Chemoradiotherapie voor endeldarmkanker (rectumcarcinoom)

Op deze webpagina vindt u informatie over de behandeling van endeldarmkanker door middel van een lange serie bestralingen in combinatie met chemotherapie.

Specialismen en team

Afspraak en contact

088 979 43 34
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur

Cijfers

Aantal patiënten per jaar:

355 borstkanker
240 darmkanker
302 longkanker
94 melanoom
145 hoofd-halskanker
216 prostaatkanker
36 eierstokkanker

Over chemoradiotherapie voor endeldarmkanker (rectumcarcinoom)

Op deze webpagina vindt u informatie over de behandeling van endeldarmkanker door middel van een lange serie bestralingen in combinatie met chemotherapie.

Wanneer moet u contact opnemen?

Als u twijfelt over bepaalde klachten, dan kunt u hiervoor altijd contact opnemen met uw verpleegkundig specialist Interne Oncologie. Omdat u gedurende de chemoradiatie behandeling dagelijks bij de afdeling Radiotherapie bent, kunt u uw vragen ook daar stellen.

Neem dezelfde dag contact op bij deze klachten:

  • Koorts van 38,5°C of hoger
  • Koude rillingen
  • Langdurige bloeding (meer dan een koffiekopje bloed bij de ontlasting)

Neem na een dag contact op bij deze klachten:

  • Diarree (waterige ontlasting), meer dan vier keer per dag
  • Braken, langer dan één dag veel en lang braken
  • Verstopping, langer dan twee dagen geen ontlasting
  • Huiduitslag met veel pijn of jeuk

Contactgegevens

Afdeling Radiotherapie HMC:
088 979 23 57 (bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.00 - 17.00 uur)

Polikliniek Interne Oncologie HMC/ Verpleegkundig Specialist Interne Oncologie:
088 979 43 34 (bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.30 - 17.00 uur, voor spoed en overige vragen)

Verpleegafdeling oncologie:
088 979 45 10 (buiten kantoortijden (avond, nacht, weekend of op feestdagen), voor spoed)

Casemanager darmchirurgie:
088 979 46 32 (bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.30 - 17.00 uur).

Endeldarmkanker

De endeldarm, of rectum, is het laatste deel van de dikke darm, het stuk darm vóór de sluitspier en de anus. Endeldarmkanker, ofwel rectumcarcinoom, is een kwaadaardige tumor in de endeldarm. Jaarlijks wordt deze diagnose in Nederland bij ongeveer 4.000 mensen gesteld. De kans op endeldarmkanker neemt toe met de leeftijd. Het merendeel van de mensen met endeldarmkanker is 50 jaar of ouder.

Chemoradiotherapie

De behandeling van endeldarmkanker kan per patiënt verschillen en hangt onder andere af van het stadium waarin de kanker zich bevindt. In uw situatie lijkt een lange serie bestralingen in combinatie met chemotherapie de beste behandeling. Bestraling, ofwel radiotherapie, is een van de behandelmethodes bij kanker. Hierbij bestrijden we een gezwel met behulp van straling. Haaglanden Medisch Centrum (HMC) Antoniushove beschikt over een hoogwaardige bestralingsafdeling. Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dat zijn medicijnen die kankercellen doden of de groei ervan remmen. In uw geval wordt de chemotherapie in de vorm van tabletten toegediend. De combinatie van bestraling en chemotherapie noemen we chemoradiotherapie, of chemoradiatie.

De behandeling bestaat uit een serie van 25 bestralingen en een dagelijkse inname van chemotherapie-tabletten gedurende de hele periode. Deze tabletten versterken de werking van de bestraling. Het doel van de behandeling is de tumor te verkleinen, zodat deze bij de operatie in zijn geheel verwijderd kan worden. Dit zorgt ervoor dat de kans op terugkeer van de tumor kleiner wordt.

Na vijf weken van behandeling volgt een wachtperiode van ongeveer zes weken, waarin de chemoradiotherapie nog doorwerkt. Daarna vindt opnieuw onderzoek plaats, waaronder een MRI-scan van het bekken.

U krijgt van de specialist te horen wat het resultaat van de behandeling is. Op basis van deze resultaten zal de arts u een behandelvoorstel doen. Het kan zijn dat u op korte termijn geopereerd zult worden. Het kan echter ook zo zijn dat het voorstel is om nog wat langer te wachten voordat u geopereerd wordt om nog betere resultaten te krijgen van de chemoradiatie.

In sommige gevallen vindt de chirurg het noodzakelijk dat voor de behandeling een (tijdelijk) stoma wordt aangelegd. Het aanleggen van een stoma is nodig als de endeldarm voor de behandeling al bijna dichtzit en er tijdens de behandeling verstopping kan ontstaan.

Uw behandelend arts kan uitleggen waarom er bij u chemoradiotherapie wordt geadviseerd. Uw huisarts en eventuele andere behandelaars worden geïnformeerd aan het begin van uw behandeling.

Bestralingsafdeling

Locatie

Uw bestraling vindt plaats bij de afdeling Radiotherapie in HMC Antoniushove. Deze afdeling bevindt zich op de begane grond en is te bereiken via de ingang aan Gruttolaan 18, of via de hoofdingang van HMC Antoniushove. Wanneer u via de hoofdingang komt, volgt u de rode route in het ziekenhuis naar de afdeling Radiotherapie.

Vervoer

U zorgt zelf voor vervoer naar het ziekenhuis. Kunt u niet met eigen vervoer of met het openbaar vervoer naar ons toe komen? Dan is een taxi vaak een goed alternatief. Meestal kunt u de kosten van een taxi (deels) declareren bij uw zorgverzekeraar, afhankelijk van uw zorgverzekeringspakket. U kunt hierover meer informatie krijgen bij uw zorgverzekeraar.
Zit u in een rolstoel en heeft u hulp nodig om van de centrale hal naar de bestralingsafdeling te komen? De receptionisten in de centrale hal regelen dit graag voor u. Op de bestralingsafdeling zijn ook rolstoelen te krijgen. Hiervoor vragen we één euromunt als borg.

balie_rt.jpeg

Voorbereiding op de bestraling

Eerste gesprek

Uw eerste gesprek heeft u met de radiotherapeut-oncoloog, ofwel de ‘bestralingsarts’. Deze arts neemt verschillende onderwerpen met u door, zoals uw ziektegeschiedenis, de reden van de behandeling en het doel ervan. De radiotherapeut-oncoloog vertelt u hoe lang de behandeling gaat duren, hoeveel behandelingen u per week krijgt en wat er nog aan voorbereiding nodig is, voordat de bestraling kan beginnen. Ook vertelt de radiotherapeut-oncoloog wat de bijwerkingen van de behandeling zijn. Bij deze eerste afspraak wordt soms lichamelijk onderzoek verricht. Neem uw actuele medicijnlijst mee naar het gesprek.

Zorg dat u niet met onzekerheden of twijfels blijft zitten. Stel daarom gerust vragen aan de radiotherapeut-oncoloog. Het is verstandig om bij dit eerste gesprek iemand mee te nemen, waarmee u een goede band heeft, dan hoeft u niet alles zelf te onthouden. 

CT-scan

Ongeveer twee weken vóór de bestraling krijgt u een computer tomografie-scan, ofwel CT-scan. Deze CT-scan maakt een beeld van een deel van uw lichaam als een ‘plakje’. Door een groot aantal van deze plakjes in de computer op elkaar te stapelen, ontstaat een afbeelding in drie dimensies. Hierop kan de radiotherapeut-oncoloog precies aangeven welk gebied bestraald moet worden en welke delen van uw lichaam moeten worden ontzien.

Bij deze scan is het noodzakelijk dat u een volle blaas heeft. Dat geldt voor iedere CT-scan, voor de MRI-scans die u krijgt en vóór iedere bestraling. Een volle blaas zorgt ervoor dat tijdens de bestraling de dunne darm zo veel mogelijk uit het bestralingsgebied wordt gedrukt. Dit verkleint de kans op bijwerkingen als gevolg van de bestraling.

Het advies hiervoor is:

  • Plas één uur voor de CT-scan/MRI-scan/bestraling volledig uit
  • Drink daarna 350 ml water
  • Hierna mag u niet plassen!
  • Na afloop van de CT-scan, MRI-scan, of bestraling mag u plassen

Na het maken van de CT-scan plaatst de bestralingsdeskundige enkele tatoeagepuntjes op uw lichaam. Hij of zij prikt hierbij een klein druppeltje inkt vlak onder de huid. Met deze puntjes kunnen we ervoor zorgen dat u bij de bestraling hetzelfde op de bestralingstafel ligt als bij de CT-scan.

Deze puntjes worden alleen gebruikt om uw ligging te bepalen en geven dus niet de plaats van de tumor aan. De precieze plaats van de bestraling wordt bepaald bij het maken van het bestralingsplan. De puntjes zijn heel klein (ongeveer 1 mm), maar wel blijvend.

De informatie die we tijdens de voorbereiding verzamelen, dient als basis voor uw bestraling. Met deze gegevens maken we een bestralingsplan. Dit moet zorgvuldig gebeuren en vraagt daarom de nodige tijd. U kunt ongeveer twee weken na de voorbereiding starten met de bestraling. Na deze voorbereiding krijgt u een afspraak mee voor de eerste bestraling. Kan de afspraak op dat moment nog niet worden ingepland? Dan bellen we u later voor de eerste afspraak.

MRI-scan

Vaak is er ook een MRI-scan nodig om het bestralingsplan te maken. Voor het maken van de MRI-scan gaat u naar de afdeling Radiologie op de begane grond in HMC Antoniushove, via de blauwe route. Ook voor deze scan moet u een volle blaas hebben (zie hierboven bij ‘CT-scan’).

Bestraling

Voor iedere bestraling is het van belang dat u een volle blaas heeft. Voor de bestraling meldt u zich bij de balie op de afdeling Radiotherapie. De baliemedewerker verwijst u door naar de wachtruimte van het bestralingstoestel. Een bestralingsdeskundige haalt u vervolgens op. Deze informeert u nogmaals kort over de bestraling. Vervolgens begeleidt hij of zij u naar de bestralingsruimte. U gaat daar op de behandeltafel liggen. Dit doet u in dezelfde houding als bij de CT-scan. De bestralingsdeskundige stelt het bestralingsveld in. Daarbij maakt deze gebruik van de tatoeagepuntjes en de gegevens van de CT-scan om de bestraling uit te voeren.
De bestralingsdeskundige gaat daarna de ruimte uit en zet het bestralingstoestel aan. Voor het begin van elke bestraling maken we een controlescan om uw ligging extra te controleren. Als het nodig is, kunnen we uw positie nog aanpassen. Tijdens de bestraling maakt het toestel een zoemend geluid. U hoort ook het aan- en uitzetten van de apparatuur. De straling zelf kunt u niet zien of voelen. Bestraald worden doet dan ook geen pijn.

bestralingstoestel.jpeg

Bestralingstoestel

Tijdens de bestraling staat u via een intercom in contact met het bestralingspersoneel. Zij kunnen u zien met enkele camera’s. Als het nodig is, kunnen zij de bestraling even onderbreken en naar u toe komen.

Elke bestraling neemt ongeveer vijf minuten in beslag. Met uit- en aankleden en positioneren erbij zal de afspraak ongeveer tien à twintig minuten duren, afhankelijk van de soort bestraling die u krijgt. Een bestralingsbehandeling wordt meestal vanuit verschillende richtingen gegeven. Het apparaat draait dus om u heen. U blijft hierbij steeds in dezelfde houding liggen. Het toestel slaat automatisch af als de bestralingsdosis is afgegeven. U kunt daarom nooit een te hoge bestralingsdosis krijgen.

Hieronder ziet u een overzichtsplaatje van het kleine bekken. Uw radiotherapeut-oncoloog kan u vertellen welk gebied bij u bestraald wordt.

 bekken_vrouw.jpeg  bekken_man.jpeg
Kleine bekken vrouw Kleine bekken man

Na de bestraling

U krijgt elke week vervolgafspraken mee. Wilt u op een bepaald dagdeel bestraald worden? Bespreek dit dan tijdig met de bestralingsdeskundige. Als u nog andere afspraken heeft – in het ziekenhuis of privé – geef dit dan minstens een week van tevoren door. Wij proberen aan uw wensen tegemoet te komen, maar we vragen om uw begrip als het niet mogelijk blijkt om de afspraak op uw voorkeurstijd te plannen.

Bel de afdeling als u denkt dat u niet in staat bent om uw behandeling te ondergaan, bijvoorbeeld omdat u ziek bent of koorts heeft boven de 38 graden. In overleg met de radiotherapeut-oncoloog wordt dan gekeken wat u het beste kunt doen. Als het maar enigszins kan, gaat de behandeling gewoon door.

U krijgt aan het einde van de bestralingsserie een afspraak mee voor de radiotherapeut-oncoloog op de polikliniek. Deze afspraak vindt meestal plaats drie tot zes weken na de laatste bestraling.

Voorbereiding op de chemotherapie

Tijdens de afspraken met de internist-oncoloog en de verpleegkundig specialist Interne Oncologie krijgt u de belangrijkste informatie over de behandeling met chemotherapietabletten (capecitabine). De verpleegkundig specialist is uw vaste aanspreekpunt bij vragen over de chemotherapie.

Er bestaat een kleine kans dat u extra gevoelig bent voor capecitabine. Hiernaar doen we een extra bloedonderzoek. Als blijkt dat u het eiwit dat capecitabine afbreekt (gedeeltelijk) mist, dan passen we de dosering van de capecitabine hierop aan.

Chemotherapie

Innemen tabletten

U start met de inname van de capecitabine tabletten op de eerste bestralingsdag en neemt de tabletten ‘s morgens en ‘s avonds in, kort na de maaltijd. U neemt de tabletten alleen in op de bestralingsdagen, dus niet in het weekend. Tijdens het voorlichtingsgesprek neemt de verpleegkundig specialist Interne Oncologie alle belangrijke informatie over de chemotherapie met u door.

Controles en afspraken

Tijdens de chemoradiatie heeft u wekelijks afspraken met de radiotherapeut-oncoloog, internist-oncoloog, of verpleegkundig specialist om over het verloop van de behandeling en de eventuele bijwerkingen te praten. Uw verpleegkundig specialist Interne Oncologie is uw vaste aanspreekpunt in dit traject. Omdat u gedurende de chemoradiatie dagelijks bij de afdeling Radiotherapie bent, kunt u uw vragen vanzelfsprekend ook daar stellen.

Na de chemoradiotherapie

Op de dag van de laatste bestraling neemt u nog twee keer de chemotherapietabletten in. Daarna is de behandeling klaar en heeft u een rustperiode van ongeveer zes weken. Aan het einde van de chemoradiotherapie-serie plannen we controleafspraken met u in.

De bijwerkingen van de chemoradiotherapie zijn niet direct verdwenen. De klachten kunnen zelfs de eerste één à twee weken nog toenemen. Vaak voelen patiënten zich ongeveer vier weken na de chemoradiotherapie alweer een stuk beter. De vermoeidheid blijft vaak het langst aanwezig.

De behandeling werkt na de laatste bestraling nog meerdere weken door. Ongeveer zes weken na de laatste bestraling vinden er onderzoeken plaats om te zien hoe de tumor gereageerd heeft en of er geen nieuwe problemen zijn ontstaan. Die onderzoeken bestaan uit een CT-scan van de buik en longen en een MRI-scan van het rectum (de endeldarm). Daarnaast maken we een longfoto en verrichten we bloedonderzoek. De scans en onderzoeken vinden zo veel mogelijk op één dag plaats. De onderzoeken worden met het hele behandelteam bekeken en doorgenomen. Daarna bespreekt de chirurg ze op de polikliniek met u. Hier wordt ook het vervolgadvies met u besproken – meestal is dit een operatie.

Bijwerkingen - korte termijn

Gedurende de behandelperiode en de weken daarna kunnen er bijwerkingen optreden. Hoe ernstig deze zijn, verschilt per persoon. Uw radiotherapeut-oncoloog, de internist-oncoloog en de verpleegkundig specialist Interne Oncologie vertellen u meer hierover in het eerste gesprek.

Algemene bijwerkingen

Tijdens de behandelperiode kunt u last hebben van vermoeidheid, slaperigheid, lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Regelmatig naar het ziekenhuis reizen, kunt u ervaren als een extra belasting.

Bijwerkingen radiotherapie

Darmen
Het kan zijn dat u al ontlastingsproblemen ervaart voor de behandeling begint. Door de behandeling kunnen er (meer) krampen, aandrang en diarreeklachten ontstaan.

Blaas
U kunt ook plasklachten krijgen bij een bestraling van de endeldarm. Meestal zijn dit milde klachten. Misschien moet u vaker en met kleine beetjes plassen of ervaart u een branderig gevoel. Ook kan het zijn dat u er ‘s nachts vaker uit moet. Meestal treden deze problemen op als u al enkele weken bestraald wordt. Deze klachten nemen over het algemeen één of twee weken na de bestralingsbehandeling af.

Haar
De haren in de schaamstreek kunt u tijdelijk verliezen als gevolg van de bestraling.

Huid
Als de anus in het bestralingsgebied valt, kunt u hier veel last van krijgen (pijn, kapotte huid). Maak deze klachten bekend aan de radiotherapeut-oncoloog. Deze kan hier medicijnen tegen voorschrijven. Meestal nemen de klachten één of twee weken na de bestralingsbehandeling af.

Bijwerkingen chemotherapie

Bloedcellen
De aanmaak van bloedcellen in het beenmerg kan soms tijdelijk worden geremd. Als gevolg daarvan kunt u vermoeid raken, vatbaar worden voor infecties en sneller blauwe plekken krijgen.

Diarree
De slijmvliezen van de darm kunnen geïrriteerd raken. U kunt daardoor diarree krijgen: waterige, dunne ontlasting, vaker dan vier keer per dag. Tijdens het voorlichtingsgesprek met de verpleegkundig specialist Interne Oncologie krijgt u uitleg over hoe u moet handelen bij diarree.

Minder eetlust en misselijkheid

De kuur kan soms smaakverandering, gebrek aan eetlust, misselijkheid en braken veroorzaken.

Mond
Het slijmvlies van de mond kan soms ontstoken raken. U kunt daardoor blaasjes en pijn in de mond krijgen.

Hand-voet syndroom
In zeldzame gevallen kan de kuur een handvoet-huidreactie veroorzaken. De handpalmen of de voetzolen geven dan een branderig gevoel of worden gevoelloos, pijnlijk, gezwollen of rood. U kunt ook een droge of jeukende huid krijgen. U krijgt hiervoor een vette crème voorgeschreven.

Pijn op de borst
Deze bijwerking komt zelden voor. Maar als u na het starten met de chemotabletten pijn op de borst krijgt bij inspanning, neem dan contact met ons op.

Bijwerkingen – lange termijn

Naast de bijwerkingen die u tijdens of kort na de behandeling ervaart, zijn er bijwerkingen die ontstaan enige tijd na het afronden van de behandeling.

Huid
De huid kan wat donkerder van kleur blijven, voornamelijk op het stuitje. Som genezen wondjes in het bestraalde gebied moeilijker.

Blaas
Door de behandeling kan het zijn dat u vaker en kleinere beetjes per keer moet plassen dan vóór de behandeling. Ook kan het moeilijker zijn om de plas goed op te houden. Dit kan leiden tot ongewenst urineverlies ofwel incontinentie.

Darmen
Het ontlastingspatroon kan veranderen. Mogelijk moet u vaker naar het toilet en is de ontlasting dunner dan voor de behandeling. Ook kunnen er problemen ontstaan met het ophouden van de ontlasting, bijvoorbeeld in de vorm van ‘natte winden’ of ongewild verlies van ontlasting.

Vruchtbaarheid en seksualiteit
De behandeling kan invloed hebben op de seksualiteit en vruchtbaarheid. De vaginawand kan tijdens de bestraling geïrriteerd raken en gevoelig zijn bij aanraking. Bij vrouwen komt er tijdens bestraling van de endeldarm ook straling in de vagina, de baarmoeder en de eierstokken. Jonge vrouwen kunnen hierdoor eerder in de overgang raken, stoppen met menstrueren of onvruchtbaar worden.

Bij mannen komt er tijdens de bestraling van de endeldarm ook straling in de prostaat, de zaadblaasjes en de teelballen. Hierdoor kunnen erectieklachten (impotentie) en onvruchtbaarheid ontstaan. Ook kan het orgasme anders zijn dan voor de behandeling, bijvoorbeeld een orgasme waarbij geen zaadlozing is (een ‘droog’ orgasme) of pijn bij het klaarkomen.

Als gevolg van de behandeling heeft u mogelijk minder behoefte aan seksueel contact. Factoren als bijvoorbeeld vermoeidheid kunnen hierbij een rol spelen.

Vermoeidheid, concentratie- en geheugenproblemen
Na uw behandeling kunt u nog langere tijd vermoeidheid en concentratie- en geheugenproblemen ervaren. Ook psychosociale klachten kunnen optreden, zoals somberheid of moeite bij het hervatten van uw werk.

Leefadviezen

Voor alle klachten en problemen geldt dat uw behandelend artsen en verpleegkundig specialisten, casemanagers en bestralingsdeskundigen u graag adviseren. Voel u vrij om uw klachten en vragen met hen te bespreken. U kunt dit doen tijdens uw afspraken in het ziekenhuis, maar u kunt ook tussentijds altijd contact opnemen.

Hieronder staan enkele praktische maatregelen en adviezen om u op weg te helpen.

Huidverzorging

  • U mag zich gewoon wassen en douchen met zeep, zoals u gewend bent. Smeer de huid eventueel tweemaal per dag dun in met een hydraterende crème zoals Calendula, vitamine E-crème of de crème die u normaal gebruikt.
  • Vanwege mogelijke huidschade is het advies direct zonlicht te mijden en u te beschermen met zonnebrandcrème (minimaal factor 30). Dit advies geldt tot ongeveer zes weken na de laatste capecitabine-inname.
  • Zwemmen en saunabezoek zijn alleen toegestaan in overleg met uw radiotherapeut-oncoloog.

Mondverzorging

  • Een goede mondverzorging is belangrijk. Spoel uw mond tijdens de behandelperiode vier keer per dag preventief met water, zout water (een glas water met een mespuntje keukenzout) of kamillethee.

Omgaan met chemotherapie

  • Gedurende de behandeling met capecitabine zitten er continu restjes van de chemotherapie in uw uitscheidingsproducten, zoals in uw zweet, urine, ontlasting, sperma en braaksel. Dit duurt tot en met twee dagen na het stoppen met de capecitabine-tabletten. Wij raden daarom het volgende aan:
  • Ga bij het plassen op het toilet zitten om spatten of morsen te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat het toilet één keer per dag wordt schoongemaakt met een pH-neutraal schoonmaakmiddel, zoals een allesreiniger.
  • Gebruik in deze periode tijdens het vrijen een condoom, om te voorkomen dat cytostatica worden opgenomen in het sperma en in het slijmvlies van de vagina.
  • U kunt gewoon lichamelijk contact hebben met uw naasten. Knuffelen of een zoen geven is niet schadelijk.

Vochtinname

  • Drink voldoende vocht: ten minste 1,5 liter per dag, tenzij u een vochtbeperking heeft.

Voeding

  • Tijdens de behandelperiode kunt u gewoon blijven eten wat u gewend bent.
  • Heeft u darmklachten? Wees dan voorzichtig met voedingsmiddelen die de darmactiviteit stimuleren, zoals scherpe kruiden, vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken en voedingsmiddelen die gasvorming veroorzaken (bonen, kool, uien, prei, peulvruchten, knoflook en kauwgom).
  • Gebruik vezelrijke voeding.
  • Eet en drink geen (sap van) grapefruit, mineola, pomelo, ugli, tangelo of sevilla.
  • Gebruik geen sint-janskruid.
  • Eet bij voorkeur geen rauw vlees, rauwe vis en rauwmelkse kazen.
  • Kijk voor meer informatie op de de website www.voedingenkankerinfo.nl.

Bewegen

  • Tijdens de behandelperiode kunt u normaal actief zijn. De activiteiten die u ontplooit, kunnen een prettige afleiding voor u zijn. Krijgt u vermoeidheidsklachten? Dan kunt u het beste uw activiteiten hierop aanpassen.
  • Probeer een balans te zoeken tussen actief blijven en rust nemen. Als het nodig is, kan uw behandeld arts of verpleegkundig specialist Interne Oncologie u hiervoor verdere adviezen geven.
  • Dagelijks wandelen is een goede manier om uw conditie op peil te houden.
  • U kunt ook een beweegprogramma volgen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Vraag uw verpleegkundig specialist Interne Oncologie naar informatie hierover.

Voor vrouwen: vaselinetampon

  • Na de bestraling kunnen er verklevingen van de vagina ontstaan. Om dit te voorkomen, adviseren we om vanaf twee weken na de laatste bestraling een vaselinetampon in de vagina te brengen. Dit houdt in dat u een tampon met witte vaseline (verkrijgbaar bij de drogist/apotheek) insmeert en deze twee maal per week twee uur laat zitten. U kunt hiermee doorgaan tot acht weken na de laatste bestraling.

Onze medewerkers

Voor, tijdens en na de behandeling ontmoet u verschillende medewerkers van HMC. Hieronder leest u wie dit zijn.

Maag-darm-leverarts (MDL)-arts

Dit is de medisch specialist die alle vooronderzoeken (zoals de colonoscopie) verricht en u doorverwijst voor het behandeltraject.

Casemanager darmchirurgie

Dit is de verpleegkundige met wie u voor de start van de chemoradiatiebehandeling kennismaakt en bij wie u weer terugkomt na de behandeling. De casemanager darmchirurgie is uw vaste aanspreekpunt voor en na de chemoradiatie.

Oncologisch chirurg

Dit is de medisch specialist die de operatie uitvoert en u in de toekomst onder controle houdt.

Bestralingsdeskundige

Dit is een medewerker op de afdeling Radiotherapie, die speciaal is opgeleid om de voorbereidingen voor de bestralingen en de bestralingen uit te voeren.

Radiotherapeut-oncoloog

Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw behandeling met bestraling.

Internist-oncoloog

Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de behandeling met de chemotherapietabletten.

Verpleegkundig specialist Interne Oncologie

De verpleegkundig specialist Interne Oncologie is mede verantwoordelijk voor uw behandeling met de chemotherapietabletten. De verpleegkundig specialist Interne Oncologie is uw vaste aanspreekpunt tijdens de chemoradiatie.

Online informatie

Op de volgende websites kunt u meer informatie vinden over uw aandoening en behandeling:

  • www.kwf.nl
  • www.kanker.nl
  • www.verwijsgidskanker.nl
  • www.kankerenseks.nl
  • www.kankerbestrijding.nl
  • www.spks.nl (lotgenotencontact)
  • www.voedingenkankerinfo.nl
  • www.nfk.nl
  • www.inloophuishaaglanden.nl
  • www.kankerspoken.nl (voor en over kinderen die een ouder met kanker hebben)

 

Chemoradiotherapie voor endeldarmkanker (rectumcarcinoom)

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis