Over bestraling kanker in het hoofd-hals

Het hoofd-halsgebied bestaat uit het strottenhoofd (larynx), de keel, de mondholte, de speekselklieren en de neus en neusbijholten. Kwaadaardige tumoren kunnen ontstaan in de slijmvliezen van dit gebied of in de speekselklieren. Deze tumoren kunnen uitzaaien naar de lymfklieren van de hals.

Lees verder

Specialismen

Afspraak en contact

088 979 23 57
ma t/m vr van 08.30 - 17.00 uur

Poliklinieken

Cijfers

35.043 opgenomen patiënten
18.453 dagbehandelingen
188.013 verpleegdagen
87.012 SEH-bezoeken
329 medisch specialisten

Over bestraling kanker in het hoofd-hals

Het hoofd-halsgebied bestaat uit het strottenhoofd (larynx), de keel, de mondholte, de speekselklieren en de neus en neusbijholten. Kwaadaardige tumoren kunnen ontstaan in de slijmvliezen van dit gebied of in de speekselklieren. Deze tumoren kunnen uitzaaien naar de lymfklieren van de hals.

Risicofactor voor het ontstaan van kwaadaardige tumoren zijn roken en/of overmatig drankgebruik en het Humaan Papilloma Virus (HPV). Soms is bestraling de enige behandeling, maar bestraling kan ook plaatsvinden in combinatie met chemotherapie of een operatie.

Afhankelijk van de soort, grootte, plaats en uitbreiding van de tumor en uw conditie wordt gekeken wat voor u de beste behandeling is.

Uw eerste afspraak

Wanneer u in aanmerking komt voor een bestraling, dan is uw eerste afspraak bij een radiotherapeut-oncoloog. Deze afspraak duurt een half uur tot drie kwartier en bestaat uit een gesprek en een lichamelijk onderzoek. In het gesprek neemt de specialist uw ziektegeschiedenis met u door. Wij bespreken met u:

  • Waarom er bestraald moet worden
  • Hoe het resultaat van de behandeling wordt bepaald
  • De verwachte bijwerkingen
  • De duur van de behandeling
  • Het aantal behandelingen per week
  • De benodigde voorbereiding voor de behandeling
  • De rol van de gespecialiseerde verpleegkundige van de hoofd-hals oncologie
  • De rol van de diëtiste
  • De rol van de mondhygiëniste
  • Invloed van roken en het drinken van alcohol op de behandeling

Stel gerust uw vragen, zodat u niet met onzekerheden of twijfels blijft zitten. U heeft altijd keus om wel of niet een behandeling te ondergaan. Het is verstandig om bij dit eerste gesprek iemand mee te nemen waar u een goede band mee heeft. Dan hoeft u niet alles zelf te onthouden. Na afloop krijgt u een afspraak mee voor de voorbereiding.

Voorlichtingsgesprek

Op de bestralingsafdeling heeft u een gesprek met een MBB'er (medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige, gespecialiseerd in radiotherapie). Het gesprek duurt ongeveer een half uur. U krijgt uitleg over de behandeling, met behulp van een fotopresentatie op de computer. Ook krijgt u advies over huidverzorging en uitleg over eventuele bijwerkingen. Uiteraard krijgt u de gelegenheid om vragen te stellen.

Masker

Bij bestraling van het hoofdgebied is een kunststof ‘fixatiemasker’ nodig. Met dit masker kunnen we de nauwkeurigheid waarborgen van de behandeling. Het masker geeft u steun bij het stilliggen. Een bijkomend voordeel van een fixatiemasker is dat we de lijnen voor de positiebepaling op het masker en niet op de huid aantekenen. Het masker maken we voor u op maat tijdens de voorbereiding en gebruiken we bij elke bestraling. Met het masker op kunt u gewoon ademhalen.

CT-scan

De voorbereiding voor de bestraling vindt plaats met behulp van een CT-scan (computer tomografie-scan). De CT-scan beeldt een deel van uw lichaam af in plakjes. Door deze plakjes in de computer op elkaar te stapelen, ontstaat een afbeelding in drie dimensies. Hierop kan de radiotherapeut-oncoloog precies aangeven welk gebied bestraald moet worden en welke delen van uw lichaam moeten worden ontzien.

De informatie die tijdens de voorbereiding is verzameld, dient als basis voor uw bestraling. Met behulp van deze gegevens maken we een bestralingsplan. Dit moet zorgvuldig gebeuren en vraagt daarom de nodige tijd. U kunt ongeveer twee weken na de voorbereiding starten met de bestraling. Na deze voorbereiding krijgt u de afspraak mee voor de eerste bestraling. Kan de afspraak op dat moment nog niet worden ingepland? Dan bellen we u later voor de eerste afspraak.

MRI-scan

Soms is het nodig om het bestralingsgebied nauwkeuriger te bepalen met een MRI-scan. Deze scan werkt met sterke magnetische velden en dat levert een zeer gedetailleerd beeld op. U moet zo stil mogelijk liggen in een tunnel. Deze tunnel is nauwer en langer dan bij de CT-scan en dat ervaren sommige patiënten als lastig. Bij deze scan kan een contrastmiddel worden toegediend via een infuus in een bloedvat.

Bestraling

U meldt zich bij de balie op de afdeling radiotherapie voor de eerste afspraak. Een MBB-er haalt u vervolgens op uit de wachtkamer. Deze informeert u nogmaals kort over de bestraling. Vervolgens begeleidt hij of zij u naar de bestralingsruimte. U gaat daar op de behandeltafel liggen. Dit doet u in dezelfde houding als bij de CT-scan. De MBB-ers stellen het bestralingsveld in. Daarbij maken ze gebruik van het masker wat eerder gemaakt is. Ook de gegevens die met behulp van de CT-scan zijn ingevoerd in de bestralingscomputer worden gebruikt bij het instellen van het bestralingsveld.

De MBB-ers gaan daarna de ruimte uit en zetten het bestralingstoestel aan. Voor het begin van de behandeling maken we eerst een opname met röntgenstralen om uw ligging extra te controleren. Als het nodig is kunnen we uw positie nog iets aanpassen. Tijdens de bestraling maakt het toestel een zoemend geluid. U hoort ook het aanzetten en uitzetten van de apparatuur. De straling zelf kunt u niet zien of voelen. Bestraald worden doet dus ook geen pijn.

U staat tijdens de bestraling via een intercom in contact met de MBB-ers. Zij kunnen u ook zien door middel van camera’s. Als het nodig is, kunnen zij de bestraling even onderbreken en naar u toe komen.
De totale bestralingsafspraak duurt 10 tot 15 minuten. Een bestralingsbehandeling wordt meestal vanuit verschillende richtingen gegeven. Het apparaat draait dus om u heen. U blijft hierbij steeds in dezelfde houding liggen. Het toestel slaat automatisch af als de bestralingsdosis is afgegeven. U kunt daarom nooit een te hoge bestralingsdosis krijgen.

Controle

Tijdens de bestralingsbehandeling heeft u regelmatig contact met diverse specialismen:

  • de radiotherapeut-oncoloog om over het verloop van de behandeling en de eventuele bijwerkingen te praten.
  • de diëtiste, zij zal rondom de behandeling de voedselinname begeleiden. Tussen de 50 en 60 procent van de mensen heeft ongewenst gewichtsverlies. De diëtist helpt om dit te voorkomen. De diëtiste bespreekt uw voedingsgewoontes, leefomstandigheden en mogelijkheden. Daarna volgt een advies op maat en wordt uw voedingstoestand in de gaten gehouden. Soms is sondevoeding een (tijdelijke) oplossing om voldoende voeding binnen te krijgen.
  • de mondhygiëniste voor adviezen hoe u het beste de mond kan verzorgen rondom de behandeling.
  • de internist-oncoloog als de bestralingsbehandeling gecombineerd wordt met chemotherapie. De internist-oncoloog zal met u bloeduitslagen en eventuele bijwerkingen van de chemotherapie bespreken.

Na de laatste bestraling krijgt u een controleafspraak bij de radiotherapeut-oncoloog mee. Natuurlijk krijgen uw huisarts en andere specialisten informatie over het verloop van de behandeling.

Vaak zijn de bijwerkingen op de behandeling direct na afloop het meest merkbaar. De herstelperiode duurt ongeveer net zo lang als de duur van de bestralingsperiode. De komende jaren wordt u regelmatig onderzocht. Als u tussen twee controles in ongerust bent of klachten heeft, belt u dan gerust voor het maken van een extra controleafspraak.

Bijwerkingen

Algemene klachten
Soms zult u rond de bestralingen last hebben van vermoeidheid, slaperigheid, lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Ook het regelmatig naar het ziekenhuis reizen, kunt u ervaren als een extra belasting. Tijdens de behandelperiode, kunt u normaal actief zijn. Deze activiteiten kunnen ook een prettige afleiding voor u zijn. Krijgt u vermoeidheidsklachten? Dan kunt u het beste uw activiteiten hierop aanpassen. Tenzij u een voedingsvoorschrift heeft gekregen, kunt u eten waar u trek in heeft.

Klachten bij bestraling van de het hoofd-halsgebied

Huidreacties

Soms vertoont de huid van het bestraalde gebied een reactie. Afhankelijk van de dosis en de plaats van de bestraling kan de huid in meer of mindere mate rood, droog of schilferig worden en soms zelfs open gaan. Meestal kunt u 2 weken na de start van de bestraling de eerste bijwerkingen verwachten. Als u klaar bent met de bestralingsserie werkt de bestraling nog een week of 2 door. Hierna gaat de huid zich herstellen.

Adviezen om de bestraalde huid zo goed mogelijk te verzorgen:

  • Het gebruik van zeep/doucheschuim/reinigingsschuim is tijdens de bestraling toegestaan. De door u normaal gebruikte huidverzorgingsproducten mogen worden gebruikt.
  • Dep uw huid na het wassen droog (dus niet wrijven).
  • Smeer de huid eventueel tweemaal per dag dun in met een hydraterende crème zoals Calendula of vitamine E-crème of de crème die u normaal gebruikt.
  • Draag geen schurende, stugge of knellende kleding.
  • Krab niet bij jeuk.
  • Het gebruik van cosmetische producten, sterk geparfumeerde bodylotions, haarverf, gel enzovoort is mogelijk zolang er geen huidirritatie is. Het blijft nodig om voorzichtig te zijn met de bestraalde huid.
  • Bij bestraling van de hals of het gezicht kunt u zowel nat als elektrisch scheren. U kunt aftershave voor de gevoelige huid gebruiken.
  • Het is belangrijk dat de huid van het bestraalde gebied (maar ook de gezonde huid) niet onnodig wordt blootgesteld aan de zon en zonnebank. Wij adviseren om een crème met minstens zonbeschermingsfactor 30 te gebruiken.
  • U kunt gebruik maken van de sauna, zwemwater (chloor en buitenwater) en hot tub zolang de bestraalde huid geen reactie vertoont.
  • Plak tijdens de bestralingsperiode geen pleisters op de bestraalde huid. U kunt wel siliconenpleisters gebruiken. Als de huid toch opengaat, overlegt de MBB-er met de arts en neemt eventueel maatregelen. Gaat de huid na het einde van de behandeling toch nog kapot? Neem dan contact op met de bestralingsafdeling. U hoeft niet te wachten op uw volgende afspraak.

Slikklachten

Bestraling van het hoofd-halsgebied veroorzaakt vaak slikklachten. Het gevolg kan zijn dat u minder eet en drinkt en gewicht verliest. De radiotherapeut-oncoloog kan u doorverwijzen naar de diëtist om een optimaal voedingspatroon met u te bespreken.

Adviezen bij een pijnlijke mond, keel of slokdarm:

  • Houd uw mond goed schoon door regelmatig te spoelen met zout water (1 liter water + 1 afgestreken theelepel zout), kamillethee of spa rood.
  • Poets uw tanden met een zachte borstel.
  • Rook niet.
  • Draag zorg voor een gevarieerde voeding.
  • Zorg ervoor dat het eten en drinken niet te heet zijn.
  • Soms zijn ijs en koude dranken prettig.
  • Vermijd alcohol.
  • Gebruik geen scherpe specerijen of sterk gezouten voedsel. Fysiologisch zout kunt u wel gebruiken.
  • Sinaasappel(sap) of grapefruit(sap) kunnen te scherp zijn. Banaan, peer, perzik, appelsap, druivensap en dubbeldrank zijn vaak beter te verdragen.
  • Vermijd hard en grof voedsel. Maak het eten goed fijn en drink erbij.
  • Snijd de korstjes van het brood of neem pap in plaats van brood.
  • Houd er rekening mee dat het eten meer tijd kost.
  • Als het nodig of gewenst is, kunt u worden doorverwezen naar een diëtist(e).


Droge mond en slijmvorming

Bij bestraling in het hoofd-halsgebied kunnen uw speekselklieren getroffen worden. Daardoor produceert u minder speeksel. U krijgt dan last van een droge mond. Deze klacht kan blijvend zijn. Andere klachten die u kunt krijgen, zijn smaakverandering, geurvermindering, slijmvorming en pijn bij het slikken. Ook kunnen uw mond en tong rauw en pijnlijk aanvoelen.

Het produceren van minder speeksel kan na verloop van tijd leiden tot een ernstige aantasting van uw gebit. U kunt dit voorkomen door het gebit speciaal te behandelen. We kunnen u hiervoor eventueel doorverwijzen naar de mondhygiëniste.

U kunt last krijgen van pijn bij het slikken als een deel van de keel of de slokdarm wordt bestraald. Uw radiotherapeut-oncoloog kan u medicijnen voorschrijven die de klachten wat zullen verminderen. Vaak zal hij u naar een diëtiste verwijzen. Hier krijgt u adviezen over wat u kunt doen om de klachten te verminderen die ontstaan door de behandeling.

Adviezen bij slijmvorming zijn:

  • Spoel de mond regelmatig met (mineraal)water, koolzuurhoudende dranken (spa rood) en thee (met citroen).
  • Drink friszure dranken als vruchtensap, karnemelk, yoghurtdrank e.d..
  • Wanneer u na het gebruiken van melkproducten last krijgt van slijmvorming, kunt u deze voedingsmiddelen naspoelen met een slokje water. Probeer wel nog steeds melkproducten te drinken/eten, omdat deze een belangrijke bron van eiwit en calcium zijn.

Adviezen bij een droge mond zijn:

  • De mond kunt u vochtig houden door vaak kleine slokjes te drinken, ook ’s nachts. U kunt ook een sprayflesje met water gebruiken.
  • Spoel het eten weg met vocht.
  • Neem bij de warme maaltijd jus, saus of appelmoes.
  • Besmeer het brood met smeuïg beleg zoals smeerkaas, paté of salade. U kunt pap nemen als brood eten lastig gaat.
  • Kauw op suikervrije kauwgom of zuig op pepermuntjes, zuurtjes of waterijsjes.

Bestraling kanker in het hoofd-hals

Waarom HMC?

  • Binnen 1 week eerste afspraak
  • Persoonlijke begeleiding en informatie op maat
  • Gebruik van moderne apparatuur en technologieën
  • Gespecialiseerd in Intra Operatieve Radiotherapie (endeldarm- en borstkanker)
  • Stereotactische precisie bestraling (leverkanker, longkanker)
  • Expertisecentrum bestraling hersentumor
  • Geen wachttijden bij spoed