Hersenbloeding (subarachnoïdale bloeding)

Een hersenbloeding ontstaat als in de hersenen een aneurysma stuk gaat. Dat is een uitstulping in de wand van een slagader. Een hersenbloeding noemen we ook wel een subarachnoïdale bloeding, kortweg SAB.

Specialismen

Polikliniek Neurochirurgie Antoniushove
088 979 70 07
ma t/m vr van 08.00 - 16.30 uur

Polikliniek Neurochirurgie Westeinde
088 979 43 65
ma t/m vr van 08.00 - 16.30 uur

Afsprakenbureau
088 979 24 45
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

Spoedeisende Hulp (SEH) HMC Westeinde
088 979 23 80
Spoed, buiten kantooruren

Poliklinieken

Cijfers

Jaarcijfers ziekenhuisbreed

35.043 opgenomen patiënten
18.453 dagbehandelingen
188.013 verpleegdagen
87.012 SEH-bezoeken
329 medisch specialisten

Over de hersenbloeding (subarachnoïdale bloeding)

Een hersenbloeding ontstaat als in de hersenen een aneurysma stuk gaat. Dat is een uitstulping in de wand van een slagader. Een hersenbloeding noemen we ook wel een subarachnoïdale bloeding, kortweg SAB.

Wat is een hersenbloeding?

Oorzaak

Een aneurysma is een uitstulping in een slagader. U kunt dit vergelijken met een kapotte buitenband van een fiets. Als er een gat in de buitenband zit, puilt op die plaats de binnenband naar buiten. Als er in de wand van de hersenslagader een dunne plek zit, puilt de wand daar ook uit. Dat komt door de bloeddruk in de slagader. In de loop van enkele jaren kan het aneurysma groter worden. Op den duur kan het barsten, waardoor een hersenbloeding ontstaat.

hersenbloeding subarachnoidale bloeding fig 01

Klachten

Als u een hersenbloeding krijgt, heeft u vaak ineens hevige hoofd- en nekpijn. Veel mensen die dit hebben meegemaakt, noemen het ‘de ergste hoofdpijn ooit’. Soms hoort u een knapje in uw hoofd.

Andere klachten die u kunt hebben, zijn:

  • misselijkheid
  • braken
  • verlies van bewustzijn
  • een epileptische aanval
  • een taalstoornis
  • direct verlies van kracht

Ongeveer één op de drie patiënten overlijdt aan een hersenbloeding, voordat zij het ziekenhuis bereiken.

Vaststellen van een hersenbloeding

We hebben verschillende manieren om een hersenbloeding vast te stellen:

CT-scan
Met een CT-scan maken we een serie röntgenfoto's van uw hoofd. Samen vormen die een 3D-plaatje van uw hoofd.

Ruggenprik
Als de CT-scan geen bijzonderheden toont, nemen we soms een lumbaalpunctie. Dat is een prik tussen twee wervels in de onderrug. Daar nemen we hersenvocht af. Dit vocht bevindt zich rond de hersenen en rond het ruggenmerg. Vervolgens onderzoeken we het hersenvocht. Als u een hersenbloeding heeft gehad, dan is dit vocht helderrood in plaats van doorzichtig. Soms zien we ook afbraakproducten van bloed in het vocht.

CT-angiografie
Als we zeker weten dat u een hersenbloeding heeft gehad, gaan we op zoek naar het aneurysma. Deze uitstulping in de slagader is de oorzaak van de hersenbloeding. Om die te kunnen zien, maken we een CT-scan van de bloedvaten in de hersenen, ofwel een CT-angiografie (kortweg CTA). Via een ader spuiten we een vloeistof in uw lichaam, zogenoemde contrastvloeistof. Deze vloeistof zorgt ervoor dat we uw bloedvaten goed kunnen zien op de CT-angiografie. Zo kunnen we het aneurysma opsporen. Meestal maken we de CT-angiografie op hetzelfde moment als de CT-scan van de hersenen.

Katheterisatie
Als we op de CT-angiografie geen aneurysma vinden, dan gaan we verder op zoek. We doen dan een katheterisatie. Dat betekent dat we met een slangetje via uw lies naar de slagaders in uw hoofd kijken. Als we niets vinden, herhalen we de katheterisatie ongeveer twee weken na de hersenbloeding.
Als we weer niets vinden, krijgt u geen verder onderzoek. Uw arts legt dan uit wat dit voor u betekent.

Opname

U heeft bedrust tot de arts het aneurysma behandelt. Om trombose te voorkomen, draagt u elastische kousen. Zodra bekend is dat er sprake is van een hersenbloeding, moet u nuchter blijven. Dat betekent dat u niet meer mag eten en drinken.

Behandeling

We proberen u binnen 24 uur te behandelen. Soms kiezen we ervoor om dat later te doen, bijvoorbeeld omdat uw gezondheid nog te zwak is. De behandeling van een hersenbloeding is erop gericht dat het aneurysma niet opnieuw gaat bloeden. De behandeling doet geen pijn. Uw HMC-arts bespreekt met u welke behandeling het meest geschikt voor u is en wat de voor- en nadelen ervan zijn. We hebben twee manieren om een hersenbloeding te behandelen: coiling en clipping.

Coiling

Voor een coiling krijgt u een volledige verdoving, ofwel narcose. De arts die u behandelt, is een interventieradioloog. De totale behandeling duurt ongeveer twee uur.

Via de slagader in uw lies brengt de arts een slangetje naar binnen. Dit slangetje, ofwel katheter, gaat naar het aneurysma. Via het slangetje vult de arts het aneurysma met metalen draadjes. Deze krullen op, waardoor een bol ontstaat in het aneurysma. De krulletjes heten ook wel 'coils'. De coiling zorgt ervoor dat het bloed niet meer de zwakke wand van het aneurysma kan bereiken, zodat er geen nieuwe bloeding kan optreden.

hersenbloeding subarachnoidale bloeding fig 02

 Als alle draadjes op hun plek zitten, verwijdert de arts het slangetje. De opening in de slagader in de lies, sluit de arts af met een plugje. Dit heet een exoseal of angioseal. Dit plugje lost na negentig dagen vanzelf op. Soms plaatst de arts geen exoseal of angioseal, maar een drukverband. Dit laten we vier uur zitten.

Om te voorkomen dat een arts niet dezelfde lies aanprikt, krijgt u een kaartje mee met informatie over het plugje. Dit kaartje moet u bij zich dragen.

Clipping

Voor een clipping krijgt u een volledige verdoving, ofwel narcose. De arts die u behandelt, is een neurochirurg. De totale behandeling duurt drie tot vier uur.

Als u onder narcose bent, zetten we uw hoofd in een speciaal frame, zodat het goed vastligt. Daarna scheren we een deel van uw hoofdhaar af, op de plek waar de neurochirurg gaat opereren. De chirurg maakt vervolgens een snee in de huid, zodat de schedel zichtbaar is. Daarna maakt de chirurg een luikje in de schedel.

De hersenen zijn nu zichtbaar, net als het aneurysma. De chirurg maakt het hersenvlies rondom de hersenen los en plaatst een klemmetje op de ‘hals’ van het aneurysma. Dit klemmetje sluit de bloedtoevoer naar het aneurysma af. Het Engelse woord voor een klemmetje is 'clip'. Vandaar dat we deze ingreep ook wel 'clipping' noemen.

aneurysma hersenen clipping fig 01

 De chirurg sluit het hersenvlies, zodat er geen hersenvocht kan lekken. Vervolgens zet de chirurg het luikje terug in de schedel en maakt het vast met kleine plaatjes en schroefjes. Soms plaatst de chirurg onder de huid een kleine slangetje dat vocht en bloed afvoert uit de wond. Dit noemen we een wonddrain. Daarna hechten we de huid.

Na de operatie

Na een coiling gaat u naar de Intensive Care (IC) of de Neuro Care Unit. Na een clipping ligt u minimaal één nacht op de IC. Als er geen noodzaak meer is voor een verblijf op de IC, plaatsen we u over naar de Neuro Care Unit. U verblijft minimaal zeven dagen op de IC of de Neuro Care Unit, voordat u naar de verpleegafdeling gaat. Houd rekening met een totale opnameduur van veertien dagen. Na de behandeling maken we een CT-scan, om precies te bepalen waar de clip zit. Soms plannen we hiervoor later een afspraak op de polikliniek Neurochirurgie.

Eten en drinken

Na de behandeling mag u gewoon weer eten en drinken.

Trombose

Na de behandeling mag u uw bed weer uit. Om trombose te voorkomen, krijgt u een spuitje met het medicijn Fraxiparine. De elastische kousen mogen uit.

Complicaties

U verblijft relatief lang in het ziekenhuis, omdat door de hersenbloeding extra problemen (complicaties) kunnen ontstaan:

Hydrocephalus
Uw lichaam maakt voortdurend hersenvocht aan en voert het ook weer af. Door de hersenbloeding gaat het soms mis met de afvoer van hersenvocht. Daardoor komt er druk te staan op de hersenen. Hierdoor ervaart u dan hoofdpijn en misselijkheid. Soms krijgt u hierdoor een verminderd bewustzijn. Als u te veel hersenvocht heeft, brengen we dat omlaag met een tijdelijke of blijvende afvoer (drainage) via het hoofd of de rug. Ook kunnen we het hersenvocht eenmalig afnemen met een prik in de rug.

Vaatspasmen
Een vaatspasme is een verkramping van de bloedvaten in uw hoofd. Uw bloedvaten worden hierdoor tijdelijk nauwer, zodat het bloed moeilijker door de vaten stroomt. U merkt dit doordat u nieuwe uitvalsverschijnselen krijgt, meestal verlies van kracht of een spraakstoornis. Het zuurstofgebrek dat ontstaat, kan ook een herseninfarct veroorzaken. Vaatspasmen komen meestal voor vanaf vier tot veertien dagen na een hersenbloeding.

Als u een vaatspasme heeft, plaatsen we u over naar de IC. Daar verhogen we uw bloeddruk met medicijnen, wat zorgt voor een goede toevoer van bloed. Overigens krijgt u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis sowieso het medicijn Nimodipine, om te voorkomen dat u een vaatspasme krijgt.

Het revalidatieteam

Tijdens de opname maakt u kennis met het revalidatieteam, dat bestaat uit:

  • een revalidatiearts
  • een fysiotherapeut
  • een ergotherapeut
  • een logopedist

Zij adviseren of u na de opname naar huis kunt of dat u nog een klinisch of poliklinisch vervolgtraject nodig heeft.

Ontslag uit het ziekenhuis

De revalidatiearts schat in waar u het beste heen kunt gaan om te herstellen, wanneer u het ziekenhuis verlaat:

  • Naar huis
  • Naar huis met revalidatie in de polikliniek
  • Naar een revalidatiecentrum
    Deze keuze maakt de arts in samenspraak met u en uw familie.
  • Naar de revalidatieafdeling van een verpleeghuis
    In sommige gevallen mag u nog niet naar een revalidatiecentrum, bijvoorbeeld omdat u nog te zwak bent om zwaardere trainingen te doen. Dan kiezen we voor de revalidatieafdeling van een verpleeghuis. Hier komt regelmatig een revalidatiearts langs. Deze kan beoordelen wanneer u voldoende bent hersteld om naar een revalidatiecentrum te gaan.
  • Naar een verpleeghuis
  • Naar het ziekenhuis waar u eerder was opgenomen
    Hiervoor kiezen we als u moet wachten op een van de hierboven genoemde mogelijkheden.

Nazorg

U blijft een patiënt van ons, ook als u niet meer verblijft op de afdeling Neurologie of Neurochirurgie. Als u het ziekenhuis verlaat, nemen we de leefregels met u door. Ook bespreken we met u wanneer u contact met ons moet opnemen. U krijgt recepten mee van de medicijnen die u moet innemen. We leggen uit waarom en hoe u deze moet gebruiken.

Mocht u nog vragen hebben of klachten krijgen, dan kunt u direct contact met ons opnemen. U hoeft niet eerst uw huisarts te raadplegen. De telefoonnummers vindt u boven aan deze pagina.

Controle

Polikliniek

Wanneer u het ziekenhuis verlaat, maken we een afspraak voor een controle op de polikliniek. Deze controle vindt plaats ongeveer zes weken nadat u het ziekenhuis verliet. Tijdens uw bezoek aan de polikliniek bespreken we met u hoe de komende periode er voor u uitziet. U heeft ook ruimte om vragen te stellen.
Als u na uw verblijf in het ziekenhuis direct naar huis bent gegaan, dan maken we ook een afspraak voor een telefonisch overleg. Dit vindt plaats ongeveer één week nadat u het ziekenhuis verlaat.
Bestond uw behandeling uit coiling? Dan maken we een afspraak om ter controle een MRI-scan te laten maken.
Bestond uw behandeling uit clipping? Dan hebben we meestal al ter controle een CTA laten maken tijdens uw verblijf in het ziekenhuis. Als we nog geen CTA ter controle hebben gemaakt, dan doen we dat vóórdat u naar de polikliniek komt. Als de CTA geen bijzonderheden vertoont, is dit uw laatste bezoek aan het ziekenhuis.

Kunt u niet naar een afspraak komen?

Heeft u een probleem waardoor u niet op tijd naar een afspraak met HMC kunt komen? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan de polikliniek Neurochirurgie – uiterlijk 24 uur voor de afspraak. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. U kunt zich afmelden van maandag tot en met vrijdag, tijdens kantooruren. Als u een afspraak niet of te laat afmeldt, moeten we de afspraak helaas in rekening brengen.

Hersenbloeding (subarachnoïdale bloeding)

Voordelen