Dieet bij diabetes

Voeding heeft invloed op de gezondheid van mensen met diabetes. Het is daarom nuttig om een goede basiskennis te hebben over gezonde voeding bij diabetes. In deze webpagina vindt u informatie over wat diabetes is en welke dieetadviezen gelden voor mensen met diabetes.

Specialismen en team

Afspraak en contact

088 979 2830
van 09.00-10.00 naar 08.00-17.00

dietetiek@haaglandenmc.nl

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over dieet bij diabetes

Voeding heeft invloed op de gezondheid van mensen met diabetes. Het is daarom nuttig om een goede basiskennis te hebben over gezonde voeding bij diabetes. In deze webpagina vindt u informatie over wat diabetes is en welke dieetadviezen gelden voor mensen met diabetes.

Wat is diabetes?

Diabetes mellitus, ook wel diabetes of suikerziekte genoemd, is een aandoening waarbij het lichaam problemen heeft met het op peil houden van de bloedglucose (bloedsuiker). De alvleesklier maakt insuline zodra de bloedglucose stijgt, om te zorgen dat de bloedsuiker niet te hoog wordt. Insuline gaat aan het werk zodra u koolhydraten of suikers eet of drinkt. Bij diabetes wordt er in het lichaam onvoldoende insuline gemaakt, of reageert het lichaam niet goed op de gemaakte insuline. De bloedglucose kan te hoog worden en kan zo de gezondheid schaden. Om te zorgen dat de bloedglucose niet te hoog wordt, is het nodig om te letten op wat u eet en drinkt, een actieve leefstijl en een gezond gewicht te hebben, en zo nodig tabletten of injecteerbare insuline te gebruiken.

Gezonde voeding

Voor iemand met diabetes is het erg belangrijk om gezond te eten aan de hand van de volgende vijf richtlijnen. Deze richtlijnen kunt u ook vinden op de webpagina “Schijf van vijf” van het Voedingscentrum:
1. Gevarieerd: Eet dagelijks verschillende typen voedingsmiddelen. Kies voor zowel granen, groenten en fruit als voor zuivel, vlees of vis, dranken en een klein beetje vetten. Varieer met voedingsmiddelen om te zorgen dat u alle verschillende voedingsstoffen voldoende binnen krijgt.
2. Niet te veel: Van te veel eten kan men op den duur overgewicht krijgen. Ook stijgt de bloedsuiker flink als iemand te veel eet.
3. Minder verzadigd vet: Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed. Een te hoog cholesterolgehalte verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Producten zoals vet vlees, volle melkproducten, roomboter, kokos, cacao en palmpitolie bevatten verzadigd vet. Kies daarom bij voorkeur de magere vleessoorten, halfvolle melk(producten), minder vette kaassoorten en (dieet) halvarine of dieetmargarine. U kunt beter kiezen voor producten met onverzadigd vet. Onverzadigd vet is een gezond type vet en zit in olie, dieethalvarine, vis en noten. Eet hier niet te veel van, omdat dit weer overgewicht kan geven.
4. Voldoende groente, fruit en brood: Zorg dat uw voeding voldoende groenten, fruit en brood bevat. Gebruik bijvoorbeeld ook groenten, fruit of brood als tussendoortje in plaats van koek, snoep, en gebak. Voor elke volwassene is het belangrijk dagelijks 200 gram groenten en 200 gram fruit te eten. De hoeveelheid aanbevolen brood ligt tussen de 4 en 8 sneetjes volkoren brood per dag, afhankelijk van hoe oud en actief u bent. Voor iemand met diabetes is het belangrijk fruit en brood goed over de dag te verdelen.
5. Veilig: Voorkom voedselinfecties door hygiënisch met voedsel om te gaan. Gebruik bovendien geen medicijnen, kruidenpreparaten en voedingssupplementen zonder dat u dat met uw arts heeft overlegd.

Koolhydraten

Koolhydraten is de verzamelnaam voor suikers en zetmeel in voeding en dranken. Koolhydraten hebben een grote invloed op de bloedsuiker van iemand met diabetes en beïnvloeden zo uw gezondheid. Er zijn vier soorten koolhydraten:

  • Zetmeel: in brood, rijst, roti, deegwaren zoals macaroni, spaghetti en bami, aardappelen, peulvruchten (zoals bruine bonen, linzen, erwten), havermout en andere graanproducten.
  • Vruchtensuiker: in fruit en vruchtensappen.
  • Melksuiker: in melk, karnemelk, yoghurt en kwark.
  • Suiker: in gewone suiker, honing, stroop, frisdranken (soft), limonade,
  • snoep, koek, gebak en zoet beleg.

Een gezonde voeding bevat koolhydraten. Koolhydraten leveren namelijk een groot deel van de energie die uw lichaam elke dag nodig heeft. Voor uw bloedsuiker is het gunstig om koolhydraten goed over de dag te verdelen, bijvoorbeeld door drie hoofdmaaltijden (ontbijt, lunch, avondeten) en aantal gezonde tussendoortjes te eten. Ook is het gunstig om elke maaltijd ongeveer evenveel koolhydraten te eten.

Zoetstoffen

Zoetstoffen zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze zoeter te maken, zonder suiker te gebruiken. Ze komen bijvoorbeeld voor in light frisdranken, frisdranken met minder suiker, suikervrij snoep, suikervrije kauwgom, suikervrij ijs, light jam en vruchtenmoes met minder suiker. Zoetstoffen zijn ook los verkrijgbaar als zoetjes, poeder of vloeistof. Er zijn twee soorten zoetstoffen: polyolen en intensieve zoetstoffen. Polyolen (xylitol, isomalt, maltitol en lactitol) zijn half zo zoet of even zoet als suiker. Ze leveren ongeveer twee keer zo weinig calorieën als suiker en de bloedsuiker stijgt er niet of nauwelijks van. De smaak lijkt erg op die van suiker en ze hebben geen bijsmaak. Intensieve zoetstoffen zijn 50 tot 3000 keer zoeter dan suiker en leveren geen of nauwelijks calorieën. De meeste zijn synthetisch gemaakt en smaken wat anders dan kristalsuiker.
Het dagelijks gebruik van producten met zoetstoffen in normale hoeveelheden is volkomen veilig. Omdat ze vanwege hun lage caloriewaarde kunnen helpen bij het verminderen van overgewicht, en weinig of geen invloed hebben op het bloedsuikergehalte, zijn ze geschikt om in normale hoeveelheden in uw voeding te gebruiken. Regelmatig en veel polyolen gebruiken kan bij sommige mensen leiden tot winderigheid of diarree. Vermoedt u dat u hier last van heeft, bespreek dit dan met uw diëtist.

De variatielijst

U krijgt het advies om koolhydraten regelmatig over de dag te verdelen. Toch is het niet de bedoeling dat u elke dag precies hetzelfde eet. Daarom kunt u de variatielijst gebruiken om elke maaltijd iets anders te eten, zonder de hoeveelheid koolhydraten per maaltijd te veranderen

In plaats van één snee bruin brood met hartig beleg kunt u nemen:
Bij voorkeur:

  • Twee (volkoren) beschuiten;
  • Twee stuks (bruin) knäckebröd;
  • Eén dunne snee krenten- of rozijnenbrood;
  • Eén plak ontbijtkoek;
  • Eén snee donker roggebrood;
  • ½ snee brood met zoet beleg;
  • Eén schaaltje magere yoghurt met 1,5 eetlepels muesli of cornflakes;
  • Eén schaaltje magere yoghurt met drie eetlepels cornflakes;
  • Eén schaaltje pap van halfvolle melk, zonder suiker.

Met mate:

  • Twee cream crackers;
  • Eén dunne snee krenten- of rozijnenbrood met spijs.

In plaats van twee sneetjes bruin brood met hartig beleg kunt u nemen:
Bij voorkeur:

  • Eén bruin broodje;
  • Eén krentenbol;
  • Eén kom pap van halfvolle melk, met één eetlepel suiker;
  • Eén snee brood met zoet beleg.

Met mate:

  • Eén croissantje;
  • Eén beker drinkontbijt (250ml);
  • Eén beker fruitontbijt (250ml).

In plaats van één glas halfvolle melk:
Bij voorkeur:

  • Eén glas karnemelk;
  • Eén glas magere of halfvolle chocolademelk of yoghurtdrink zonder toegevoegde suiker;
  • Eén schaaltje magere of halfvolle kwark of yoghurt (eventueel met zoetstof of suikervrije siroop);
  • Eén glas Vifit of Optimel;
  • Eén Breaker light.

Met mate:

  • Eén glas volle melk, volle kwark of volle yoghurt.

In plaats van twee kleine aardappelen (ter grootte van een ei):
Bij voorkeur:

  • Eén snee brood;
  • Twee opscheplepels gekookte volkoren deegwaren zoals macaroni of spaghetti;
  • 1 ½ opscheplepel gekookte zilvervliesrijst;
  • Twee opscheplepels gare peulvruchten zoals bruine en witte bonen,
  • kapucijners en linzen;
  • ¼ ongevulde roti ( + 40 gram);
  • Twee opscheplepels couscous;
  • 2 ½ opscheplepels aardappelpuree of stamppot;
  • Een bordje maaltijdsoep, zoals bonen-, linzen- of erwtensoep.

Met mate:

  • Eén opscheplepel gekookte witte rijst;
  • 1 ½ opscheplepel gekookte deegwaren zoals macaroni en spaghetti;
  • 0,2 pizza;
  • 40 gram frites.

In plaats van één opscheplepel verse groenten:
Bij voorkeur:

  • Eén opscheplepel diepgevroren of ingeblikte groenten, of groenten uit pot;
  • ½ opscheplepel doperwten of maïs.

Met mate:

  • Kant-en-klare groente in een gebonden saus (à la crème).

In plaats van één portie mager vlees, kip of vis:
Bij voorkeur:

  • Eén portie vette vis;
  • ¾ portie vleesvervanging zoals een vegetarische schijf of burger, tahoe of tempé, enzovoort.

Met mate:

  • Eén portie vet vlees of kip met vel;
  • Eén portie orgaanvlees of schaal- en schelpdieren.

In plaats van één schaaltje naturel yoghurt of kwark (150ml) met één portie fruit:
Bij voorkeur:

  • Eén schaaltje vruchtenyoghurt of vruchtenkwark;
  • Eén schaaltje naturel yoghurt of kwark met twee eetlepels muesli of cornflakes;
  • Eén schaaltje vruchtencompote zoals rabarber of appelmoes;
  • 1 ½ stuks fruit;
  • Eén schaaltje pudding.

Met mate:

  • Twee bolletjes ijs;
  • Eén schaaltje volle vla.

In plaats van één portie fruit:
Bij voorkeur:

  • Eén appel, banaan, grapefruit, nectarine, peer, perzik of sinaasappel;
  • Twee schaaltjes aardbeien of rode bessen;
  • Twee mandarijnen of kiwi’s;
  • Drie pruimen;
  • Eén schijf verse ananas;
  • Twee schijven suikermeloen;
  • ½ schijf watermeloen;
  • Eén klein trosje druiven;
  • Eén schaaltje kersen;
  • ¼ mango;
  • Eén glas ongezoet vruchtensap zoals appelsap of sinaasappelsap.

Met mate:

  • Eén schaaltje ongezoete compote zoals light appelmoes of twee opscheplepels appelmoes.

Mocht u een keer een snee brood of stuk fruit willen inwisselen voor een snack, dan kan dat als volgt:
Bij voorkeur:

  • Drie tarwebiscuits of twee volkorenbiscuits;
  • Eén plak ontbijtkoek;
  • Eén stuk Evergreen, Sultana of Fruitkick;
  • Vier eetlepels Japanse mix;
  • 15 pepsels (zoute stokjes);
  • Twee handjes popcorn.

Met mate:

  • Eén plak cake, een stroopwafel of een gebakje;
  • Eén handje chips.

Uw gewicht

Een te hoog gewicht en een te grote buikomvang kunnen de werking van lichaamseigen of geïnjecteerde insuline verhinderen. Hierdoor kunnen de bloedsuikers minder goed op peil gehouden worden. Uw gewicht is te hoog als uw Body Mass Index (BMI) 25kg/m2 of hoger is. De BMI berekent u met de volgende formule:

BMI= “uw gewicht in kilogram” delen door
“uw lengte in meter x uw lengte in meter”

Uw buikomvang is te groot als u met een meetlint om uw middel (ongeveer over de navel meten) meer dan 80 centimeter (vrouw) of 94 centimeter (man) meet. Een gezond gewicht hebben, bij overgewicht minstens 5% afvallen, of uw buikomvang verminderen, kan de bloedsuikers aanzienlijk verbeteren. Vraag uw diëtist om meer informatie.

Lichaamsbeweging

Lichaamsbeweging is goed voor iedereen, maar zeker voor mensen met diabetes. Als u regelmatig aan beweging doet, reageren uw lichaamscellen beter op de insuline. Hierdoor verbeteren de bloedsuikers.

Het advies is om elke dag minimaal een half uur matig intensief te bewegen, zoals fietsen, wandelen, zwemmen of gymnastieken; zodanig dat uw hartslag en ademhaling sneller gaan dan normaal. Probeer daarnaast ook zoveel mogelijk te bewegen: neem de trap in plaats van de lift, stap een halte te vroeg uit de tram, neem wat vaker de fiets in plaats van de auto, enzovoorts. Als u te zwaar bent, is extra lichaamsbeweging onmisbaar. Het advies is dan minstens vijf dagen per week minimaal een uur matig intensief te bewegen. De combinatie van een dieet en lichaamsbeweging is het meest effectief.

Hypo en hyper

Bij gebruik van bepaalde soorten diabetestabletten of bij gebruik van insuline, bestaat er kans op een te lage bloedglucose. De bloedglucose is dan onder 4mmol/l. Dit wordt een hypoglycaemie, kortweg hypo, genoemd. Bij een hypo kunt u last hebben van honger, een wisselend humeur, beverigheid, duizeligheid, hoofdpijn, zweten, slecht zien, moeheid en/of bleekheid. Een hypo kan ontstaan als u uw medicijnen heeft genomen, maar niet eet, erg weinig eet, lang wacht met eten of heeft overgegeven. Een hypo kan ook ontstaan bij extra lichamelijke inspanning, zonder hierbij te eten. Probeer bovenstaande oorzaken van een hypo te voorkomen. Als u toch een hypo heeft, meet dan eerst uw bloedsuiker en neem vervolgens vier tot zes glucosetabletten (dextro) of een glaasje zoete limonade, zodat de te lage bloedsuiker weer snel op peil is.
Een hyperglycaemie, kortweg hyper, is een te hoge bloedsuiker. De verschijnselen hiervan zijn onder andere dorst, droge mond, veel plassen, moeheid en slaperigheid. Een hyper kan ontstaan als u meer koolhydraten of minder medicijnen heeft gebruikt. Ook uw medicatie vergeten, stress, ziekte en koorts kunnen een hyper veroorzaken. Probeer dit te voorkomen. Als u toch een hyper heeft, meet dan eerst uw bloedsuiker, neem een aantal glazen water en blijf in beweging. Als u uw medicijnen vergeten was, neem ze dan alsnog in, tenzij het bijna tijd is voor de volgende dosis.

Meer informatie

Voor meer informatie over gezonde voeding, gezond gewicht en een gezonde leefstijl kunt u de website van het Voedingscentrum raadplegen:
www.voedingscentrum.nl.
Voor meer informatie over diabetes, nieuws over diabetes en lotgenotencontact kunt u terecht bij de Diabetesvereniging Nederland (DVN): www.dvn.nl.

Voor het nauwkeurig bijhouden hoeveel koolhydraten u dagelijks binnenkrijgt, kunt u verschillende hulpmiddelen gebruiken. Er zijn invulformulieren, websites en apps waarin u een voedingsdagboek bij kunt houden. Vraag ernaar bij uw diëtist.

Vragen

Heeft u na het lezen van de webpagina nog vragen, dan kunt u op werkdagen tussen 08.00 en 17.00 uur telefonisch contact opnemen met een van de diëtisten van het ziekenhuis via telefoonnummer 088 979 28 30. U kunt ook een email sturen naar dietetiek@haaglandenmc.nl.

Dieet bij diabetes

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis