De ingeleide bevalling

In overleg met uw arts is besloten uw bevalling in te leiden. Dit betekent dat uw bevalling kunstmatig in gang gezet gaat worden. Deze webpagina geeft meer informatie hierover.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Antoniushove
HMC Bronovo en
HMC Westeinde 088 979 24 22
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur
HMC Gezondheidscentrum Wassenaar, 088 979 72 45
ma t/m vr van 08.30 – 17.00 uur

Contact per e-mail

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over de ingeleide bevalling

In overleg met uw arts is besloten uw bevalling in te leiden. Dit betekent dat uw bevalling kunstmatig in gang gezet gaat worden. Deze webpagina geeft meer informatie hierover.

Methoden

Voor het inleiden van de bevalling zijn er drie methoden:

  • Het plaatsen van een kleine ballon in de baarmoedermond;
  • Het inbrengen van tabletten of gel in de vagina;
  • Het breken van de vliezen en inbrengen van een infuus.

Welke methode gebruikt wordt, hangt onder andere af van de rijpheid van de baarmoedermond. Dat wil zeggen dat wordt gekeken in hoeverre uw baarmoedermond al verweekt en verstreken is, om de geboorte van uw kindje mogelijk te maken. Uw arts beslist na inwendig onderzoek welke methode in uw geval het meest geschikt is. Ongeacht de methode van inleiden wordt er voor het starten van de inleiding een CTG, een cardiotocogram, gemaakt. Door middel van twee sensors op uw buik wordt hiermee de hartslag van uw kind en de spanning van de baarmoeder geregistreerd.

Kleine ballonkatheter plaatsen in de baarmoedermond

Deze methode wordt het meest gebruikt als de baarmoedermond nog niet rijp is. Het gaat als volgt:

  • De arts brengt een speculum in.
  • Er wordt een slangetje met een opblaasbaar ballonnetje (ballonkatheter) ingebracht in de baarmoeder, net boven de baarmoedermond. Het ballonnetje dat aan het uiteinde zit, wordt opgeblazen met een kleine hoeveelheid water. Het slangetje komt via de vagina naar buiten en wordt aan uw dijbeen vastgeplakt.
  • Nadat het ballonnetje is geplaatst, worden er uitwendig twee sensors met banden om uw buik vastgemaakt (CTG). Dit CTG registreert de hartslag van uw kind en eventuele weeën.
  • Als de ballonkatheter bij u is geplaatst, kunt u meestal daarna terug naar de afdeling. U kunt dan gewoon rondlopen.
  • Na plaatsing van de ballonkatheter kunt u krampen of weeën krijgen. Dit kan een reden zijn om het CTG te herhalen.
  • De volgende ochtend wordt er gekeken of het ballonnetje al door de baarmoedermond naar buiten is gekomen. Hiervoor wordt in principe alleen maar een beetje aan het slangetje getrokken. Dit doet geen pijn. Soms merkt u het zelf als eerste dat het ballonnetje eruit gevallen is. Soms is het nodig om aanvullend inwendig onderzoek te verrichten.
  • Wanneer het ballonnetje eruit gevallen is, kunnen meestal de vliezen worden gebroken. Als er nog geen weeën zijn, worden ze door middel van een infuus opgewekt. Het breken van de vliezen en het opwekken van de weeën gebeurt meestal aan het begin van de volgende ochtend.
  • Het kan voorkomen dat het langer duurt dan een dag voordat de vliezen kunnen worden gebroken. In dat geval kan worden besloten om opnieuw een ballon te plaatsen of over te gaan tot inleiding door middel van tabletten of gel (zie hierna).

Mocht u allergisch zijn voor latex, wilt u dit dan van tevoren kenbaar maken? Er wordt in dat geval een latexvrije ballonkatheter gebruikt.

Het inbrengen van tabletten of gel

  • Als de baarmoedermond nog niet rijp is en als er redenen zijn om geen ballonkatheter te gebruiken, wordt soms gekozen voor inleiden door middel van tabletten of gel. Het gaat als volgt:
  • Er wordt weeënstimulerende gel of tabletten (met het hormoon prostaglandine) hoog in de vagina ingebracht. Dit hormoon bevordert de rijpheid van de baarmoedermond en kan weeën veroorzaken.
  • Na het inbrengen van de gel, worden er uitwendig twee sensors met banden om uw buik vastgemaakt (CTG). Dit CTG registreert de hartslag van uw kind en eventuele weeën. Daarna kunt u gewoon rondlopen. De verpleegkundige zal regelmatig naar de harttonen van uw kind luisteren en deze registreren.
  • Vier uur na het inbrengen van de tabletten en zes uur na het inbrengen van de gel wordt de baarmoedermond opnieuw beoordeeld. Dan wordt besloten of er meer tabletten of gel nodig zijn of dat de vliezen kunnen worden gebroken en een infuus met weeënstimulerende middelen kan worden gestart. Afhankelijk van de reden van inleiding worden de vliezen in principe niet meer in de namiddag of avond gebroken, maar het liefste vroeg in de ochtend.
  • Als er aan het einde van de dag nog geen weeën zijn, blijft u slapen in het ziekenhuis.
  • De volgende ochtend wordt door middel van inwendig onderzoek de baarmoedermond opnieuw beoordeeld. Afhankelijk van de rijpheid wordt de wijze van inleiden door de arts besloten en met u besproken.

Het breken van de vliezen en inbrengen van een infuus

Deze methode wordt toegepast als de baarmoedermond rijp is. Het gaat als volgt:

  • U wordt inwendig onderzocht en de vliezen worden gebroken. Het breken van de vliezen zelf doet geen pijn bij u of de baby.
  • Het op gang brengen van de weeën gebeurt door middel van een infuus in uw arm. Een pomp dient de medicatie, oxytocine, toe om weeën te maken. De dosering gaat stapsgewijs omhoog, de weeën beginnen veelal geleidelijk.
  • Door middel van twee sensors met banden om uw buik (CTG) worden de hartslag van uw kind en eventuele weeën continue geregistreerd. Wanneer de registratie van de hartslag van de baby niet optimaal is, kan de arts ervoor kiezen om een kleine elektrode op het hoofdje van de baby te plaatsen. Daarmee kan de hartslag worden geregistreerd. Dit geeft u tevens meer bewegingsvrijheid. Vaak wordt hier ook voor gekozen als u aanvullende pijnstilling behoeft, bijvoorbeeld een ruggenprik.

De bevalling

Een ingeleide bevalling verloopt op dezelfde manier als wanneer deze niet zou zijn ingeleid. Op de webpagina “Zwanger en bevallen bij de gynaecoloog” staat praktische informatie beschreven.
Mocht u op enig moment tijdens de bevalling pijnstilling willen hebben? Dan kunt u dit aangeven aan de verpleegkundige of arts.

Volgende zwangerschap

Het feit dat uw bevalling wordt ingeleid, hoeft niet te betekenen dat een eventuele volgende bevalling ook ingeleid moet worden.

Belangrijk!

Als uw arts een ingeleide bevalling met u heeft afgesproken, is het belangrijk dat u op de afgesproken dag naar de verloskamers belt om te vragen hoe laat u aanwezig moet zijn.

  • Bij een inleiding middels het breken van de vliezen of tabletten vragen we u om 06.00 uur naar de verloskamers te bellen. U wordt dan vervolgens om 07.00 uur verwacht.
  • Bij een inleiding middels ballon belt u om 18.00 uur naar de verloskamers en wordt u om 19.00 uur verwacht op de kraamafdeling.
  • U neemt contact op met de verloskamers van HMC Westeinde via telefoonnummer 088 979 21 04.

Het kan voorkomen dat door extreme drukte alle verloskamers bezet zijn op het moment dat u belt. In dat geval wordt met de arts overlegd hoe laat u dan moet komen. Het kan dan ook voorkomen dat de inleiding een dag wordt uitgesteld. Dit gebeurt uiteraard alleen als dit veilig wordt geacht.

Meer informatie

U kunt ook een voorlichtingsfilmpje over de ingeleide bevalling zien via: https://www.degynaecoloog.nl/informatiefilms/

Tot slot

Mocht u nog vragen hebben, aarzel dan niet contact op te nemen met uw behandelend arts.

HMC Bronovo en HMC Westeinde

  • 088 979 24 22 (maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 17.00 uur);
  • 088 979 21 04 (overige tijden). Dit nummer is zeven dagen per week,

24 uur per dag bereikbaar in geval van nood. We verzoeken u tijdens kantooruren te bellen wanneer uw vraag geen spoed heeft.

Verantwoording tekst

Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze webpagina berusten bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. De tekst is aangepast op basis van de werkwijze door de maatschap Gynaecologie/Verloskunde van HMC.

De ingeleide bevalling

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis