Bekkenbodemklachten bij vrouwen

Verschillende klachten kunnen te maken hebben met de bekkenbodem. Voorbeelden zijn: moeite hebben met het ophouden van de urine, het gevoel hebben dat er iets uit de schede naar buiten zakt, aan verstopping lijden of juist ontlasting verliezen. De bekkenbodem, de blaas, de darmen en de schede liggen dicht tegen elkaar aan. Vaak komen daarom tegelijkertijd verschillende klachten voor. Veel vrouwen hebben het gevoel dat er weinig aan hun klachten te doen is. Toch zijn er verschillende goede behandelingen voor bekkenbodemproblemen. Het is daarom belangrijk dat u uw klachten bespreekt met uw huisarts, uw specialist of de verpleegkundige: ook al is dit moeilijk of schaamt u zich voor bepaalde klachten.

Specialismen en team

Afspraak en contact

Vragen of aanvragen van herhaalrecepten via E-consult in patientenportaal mijnHMC

Ook kunt u ma t/m vr contact opnemen met de polikliniek Urologie

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over bekkenbodemklachten bij vrouwen

Verschillende klachten kunnen te maken hebben met de bekkenbodem. Voorbeelden zijn: moeite hebben met het ophouden van de urine, het gevoel hebben dat er iets uit de schede naar buiten zakt, aan verstopping lijden of juist ontlasting verliezen. De bekkenbodem, de blaas, de darmen en de schede liggen dicht tegen elkaar aan. Vaak komen daarom tegelijkertijd verschillende klachten voor. Veel vrouwen hebben het gevoel dat er weinig aan hun klachten te doen is. Toch zijn er verschillende goede behandelingen voor bekkenbodemproblemen. Het is daarom belangrijk dat u uw klachten bespreekt met uw huisarts, uw specialist of de verpleegkundige: ook al is dit moeilijk of schaamt u zich voor bepaalde klachten.

In ons ziekenhuis bestaat een zogenaamd bekkenbodemteam dat op alle locaties werkzaam is. Het kan nodig zijn dat verschillende specialismen van dit team u onderzoeken en u na onderling overleg advies geven over een behandeling. Omdat bekkenbodemproblemen klachten van verschillende organen (urinewegen, darmen, schede) kunnen geven, is soms onderzoek, advies of behandeling door meerdere specialisten gewenst. Zo kan de uroloog om advies gevraagd worden als er tevens sprake is van blaasklachten. Een maag-, darm-, leverarts kan eventueel in combinatie met een darmchirurg (proctoloog) adviseren als er ook ontlastingsproblemen zijn. Een bekkenfysiotherapeut kan oefeningen bespreken bij te slappe of te gespannen bekkenbodemspieren, terwijl een psycholoog u kan helpen bij psychische of seksuele problemen.

Om inzicht te krijgen in uw klachten, vragen wij u een vragenlijst in te vullen. Naar aanleiding van deze vragenlijst zal de continentieverpleegkundige contact met u opnemen. In overleg met u zal zij afspraken voor u maken bij de verschillende leden van het bekkenbodemteam. Indien nodig worden er ook afspraken voor onderzoeken gemaakt. De verpleegkundige zal u hierover uitleg geven.

In deze brochure geven wij informatie over verschillende soorten bekkenbodemklachten en mogelijke onderzoeken en behandelingen op dit gebied. Uw behandelend arts geeft u nadere informatie. Sommige onderwerpen worden in andere webpagina’s uitgebreider besproken. Deze webpagina’s staan aan het einde van deze webpagina vermeld. U kunt uw specialist of de verpleegkundige vragen om deze webpagina’s.

Bouw en werking van de bekkenbodem

De bekkenbodem bevindt zich aan de onderzijde van het bekken en vormt samen met de botten van het bekken de onderkant van de buikholte. Door de bekkenbodem lopen de blaas en urinebuis (urethra), de schede (vagina) en het uiteinde van de dikke darm (rectum). Ze worden op hun plaats gehouden door spieren van de bekkenbodem en ophangbanden die vastzitten aan de botten van het bekken. Bij bewegingen als hoesten of lachen, neemt de druk in de buik toe. De bekkenbodem houdt dan alle organen op hun plaats. Zenuwen, banden en spieren van de bekkenbodem zorgen ervoor dat u de blaas, de darm en de schede af kunt sluiten als u dat wilt. Door de bekkenbodemspieren te ontspannen kunt u plassen, gemeenschap hebben of ontlasting hebben. Om urine en ontlasting kwijt te raken, moeten ook de blaas en dikke darm normaal werken en zich kunnen samentrekken en verslappen.

Samengevat zorgt de bekkenbodem er dus voor:

  • Dat de buikholte wordt afgesloten, zodat buikorganen niet naar buiten komen;
  • Dat u urine en ontlasting niet ongewenst verliest;
  • Dat u wanneer u dit wilt kunt plassen en ontlasting kunt hebben;
  • Dat u gemeenschap kunt hebben.

Hieronder ziet u de bekkenbodem en de verschillende organen die zich hier bevinden.

bekkenbodem_002.jpg

Stoornissen in de werking van de bekkenbodem

Normaal zijn de spieren van de bekkenbodem een beetje aangespannen: niet te weinig, maar ook niet te veel. U kunt dit vergelijken met een elastiek. Wanneer het elastiek te strak gespannen staat, is er weinig of geen veerkracht. Als er geen spanning op het elastiek zit, hangt het te los en verliest het ook zijn werking. Ook de bekkenbodem kan te slap of juist te sterk aangespannen zijn.

Klachten van een te zwakke bekkenbodem

Door een verzwakte bekkenbodem kunnen klachten optreden van een verzakking. Als de blaas en urinebuis niet goed werken, kunt u ongewild urine verliezen (urine-incontinentie). Soms is het moeilijk goed uit te plassen of is er sprake van vaak of snelle aandrang om te plassen. U kunt ook voortdurend last hebben van blaasontstekingen.

Als het uiteinde van de dikke darm (rectum) niet goed werkt, is de ontlasting vaak moeizaam (verstopping of obstipatie). Soms is het juist moeilijk de ontlasting op te houden, zodat u deze ongewild verliest (ontlastingsincontinentie).
Ook kunnen er andere klachten zijn, zoals pijn in de onderbuik, moeheid en pijn in de liezen, de benen of laag in de rug. Seksuele klachten komen ook vaak voor. De verschillende klachten worden hieronder besproken.

Een verzakking

Bij een verzakking kan de blaas, het rectum (het uiteinde van de dikke darm) of de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Als de blaas verzakt is, ziet u een uitpuiling in de vorm van een ronde bol aan de voorkant van de schede. Bij een verzakking van het rectum kunt u zo’n uitpuilende bol aan de achterkant van de schede zien. Als de baarmoeder verzakt is, ziet of voelt u vaak de baarmoedermond bij de ingang van de schede. Soms zijn verschillende organen tegelijkertijd verzakt.
Door een verzakking kunt u een zwaar gevoel in de schede (vagina) hebben. Soms is er het gevoel dat er iets naar buiten komt, alsof u een bal tussen uw benen hebt. Een zeurderig gevoel in de onderbuik dat uitstraalt naar de rug is niet ongebruikelijk, met soms extreme moeheid als gevolg.
Zitten en fietsen kunnen problemen opleveren. Vaak verergeren de klachten in de loop van de dag of na inspanning. Na rust verbeteren de klachten meestal.
Bij een blaasverzakking kan het moeilijk zijn om de urine op te houden. Bij een grote verzakking van de blaas is het soms juist moeilijk om uit te plassen. Bij een verzakking van de darm kunt u vaak moeilijk de ontlasting kwijtraken, ook al voelt u aandrang. Soms komt de ontlasting spontaan tijdens het plassen. Ook het gevoel dat er na het ontlasten nog iets achterblijft, is niet ongebruikelijk.
Door verstopping kunnen aambeien ontstaan. Bij een enkele vrouw komt het laatste stuk van de dikke darm (rectum) naar buiten. Niet alle verzakkingen geven klachten. Als er geen klachten zijn, is behandeling niet nodig.

Ongewenst verlies van urine (urine-incontinentie)

Inspanningsincontinentie (stressincontinentie)

Deze vorm van urineverlies komt voor bij inspanningen zoals tillen, sporten of springen. Dit wordt ook “stressincontinentie” genoemd. Met “stress” wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in de buikholte plotseling toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt.

Aandrangincontinentie (urge-incontinentie)

Bij aandrangincontinentie hebt u zeer vaak aandrang om te plassen. Elk half uur is niet ongebruikelijk. Soms is de aandrang zo sterk of plotseling dat u het toilet niet op tijd haalt. Verandering van lichaamshouding, lopen of het horen van stromend water, veroorzaakt soms ook urineverlies. Het urineverlies kan ook ’s nachts optreden. Deze vorm van urine-incontinentie heeft meestal niets te maken met een zwakke bekkenbodem, maar wordt veroorzaakt door een stoornis van de blaas of van de zenuwvoorziening van de blaas.

Gemengde incontinentie

Nogal wat vrouwen hebben zowel last van aandrang- als van inspanningsincontinentie. Voor de behandeling is het belangrijk te onderzoeken welke vorm het zwaarst weegt.

Moeite met het ophouden van de ontlasting (ontlastingsincontinentie)
Hierbij hebt u het gevoel dat u bij aandrang de ontlasting nauwelijks kunt ophouden en dat u moet rennen om op tijd bij het toilet te komen. Soms is er verlies van ontlasting zonder aandrang. Tevens kan het moeilijk zijn om winden goed op te houden.

Seksuele problemen

Bij een zwakke bekkenbodem kunnen er klachten zijn zoals minder “gevoel” hebben bij het vrijen, moeilijker tot een orgasme komen of urineverlies tijdens het vrijen of bij een orgasme. Als er ook een verzakking bestaat, is de gemeenschap soms moeilijker of pijnlijker.
Veel vrouwen en hun partners zijn bang voor beschadiging bij seksuele gemeenschap, maar dat is niet nodig: het weefsel van de schedewand is heel soepel en geeft mee bij de gemeenschap.

Klachten van een te sterk gespannen bekkenbodem

Om de blaas en darmen goed te kunnen legen, is het belangrijk dat u de bekkenbodemspieren op tijd kunt ontspannen. Soms is dit moeilijk en spant u de spieren zelfs aan. U drukt dan als het ware tegen een weerstand in. Het is dan moeilijk de blaas en/of de darmen goed te legen. De urinebuis kan zich vernauwen en de kringspier rond de anus kan als het ware “op slot” gaan. Ook de spieren die de ingang van de schede afsluiten, zijn dan vaak gespannen.

Veel voorkomende klachten bij een te gespannen bekkenbodem zijn:

  • Veelvuldig plassen, soms wel 10-20 keer per dag en ook meerdere malen ’s nachts. Een “onderbroken straal” of een moeilijk begin van het plassen is niet ongebruikelijk.
  • Steeds terugkerende blaasontstekingen.
  • Problemen met de ontlasting, zoals afwisselend verstopping en diarree, aambeien of het gevoel dat er iets achterblijft.
  • Seksuele problemen zoals pijn tijdens het vrijen en een stekend of brandend gevoel bij de ingang van de schede.
  • Langdurige pijn in de onderbuik, het bekken, de rug of de liezen.

Hoe beleven vrouwen bekkenbodemklachten?

In onze westerse cultuur leren kinderen op jonge leeftijd dat urine en ontlasting vies is. Er rust dan ook een taboe op het bespreken van klachten over plassen of ontlasten. Zelfs een gesprek met de naaste familieleden of de partner is vaak moeilijk. Vrouwen voelen zich dan ook nogal eens alleen staan met deze klachten. De kwaliteit van leven kan sterk verminderen door gevoelens van schaamte en je vies voelen, de geur van urine of ontlasting, de angst voor ontdekking door buitenstaanders, het uit de weg gaan van seksueel contact of het uitstellen van zoeken naar deskundige hulp. Ook klachten over het naar buiten zakken van tampons, over het verliezen van water uit de schede na het nemen van een bad of over “windjes” uit de schede, zijn soms moeilijk bespreekbaar.

Vrouwen reageren heel verschillend op problemen met urine, ontlasting of seksualiteit. De ene vrouw gaat diep gebukt onder haar urineverlies, een ander gaat hier veel gemakkelijker mee om. Het is daarom belangrijk dat u behalve de klachten ook uw emoties bespreekt met de arts, fysiotherapeut, seksuoloog of verpleegkundige.

Waardoor functioneert de bekkenbodem niet goed?

Er bestaan verschillende oorzaken voor een zwakke bekkenbodem.
Door een bevalling kunnen zenuwen die de bekkenbodemspieren aansturen, beschadigd raken. Bindweefsel dat deel uitmaakt van de bekkenbodem raakt soms verzwakt als gevolg van een bevalling.
Op oudere leeftijd worden de bekkenbodemspieren, net als andere spieren, bij veel vrouwen zwakker. Lichamelijk zwaar werk, overgewicht en veelvuldig hoesten als gevolg van roken of longaandoeningen zorgen voor langdurige overbelasting van de bekkenbodem.
Bij sommige vrouwen is er een aangeboren zwakte van bindweefsel. Zij hebben ook meer kans om last te krijgen van spataderen of breuken.
Een te gespannen bekkenbodem heeft vaak een psychologische oorzaak. Het gebruik van de bekkenbodem is een leerproces. Daarin kan op vele manieren iets fout lopen: bijvoorbeeld een opvoeding waarin benadrukt wordt dat het onderlichaam vies is. Maar ook een te vroege of te intensieve zindelijkheidstraining of een negatieve seksuele ervaringen kunnen een rol spelen.

Hoe vaak komen klachten van de bekkenbodem voor?

Verzakkingen komen vooral op oudere leeftijd voor, maar soms hebben ook jongere vrouwen er last van. Zo bezoeken 2,5% van de vrouwen van 45 jaar en 7,5% van de vrouwen van 65 jaar en ouder de huisarts in verband met een verzakking.
Ongewild urineverlies komt bij zeer veel vrouwen voor: één op elke vier vrouwen heeft er wel eens last van. Lang niet altijd is het urineverlies ernstig of treedt het elke dag op. Dagelijks urineverlies komt voor bij 6% van alle vrouwen. Eenderde van hen vindt dit verlies zo hinderlijk dat zij nauwelijks de deur uit durven: bijvoorbeeld uit angst voor doorlekken of een onaangename geur. Urine-incontinentie komt op elke leeftijd voor, maar vaker tijdens de zwangerschap en op oudere leeftijd.
Incontinentie voor ontlasting kan voorkomen na beschadiging van de kringspier rond de anus bij een bevalling of op oudere leeftijd. Vier procent van de vrouwen boven de 65 jaar heeft er last van.

Onderzoek

Gesprek

Bij bekkenbodemproblemen is het belangrijk dat de specialist goed weet wat uw klachten zijn. Om deze reden verzoeken wij u de vragenlijst in te vullen. De specialist vraagt vaak nog verder. Ziekte, vroegere medische ingrepen, eventuele eetproblemen, medicijngebruik of zwangerschappen kunnen ter sprake komen. Het kan zijn dat de specialist nog aanvullende onderzoeken nodig vindt om de juiste diagnose te stellen.
In de volgende paragrafen worden de meest voorkomende onderzoeken beschreven.

Gynaecologisch onderzoek

De gynaecoloog vraagt u plaats te nemen op een gynaecologische onderzoekstoel. U ligt met uw benen gespreid, zodat de ingang van de schede goed zichtbaar is. Als u dat wilt, kunt u vragen of u mee kunt kijken met een spiegel. Vaak begint de gynaecoloog met de vraag of u wilt persen. Soms is dan al een verzakking te zien.
Daarna wordt een speculum (eendenbek) in de schede ingebracht. De baarmoedermond kan nu bekeken worden. Soms vraagt de gynaecoloog u nogmaals om te persen. Een kleinere verzakking is zo zichtbaar.
Hierna doet de arts vaak een inwendig onderzoek (vaginaal toucher). Twee vingers worden in de schede ingebracht en hij of zij legt de andere hand op de buik. De baarmoeder en eierstokken worden zo afgetast. Soms vraagt de arts u nogmaals te persen of juist om de spieren van de schede aan te spannen. Dit laatste is om de kracht van de bekkenbodemspieren te meten. Een enkele gynaecoloog bekijkt de ingang van de schede terwijl u op uw knieën op een onderzoekbank ligt. Zo zijn soort en ernst van de verzakking soms beter zichtbaar.

Als er ontlastingsproblemen zijn, kan de gynaecoloog een vinger in het rectum (uiteinde van de dikke darm) inbrengen om de achterwand van de schede en de bekkenbodem te beoordelen (rectaal toucher).

Urineonderzoek

Een urineonderzoek kan aantonen of er sprake is van een blaasontsteking.
De urine wordt op het laboratorium onderzocht. Als dit onderzoek bij u nodig is, ontvangt u de formulieren met de afspraken hiervoor. Het potje om de urine in op te vangen krijgt u als u zich aanmeldt op het laboratorium. Vervolgens maakt u op het toilet de ingang van de schede schoon, u plast een klein beetje uit en de rest van de urine vangt u op in het potje.

Cystoscopie

Dit is een onderzoek van de blaas om te zien of er geen afwijkingen aan de blaas zijn. De cystoscoop is een dun buisje. Deze wordt na verdoving door de uroloog via de plasbuis ingebracht. Aan het uiteinde van de cystoscoop zit een kijkertje, waarmee de arts de binnenkant van de blaas kan bekijken. De blaas wordt gevuld met een spoelvloeistof. Meer informatie over dit onderzoek vindt u in een aparte webpagina over dit onderwerp.

Urodynamisch onderzoek (UDO)

Een urodynamisch onderzoek wordt gedaan om te zien hoe de blaas werkt. Bij dit onderzoek brengt de arts of verpleegkundige via de urineleider een dun slangetje (katheter) in de blaas en vult deze met vocht. Terwijl u hoest of juist uitplast, krijgt de arts of verpleegkundige informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en het soort urineverlies. U krijgt voor dit onderzoek een aparte afspraak. Meer informatie vindt u in een aparte webpagina over dit onderwerp.

Endo-echo

Om verder onderzoek te kunnen doen naar het functioneren van de kringspier van de anus, kan de maag-, darm-, leverarts of de proctoloog een endo-echografie aanvragen. Een endo-echoscopie is een inwendig onderzoek van het rectum en de endeldarm met behulp van een lange buigzame kijker. Deze kijker wordt een endoscoop genoemd. Aan het uiteinde van de scoop bevindt zich een echo-apparaatje. Het onderzoek vindt plaats op de afdeling endoscopie.
De maag-, darm-, leverarts voert het onderzoek uit. Een uitgebreide webpagina kunt u vinden op de website van het HMC.

Multidisciplinair overleg

Na het bezoek aan alle artsen en het ondergaan van de noodzakelijke onderzoeken, worden de resultaten besproken in het multidisciplinair overleg. Op dit overleg bespreken de artsen uw klachten, bekijken de onderzoeksuitslagen en bespreken samen wat voor u de beste behandelmogelijkheden zijn. Na dit overleg krijgt u een afspraak bij een van de artsen van het team om de uitslag met u te bespreken.

Behandelingsmogelijkheden

Bij bekkenbodemproblemen zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk: fysiotherapie, medicijnen, een ring of een operatie. De soort behandeling is afhankelijk van uw klachten en de bevindingen bij het onderzoek. Over het algemeen lijkt het logisch om met de minst ingrijpende behandeling te beginnen.
Als er niet op een eenvoudige manier wat aan uw klachten te doen is, kan de specialist een meer ingrijpende behandeling zoals een operatie voorstellen. U bent echter degene die de voor- en nadelen van een behandeling tegen elkaar moet afwegen. Afwijkingen van de bekkenbodem zijn niet levensbedreigend. Een beslissing hoeft u dan ook nooit onmiddellijk te nemen.

Fysiotherapie

Voordat de bekkenfysiotherapeut een behandeling start, zal zij altijd eerst een intake doen. Bij deze intake kijkt zij naar het functioneren van de bekkenbodemspier. De bekkenfysiotherapeut zal hierna op het multidisciplinair overleg aangeven of bekkenfysiotherapie wel of niet zinvol is.

Medicijnen

Medicijnen kunnen zinvol zijn bij klachten van aandrangincontinentie en bij verstopping. Bij andere bekkenbodemklachten hebben zij vaak minder effect.

Medicijnen bij aandrangincontinentie
Er zijn verschillende medicijnen die aandrangincontinentie kunnen verminderen. Bij aandrangincontinentie is vaak ook begeleiding van een fysiotherapeut zinvol om te leren de urine langer op te houden. Dit wordt blaastraining genoemd.

Medicijnen bij verstopping
Bij klachten van verstopping (obstipatie) kunnen medicijnen de ontlasting dunner maken. Vaak wordt eerst een dieet met veel vezels en rauwkost geadviseerd. Ook veel drinken is belangrijk. Eventueel kunt u een verwijzing naar een diëtist vragen.

Medicijnen bij bekkenbodemklachten na de overgang
Naarmate de laatste menstruatie langer geleden is, maken de eierstokken steeds minder oestrogene hormonen. Deze hormonen zorgen voor een soepele schede en blaaswand. Door een lage hoeveelheid oestrogene hormonen in het bloed wordt de wand van de schede en de blaas over het algemeen droger en schraler. Seksuele gemeenschap kan dan pijnlijk zijn. Ook kunnen er steeds opnieuw blaasontstekingen optreden. Daarom is het na de laatste menstruatie (menopauze) altijd zinvol te beoordelen of de klachten verbeteren na het inbrengen van oestrogenen in de schede.
Er zijn tabletten, een soort zetpillen (ovules) en crèmes verkrijgbaar. De crèmes worden via een inbrenghuls (applicator) in de schede gespoten.

Een ring (pessarium)

Een ring, ook wel pessarium genoemd, biedt soms een oplossing voor klachten van een verzakking of inspanningsincontinentie. Door een ring wordt een verzakte blaas of een verzakte baarmoeder weer op de juiste plaats teruggebracht. Niet elke vrouw met bekkenbodemklachten zal met een ring geholpen kunnen worden. De soort verzakking en de stevigheid van de bekkenbodem spelen hierbij een rol. Als er een goed passende ring voor u beschikbaar is, voelt u deze niet zitten: ook niet bij seksuele gemeenschap. Een ring kan zo voor sommige vrouwen een simpele oplossing bieden voor een vervelend probleem. Meer informatie vindt u in een aparte webpagina over dit onderwerp.

Gebruik van andere hulpmiddelen

Bij klachten over inspanningsincontinentie zijn er naast bekkenbodemoefeningen en een ring ook nog een aantal andere mogelijkheden om de klachten te verminderen. Een simpele oplossing is het inbrengen van een (eventueel natgemaakte) tampon in de schede. Hierdoor wordt de overgang tussen de blaas en de urinebuis als het ware wat naar boven gedrukt, zodat urine moeilijker wegstroomt. Voor vrouwen die bijvoorbeeld alleen tijdens sporten last van urineverlies hebben, is deze simpele oplossing soms voldoende. Er zijn nog een aantal andere hulpmiddelen die u zelf in de schede of de urinebuis kunt inbrengen om ongewenst urineverlies tegen te gaan.

De arts kan u hiervoor verwijzen naar de continentieverpleegkundige. Zij kan advies geven over het gebruik van hulpmiddelen en deze voor u bestellen. U kunt de continentieverpleegkundige bereiken via de poli Urologie.

Hulp bij seksuele problemen

Seksuologische begeleiding is zinvol als seksuele klachten op de voorgrond staan, bijvoorbeeld bij te sterk aangespannen bekkenbodemspieren.
Een seksuoloog is een arts of een psycholoog die gespecialiseerd is in het bespreken van seksuele problemen. In een aantal gesprekken wordt ingegaan op uw beleving van de klachten en wordt gekeken of de klachten met oefeningen verholpen kunnen worden.
Meer informatie vindt u in de aparte webpagina. Ook andere seksuele problemen worden op deze webpagina besproken.

Operatieve behandelingen

De gynaecoloog adviseert over het algemeen een operatie als andere maatregelen onvoldoende mogelijkheden bieden. De soort operatie is afhankelijk van uw klachten, het gynaecologisch onderzoek en de uitkomsten van eventueel aanvullend onderzoek. Een operatie heeft als voordeel dat uw klachten meestal verminderen of verdwijnen. Wel moet u altijd rekening houden met een kleine kans op complicaties of terugkeer van de klachten na een aantal jaren. Daarnaast moet u voor veel operaties in verband met bekkenbodemproblemen op een herstelperiode rekenen van minimaal zes weken, maar soms ook langer.

Zoals eerder gezegd: bekkenbodemproblemen zijn niet levensbedreigend.
Er is dan ook nooit haast bij een operatie. Meer informatie vindt u op een aparte webpagina over dit onderwerp.

Kiezen voor een behandeling

Soms is het mogelijk tussen twee behandelingen te kiezen. Bij inspannings-incontinentie en bij een verzakking is soms zowel een behandeling met een ring als een operatie mogelijk. Beide behandelingen hebben voor- en nadelen. De keuze tussen een ring of een operatie hangt natuurlijk af van de vraag of er een ring voor u is die uw klachten voldoende verhelpt. Als dat niet het geval is, is een operatie het enige alternatief (naast het doorleven met uw klachten).
Als een ring wel past en uw klachten verhelpt, is het uw beslissing of u de ring wilt blijven gebruiken of toch voor een operatie kiest. Bij een ring is er altijd een kleine kans dat op latere leeftijd alsnog een operatie noodzakelijk is. Ook na een operatie kan het gebeuren dat de klachten weer terugkomen en dat u opnieuw geopereerd moet worden. De voor- en nadelen van een ring en de overwegingen bij de keuze tussen een ring en een operatie worden besproken op de aparte webpagina.

Als geen behandeling mogelijk is

Soms zijn klachten van ongewild verlies van urine of ontlasting niet (meer) te verhelpen. Er zijn dan verschillende mogelijkheden om met uw klachten te leren omgaan. Incontinentiematerialen als verband of incontinentie broekjes kunnen zeker uitkomst bieden. Zij zorgen ervoor dat u weinig last heeft van het verlies van urine of ontlasting en dat de geur niet merkbaar is voor uw omgeving. Vaak is het zinvol om over het gebruik van incontinentieverband te praten met een continentieverpleegkundige.

Het gebruik van incontinentiemateriaal

Als u last heeft van urineverlies, kunt u het beste opvangmateriaal gebruiken dat speciaal ontwikkeld is voor urine-incontinentie. Inlegkruisjes of maandverband zijn daarvoor niet gemaakt en blijven vaak te nat. Zo ontstaat gemakkelijk huidirritatie. Ook het wassen met zeep geeft vaak huidirritatie door verstoring van de zuurgraad van de schede.
Voor voorlichting en het bestellen van incontinentiemateriaal kunt u een afspraak maken met de continentieverpleegkundige. U kunt de continentieverpleegkundige bereiken via de polikliniek Urologie.

Algemene adviezen bij zwakke bekkenbodemspieren

Het is moeilijk te zeggen of bekkenbodemklachten te voorkomen zijn. Voor vrouwen die nog kinderen willen krijgen, luidt het advies om al tijdens de zwangerschap, maar zeker na de bevalling, oefeningen te doen om de bekkenbodemspieren te versterken. Het is echter niet altijd mogelijk om (verergering van) de bekkenbodemklachten te voorkomen. U moet er rekening mee houden dat zolang u borstvoeding geeft, het herstel van de bekkenbodem vaak traag verloopt. De eierstokken maken dan weinig oestrogene hormonen aan, zodat de wand van de schede vaak droog aanvoelt. Ook krijgen de ophangbanden nog niet hun oude stevigheid terug. Bij een zwakke bekkenbodem is het belangrijk de bekkenbodemspieren door middel van oefeningen te trainen. Een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut kan u hierover adviezen geven. Vaak verbeteren de klachten. In andere gevallen kunt u voorkomen dat ze verergeren of na een operatie terugkeren. Deze oefeningen blijven dus ook na een eventuele operatie op lange termijn belangrijk. Daarnaast is het verstandig om te proberen te voorkomen dat de bekkenbodem te veel belast wordt.
Hieronder staan nog enkele adviezen.

Dieet

Een vezelrijk dieet en veel drinken kunnen helpen de ontlasting soepel te houden. Zo voorkomt u verstopping en onnodig persen. Minimaal 1,5 liter vocht (inclusief koffie en thee) per dag is verstandig, meer dan 2,5 liter is niet nodig.

Overgewicht

Bij overgewicht neemt de belasting van de bekkenbodem toe. Het verminderen van overgewicht (minder eten, meer bewegen) is dan ook van belang.

Zwaar tillen

Bij klachten over een zwakke bekkenbodem kunt u veel en zwaar tillen beter achterwege laten. Tegen normale tilwerkzaamheden (boodschappen doen, stofzuiger de trap opdragen) bestaat geen bezwaar. Als u beroepsmatig zwaar lichamelijk werk verricht, is het verstandig met uw gynaecoloog en eventueel uw bedrijfsarts te overleggen.

Roken

Met name bij hoesten ontstaat er veelvuldig een sterke belasting van de bekkenbodem. Het is dan ook verstandig de kans op hoesten te verkleinen door te stoppen met roken.

Strakke kleding

Door het dragen van strakke korsetten of strakke broeken neemt de druk in de buik toe en daarmee de belasting van de bekkenbodem. Buik- en bekkenbodemspieren worden minder gebruikt en kunnen zo verslappen. Het dragen van ruime kleding is daarom beter.

Sporten

Bij een zwakke bekkenbodem zijn sporten waarbij u veel moet springen op een harde onderlaag (volleybal) of waarbij de druk in de buik sterk verhoogd wordt (aerobics) niet verstandig. Het is beter om een sport te kiezen waarbij de bekkenbodem minder wordt belast. Voorbeelden zijn zwemmen, schaatsen, fietsen, tafeltennis en golfen.

Nog vragen?

Aarzel niet om vragen of onduidelijkheden met uw specialist of huisarts te bespreken. Indien gewenst kunt u contact opnemen met de continentieverpleegkundige van het bekkenbodemteam. Deze is bereikbaar via de polikliniek Urologie.

De contactgegevens:

  • Polikliniek Urologie HMC Antoniushove:    088 979 43 90
  • Polikliniek Urologie HMC Bronovo:        088 979 41 44
  • Polikliniek Urologie HMC Westeinde:        088 979 24 54

Meer informatie

Aanvullende brochures en webpaginas die bij deze brochure horen, zijn te vinden via www.nvog.nl. Klik op Voorlichting en dan vervolgens op Patiëntenvoorlichting en -verenigingen. Het gaat om:

  • “Bekkenbodemproblemen, urodynamisch onderzoek”;
  • “Bekkenbodemproblemen, ring of pessarium”;
  • “Bekkenbodem- en incontinentie-operaties”;
  • “Bekkenbodemproblemen, fysiotherapie”;
  • “Seksuele problemen bij vrouwen” (deze webpagina geeft ook informatie over andere seksuele problemen).

Boeken

  • Kerrebroeck, Ph. E.V. van (red.); Spreekuur thuis: Omgaan met incontinentie; 2e druk. Wormer: Immerc, 1996; m.m.v. Stichting Incontinentie Nederland en SCA Mölnlycke; ISBN 90 6611 075 9.

Internet links

  • www.allesoverurologie.nl;
  • www.mlds.nl: Maag-, Lever-, Darmstichting;
  • www.overactieveblaas.nl: informatie voor mensen met blaasproblemen;
  • www.stressincontinentie.nl: info over stressincontinentie behandelingen;
  • www.sfincterweb.nl: een site over ontlastingsincontinentie.

Bekkenbodemklachten bij vrouwen

Waarom HMC?

  • Breed en gespecialiseerd zorgaanbod
  • We vernieuwen en verbeteren de zorg continu
  • Samenwerken vinden we vanzelfsprekend
  • Gastvrij ziekenhuis