Chemoradiatie / bestraling bij anuskanker

Bestraling, vaak samen met chemotherapie, is meestal de beste behandeling bij anuskanker. Zo kunnen we uw kringspier behouden. Hier leest u meer over deze behandeling.

Afspraak en contact

088 979 23 57
ma t/m vr van 08.30 - 17.00 uur

Uw (eerste) afspraak op de afdeling Radiotherapie

Locatie

Cijfers

Jaarcijfers ziekenhuisbreed
205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over chemoradiatie / bestraling bij anuskanker

Meestal kunnen we u bij anuskanker niet opereren. We zouden dan namelijk uw kringspier beschadigen. Bestraling, vaak samen met chemotherapie, is daarom meestal de beste behandeling. De combinatie van bestraling met chemotherapie heet chemoradiatie. Is de tumor klein? Dan krijgt u meestal alleen bestraling.

Wat is chemoradiatie?

Bij chemoradiatie krijgt u tegelijkertijd bestraling (radiotherapie) en chemotherapie. Chemotherapie is behandeling van kanker met medicijnen. Het samen geven van bestraling en chemotherapie werkt meestal beter dan als we u deze behandelingen los van elkaar geven. Chemoradiatie is zwaarder voor u dan alleen bestraling. Daarom geven we u bij een kleine tumor meestal alleen bestraling.

Meestal bestralen we het gebied van de anus, de bekkenlymfklieren en de lymfklieren in de liezen. De lymfeklieren bestralen we uit voorzorg. De bedoeling is dat de tumor kleiner wordt en uiteindelijk verdwijnt.

Bij chemoradiatie krijgt u op de eerste dag dat we u bestralen chemotherapie via een infuus. Daarna neemt u op elke bestralingsdag chemotherapie in de vorm van tabletten. De bestraling vindt plaats op iedere werkdag. Ze duurt 6 tot 7 weken. U gaat na elke bestraling weer naar huis. Hieronder vertellen we meer over de bestraling.

Uw eerste afspraak

U krijgt eerst een afspraak met een radiotherapeut-oncoloog (bestralingsarts). De uitleg over de chemotherapie krijgt u tijdens een andere afspraak met de internist-oncoloog en/of de verpleegkundig specialist.
De afspraak met de radiotherapeut-oncoloog duurt 3 kwartier. Hij of zij geeft u uitleg over het bestralen van anuskanker. De radiotherapeut-oncoloog doet een lichamelijk onderzoek en praat met u over:

  • hoelang de behandeling duurt
  • hoe vaak we u gaan bestralen
  • welke voorbereiding nodig is voor de bestraling
  • de bijwerkingen die u misschien kan krijgen
  • wanneer we het resultaat van de bestraling kunnen meten

Stel gerust uw vragen. Blijf niet met onzekerheden of twijfels zitten. U mag altijd zelf kiezen of u de behandeling wilt krijgen of niet.
U krijgt veel informatie bij dit eerste gesprek. Het is daarom goed om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Dan hoeft u niet alles zelf te onthouden.
Kiest u voor de behandeling? Dan krijgt u een afspraak mee voor de voorbereiding van deze behandeling.

Bekijk onze voorlichtingsvideo over uw eerste afspraak.

Voorbereiding op de bestraling


Vooronderzoeken


CT-scan
Voor de eerste bestraling maken we een CT-scan. Dit betekent dat we een serie röntgenfoto's maken van het gebied rond de anus. Elke foto laat een plakje van uw lichaam zien. Als we die foto's op elkaar stapelen, vormen ze samen een 3D-plaatje. Op de beelden kan de radiotherapeut-oncoloog precies aangeven welk gebied we gaan bestralen. Deze scan gebruiken we om het bestralingsplan te maken. Uw houding tijdens de CT-scan is daarom precies hetzelfde als later tijdens de bestralingen.

De bestralingsdeskundige brengt na de CT-scan tatoeagepuntjes aan op uw lichaam. De bestralingsdeskundige prikt hiervoor kleine druppeltjes inkt vlak onder uw huid. Deze puntjes geven aan hoe u bij de bestraling op de tafel moet liggen. Ze geven dus niet de plaats van de tumor aan. De puntjes zijn heel klein: ongeveer 1 millimeter. Ze gaan niet meer weg.

Bekijk onze voorlichtingsvideo over de CT-scan.

PET-scan of MRI-scan
Vaak gebruiken we naast de CT-scan een PET-scan om te bepalen waar we u moeten bestralen. Bij deze scan ligt u in dezelfde houding als tijdens de CT-scan. De PET-scan werkt met radioactieve suiker. Die brengen we met een infuus in uw lichaam. De radioactieve suiker moet een uur inwerken. Daarna maken we de scan. De radioactieve stof is niet gevaarlijk en verdwijnt vanzelf weer uit uw lichaam. Is bij u een PET-scan nodig? Dan krijgt u die in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda.

Het kan ook zijn dat u in plaats van de PET-scan een MRI-scan krijgt. Bij een MRI-scan maken we foto’s van het te bestralen gebied met elektromagnetische straling.

Volle blaas

Voor de CT-scan, MRI-scan en iedere bestraling willen we graag dat u een volle blaas heeft. Een volle blaas duwt uw dunne darm tijdens de bestraling zoveel mogelijk uit het bestralingsgebied. U krijgt dan minder snel bijwerkingen door de bestraling.
Hieronder leggen we stap voor stap uit hoe u op het goede moment een volle blaas krijgt:

  • plas 1 uur voor de scan/bestraling helemaal uit
  • drink daarna 350 ml water
  • hierna mag u niet meer plassen!

Na de CT-scan, MRI-scan of bestraling mag u weer plassen.

Bestralingsplan

We maken een bestralingsplan na de CT-scan en eventueel de PET-scan of MRI-scan. Daarvoor gebruiken we alle informatie die we hebben verzameld. Het is belangrijk dat dit goed gebeurt. Dit kost wat tijd. U start daarom ongeveer 2 weken na de CT-scan met de bestraling. Krijgt u chemoradiatie? Dan gebeurt de eerste bestraling op dezelfde dag als de eerste chemotherapie.

De bestraling

U meldt zich voor de eerste afspraak bij de balie van de afdeling Radiotherapie in HMC Antoniushove. Een bestralingsdeskundige haalt u op uit de wachtkamer. Deze medewerker voert de bestralingen uit. Hij of zij geeft u nog kort wat informatie over de bestraling. Daarna gaat de bestralingsdeskundige met u naar de bestralingsruimte. U gaat daar op de behandeltafel liggen. Dit doet u in dezelfde houding als bij de CT-scan. Met behulp van de tatoeagepuntjes stellen de bestralingsdeskundigen het bestralingsveld in. Het is belangrijk dat u rustig en stil blijft liggen.
De bestralingsdeskundigen gaan daarna de ruimte uit. Eerst controleren we nog een keer of u goed ligt. Dit doen we met een CT-scanner die is gekoppeld aan het bestralingstoestel. Als het nodig is, kunnen we uw positie nog een beetje aanpassen. Op die manier zorgen we ervoor dat de bestraling zo precies mogelijk plaatsvindt. Hierna zetten we het bestralingstoestel aan. Tijdens de bestraling maakt het toestel een zoemend geluid. U hoort ook het aanzetten en uitzetten van het apparaat. De straling zelf ziet en voelt u niet. Het bestralen doet dus ook geen pijn.

U kunt via de intercom praten met de bestralingsdeskundigen. Zij kunnen u ook zien door camera’s. Is er iets aan de hand? Dan kunnen ze het toestel stoppen en naar u toekomen.
De hele behandeling duurt ongeveer een kwartier. Meestal bestralen we u vanuit meerdere kanten. Het apparaat draait dus om u heen. U blijft hierbij steeds in dezelfde houding liggen. Het toestel gaat automatisch uit als u genoeg bestraling heeft gehad. U kunt daarom nooit te veel straling krijgen.

Bekijk onze voorlichtingsvideo over de bestraling.

Controle

Tijdens uw behandeling heeft u elke week contact met uw arts of verpleegkundig specialist. Zij bespreken met u:

  • hoe het met u gaat
  • de bijwerkingen waar u misschien last van heeft
  • uw lichamelijke en geestelijke gezondheid
  • uw bloedwaarden

Heeft u tussen deze afspraken door last van klachten door de bestraling? Of wilt u vragen stellen? Dan kunnen de bestralingsdeskundigen die de dagelijkse bestralingen uitvoeren u advies geven. Zo nodig nemen zij contact op met uw behandelend radiotherapeut-oncoloog. U kunt ook altijd contact opnemen met uw verpleegkundig specialist.

Na de laatste bestraling krijgt u een controleafspraak mee voor de radiotherapeut-oncoloog. De radiotherapeut-oncoloog vertelt ook uw huisarts en uw andere artsen hoe uw behandeling gaat.
Vaak heeft u direct na de laatste bestraling het meeste last van bijwerkingen. Het duurt ook een tijdje voordat u herstelt van de behandeling. Meestal duurt dat net zolang als de totale duur van de bestralingsbehandeling. De jaren na de bestralingen blijven we u regelmatig onderzoeken. Bent u ongerust of heeft u klachten? Bel dan gerust voor het maken van een extra controleafspraak.

Bijwerkingen

Uw radiotherapeut-oncoloog zal u uitleg geven over de bijwerkingen die u kunt krijgen. Bijwerkingen op korte termijn ontstaan meestal 2 tot 3 weken na start van de behandeling. Ze worden in de loop van de behandeling erger. Na de behandeling kunnen deze bijwerkingen nog enkele weken tot maanden blijven. Daarna zullen de klachten langzaam verdwijnen.

Algemene klachten

Soms heeft u rond de bestralingen last van vermoeidheid, slaperigheid, lusteloosheid en gebrek aan eetlust. Misschien vindt u het ook zwaar om vaak naar het ziekenhuis te moeten reizen. U mag de gewone dingen blijven doen tussen de bestralingen. Deze activiteiten zijn vaak een prettige afleiding. Voelt u zich erg moe? Probeer dan niet te veel te doen. U mag meestal gewoon eten waar u trek in heeft. Dat mag niet als we u iets anders hebben verteld.

Bijwerkingen op de korte termijn

  • pijn en jeuk aan de anus
  • slijm- en bloedverlies via de anus
  • diarree en vaker naar de wc moeten
  • vermoeidheid
  • vaker moeten plassen, soms met een branderig gevoel. Dit komt doordat de plasbuis en een deel van de blaas vaak in het gebied liggen dat we bestralen
  • de huid van de anus, de bilnaad en/of de liezen kan een rode of donkerdere kleur krijgen. De huid kan uiteindelijk ook ontveld raken
  • haaruitval in de schaamstreek. Dit is vaak tijdelijk

Bijwerkingen op de langere termijn

  • minder controle over de ontlasting, verlies van ontlasting, veel winden laten en heel soms ook bloedverlies uit de anus
  • op de lange termijn kan de huid wit worden omdat het pigment verdwenen is. Ook kunnen er kleine bloedvaatjes ontstaan net onder de huid
  • problemen met seks zoals een droge vagina of moeite om een erectie te krijgen

 Adviezen om de bestraalde huid zo goed mogelijk te verzorgen

  • U kunt in de periode waarin we u bestralen gewoon zeep/doucheschuim/reinigingsschuim gebruiken. Ook met de huidverzorgingsproducten die u gebruikt, kunt u gewoon doorgaan.
  • Dep uw huid na het wassen droog (dus niet wrijven).
  • Smeer uw huid eventueel tweemaal per dag dun in met een hydraterende crème. Bijvoorbeeld Calendula of vitamine E-crème. Maar u kunt uw huid ook insmeren met de hydraterende crème die u normaal gebruikt.
  • Draag geen schurende, stugge of knellende kleding.
  • Krab niet bij jeuk.
  • Het is belangrijk dat u niet onnodig met uw huid in de zon komt. Ga ook niet onder de zonnebank. Dit advies geldt voor de bestraalde huid, maar ook voor de rest van uw huid. Gaat u naar buiten terwijl de zon schijnt? Dan adviseren we u crème te gebruiken met zonbeschermingsfactor 30.
  • Plak in de periode waarin we u bestralen geen pleisters op de bestraalde huid. U kunt wel siliconenpleisters gebruiken. Gaat uw huid toch open? Dan overlegt de bestralingsdeskundige met uw arts en neemt eventueel maatregelen.
  • Gaat de huid na het einde van de behandeling kapot? Neem dan contact op met de bestralingsafdeling. U hoeft niet te wachten tot uw volgende afspraak.

 

Bestraling bij anuskanker (chemoradiatie)

Waarom HMC?

  • Persoonlijke begeleiding en informatie op maat
  • Gebruik van moderne apparatuur en technologieën
  • Gespecialiseerd in intra-operatieve radiotherapie bij endeldarm- en borstkanker