Borstvoeding bij te vroeg geboren baby’s

Uw baby is opgenomen op de kinderafdeling van HMC omdat het te vroeg geboren is en daarvoor extra zorg nodig heeft. Op deze webpagina geven wij u informatie over het geven van borstvoeding aan te vroeg geboren baby’s. Wanneer een baby te vroeg geboren wordt, is het mogelijk en zelfs heel wenselijk om borstvoeding te geven. Het leren drinken zal tijd en geduld vragen. De verpleegkundigen, artsen en lactatiekundige van de couveuse- en kraamafdeling kunnen u adviseren en begeleiden in dit proces.

Specialismen en team

Afspraak en contact

088 979 23 30
ma t/m vr van 08.30 – 16.30 uur

Locatie

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over borstvoeding bij te vroeg geboren baby’s

Uw baby is opgenomen op de kinderafdeling van HMC omdat het te vroeg geboren is en daarvoor extra zorg nodig heeft. Op deze webpagina geven wij u informatie over het geven van borstvoeding aan te vroeg geboren baby’s. Wanneer een baby te vroeg geboren wordt, is het mogelijk en zelfs heel wenselijk om borstvoeding te geven. Het leren drinken zal tijd en geduld vragen. De verpleegkundigen, artsen en lactatiekundige van de couveuse- en kraamafdeling kunnen u adviseren en begeleiden in dit proces.

Moedermelk is de beste melk voor uw baby

Moedermelk varieert in samenstelling en is daardoor optimaal voor de groei en ontwikkeling die de baby door gaat maken. De melk is afgestemd op uw baby en de leeftijd van de baby. De eerste melk, colostrum, bevat een verhoogde concentratie antistoffen, vitamines, mineralen en antioxidanten die de baby beschermen tegen infecties. Colostrum bereidt de nog onrijpe darmen voor op het opnemen van voedsel, maakt de darmwand minder doorlaatbaar, beschermt tegen darminfecties en laxeert zodat de ontlasting gemakkelijker op gang komt. Moedermelk bevat de juiste vetzuren voor een goede hersenontwikkeling en een goed gezichtsvermogen.
Premature baby’s die borstvoeding krijgen, kunnen meestal eerder het ziekenhuis verlaten en hebben een lager risico op een heropname in het eerste levensjaar dan kinderen die kunstvoeding krijgen.

Na een maand is de samenstelling van de moedermelk ongeveer gelijk aan de melk van een vrouw die op tijd bevallen is.

Voordelen voor de moeder

Het geven van borstvoeding versterkt de band en bevordert de hechting tussen moeder en kind. Het geven van borstvoeding helpt de baarmoeder sneller te krimpen waardoor u minder bloed verliest. Het kan u zelfvertrouwen geven als u ziet dat de baby goed groeit op uw melk en helpen bij de verwerking van de vroeggeboorte.

De eerste dagen

Afhankelijk van de leeftijd en medische situatie van uw baby wordt er gestart met voeding. De eerste dagen krijgt uw baby kleine hoeveelheden voeding, stapsgewijs wordt de hoeveelheid voeding opgebouwd. Uw baby zal in veel gevallen een infuus krijgen voor extra vocht en eventueel medicijnen. Veel jonge baby’s krijgen een maagsonde omdat ze nog niet in staat zijn zelf te drinken. Ook met een maagsonde kan uw baby oefenen met het drinken aan de borst als de situatie van uw baby dit toelaat.

Kolven

Als u besluit om borstvoeding te geven en uw baby kan zelf nog niet aan de borst drinken, is het belangrijk om zo snel mogelijk na de bevalling (ook na een keizersnede) te beginnen met (hand)afkolven. Dit is waarschijnlijk anders dan u zich had voorgesteld: kolven in plaats van een baby aan de borst. Bedenk dat uw baby op deze manier een zo goed mogelijke start heeft.
Om de borstvoeding goed op gang te brengen en te houden, is het nodig om vanaf het begin 6 tot 8 keer per 24 uur af te kolven.
Als u ‘s nachts wakker wordt dan is het aan te raden om te kolven. De prolactinespiegel die zorgt voor de melkaanmaak is dan namelijk het hoogst. Als u op dat moment kolft, is dat een goede stimulans voor de melkproductie. Als u niet vanzelf wakker wordt, zorg er dan in elk geval voor dat er niet meer dan 6 uur zit tussen het laatste en het eerste kolfmoment van de dag. Als de productie eenmaal goed op gang is kan het zijn dat u na 14 dagen de frequentie iets af kan bouwen. Overleg hierover met de verpleegkundige die voor uw baby zorgt of vraag naar één van de lactatiekundigen voor advies.
Op de kraam-of kinderafdeling kunnen de verpleegkundigen of lactatiekundigen het kolven aan u uitleggen en u krijgt de spullen die u nodig heeft. Vaak is het handig om voor uzelf een vaste dagindeling te maken waarin u genoeg tijd kunt reserveren om regelmatig te kunnen kolven. U kunt bijvoorbeeld afkolven op een tijd dat uw baby voeding krijgt.

Gaat uw baby al aan de borst of heeft u gebuideld met uw baby? Dan kunt u direct daarna afkolven, uw baby heeft de melkproductie dan al wat gestimuleerd waardoor het afkolven gemakkelijker is.

Voor het kolven thuis kunt u een borstkolf huren. Wij adviseren u een kolf te huren waarmee u dubbelzijdig kunt afkolven zoals wij in het ziekenhuis aanbieden. Voor adressen bij u in de buurt zie het kopje ‘informatie’ onderaan deze webpagina.
De afgekolfde melk kunt u bewaren in schone flesjes in de koelkast of in de vriezer. Deze flesjes krijgt u van de kraamafdeling zolang u daar verblijft.
U kunt de afgekolfde melk het beste in een koeltasje meenemen naar het ziekenhuis. U krijgt de flesjes van de kinderafdeling als u naar huis bent.
Het liefst geven we verse, niet ingevroren melk aan uw baby. Als er meer melk is dan uw baby nodig heeft, wordt de melk ingevroren zodat dat later gebruikt kan worden. U kunt thuis ook de melk invriezen.
Ingevroren moedermelk is 3 tot 6 maanden houdbaar in een diepvriezer. Verse melk gebruiken wij in het ziekenhuis 48 uur en ontdooide melk 24 uur.
Hoe het kolven precies in zijn werk gaat, kunt u nalezen onderaan deze webpagina “het afkolven van moedermelk”.

De kleur van moedermelk

Moedermelk is er in allerlei kleuren en smaken. Het kan wit zijn, maar ook blauw, geel of oranje getint. De eerste melk, het colostrum is meestal geel. Naarmate de melk rijper wordt verandert de kleur tot soms ‘blauwig, waterig’. Dit zegt niks over de voedingswaarde of de kwaliteit van de melk, uw mag ervan uitgaan dat uw melk prima is voor uw baby ongeacht de kleur. Qua smaak is het lekker zoet en romig. Het doet een beetje denken aan amandelen.

Een goede melkproductie
Het is moeilijk te zeggen wat precies een normale melkproductie is omdat dit sterk wisselt per moeder en afhangt van de situatie waarin zij zich bevindt. Het is in de eerste dagen van belang dat u het melkklierweefsel frequent stimuleert zodat het optimaal tot ontwikkeling kan komen.

Dit doet u door regelmatig af te kolven. Als het melkklierweefsel goed ontwikkelt is kan u genoeg moedermelk maken voor uw baby.
Over het algemeen kunnen we stellen dat na 14 dagen intensief kolven de productie meer moet zijn dan 700 ml per 24 uur. Haalt u dit niet of twijfelt u aan uw productie, maak dit bespreekbaar. Samen met de verpleegkundige of lactatiekundige kunt u het gebruik van de kolf nalopen en een oorzaak voor de verminderde productie proberen te vinden. Wellicht is er een oplossing te bedenken.

Moedermelk via de sonde

Op de kinderafdeling wordt de leeftijd van uw baby uitgedrukt in het aantal weken dat de zwangerschap geduurd heeft. Baby’s tot +/-34 weken krijgen voeding via de sonde. Ook baby’s die moeite hebben met de ademhaling worden via de sonde gevoed. Het is mogelijk om uw moedermelk via de sonde aan uw baby te geven. Een sonde is een flexibel slangetje waardoor de verpleegkundige via de neus voeding in de maag kan brengen. Samen met de verpleegkundige kunt u bespreken wanneer uw baby weer voeding nodig heeft. Naast een sonde wordt ook in overleg met u gestart met het oefenen aan de borst en/of andere manieren van voeden.

Toevoegingen en aanvulling

Uw melk is afgestemd op de behoeften van uw baby maar een prematuur geboren baby heeft soms wat extra’s nodig. De kinderarts beslist dan dat uw afgekolfde melk wordt aangevuld met ‘fortifier’. Uw baby krijgt dan extra eiwitten, mineralen en vitaminen waardoor hij/zij beter kan groeien. Dit is een tijdelijke maatregel.

Het kan zijn dat u in de eerste dagen niet genoeg moedermelk kunt afkolven, dan wordt er kunstvoeding als aanvulling gegeven.

Buidelen

Door middel van huid op huidcontact (buidelen) kunt u intens contact maken met uw baby. U legt uw baby met alleen een luier aan op de borst van moeder of vader, uw baby wordt afgedekt met een molton of omslagdoek. Buidelen is goed voor het hechtingsproces. Door het geluid van de hartslag, het horen van u stem, de warmte en de geur zorgen ervoor dat de baby zich veilig zal voelen.
Het intensieve contact versterkt de toeschietreflex en verhoogt de melkproductie. Het buidelen beschermt uw baby ook indirect tegen infecties: via het knuffelen komt u in contact met de bacteriën die uw baby bij zich draagt.
Daar maakt uw lichaam afweerstoffen tegen die u via de moedermelk weer aan uw baby geeft.
Tijdens het buidelen kan uw baby zogenaamde ‘voedingssignalen geven’. Hij steekt zijn tongetje naar buiten, doet zijn mondje open of maakt zoekbewegingen met het hoofd. Als uw baby deze signalen geeft kunt u hem naar de borst brengen. Uw baby zal de moedermelk ruiken, dit stimuleert hem om verder op zoek te gaan.

Troost

Een prematuur geboren baby geven wij een fopspeen in overleg met u. Een fopspeen zorgt voor troost vooral als ouders afwezig zijn en kan de mondmotoriek stimuleren. Een speen zal het drinken aan de borst niet vervangen. Aan een speen zuigen is een anderen manier van zuigen dan aan de borst, de baby hoeft geen voeding door te slikken bij het zuigen aan een speen. De zuigbewegingen zijn vaak sneller en korter.

Aan de borst; een leerproces

Het leren drinken aan de borst is een proces en op voorhand is niet te zeggen hoe snel dit proces zal gaan. Dit hangt erg af van de ontwikkeling en de algehele conditie van de baby. Het proces staat beschreven in een stappenplan. Steeds neemt u kleine stapjes, soms dagelijks en soms moet u ook een aantal dagen wachten voordat uw baby de volgende stap zet.

Stap 1 Huidcontact

Probeer dagelijks te buidelen met uw baby. Praat tegen hem/haar. De baby herkent uw stem en geur en voelt zich veilig dicht bij u.

Stap 2 Mond en neus tegen tepel

Bij het buidelen kunt u het mondje en neusje van de baby ter hoogte van je tepel leggen. De baby zal uw moedermelk ruiken en hij zal nieuwsgierig worden.

Stap 3 Beetje melk laten proeven

Als u de baby ter hoogte van uw tepel legt kunt u met de hand voorzichtig wat melk uit uw borst duwen of drukken. De baby ruikt deze druppeltjes melk die op uw tepel zitten en hij zal daar geïnteresseerd in raken. Hij zal misschien ook voorzichtig wat melk willen oplikken. Dit is een grote, belangrijke stap vooruit!

Stap 4: Ruiken en sabbelen

De baby laat steeds vaker zien dat hij wil gaan drinken. Eerst zal hij voorzichtig likken, later opent hij zijn mondje. Hij vindt het heerlijk om druppeltjes moedermelk te proeven.

Stap 5: Zoekreflexen stimuleren

In deze fase gaat de baby aanhappen. Leg hem ter hoogte van de tepel, streel met de tepel over zijn onderlipje. Hij zal zijn mond wijd openen en zijn tong over de onderlip naar buiten steken. Dit is het moment om de baby in zijn geheel voorzichtig dichterbij te schuiven zodat hij kan happen en de tepel ver genoeg in zijn mondje kan nemen. Vaak zie je wel dat dit nog een oefening is: hij hapt en laat weer los, hapt en laat weer los.

Stap 6: Wakker en alert; voor het eerst drinken

De baby zal, mits hij goed wakker is, op een goed moment aanhappen en niet meer loslaten. Hij zal dan ook voor het eerst zuigen. Deze fase kan lang duren: hij hapt wel maar gaat uiteindelijk toch niet zuigen. De zuigreflex wordt geprikkeld als je baby iets tegen zijn gehemelte voelt: hij gaat dan automatisch zuigen. Een tepel die niet ver genoeg in zijn mondje komt zal het gehemelte dus niet prikkelen. Hierdoor komt er geen zuigreflex en gaat je baby dus niet zuigen. Dit is mogelijk een moment om tijdelijk een tepelhoedje te gebruiken omdat deze altijd lichtjes het gehemelte raakt en zo het zuigreflex prikkelt. Probeer elke voeding eerst de baby zonder tepelhoedje aan te leggen, lukt dit na een aantal pogingen niet, gebruik dan het tepelhoedje. De volgende voeding probeert u weer eerst zonder hulpmiddel aan te leggen. Heeft u een tijdlang achtereen het tepelhoedje gebruikt en drinkt uw baby zonder tepelhoedje goed? Dan kunt u het gebruik ervan ook weer afwennen.

Stap 7 Vasthouden van de tepel en tepelhof; zuigen en slikken

De baby drinkt bij u aan de borst. Hij houdt in deze fase de tepel met de tepelhof goed vast en zuigt. Bovendien zie en/of hoor je hem slikken. De eerste voedingen zullen een paar slokjes zijn.

Stap 8: Borstvoeding geven; wegen en minderen van de sondevoeding

Zodra de baby echt bij u uit de borst drinkt is het verstandig om hem voor en na de voeding te wegen op een nauwkeurige weegschaal. Het verschil op de weegschaal is dan het aantal milliliters wat hij heeft gedronken. U zult zien dat hij steeds meer uit uw borst drinkt en dus minder sondevoeding nodig heeft.

Stap 9: Borstvoeding deels op verzoek

In deze fase zijn jullie al thuis of in ieder geval bijna thuis. De baby mag vaak bij u drinken maar het zal hem nog niet helemaal lukken om alles zelf uit de borst te halen. U zult hem nog bijvoeden met afgekolfde melk.

Stap 10: Dag en nacht samen en frequent borstvoeding

De baby drinkt volledig uit de borst!

Het drinken kan veel energie kosten voor uw baby. Probeer er daarom voor te zorgen dat een hele voeding niet meer dan 45 minuten in beslag neemt. Zo kan uw baby voldoende slapen tot de volgende voeding. Dit kan al buidelend gebeuren.

Premature baby’s hebben soms moeite om de tepel goed in de mond te nemen en het vacuüm te behouden. Het gebruik van een tepelhoedje kan daarbij helpen.
Er is een HMC webpagina beschikbaar ‘Borstvoeding met een tepelhoedje’. Overleg hierover met de lactatiekundige of verpleegkundige en vraag deskundige hulp.

Praktische adviezen bij het aanleggen

  • Zorg dat u lekker zit of ligt. Leg de baby lekker tegen u aan, liefst met alleen een luier aan.
  • Geef uw baby ondersteuning voor het hele lichaam. Als uw baby goed gesteund ligt (ook rond de heupen) zal hij de borst makkelijker pakken en laat hij minder snel los.
  • Zorg dat hoofd, schouders en heupen van uw baby op één lijn liggen met de buik naar u toe gedraaid. Uw tepel is ter hoogte van de neus van uw baby.
  • Aanleggen kan in verschillende houdingen. Zoek samen met u baby en hulp van een verpleegkundige of lactatiekundige naar een prettige houding.
  • Stimuleer het zoekreflex door met de tepel over de bovenlip heen en weer te gaan. Als uw baby zijn mond goed open doet (zoals hij doet als hij gaapt maar dan met de tong naar beneden of naar buiten) biedt u de borst aan. De baby zal proberen de tepel en een deel van de tepelhof in zijn mondje te nemen. De lipjes krullen naar buiten en de baby gaat zuigbewegingen maken. Als de baby goed aanligt maakt het kinnetje contact met de borst en ligt het hoofdje iets achterover gekanteld.
  • Het kost de baby minder energie als de melk gemakkelijk stroomt, u kan helpen door vooraf de borst al zachtjes te masseren. Bij het aanleggen krijgt de baby dan al snel slokjes melk.

Zo weet u of uw baby goed aan de borst ligt

  • Uw baby heeft de mond wijd open en heeft meer van de onderkant van de tepelhof in zijn mondje dan van de bovenkant. Op deze manier kan uw baby de borst het makkelijkst leegdrinken.
  • Uw baby maakt grote kaakbewegingen tijdens het drinken. In het begin zijn de bewegingen snel om de toeschietreflex op te wekken. Daarna worden de bewegingen langzamer.
  • U ziet of hoort uw baby slikken. Prematuur geboren baby’s nemen een paar slokjes en nemen dan een pauze. Zij moeten soms even op adem komen.
  • Bij voldragen baby’s zijn de wangen bol. Bij te vroeg geboren baby’s zitten er in het begin vaak nog kuiltjes in de wangen.
  • Het voeden voelt comfortabel en is niet pijnlijk.

Advies voor de moeder

Het is belangrijk dat u voldoende rust neemt in de periode dat u borstvoeding geeft. Ook gevarieerde en gezonde voeding is belangrijk.
In principe kunt u hetzelfde eten als tijdens de zwangerschap. Het is van belang dat u voldoende drinkt. U drinkt voldoende als uw urine lichtgeel van kleur is. Vaak worden er allerlei middeltjes aangeraden om de moedermelkproductie te stimuleren, bijvoorbeeld donker bier, kruidenthee of noten. Het effect van zulke middelen is nooit wetenschappelijk aangetoond.
Nicotine en alcohol komen in de moedermelk terecht; het is dus beter niet te roken en geen alcohol te drinken. De melk schiet door nicotine minder toe en de melkproductie kan afnemen. Ook medicijnen kunnen via de moedermelk bij uw baby komen. Dat is in veel gevallen niet schadelijk. Overleg met de kinderarts van uw baby of de medicijnen die u gebruikt veilig zijn bij het geven van borstvoeding. Als u een medicijn gebruikt wat niet wenselijk is bij het geven van borstvoeding kan er eventueel naar een alternatief gezocht worden. Overleg hierover met uw behandelend arts.

Borstvoeding thuis

Voordat u naar huis gaat krijgt een ontslaggesprek met de verpleegkundige. Tijdens dit gesprek wordt ook aandacht besteed aan de voeding voor uw baby.

Algemene adviezen voor de eerste weken

  • Weeg uw baby minimaal 1 keer per week. Dat kan op het consultatiebureau of als u bij de kinderarts op controle moet komen. U kunt ook voor de eerste weken thuis een weegschaal huren. Een baby groeit gemiddeld 20 tot 30 gram per dag in de eerste weken.
  • Let erop of uw baby voldoende plast (minimaal 6 natte luiers per dag) en poept (3 à 4 poepluiers).
  • Leg uw baby aan op momenten dat hij goed wakker en alert is.
  • Kolf moedermelk af als u uw baby de fles geeft of als uw baby snel in slaap gevallen is aan de borst.
  • Voedt uw baby in het begin nog volgens het schema dat u in het ziekenhuis volgde (een te vroeg geboren baby meldt zich nog niet altijd zelf). Meldt uw baby zich wel zelf (ongeveer om de 3 uur) dan kunt u hem rustig aanleggen.
  • Heeft uw baby bij ontslag een ritme van 7 voedingen per dag en vraagt hij om een (extra) nachtvoeding, geef hem dan rustig de borst.
  • Als uw baby alle voedingen uit de borst drinkt en geen bijvoeding meer nodig heeft, voedt uw baby dan zoveel mogelijk op verzoek. Zo zorgt u ervoor dat de hoeveelheid moedermelk is afgestemd op de vraag van uw baby.
  • Laat uw baby altijd aan de eerste borst drinken totdat hij zelf stopt. Biedt hem na het boeren de andere borst nog aan.

Stoppen met kolven

Als uw baby volledig uit de borst drinkt kunt u stoppen met kolven. Omdat u een langere periode gekolfd heeft voor uw baby zal uw meer moedermelk produceren dan uw baby kan drinken. Bouw daarom het kolven geleidelijk af.
Als u abrupt stopt zullen uw borsten overvol raken en zal er stuwing optreden. Voor een baby is het moeilijk om uit een gestuwde borst te drinken en u hebt een verhoogde kans op een borstontsteking. Laat elke dag of elke 2 dagen een kolfsessie vallen afhankelijk van de volheid van uw borsten. De productie zal dan geleidelijk teruglopen zonder het ongemak van te volle of gestuwde borsten.

Meer informatie

Informatie en verhuuradressen van kolfapparatuur kunt u vinden op internet of vraag een verpleegkundigen.

  • www.moedermelknetwerk.nl
  • www.ncj.nl/richtlijnen
  • www.nvlborstvoeding.nl
  • www.lalecheleague.nl
  • www.borstvoedingnatuurlijk.nl
  • www.borstvoeding.com
  • www.couveuseouders.nl

Het Stappenplan is met toestemming overgenomen uit het ‘Protocol: borstvoeding en prematuur’ van Kenniscentrum Borstvoeding.

Borstvoeding bij te vroeg geboren baby’s

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis