Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD)

Een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) is een apparaat dat zich onder de huid bevindt. De ICD kan een hartritmestoornis ontdekken en behandelen.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Antoniushove
HMC Bronovo en
HMC Westeinde 088 979 43 75
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

HMC Gezondheidscentrum Wassenaar 088 979 72 45
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

Planningssecretariaat Cardiologie
088 979 31 61
ma t/m vr van 08.00 - 16.30 uur

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

Per jaar:

905 wegrakingen op SEH
3.618 wegrakingen op de polikliniek
146 ICD’s

Over Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD)

Een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) is een apparaat dat zich onder de huid bevindt. De ICD kan een hartritmestoornis ontdekken en behandelen.

Werking ICD

De cardioloog plaatst de ICD onder de huid. Het apparaat is via elektrodedraden en een schokdraad met het hart verbonden. De ICD kan een hartritmestoornis ontdekken en behandelen. Is er in het hart een levensbedreigende kamerritmestoornis, dan herstelt de ICD het hartritme met een elektrische schok. De ICD voorkomt een hartstilstand en kan zo uw leven redden.

Soorten ICD's

Er zijn verschillende soorten ICD's. Welke ICD u krijgt, hangt af van uw hartprobleem:

ICD met één of twee draden

Deze ICD heeft één schokdraad in de rechterkamer, met soms een extra elektrodedraad in de rechterboezem. Deze ICD kijkt naar het hartritme en grijpt alleen in bij gevaarlijke kamerritmestoornissen. De ICD probeert het kamerritmestoornis te beëindigen door sneller te prikkelen (overpacen). Werkt dat niet? Dan geeft de ICD een schok om het ritme te herstellen.

ICD met drie draden: biventriculaire ICD (CRTD)

Een biventriculaire ICD heeft drie draden: één schokdraad in de rechterkamer, één elektrodedraad in de rechterboezem en één elektrodedraad bij de linkerkamer. Deze ICD heeft ook een pacemakerfunctie en is bedoeld voor patiënten met hartfalen. De pacemakerfunctie werkt continu en zorgt ervoor dat het hart gelijktijdiger samentrekt en zo de pompkracht verbetert. Dit heet resynchronisatietherapie. De ICD kijkt naar het hartkamerritme en grijpt bij een gevaarlijke kamerritmestoornis in met prikkelen (overpacen) of een schok om het ritme te herstellen.

Subcutane ICD

Bij deze ICD krijgt u geen draden in uw hart, maar leggen we de schokdraad vlak onder uw huid. Het ICD-kastje plaatsen we links onder de oksel. Het risico op een infectie van de draden of ICD is hierbij lager. De subcutane ICD heeft geen pacemakerfunctie.

Uitwendige draagbare defibrillator (WCD)

Dit is een soort vest dat u onder uw kleding draagt. De WCD houdt uw hartritme in de gaten en geeft bij gevaarlijke ritmestoornissen een schok om het hartritme te herstellen. Dit vest is een optie als de cardioloog denkt aan een tijdelijk probleem van het hart of hartritme of om bijvoorbeeld een infectie te overbruggen. Dit vest heeft geen pacemakerfunctie.

Voorbereiding

Uitleg over de operatie

Wanneer uw cardioloog u heeft aangemeld voor het plaatsen van een ICD, ontvangt u een afspraak voor een gesprek met een gespecialiseerd verpleegkundige. U krijgt uitleg over de voor- en nazorg, de operatie en de risico’s.

Allergieën

Heeft u allergieën, bijvoorbeeld voor contrastvloeistof of antibiotica? Geef dit dan door aan de arts of verpleegkundige. U krijgt dan vóór het onderzoek een middel dat een allergische reactie voorkomt.

Heeft u vragen of kunt u niet naar een afspraak komen?

Heeft u een vraag? Bel of mail ons dan gerust. Heeft u een probleem waardoor u niet op tijd naar een afspraak kunt komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan het Planningssecretariaat Cardiologie via telefoonnummer 088 979 31 61 of via e-mail planningangiokamer@haaglandenmc.nl – graag uiterlijk 24 uur voor de afspraak, want dan kunnen wij een andere patiënt in uw plaats helpen. U kunt zich afmelden van maandag tot en met vrijdag, tijdens kantooruren. Als u een afspraak niet of te laat afmeldt, moeten we de afspraak helaas in rekening brengen.

Opname

Voor een ICD-operatie verblijft u één nacht in het ziekenhuis.
Verblijft u al in het ziekenhuis? Dan brengt de verpleegkundige u naar de hartkatheterisatiekamer.
Komt u vanuit huis naar HMC Westeinde? Meld u dan op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling Cardiologie, op afdeling C5 of C6. Tijdens uw verblijf in HMC mag er één persoon bij u blijven.

Lees meer over uw verblijf op de verpleegafdeling

Medicijnen

Zorg dat u paracetamol in huis hebt. Deze tabletten gebruikt u, wanneer u thuiskomt na de operatie.

Vervoer

Zorg voor vervoer na de operatie. U mag dan namelijk niet zelf naar huis rijden.

Operatie

De operatie vindt plaats in een hartkatheterisatiekamer. Dit is een steriele kamer waar een cardioloog de operatie uitvoert. U gaat op de operatietafel liggen. De verpleegkundige sluit u aan op de monitoren, zodat we uw hartritme kunnen zien tijdens de operatie. De verpleegkundige dekt u toe met steriele doeken. Het is belangrijk dat u goed luistert naar de instructies van de verpleegkundige. Zo voorkomen we dat er bacteriën in het operatiegebied komen.

Verdoving

Tijdens de operatie bent u meestal gewoon wakker. U kunt wel voelen dat de cardioloog met de behandeling bezig is, maar door de verdoving voelt u geen pijn. Voelt u wel pijn? Laat dat dan weten aan de cardioloog of verpleegkundige. Zij geven u dan een extra verdoving.
We kunnen u ook in slaap brengen. Dat doen we altijd bij het plaatsen van een subcutane ICD. U krijgt dan een slaapmiddel via het infuus. Heeft u een hoog risico op ademproblemen bij slaapmiddelen? Dan brengt een anesthesist u onder narcose. We kunnen uw operatie dan alleen plannen op een dagdeel dat de anesthesist aanwezig is op de katheterisatiekamer. De wachttijd tot de ingreep is dan langer.

ICD

De cardioloog maakt een snee van vijf tot tien centimeter, links onder het sleutelbeen tussen uw borstspier en schouder. Onder de huid maken we een pocket, een soort 'huisje' voor de ICD. We zoeken een ader waarmee we het hart kunnen bereiken. Dat kan wat gevoelig zijn. Soms is deze ader te klein en prikken we een grotere ader aan. De cardioloog schuift de draden door de ader naar het hart en zet deze vast aan de binnenzijde van de hartwand. De cardioloog plaatst het geheel in de pocket. Vervolgens hechten we de wond en lijmen we de buitenste huidlaag.

Subcutane ICD

Deze ingreep wordt uitgevoerd door twee cardiologen. Zij maken links onder de oksel een pocket onder de spier, waar de ICD uiteindelijk ingaat. Zij schuiven de ICD-draad onder de huid, naast uw borstbeen en richting de zijkant van uw borst. Deze draad wordt verbonden met de ICD. Vervolgens hechten we de wond en lijmen de buitenste huidlaag.

Testen van de ICD

Na de operatie testen we of de ICD goed werkt. U krijgt hiervoor een kortwerkend slaapmiddel. Zodra u slaapt, wekken wij de ritmestoornis op. Als de ICD goed werkt, krijgt u een elektrische schok, die het hart weer in het normale ritme terugbrengt. Deze test voeren we uit onder bewaakte omstandigheden. Uw cardioloog beslist of deze test nodig is.

De duur van de operatie hangt af van het soort ICD dat u krijgt.

  • Het plaatsen van een ICD met één draad in het hart duurt ongeveer dertig minuten.
  • Het plaatsen van een ICD met twee draden in het hart duurt ongeveer één uur.
  • Het plaatsen van een biventriculaire ICD (CRTD) met drie draden duurt ongeveer twee uur.

Daar komt de voorbereidingstijd en nazorg nog bij.

Na de operatie

Naar huis

De dag na de operatie mag u weer naar huis. Maar pas nadat de technicus uw ICD heeft doorgemeten, er een röntgenfoto van uw borstkas is gemaakt en uw wond is gecontroleerd. U krijgt een pas van de technicus met de gegevens van de ICD mee naar huis.

Pijnstillers

U mag altijd paracetamol gebruiken tegen de pijn. Neem maximaal zes tabletten van 500 milligram per dag.

Douchen

U mag de dag na de operatie weer douchen. Gebruik geen zeep of lotion op de wond. Na het douchen, dept u de huid met een droge handdoek droog. U mag niet wrijven met de handdoek. De wond mag niet weken, dus u mag pas in bad of zwemmen als de wond volledig genezen is. Dat duurt ongeveer zes weken.

Hechtingen

Het litteken van de operatie moet goed kunnen genezen en heeft rust nodig. De bovenlaag van de huid is geplakt met lijm. Laat deze lijm zitten, want deze heeft een beschermende werking. De lijm valt er binnen twee weken vanzelf af.

Gebruik van de arm

U mag de arm aan de kant waar de ICD is geplaatst, de eerste zes weken maar beperkt gebruiken. Dit is nodig om de ICD en draden goed te laten hechten. Til niet te zwaar in de eerste zes weken na de operatie. Beweeg die arm maximaal tot schouderhoogte en breng de arm niet achter de rug. Het is belangrijk dat u de schouder wel blijft bewegen. Zo voorkomt u schouderproblemen.

Werken

We raden aan de eerste week rust te nemen en niet te gaan werken. Bij sommige beroepen kunt u na een week weer beginnen. Overleg met de verpleegkundige of uw cardioloog wat voor u het beste is.

Fietsen

U mag weer fietsen als uw wond volledig is genezen. Dat is meestal na twee tot drie weken.

Autorijden

Bij een ICD mag u de eerste twee weken tot twee maanden na de operatie niet autorijden. Na een shock mag u twee maanden niet autorijden. U moet ook toestemming van het CBR krijgen (voor privé-rijbewijs A, A1, A2, B, B+, B+E en T). Heeft u uw rijbewijs nodig voor uw werk? Dat is meestal toegestaan, zolang het niet gaat om het vervoeren van andere personen. Alle andere rijbewijzen (bijvoorbeeld vrachtwagen- of buschauffeur) zijn uitgesloten. Uw cardioloog en technicus vullen de aanvraagpapieren voor u in.

Schokken van een ICD

Het krijgen van een schok is een heftige gebeurtenis die impact heeft op u en uw naasten. Gelukkig gebeurt dit zelden. Voelt u het aankomen door duizeligheid of hartkloppingen? Ga dan snel liggen om een val te voorkomen. Het is verstandig om bij een schok contact op te nemen met de dienstdoende cardioloog. We meten de ICD door en kijken of de schok terecht was of niet. Soms passen we daarna uw medicatie of de instelling van de ICD aan. Als u vaker een schok heeft meegemaakt en u zich na de schok weer helemaal goed voelt, mag u wachten tot de eerste werkdag om dit te melden aan de technicus.

Risico’s van het plaatsen van een ICD

Zoals bij iedere operatie is er ook tijdens of na het plaatsen van een ICD een risico dat er een probleem optreedt. De kans is wel erg klein. We noemen de belangrijkste risico’s:

  • kans op een nabloeding
    Het risico op een nabloeding is groter als u bloedverdunners gebruikt. Vaak herstelt dit vanzelf, maar soms is een nieuwe ingreep nodig.
  • kans op een infectie
    De operatie vindt onder steriele omstandigheden plaats en u krijgt antibiotica voor de ingreep. Toch kan er soms een bacterie achterblijven in de wond, op de draden of op de ICD. Bij een infectie krijgt u antibiotica en moeten we de ICD meestal verwijderen.
  • draaddislocatie
    De elektrode- of schokdraad kan losraken of verplaatsen (draaddislocatie), waardoor de ICD soms niet goed meer werkt en een nieuwe ingreep nodig is.
  • (gedeeltelijke) klaplong
    Bij het aanprikken van een ader is er een klein risico op een (gedeeltelijke) klaplong. Dit herstelt vaak spontaan, maar soms is het noodzakelijk een slangetje (drain) te plaatsen, dat vocht afvoert.
  • bloed in het hartzakje
    Bij het inbrengen van de draden is er een kleine kans dat we door het hart prikken. Er komt dan bloed in het hartzakje terecht (tamponade). Dat zuigen we weg.
  • de hik
    U kunt de hik krijgen. Dat komt doordat de draad het middenrif stimuleert. De ICD-technicus kan dit meestal verhelpen door de instellingen van de ICD aan te passen.
  • beschadigde elektrodedraden
    Op de lange termijn kunnen de elektrodedraden beschadigen, bijvoorbeeld door breuken in de geleiders of beschadiging van de isolatie. De draden zijn steeds in beweging en raken andere structuren in het hart of bij de pocket. De ICD-technicus ziet dit tijdens een controle. Soms moet de cardioloog dan een nieuwe draad plaatsen.
  • onterechte schokken
    Helaas kan de ICD soms het hartritme niet juist detecteren en krijgt u onterechte schokken. Doordat de ICD’s technisch steeds verbeteren, komt dit probleem steeds minder voor.

Uitzetten van de ICD

U heeft altijd het recht om de ICD-functie te laten uitzetten. Bespreek dit met uw behandelend cardioloog.

Lees meer over de ICD op hartstichting.nl

Wanneer neemt u contact op met HMC?

Bel in een levensbedreigende situatie altijd 112.

Het plaatsen van een ICD is een veilige operatie, die zelden complicaties geeft. Maar zoals bij iedere operatie kunnen er toch complicaties optreden. Neem contact op met de dienstdoende arts-assistent (via 088 979 65 16):

  • bij roodheid of jeuk aan de wond
  • als de wond open is gegaan
  • als u een shock van uw ICD heeft gekregen
  • bij zwelling van de wond
  • bij koorts of pus uit de wond
  • bij hartkloppingen
  • bij klachten van de arm die passen bij trombose (vocht vasthouden en een vermoeide, zware arm)
  • bij flauwvallen of als u bijna flauwvalt
  • bij prikjes of kloppingen in de buik of borstkas
  • hoort u een piepje of voelt u een trilsignaal? Neem dan contact op met de ICD-technicus.

Neem contact op en vraag naar de technicus als:

  • u vragen heeft over uw rijbewijs
  • u een MRI, bestraling of ultrakorte golf (UKG)-behandeling gaat krijgen
  • u een gal- of niersteenvergruizing moet ondergaan
  • u een grote medische ingreep of ingreep onder algehele narcose gaat krijgen

Onze technici zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 16.30 uur via deze telefoonnummers:

  • HMC Antoniushove 088 979 46 68
  • HMC Bronovo 088 979 44 38
  • HMC Westeinde 088 979 31 26

Heeft u problemen buiten kantoortijden ('s avonds, 's nachts of in het weekend)? Ga dan voor controle naar de Eerste Hart Hulp in HMC Westeinde. Er is altijd een arts aanwezig om u te onderzoeken.

Heeft u vragen over de planning of heeft u een medische vraag over de ICD-operatie? Neem dan contact op met het Planningssecretariaat Cardiologie via telefoonnummer 088 979 31 61 (maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 16.30) of via e-mail planningangiokamer@haaglandenmc.nl.

Telemonitoring

Met telemonitoring (ook wel thuismonitoring) stuurt uw ICD-gegevens via een beveiligde verbinding door naar een beveiligde website. De ICD-technici van het HMC kijken op afstand naar deze gegevens en houden uw ICD op afstand in de gaten. Hoe u de software van de telemonitor installeert, leggen we u uit als u een telemonitor ontvangt. HMC biedt telemonitoring standaard aan, aan alle patiënten met een ICD.

Welke gegevens stuurt de ICD door?

De ICD stuurt deze gegevens door:

  • meetwaarden over het technisch functioneren van de ICD
  • hartritmestoornissen, als deze langer duren dan wat we op de ICD hebben ingesteld
  • of uw hart wel of geen schok heeft gekregen
  • hoe lang de batterij van de ICD nog meegaat

Telemonitoring is geen vervanging van de controle bij een arts. De monitor houdt u niet continu in de gaten. Als u klachten heeft waarvan u denkt dat deze met het hartritme of de ICD te maken hebben, dan kunt u dit altijd laten weten. Bel met de technici om dit te melden. Zij kijken dan naar de afwijkingen in de gegevens. Soms moet u naar het ziekenhuis komen om de ICD te laten uitlezen. Eventuele aanpassingen in de programmering kunnen we helaas nog niet op afstand doen.

Kenmerken van telemonitoring

  • De ICD stuurt niet alle gegevens van het apparaat door.
  • Afhankelijk van het merk en type van de ICD stuurt deze de gegevens niet continu, maar op vaste tijden door.
  • De technici krijgen veel gegevens binnen en kunnen deze niet tot in detail bekijken. Ze letten vooral op afwijkingen van wat normaal is. Dit verschilt per patiënt. Afhankelijk van het type ritmestoornis, de ICD en de monitor stuurt het apparaat ritmestoornissen soms pas na langere tijd door.
  • De technici kijken alleen tijdens werktijden naar de doorgestuurde gegevens.
  • De technici kunnen niet zien of de monitor bij u thuis aan staat en nog goed functioneert. In de gebruiksaanwijzing van de monitor leest u hoe u kunt zien of de monitor aanstaat en actief is.

Lees meer over telemonitoring op hartstichting.nl

Controles

Naast telemonitoring heeft u na de operatie een aantal belangrijke controles. We maken de afspraken hiervoor, vóórdat u het ziekenhuis verlaat:

  • wondcontrole
    Ongeveer tien dagen na de operatie heeft u een afspraak met de verpleegkundige voor een wondcontrole.
  • technische controle
    Een technische controle is nodig om de werking van de ICD te waarborgen. We controleren de registratie van het hartritme, de instellingen en de status van de batterij. We kijken ook of uw apparaat hartritmestoornissen heeft waargenomen. Deze controle is volledig pijnloos. Soms voelt u een licht bonzend gevoel en een wat snellere hartslag. We wekken geen hartritmestoornissen op en dienen geen schokken toe. Tijdens deze controle is er voldoende ruimte om al uw vragen te stellen.

pm_technici_350px.jpg

Onze technici

  • controle bij cardioloog
    Behalve dat uw ICD gecontroleerd wordt, blijft u ook onder controle van uw cardioloog. U heeft één keer per jaar een controle bij uw cardioloog en tussendoor controleert de technicus uw ICD. De cardioloog bespreekt op het spreekuur met u of u vaker een controle nodig heeft.

Meer informatie

Heeft u behoefte aan contact met lotgenoten? Dit kan via de patiëntenorganisatie Harteraad of Stichting ICD-dragers Nederland (STIN) .

Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD)

Waarom HMC?

  • Toegewijd team van ervaren, gespecialiseerde cardiologen
  • Groot aantal ICD's per persoon per jaar
  • Korte wachttijd
  • Laag infectierisico
  • Ruime ervaring met subcutane ICD's

Het team

foto van M.S. de Doelder

M.S. de Doelder

Cardioloog

foto van dr. R.W. Grauss

dr. R.W. Grauss

Cardioloog