Debulking ovariumcarcinoom

Uw zorgplan

U bent opgenomen voor een buikoperatie omdat u mogelijk eierstokkanker heeft. In het zorgplan leest u over het verloop van de zorg rondom uw operatie. U vindt hierin een overzicht van wat u per dag kunt verwachten.

Specialismen en team

Afspraak en contact

088 979 43 34
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur

Locatie

Cijfers

Aantal patiënten per jaar:

355 borstkanker
240 darmkanker
302 longkanker
94 melanoom
145 hoofd-halskanker
216 prostaatkanker
36 eierstokkanker

Over debulking ovariumcarcinoom

U bent opgenomen voor een buikoperatie omdat u mogelijk eierstokkanker heeft. In het zorgplan leest u over het verloop van de zorg rondom uw operatie. U vindt hierin een overzicht van wat u per dag kunt verwachten.

Dit is een beschrijving van de zorg zoals die in de meeste situaties verloopt. Het is mogelijk dat er in uw situatie zaken anders lopen. Als dit zo is, hoort u dat van de verpleegkundige. Uw casemanager en verpleegkundige bespreken alle informatie in het zorgplan met u. Mocht u behoefte hebben aan een gesprek samen met uw naaste, dan kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige of secretaresse.

Dag van opname

 image_33.png Medicijnen  Het is heel belangrijk dat u de webpagina “Voorbereiding op de operatie en anesthesie” die u op de preoperatieve poli heeft ontvangen goed leest.

De anesthesioloog (narcotiseur) heeft afspraken met u gemaakt over het stoppen van medicijnen die u thuis gebruikt.
Als u medicijnen voor uw luchtwegen gebruikt, zoals pufjes, dan moet u deze meenemen naar het ziekenhuis.

Voor u van belang:
U moet een actueel medicatieoverzicht en alle medicijnen die u thuis gebruikt (in de originele verpakking) meenemen.

image_35.png Kleding U trekt aan:
  • Een operatiejasje.

U doet uit:

  • Uw kleding;
  • Uw ondergoed en BH.

U doet af:

  • Alle sieraden en make-up;
  • Nagellak en één kunstnagel verwijderen;
  • Gehoorapparaat, bril;
  • Kunstgebit (u kunt een eigen bakje meenemen of aan de afdeling vragen).
image_29.png Eten en drinken U kent de regels over nuchter zijn :
  • Tot zes uur vóór het tijdstip van opname mag u gewoon eten en drinken.
  • Tot twee uur vóór het tijdstip van opname mag u alleen heldere dranken drinken, te weten water, thee en koffie zonder melk, heldere vruchtensappen en aanmaaklimonade.
  • Binnen de laatste twee uur vóór de operatie mag u niets meer eten of drinken.

Als het ERAS-protocol op u van toepassing is, gelden onderstaande regels voor eten en drinken:

  • U drinkt 2,5 tot uiterlijk twee uur voor de operatie twee flesjes pre-Op drank.
  • Heeft u diabetes mellitus, dan moet u twee grote glazen water drinken en niet de pre-Op drank drinken.
 
image_37.png Bewegen
  • U mag als u dat wilt de afdeling verlaten als u een eindje wilt lopen.
  • Als u de afdeling verlaat, dan wel in overleg met de verpleegkundige. 
copd2.png Controle Er wordt bloed afgenomen om uw bloedgroep te bepalen. 
copd1.png Documenten
  • Uw identiteitsgegevens worden gecontroleerd bij opname.
  • U krijgt een polsbandje met uw naam en geboortedatum.
  • Voor de opname en voor de operatie wordt één checklist gebruikt, er wordt u dan meerderen keren gevraagd naar uw gegevens.
  • Als u het ERAS-protocol volgt dan heeft u hierover informatie gekregen en de bijgeleverde webpagina “Het ERAS-protocol”.
  • Als u ondersteuning wilt van de psycholoog dan kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige.
image_62.png Naar huis

Als u huishoudelijke hulp nodig denkt te hebben na de operatie, probeer dit dan zo snel mogelijk via familie of vrienden te regelen. Als zij niet kunnen helpen, dan kunt u een aanvraag doen bij uw gemeente via het loket WMO. U dient dit voorafgaand aan de opname zelf te regelen. Deze procedure kan enkele weken duren.

Als er bij u een stoma is geplaatst, dan geldt het volgende:

  • Er wordt er gekeken of u na ontslag hulp nodig heeft bij de verzorging van het stoma.
  • De stomamaterialen worden door de verpleegkundige voor u geregeld en worden afgeleverd in het ziekenhuis.
  • Als u stomazorg nodig heeft, dan kan er een aanvraag gedaan worden door de transferverpleegkundige om hiervoor thuiszorg te regelen.

Als u na de operatie nog zorg nodig heeft op het gebied van lichamelijke verzorging, dan kan er eventueel een aanvraag gedaan worden door de transferverpleegkundige naar een zorghotel of zorg thuis. Dit is alleen mogelijk wanneer u zichzelf niet kunt verzorgen. Hiervoor is een medische indicatie noodzakelijk.


Na de operatie

 image_33.png Medicijnen
  • U heeft een infuus gekregen. U krijgt 1500 ml/24 uur. Het infuus wordt afgebouwd aan de hand van hoeveel u kunt drinken.
  • U krijgt pijnstilling. Dit kan op twee manieren: via een epiduraal (slangetje in de rug) dat is ingesteld door de anesthesioloog of met een PCA (morfine-pomp). Met de PCA kunt u zelf de dosering bepalen met behulp van een bedieningsknop.
  • U krijgt medicijnen tegen de misselijkheid.
  • U krijgt dagelijks laxerende medicijnen (om te zorgen dat de ontlasting op gang komt).
  • De laxerende medicijnen worden gestopt één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
  • Geef tijdig jeukklachten aan (dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).
image_33.png Fraxiparine Gedurende vier weken moet u Fraxiparine (antistollingsmedicijn tegen trombose) injecteren. U krijgt dagelijks een injectie ter voorkoming van trombose in uw been of uw buik. De verpleegkundige zal u aanleren hoe u de injecties zelf kunt toedienen.

image_35.png Kleding
Draag gemakkelijke kleding zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen.
(Denk aan ruime en soepele kleding).
image_29.png Eten en drinken
  • Licht verteerbaar;
  • U mag alles drinken. 

Als u het ERAS-protocol volgt:

  • Eén flesje drinkvoeding;
  • U mag alles drinken.
image_37.png Bewegen U wordt geholpen door de verpleegkundige bij uw persoonlijke verzorging.
  • Als het kan, mag u in bed ademhaling- en kuitspieroefeningen doen.
  • Als u het aan kunt en durft mag u met hulp van de verpleegkundige op de rand van het bed gaan zitten.
copd1.png Controle

Uw controles worden na de operatie drie keer gemeten (elk uur vanaf de verkoeverruimte), daarna in de ochtend, middag en avond. 

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).

De wond van uw buik wordt ‘s ochtends, ’s middags en ’s avonds gecontroleerd door de verpleegkundige. U heeft een blaaskatheter gekregen. ‘s Ochtends, ’s middags en ’s avonds wordt de hoeveelheid urine in de katheter bijgehouden door de verpleegkundige.

Het is mogelijk dat u een wonddrain heeft gekregen. Deze voert overtollig bloed en wondvocht af. De hoeveelheid wondvocht wordt dagelijks opgevangen in een drainzak en bijgehouden. In overleg met de arts wordt bepaald wanneer de wonddrain wordt
verwijderd.

stoma.png Stomazorg
  • Als u een stoma heeft gekregen, controleert de verpleegkundige het stoma.
  • De stomaverpleegkundige komt bij u langs om de stomamaterialen met u door te nemen. 


Dag 1

 image_33.png Medicijnen  De anesthesioloog / het pijnteam komt langs om de epiduraal te beoordelen. Hij/zij zal aan u vragen hoe het gaat met uw pijnklachten en zal aan de hand van uw comfort en eventuele pijnklachten beoordelen of de pompstand veranderd moet worden. De anesthesioloog bepaalt wanneer de epiduraal eruit mag.
  • U krijgt pijnstilling.
  • Infuus mag worden verwijderd als u 1500 ml drinkt (tien tot 12 glazen).
  • U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
  • Geef tijdig jeukklachten aan. (Dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).
  • U gaat starten met het zelf injecteren van de Fraxiparine. U krijgt hierover uitleg van de verpleegkundige.
image_33.png  Fraxiparine U krijgt dagelijks de injectie ter voorkoming van trombose in uw been of in uw buik.

Voor u van belang:

Als u zichzelf niet kunt of durft te injecteren, geeft u dit dan tijdig aan bij de verpleegkundige. Er kan dan eventueel een familielid of kennis worden geïnstrueerd die u de injecties kan toedienen.

Er kan alleen op medische indicatie thuiszorg
worden aangevraagd voor toedienen van de injecties Fraxiparine. Een medische indicatie is bijvoorbeeld reuma of MS.

image_35.png Kleding Draag gemakkelijke kleding zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen. 
image_29.png Eten en drinken
  • Opbouwen van licht verteerbaar naar gewone maaltijden.
  • Het streven is om 1500 ml te drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

  • Eén flesje drinkvoeding;
  • Twee keer tussendoortje eten.
image_37.png Bewegen 
  • U krijgt deels hulp bij uw persoonlijke verzorging.
  • Met de epiduraal en de katheter mag u van bed naar stoel en stoel naar bed.
  • Als de blaaskatheter is verwijderd en u gebruikt de PCA-pomp nog, dan mag u langzaam gaan bewegen (in uw kamer en eventueel ook op de gang).
  • Ademhaling -en kuitspieroefeningen doen. De fysiotherapeut zal in consult gevraagd worden om u te ondersteunen bij de oefeningen en bij uw mobilisatie.
copd2.png Controle Er wordt bloed bij u afgenomen om de HB (de bloedwaarde) te bepalen na de operatie.

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).

Als u een drain heeft mag deze verwijderd worden als er minder dan 50ml vocht in de wonddrain zit, dan mag in overleg met de arts de drain worden verwijderd.
Als de blaaskatheter is verwijderd, dan moet u binnen vier tot zes uur geürineerd hebben. Daarna wordt er een echo gemaakt die meet of de blaas na het plassen voldoende leeg is.

stoma.png Stomazorg Als er bij u een stoma is geplaatst:
  • Het stoma-opvangmateriaal van de operatie wordt vervangen door nieuw stomamateriaal.
  • De stomaverpleegkundige zal met u het stomamateriaal doornemen om te bepalen welk materiaal u zelf prettig vindt om te gebruiken.
  • Vandaag wordt aan u en of uw partner gevraagd mee te kijken met de stomazorg.


Dag 2

image_33.png Medicijnen  De anesthesioloog / het pijnteam komt langs om de epiduraal te beoordelen. Hij/zij zal aan u vragen hoe het gaat met uw pijnklachten en zal aan de hand van uw comfort en eventuele pijnklachten beoordelen of de pompstand veranderd moet worden. De anesthesioloog bepaalt wanneer de epiduraal eruit mag.
  • U krijgt pijnstilling.
  • U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
  • Geef tijdig jeukklachten aan. (Dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).
image_33.png Fraxiparine U kunt zelf de injecties toedienen tegen trombose.
image_35.png Kleding Draag gemakkelijke kleding zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen.
image_29.png Eten en drinken
  • U mag alles eten en drinken.
  • Het streven is om 1500 ml te drinken.

Indien u het ERAS-protocol volgt:

  • Eén flesje drinkvoeding;
  • Twee keer tussendoortje eten.
image_37.png Bewegen
  • U kunt u zelfstandig verzorgen.
  • Als u geen blaaskatheter en de PCA-pomp meer heeft, dan mag u zelfstandig bewegen over de afdeling.
  • Als de epiduraal eruit mag, dan gaat ook de blaaskatheter eruit. U mag dan langzaam gaan bewegen over de afdeling op geleide van de pijnklachten.
  • Ademhaling- en kuitspieroefeningen doen.

Voor u van belang:

  • U moet vier tot zes keer uit bed.
copd2.png Controle Als u voldoende drinkt, wordt het infuus verwijderd.

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).

Als u een drain heeft mag deze verwijderd worden als er minder dan 50ml vocht in de wonddrain zit, dan mag in overleg met de arts de drain worden verwijderd.

Als de blaaskatheter eruit is dan moet u binnen vier tot zes uur geürineerd hebben. Daarna wordt er een echo gemaakt die meet of de blaas na het plassen voldoende leeg is.

stoma.png Stomazorg Als er bij u een stoma is geplaatst :
  • U oefent hoe u het stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.
  • Uw naasten krijgen uitleg over de stomazorg.


Dag 3

image_33.png 

Medicijnen

  • De epiduraal mag in overleg met de anesthesioloog worden verwijderd.
  • U krijgt pijnstilling.
  • U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.
  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
image_33.png Fraxiparine U kunt uzelf injecteren.
image_35.png Kleding Draag gemakkelijke kleding, zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen.
image_29.png Eten en drinken

U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan :

  • Eén flesje drinkvoeding.
  • Twee keer tussendoortje eten.
image_37.png Bewegen U verzorgt uzelf.
U moet vier tot zes keer uit bed per dag.
U mag stukjes lopen in uw kamer en over de afdeling.
copd2.png Controle De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:
  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).

U wordt gewogen door de verpleegkundige.

stoma.png Stomazorg Als er bij u een stoma is geplaatst, oefent u hoe u de stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.


Dag 4

 image_33.png Medicijnen
  • U krijgt pijnstilling.
  • U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
image_33.png Fraxiparine U kunt uzelf injecteren.
image_35.png Kleding Draag gemakkelijke kleding zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen.
image_29.png Eten en drinken 
  • U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

  • Eén flesje drinkvoeding;
  • Twee keer tussendoortje eten
image_37.png Bewegen 
  • U verzorgt uzelf.
  • U mag als u dat wilt de afdeling verlaten als u een eindje wilt lopen.
  • Als u de afdeling verlaat, dan wel in overleg met de verpleegkundige.
copd2.png Controle De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:
  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).
stoma.png Stomazorg Als er bij u een stoma is geplaatst, oefent u hoe u de stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.


Dag 5 tot ontslag

image_33.png Medicijnen
  • U krijgt pijnstilling.
  • U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

  • Geef tijdig pijnklachten aan.
  • Geef tijdig misselijkheid aan.
 
image_33.png  Fraxiparine U kunt uzelf injecteren.
image_35.png Kleding Draag gemakkelijke kleding, zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen. 
image_29.png Eten en drinken U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan :

  • Eén flesje drinkvoeding;
  • Twee keer tussendoortje eten.
image_37.png Bewegen U bent geheel zelfstandig.
copd2.png Controle De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:
  • Hartslag;
  • Temperatuur;
  • Zuurstofgehalte;
  • Bloeddruk;
  • Pijnscore;
  • Wond(en).
stoma.png Stomazorg U verzorgt de stoma zelfstandig (of uw naaste).
copd1.png Documenten Als u naar huis gaat, is het mogelijk dat u het volgende mee krijgt:
  • Afsprakenkaart;
  • Ontslagrecept;
  • Advies medicijnen voor bloedverdunning;
  • Overdracht thuiszorg;
  • Ontslag checklist;
  • Stomamateriaal (indien van toepassing).
image_62.png Naar huis Ontslagcriteria:
  • Pijn is onder controle.
  • Geen complicaties.
  • Grotendeels weer mobiel.
  • Eten en drinken gaat goed.
  • Ontlasting is wenselijk maar niet noodzakelijk.
  • Hanteren van de leefregels/adviezen die u heeft meegekregen.

Debulking ovariumcarcinoom

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis