Bestraling bij blaaskanker

Radiotherapie is een van de manieren om blaaskanker te behandelen. Een andere naam voor radiotherapie is bestraling. In HMC Antoniushove vindt u ons radiotherapiecentrum.

Specialismen

Afspraak en contact

088 979 23 57
ma t/m vr van 08.30 - 17.00 uur

Poliklinieken

Cijfers

Jaarcijfers ziekenhuisbreed

35.043 opgenomen patiënten
18.453 dagbehandelingen
188.013 verpleegdagen
87.012 SEH-bezoeken
329 medisch specialisten

Over bestraling bij blaaskanker

Radiotherapie is een van de manieren om blaaskanker te behandelen. Een andere naam voor radiotherapie is bestraling. In HMC Antoniushove vindt u ons radiotherapiecentrum.

Behandeling van blaaskanker

Als de blaaskanker zich alleen in de blaas bevindt, krijgt u 25 bestralingen om u van de kanker te genezen. U krijgt vijf bestralingen per week. Soms combineren we deze bestralingen met chemotherapie. Of we daarvoor kiezen, hangt af van uw fitheid en de grootte en verspreiding van de tumor. Uw internist-oncoloog geeft u uitleg over de chemotherapie.

Als de kanker zich ook buiten de blaas bevindt, krijgt u bestralingen om de kwaliteit van leven te verbeteren. De bestraling helpt dan om pijn of bloedverlies te verminderen. U krijgt dan één tot dertien bestralingen. Het doel van de behandeling is dat de tumor kleiner wordt en minder snel groeit. Uw radiotherapeut-oncoloog geeft u uitleg geven over deze behandeling.

Uw eerste afspraak

Uw eerste afspraak vóór de bestraling is bij een radiotherapeut-oncoloog. Deze afspraak duurt een half uur tot drie kwartier en bestaat uit een gesprek en een lichamelijk onderzoek. In het gesprek neemt de arts uw ziektegeschiedenis met u door. De arts bespreekt met u:

  • waarom u bestralingen nodig heeft
  • hoe lang de behandeling duurt
  • hoeveel behandelingen u per week krijgt
  • de voorbereiding op de behandeling
  • wat de verwachte bijwerkingen zijn
  • hoe het vervolg eruitziet na de bestralingsperiode

Stel gerust uw vragen. Blijf niet met onzekerheden of twijfels zitten. U heeft altijd de keuze om wel of niet een behandeling te ondergaan. Het is verstandig om bij het eerste gesprek iemand mee te nemen waar u een goede band mee heeft. Dan hoeft u niet alles zelf te onthouden. Na afloop krijgt u een afspraak mee voor de voorbereiding.

Bekijk ons voorlichtingsfilmpje over uw eerste afspraak

Voorlichtingsgesprek

Op de bestralingsafdeling heeft u een gesprek met een medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige (MBB'er), die gespecialiseerd is in radiotherapie. Dit gesprek duurt ongeveer een half uur. De MBB'er geeft u uitleg over de behandeling aan de hand van een fotopresentatie op een computer. U krijgt advies over huidverzorging en informatie over eventuele bijwerkingen. Uiteraard krijgt u de gelegenheid om vragen te stellen.

Contrastvloeistof

Soms is het nodig om de plaats van de tumor aan te duiden. Zo kan de arts zien waar de tumor zich precies bevindt. Dit doet de uroloog tijdens een kijkonderzoek van de blaas. De uroloog spuit dan Lipiodol in de blaas. Dit is een speciaal middel dat een tijdje in de blaas blijft zitten. Lipiodol is een contrastvloeistof. Het zorgt ervoor dat de tumor goed zichtbaar is op de CT-scan (zie hieronder) en tijdens de bestraling. De CT-scan vindt een week later plaats.

CT-scan

Voordat we beginnen met de bestralingen, maken we een CT-scan. Dat betekent dat we een serie röntgenfoto's maken van het gebied rond de blaas. Elke foto toont een plakje van uw lichaam. Als we die foto's op elkaar stapelen, vormen ze samen een 3D-plaatje. Op de beelden kan de radiotherapeut-oncoloog precies aangeven welk gebied we gaan bestralen.

Uw blaas moet tijdens de scans en tijdens elke bestraling gevuld zijn. Drink daarom anderhalf uur vóór de scan plaatsvindt 350 milliliter water. Na de CT-scan met een volle blaas maken we een CT-scan met een lege blaas. Vervolgens zet de MBB'er enkele tatoeagepuntjes op uw lichaam. Dit doet de MBB'er door een klein druppeltje inkt vlak onder de huid te prikken. De puntjes zijn heel klein (ongeveer 1 millimeter) en blijvend. Met deze puntjes zorgen we ervoor dat u bij de bestraling altijd op de dezelfde plek op de bestralingstafel ligt. We gebruiken de puntjes alleen om uw positie op de bestralingstafel te bepalen. De puntjes geven dus niet de plaats van de tumor aan. De precieze plaats van de bestraling bepaalt de arts bij het maken van de bestralingsplannen. Het maken van deze plannen gebeurt zorgvuldig en vraagt daarom de nodige tijd. Na de scans krijgt u een afspraak mee voor de eerste bestraling. Deze vindt plaats ongeveer twee weken na de CT-scan. Als we de afspraak na de CT-scan nog niet kunnen inplannen, dan bellen we u later voor de eerste afspraak.

Bekijk ons voorlichtingsfilmpje over de CT-scan

Bestraling

Zorg dat u een uur vóór elke behandeling thuis plast en vervolgens 350 milliliter drinkt. Zo zorgt u ervoor dat uw blaas tijdens de bestraling gevuld is. Soms vragen we u om juist wél te plassen vlak voor de bestraling. Uw radiotherapeut-oncoloog vertelt u dit dan van tevoren.

Meldt u bij de balie op de afdeling Radiotherapie voor de eerste bestraling. Een MBB'er haalt u op uit de wachtkamer en informeert u nog een keer kort over de bestraling. Vervolgens brengt de MBB'er u naar de bestralingsruimte. Daar gaat u op de behandeltafel liggen in dezelfde houding als bij de CT-scan. De MBB'ers stellen het bestralingsveld in. Daarbij maken ze gebruik van de tatoeagepuntjes op uw huid en van de gegevens in de bestralingscomputer. De MBB'ers verlaten daarna de ruimte.

We maken eerst een CT-scan om uw ligging nog eens extra te controleren. Soms passen we uw positie nog een beetje aan.

We hebben verschillende bestralingsplannen gemaakt, afgestemd op de hoeveelheid vloeistof in uw blaas. Elke dag kiezen we het best passende plan. Dit doen we om de tumor in de blaas zo precies mogelijk te bestralen en de darmen – die in de buurt liggen – zo veel mogelijk te sparen.

Hierna zetten we het bestralingstoestel aan. Dit toestel maakt een zoemend geluid tijdens de bestraling. Ook hoort u wanneer we het toestel aan- en zetten. De straling zelf ziet of hoort u niet. Bestralen doet geen pijn. Tijdens de bestraling kunnen we met u praten via een intercom. Met een camera kunnen we u zien. Als het nodig is, onderbreken we de bestraling en komen we naar u toe.

De totale bestraling duurt ongeveer vijftien minuten. We geven de bestraling meestal vanuit verschillende richtingen. Het apparaat draait om u heen. U blijft steeds in dezelfde houding liggen. Het toestel slaat automatisch af wanneer u de juiste bestralingsdosis heeft gekregen. Zo kunt u nooit een te hoge dosis bestraling krijgen.

Bekijk onze voorlichtingsfilmpje over bestraling

Controle

Tijdens de bestralingsserie plannen we regelmatig afspraken in met uw radiotherapeut-oncoloog. Deze arts spreekt met u over het verloop van de behandeling en de eventuele bijwerkingen.

Na de laatste bestraling krijgt u een afspraak mee voor een controle bij de radiotherapeut-oncoloog. Uw huisarts en andere specialisten ontvangen informatie over het verloop van de behandeling.

De komende jaren heeft u regelmatig een afspraak met de arts. Bent u tussen de controles in ongerust of heeft u klachten? Bel dan gerust voor het maken van een extra controleafspraak.

Thuis

Bewegen

Tijdens de behandelperiode kunt u normaal actief zijn. Het ondernemen van activiteiten kan een prettige afleiding voor u zijn. Krijgt u vermoeidheidsklachten door uw activiteiten? Pas uw activiteiten dan hierop aan.

Eten

U kunt eten waar u trek in heeft, tenzij u een voedingsvoorschrift heeft gekregen.

Bijwerkingen

De bijwerkingen van de behandeling merkt u het sterkst in de eerste twee weken na de laatste bestraling. De periode om te herstellen, duurt ongeveer even lang als de totale bestralingsbehandeling.

Algemene klachten

Rond de bestralingen kunt u last hebben van vermoeidheid, slaperigheid, lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Regelmatig naar het ziekenhuis reizen, kunt u ervaren als een extra belasting.

Algemene klachten

Rond de bestralingen kunt u last hebben van vermoeidheid, slaperigheid, lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Regelmatig naar het ziekenhuis reizen, kunt u ervaren als een extra belasting.

Darmklachten
U kunt in de loop van de behandeling last krijgen van krampen in uw darmen. Soms krijgt u vaker aandrang tot ontlasting. De ontlasting kan dunner worden. De radiotherapeut-oncoloog kan medicijnen voorschrijven om de bijwerkingen te verminderen. Blijf in ieder geval voldoende drinken.

Plasklachten
Vaak zijn er al plasklachten voor de behandeling begint. Tijdens de behandeling kan het zijn dat u vaker moet plassen en met kleine beetjes. Soms geeft het plassen een branderig gevoel. Ook kunt u krampen in de blaas krijgen. Meestal beginnen deze klachten na enkele weken bestralen. Twee tot drie weken na de bestraling nemen ze weer af. Laat het weten aan de MBB'er als u één of meer van deze klachten heeft. U kunt de klachten ook bespreken met de radiotherapeut-oncoloog tijdens een controleafspraak.

Minder zin in seks
Als u kanker heeft, krijgt u hierdoor vaak gevoelens van angst en onzekerheid. Het is heel normaal dat u hierdoor minder zin in seks heeft. Vrijwel iedere kankerpatiënt ervaart veranderingen in het seksuele leven. Bij sommige soorten kanker, waaronder blaaskanker, is de kans hierop groter, bijvoorbeeld vanwege de lichamelijke gevolgen van de ziekte of de behandeling. Maar ook onzichtbare gevolgen kunnen een rol spelen, zoals vermoeidheid en psychische klachten. Bespreek dit gerust met de radiotherapeut-oncoloog.

Bestraling bij blaaskanker

Waarom HMC?

  • Binnen één week eerste afspraak
  • Persoonlijke begeleiding en informatie op maat
  • Gebruik van moderne apparatuur en technologieën
  • Geen wachttijden bij spoed