspraak met de orthopeed op de polikliniek Orthopedie. Deze arts vraagt naar uw klachten, onderzoekt u en bepaalt aan de hand hiervan of aanvullend onderzoek nodig is.

De doktersassistente vertelt u over uw opname in het ziekenhuis en waar u zich kunt melden. U krijgt informatie mee over de operatie. Het is belangrijk dat u deze informatie van tevoren goed doorleest.

Preoperatief onderzoek

De orthopeed heeft u een verwijzing gegeven om een afspraak te maken met de anesthesioloog. Deze arts zorg voor de verdoving tijdens de operatie. De anesthesioloog onderzoekt u om te bepalen wat de beste en veiligste manier is om u te verdoven. Voor deze operatie is dat een algehele narcose. Deze verdooft het hele lichaam. U bent dan een tijdje buiten bewustzijn. Daarnaast kan de anesthesioloog de arm extra verdoven, zodat de pijn na de operatie minder is. De anesthesioloog geeft u dan een prik in de hals. Dit gebeurt voordat u de algehele narcose krijgt. Bent u ergens allergisch of overgevoelig voor, bijvoorbeeld jodium? Geeft u dit dan door aan de anesthesioloog.

Als het nodig is, vragen we bloedonderzoek aan, laten we een hartfilmpje (ECG) maken en een röntgenfoto van de longen maken. Een enkele keer is er aanvullend onderzoek nodig door een andere arts, bijvoorbeeld een internist, cardioloog of longarts.

U spreekt ook een medewerker van de apotheek om het gebruik van uw medicatie die u gebruikt met u door te nemen. U krijgt de folder ‘Voorbereiding op de operatie en anesthesie’ met daarin alle informatie over de operatie.

Kunt u niet naar een afspraak komen?

Heeft u een probleem waardoor u niet op tijd naar een afspraak kunt komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan de Focuskliniek Orthopedie – uiterlijk 24 uur voor de afspraak. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. U kunt zich afmelden van maandag tot en met vrijdag, tijdens kantooruren. Als u een afspraak niet of te laat afmeldt, moeten we de afspraak helaas in rekening brengen.

Bellen met de verpleegafdeling

Bel twee werkdagen voor uw opname in het ziekenhuis met de verpleegafdeling. Bel hiervoor tussen 14.00 en 16.00 uur via telefoonnummer 088 979 80 81. Een van onze medewerkers staat u te woord. De medewerker:

  • vraagt of er veranderingen zijn in uw gezondheidstoestand sinds uw laatste afspraak
  • geeft informatie over de gang van zaken op de afdeling
  • vertelt hoe laat we u op de afdeling verwachten
  • vraagt of alles duidelijk is voor u

Pijnstillers

Zorg dat u voldoende paracetamol in huis heeft voor na de operatie.

Vervoer

Zorg voor vervoer na de operatie. U mag dan namelijk niet zelf naar huis rijden.

Thuis

Omdat u met uw schouder rustig aan moet doen, is het prettig als er thuis iemand is die u na de operatie opvangt.

Eten en drinken

Het is belangrijk dat u vóór de operatie nuchter bent vanaf 0.00 uur. Dat betekent dat u niets heeft gegeten of gedronken.

Mastersling

Na de operatie zit uw arm in een speciale draagband, die u om de nek en rug draagt. Deze band noemen we een mitella of mastersling. De fysiotherapeut maakt de mastersling voor u op maat. U hoeft deze dus niet meer zelf in te stellen.

U doet de mastersling zo om:

  • Laat de geopereerde arm ontspannen naar beneden hangen, zodat deze los van het lichaam is. Schuif de zak om de onderarm.
    ld transfer fig03
  • Trek de band over uw hoofd, zodat deze om de schouder hangt.
    ld transfer fig04
  • Zorg ervoor dat de elleboog in het hoekje van de zak van de mastersling ligt.
    Druk het klittenband vast, zodat de zak dicht is.
  • Maak de buikband vast. Deze gaat achter de rug langs, door de ring onder de pols. Vervolgens plakt u hem vast.
  • U kunt uw duim in de lus voor de duim plaatsen, maar dit hoeft niet.
  • De geopereerde schouder moet nu iets hoger zijn dan de andere schouder. Op die manier ontlast u de schouder.
  • Uw hand moet iets hoger liggen dan de elleboog. Zo voorkomt u zwelling van de hand en vingers.
    ld transfer fig05

Opname

De opname is op de dag van de operatie. De opname is op de Focuskliniek Orthopedie van HMC Bronovo, afdeling Margriet, eerste etage, route 19.

Doe het volgende op de dag van opname:

  • Neem thuis een douche vóór u naar het ziekenhuis gaat.
  • Gebruik geen make-up, nagellak, zalfjes of crèmes.
  • Lees als voorbereiding de folder 'Voorbereiding op de operatie en anesthesie'.
  • Laat kostbare spullen liefst thuis.
  • Neem een munt van twee euro mee voor het kluisje op uw kamer.

Een verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en geeft u informatie over de voorbereiding op de operatie en de gang van zaken tijdens uw verblijf op de afdeling. Als het nodig is, nemen we bloed bij u af en meten we uw bloeddruk. Voordat u naar de operatieafdeling gaat, krijgt u een operatiejasje aan. Als u een kunstgebit heeft, doet u dat uit.

Operatie

De verpleegkundige brengt u naar de holding. Dat is de ruimte waar we u voorbereiden op de operatie. De anesthesiemedewerker prikt een infuus in uw hand of arm. Via het infuus krijgt u vocht en medicijnen binnen. De medicijnen zorgen ervoor dat u minder pijn voelt. U krijgt plakkers op uw borst, waarmee we uw hartritme meten. U krijgt een band om uw arm, waarmee we uw bloeddruk meten. We doen een dopje op uw vinger, waarmee we het zuurstofgehalte in uw bloed meten. Vervolgens krijgt u een verdoving.

De orthopeed maakt twee of drie kleine sneetjes in de schouder. Via deze sneetjes brengt de orthopeed een kleine videocamera en operatie-instrumenten in de schouder. De orthopeed maakt de kraakbeenring (labrum), het kapsel en de banden vast aan de schouderkom. Na de operatie hechten we de wondjes rond uw schouder met oplosbare hechtingen. Deze verdwijnen later vanzelf. De operatie duurt gemiddeld één tot anderhalf uur

Na de operatie

Herstel

Na de operatie brengen we u naar de uitslaapkamer, ofwel de verkoever. Daar verblijft u ongeveer een uur. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling. Daar controleert een verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, hartslag en temperatuur. Uw arm zit na de operatie in een speciale mitella (mastersling). Als alles goed met u gaat, gaat u terug naar de afdeling.

Voordat u naar huis gaat, komt de orthopeed of de arts in opleiding tot specialist (aios) langs om uitleg te geven over de behandeling die u heeft gehad. Meestal mag u dezelfde avond of de volgende ochtend naar huis. Het totale herstel duurt zes tot negen maanden.

De kans is klein dat uw schouder na de operatie opnieuw uit de kom schiet. Over het algemeen is de kans groter dat de schouder weer uit de kom schiet, als u vaak een contactsport beoefent (zoals voetbal) of zwaar werk doet.

Pijn

Het is normaal dat u pijn heeft na de operatie. De verpleegkundige vraagt u regelmatig of u pijn heeft. U krijgt pijnstillers van de verpleegkundige. Het is belangrijk deze in te nemen, ook als u weinig pijn heeft. Het is normaal dat u na de operatie pijn en ongemak (zoals misselijkheid) ervaart. Laat het de verpleegkundige weten, als dat zo is.

U krijgt een recept voor pijnstillers. Deze kunt u ophalen bij de apotheek van HMC. U kunt ook paracetamol innemen. Op de afdeling vertellen we hoe u de medicijnen gebruikt.

Thuis kunt u nog enkele weken last hebben van pijn en zwelling. Daardoor voelt de schouder soms warm aan. U kunt de schouder koelen met een ijszak ofwel icepack.

Eten en drinken

U kunt in de loop van de dag weer gewoon eten en drinken, wanneer u terug bent op de verpleegafdeling. Vooral drinken is erg belangrijk.

Wondjes

Na de operatie heeft u twee tot drie kleine wondjes rond de schouder. Houd deze wondjes tijdens het douchen zo droog mogelijk. U hoeft de wondjes thuis niet te verbinden. Als u het prettig vindt, kunt u een pleister op de wondjes plakken.

Complicaties

Een complicatie is een extra medisch probleem dat zich voordoet. Bij iedere operatie bestaat de kans op een complicatie, dus ook bij deze operatie. Gelukkig komen complicaties bij een kijkoperatie niet vaak voor. Hieronder vindt u een overzicht van mogelijke complicaties:

  • wondinfectie
    De wond wordt rood en doet pijn. Soms heeft u koorts en komt er vocht uit de wond. We kunnen dit meestal goed behandelen met antibiotica.
  • lekkende wond
    Soms komt er nog vocht of bloed uit de wondjes.
  • moeilijker bewegen
    Als het gewrichtskapsel verkleeft, kunt u uw schouder minder goed gebruiken.
  • beschadiging van een huidzenuw
    Dit geeft een doof gevoel in een deel van de huid. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze blijvend.

Wanneer moet u meteen contact opnemen met HMC?

Neem contact op met uw orthopeed als:

  • u kortademig bent of pijn op uw borst heeft bij het ademen
  • uw wond gaat bloeden
  • uw schouder dikker, roder of warm wordt
  • uw schouder steeds meer pijn gaat doen, ook al bent u minder gaan bewegen
  • als u meer dan 38,5°C koorts heeft

Controle

Wanneer u het ziekenhuis verlaat, krijgt u afspraken mee voor de controles.

  • Enkele dagen na de operatie neemt de verpleegkundige van de Focuskliniek contact met u op en vraagt hoe het met u gaat.
  • Na tien tot veertien dagen heeft u een afspraak. Tijdens dit gesprek controleren we de wondjes en bespreken we de voortgang met u.
  • Na ongeveer zes weken komt u voor controle terug bij uw orthopeed. Afhankelijk van uw herstel bespreekt de orthopeed de verdere aanpak met u. U kunt ook vragen stellen.
  • Na drie, zes en soms negen maanden komt u weer voor controle naar de polikliniek Orthopedie.

Dagelijks leven

Tips

  • Direct na de operatie heeft u een mastersling om. Deze draagt u continu gedurende vier weken, ook ’s nachts.
  • Na vier weken hoeft u de mastersling in huis niet meer te dragen, maar is het wel verstandig om deze buitenshuis te dragen.
  • De eerste vier weken mag u niet op de geopereerde zijde slapen.
  • De eerste vier weken is het verstandig de geopereerde arm te ondersteunen met een kussen.
  • U mag zes weken niet zwaar tillen, maximaal een kopje koffie.
  • Om de oksel te wassen, kunt u naar voren hangen, zodat de arm ontspannen los hangt van het lichaam. Zo kunt u goed bij de oksel komen.
  • Bij het aankleden kunt u het beste eerst de geopereerde arm door de mouw doen.
  • Bij het uitkleden kunt het beste de geopereerde arm als laatste uit de mouw halen.
  • Als u een mitella draagt, kunt u bij het uitvoeren van de oefeningen ook het drukkertje boven de duim losmaken. U kunt dan de arm vrij bewegen zonder dat u de mitella helemaal af moet doen.

Autorijden

U mag zes weken niet (brom)fietsen of autorijden.

Oefeningen

Voordat u het ziekenhuis verlaat, komt de fysiotherapeut bij u langs. Deze geeft u een revalidatieprogramma mee. Hierin staan de oefeningen die u thuis moet doen. Uw fysiotherapeut bespreekt de oefeningen met u en vertelt hoe en hoe vaak u de oefeningen thuis moet doen. Het is belangrijk voor uw herstel dat u deze oefeningen doet. Als u niet beweegt, kunnen uw gewrichten verstijven.

Eerste twee weken

U mag direct na de operatie beginnen met hand-, pols- en elleboogoefeningen.

Onderstaande oefeningen doet u in de eerste twee weken. Als u een mitella draagt, kunt u bij het uitvoeren van de oefeningen het klittenband boven de duim losmaken. Zo kan de arm vrij bewegen, zonder dat u de mitella helemaal af doet. Voer de oefeningen tien keer achter elkaar uit. Herhaal dit om het uur.

  • Oefen regelmatig met de vingers. Maak een vuist en strek de vingers.
    ld transfer fig06 1ld transfer fig07 1
  • Maak een vuist en draai linksom en rechtsom rondjes met de pols.
    ld transfer fig08 1ld transfer fig09 1
  • Draai uw onderarm naar binnen en naar buiten met gebogen elleboog.
    ld transfer fig10 1ld transfer fig11 1
  • Buig en strek uw elleboog. U kunt uw onderarm ondersteunen met de andere arm.
    ld transfer fig12 1ld_transfer_fig13_1.jpg
  • Draai voorwaarts en achterwaarts rondjes met de schouders.
    ld_transfer_fig14_1.jpgld_transfer_fig15_1.jpg
  • Slinger de arm rustig heen en weer, terwijl u zit.
    ld_transfer_fig16_1.jpgld_transfer_fig17_1.jpg

Na twee weken

Na twee weken mag u zogenoemde circumductieoefeningen doen. Uw fysiotherapeut legt uit wat voor oefeningen dit zijn en hoe u deze uitvoert.
De verstevigende band om de rug van de mastersling mag u afknippen. De band om de nek laat u nog zitten.

Na vier weken

U mag uw arm geleid actief oefenen. Dit betekent dat u tijdens de oefeningen uw geopereerde arm ondersteunt met uw andere arm. Uw fysiotherapeut legt uit welke oefeningen u moet doen en hoe u deze uitvoert.

Na zes weken

  • Het duurt ongeveer zes weken voordat de kraakbeenring en het kapsel goed zijn vastgegroeid. Na zes weken is de beweeglijkheid van uw schouder nog heel beperkt.
  • U mag nu actief gaan oefenen, zonder ondersteuning van uw andere arm.
  • De fysiotherapeut gaat met u aan de slag om de beweeglijkheid in uw arm terug te krijgen. Hiervoor doet u rekoefeningen. Het uitvoeren van deze oefeningen mag niet zo veel pijn geven dat u na de oefeningen meer pijn heeft dan daarvoor.
  • In de eerste drie maanden is het niet verstandig om oefeningen met een katrol te doen. Het is beter om de rotatieoefeningen te doen. Uw fysiotherapeut legt uit wat voor oefeningen dit zijn en hoe u deze uitvoert.

Na drie maanden

De beweeglijkheid neemt steeds meer toe. U mag lichte krachttraining gaan doen, voor zover de pijn dit toelaat. Uw fysiotherapeut begeleidt u hierbij. Als u na het oefenen toch last heeft van de schouder, dan kunt u een ijszak ofwel icepack gebruiken. Leg een doek tussen de huid en de icepack en houd de icepack op uw schouder.

Kijkoperatie bij een instabiele schouder

Waarom HMC?

  • Uw eigen behandelend arts
  • Persoonlijke begeleiding
  • Elke patiënt is welkom, ongeacht de medische voorgeschiedenis

Het team

foto van dr. E.R.A. van Arkel

dr. E.R.A. van Arkel

Orthopedisch chirurg

foto van J.W.A. Swen

J.W.A. Swen

Orthopedisch chirurg

foto van dr. P. van der Zwaal

dr. P. van der Zwaal

Orthopedisch chirurg