Behandeling van borstkanker: samen beslissen

Voor veel vrouwen met borstkanker zijn er twee behandelingen mogelijk: een borstsparende behandeling of een volledige borstverwijdering, met of zonder reconstructie. Daarnaast bestaat de keuze of u eerst een chemotherapie volgt en zich daarna laat opereren of dat u zich eerst laat opereren en daarna een chemotherapie volgt. Samen met uw zorgverlener bespreekt u de mogelijkheden en kiest u de optie die het beste bij u past.

Specialismen en team

Afspraak en contact

Het Borstcentrum is een overkoepelende naam waaronder verschillende poliklinieken vallen.

Contactgegevens van de poliklinieken

Locatie

Cijfers

Per jaar:

350-400 patiënten met borstkanker en voorloperstadium van borstkanker
2.000 patiënten met goedaardige afwijkingen in de borst

Behandeling van borstkanker: samen beslissen

Voor veel vrouwen met borstkanker zijn er twee behandelingen mogelijk: een borstsparende behandeling of een volledige borstverwijdering, met of zonder reconstructie. Daarnaast bestaat de keuze of u eerst een chemotherapie volgt en zich daarna laat opereren of dat u zich eerst laat opereren en daarna een chemotherapie volgt. Samen met uw zorgverlener bespreekt u de mogelijkheden en kiest u de optie die het beste bij u past. Elke keuze heeft zijn voor- en nadelen. Deze zetten we voor u op een rij, achtereenvolgens:

  • een borstsparende behandeling (lumpectomie) of borstverwijdering (ablatio)
  • een borstverwijdering (ablatio) met of zonder reconstructie
  • eerst chemotherapie of eerst opereren

Kijk om de beste keuze te maken ook op de Borstkanker keuzehulp (borstkanker.keuzehulp.nl).

Borstsparende behandeling (lumpectomie) of borstverwijdering (ablatio)

U heeft de keuze tussen een borstsparende behandeling en een volledige borstverwijdering. Het is belangrijk om te onthouden dat voor beide behandelingen de kans op genezing gelijk is.

Borstsparende behandeling

Bij een borstsparende operatie (lumpectomie) verwijdert de chirurg de tumor met het omringende weefsel. Dit vergroot de kans dat de chirurg alle kankercellen heeft weggenomen. Het grootste gedeelte van uw borst blijft behouden.

Uw borst wordt mogelijk wat kleiner en kan van vorm veranderen. Ook de plaats en richting van de tepel kunnen veranderen. Na de operatie volgt altijd bestraling.

borstbesparend.png

Als uw chirurg verwacht dat uw borstvorm veel gaat afwijken, dan heeft u de mogelijkheid om de vorm van uw borst zo veel mogelijk te herstellen. Soms heeft u hiervoor, naast uw chirurg, een plastisch chirurg nodig. Bestraling na een borstsparende operatie is bijna altijd nodig. Dit verkleint de kans dat de borstkanker terugkomt. Hierdoor is de behandeling even veilig als een volledige borstverwijdering. De bestraling start meestal drie tot vijf weken na de operatie. U krijgt vijf keer per week een bestraling voor een periode van drie tot vier weken.

Bestraling

Bestraling (radiotherapie) verkleint de kans op terugkeer van de tumor. De hoge-energieröntgenstralen doden de kankercellen en verbeteren de kans dat u geneest.

bestralingsapparaat.jpg

Bestralingsapparaat

Bestralingsplan

De radiotherapeut maakt een CT-scan om voor u het beste bestralingsplan te bepalen. Het uitgangspunt is dat de bestraling het gezonde weefsel rond de tumor zo min mogelijk belast. De radiotherapeut tekent met watervaste inkt lijnen op uw huid, zodat u de bestraling altijd in dezelfde positie krijgt.

De radiotherapeut richt de stralingsbundels door uw huid heen op het te behandelen gebied. Dit voelt u niet. De bestraling duurt een paar minuten per keer. Hoe vaak u een bestraling krijgt, hangt af van uw situatie. U krijgt vijf keer per week een bestraling over een periode van drie tot vier weken.

Bijwerkingen

We kunnen vooraf niet te voorspellen hoeveel last u krijgt van bijwerkingen. Een klein deel van de patiënten krijgt helemaal geen last van bijwerkingen.

Acute bijwerkingen

Acute bijwerkingen zijn bijwerkingen die kunnen optreden vanaf twee weken na uw eerste bestraling. Uw klachten nemen dan toe tot ongeveer drie weken na uw laatste bestraling. Daarna verdwijnen deze klachten weer.

Bijna alle patiënten hebben enige last van de volgende acute bijwerkingen:

  • een rode, geïrriteerde, jeukende huid in het bestraalde gebied
  • borst, ribben en spieren die pijnlijk en ontstoken aanvoelen
  • vermoeidheid door de emotionele belasting en de dagelijkse rit naar het ziekenhuis

Deze acute bijwerkingen komen soms voor:

  • loslaten van het bovenste laagje huid, zoals bij een schaafwond
  • tijdelijke slikklachten bij de bestraling van klieren rond het sleutelbeen

Late bijwerkingen

Late bijwerkingen kunnen ontstaan vanaf enkele maanden tot jaren na de bestraling. Deze bijwerkingen zijn vaak blijvend.

Bijna alle patiënten hebben enige last van de volgende late bijwerkingen:

  • een veranderde borstvorm of wat stijve borstspieren, door vorming van littekenweefsel
  • gevoeligheid of pijn aan de bestraalde borst of ribben
  • Deze late bijwerkingen komen soms of zelden voor:
  • Soms ontstaat vochtophoping (lymfoedeem) in de arm als uw okselklieren bestraald zijn.
  • Soms blijft de huid wat donkerder van kleur.
  • Zelden ontstaan uitgezette adertjes in het bestraalde gebied.
  • Patiënten die roken, lopen op de lange termijn meer risico op de ontwikkeling van longkanker.

Volledige borstverwijdering

Bij volledige borstverwijdering (ablatio mamma) verwijdert de chirurg zoveel mogelijk borstklierweefsel met de huid en tepel. Soms volgt hierop een bestraling. Na een borstverwijdering verdwijnt of vermindert het gevoel in de herstelde borst. Bij een aanraking heeft u (bijna) geen gevoel in uw huid. De huid voelt als het ware ‘doof’ aan.

borstverwijdering.png

 

Voor- en nadelen borstsparende behandeling en volledige borstverwijdering

Voordelen borstsparende behandeling

  • Uw borstvorm lijkt meestal op hoe deze er voor de operatie uitzag. Vaak is de borst iets kleiner.
  • Voordelen volledige borstverwijdering
  • Vaak is geen bestraling nodig.
  • Behoud van de borstvorm is vaak mogelijk door reconstructie.

Nadelen borstsparende behandeling

  • Sommige vrouwen zijn teleurgesteld over hun uiterlijk na de operatie.
  • Uw behandelde borst voelt anders.
  • Bestraling is bijna altijd nodig. Mogelijke bijwerkingen op lange termijn zijn onder andere een blijvend stuggere borst, een andere borstvorm en verkleuring van de huid.
  • U heeft kans op heroperatie als de patholoog in de rand van het verwijderde weefsel tumorresten vindt.

Nadelen volledige borstverwijdering

  • Sommige vrouwen zijn teleurgesteld over hun uiterlijk na de operatie, ook na een borstreconstructie.
  • Bestraling is soms nodig en geeft vergelijkbare bijwerkingen als bij een borstsparende behandeling.
  • Zonder reconstructie heeft u verlies van uw decolleté. Dit geeft een disbalans in gewicht en kan zorgen voor nek- en rugpijn.
  • Een gereconstrueerde borst voelt anders en ziet er anders uit.

Borstverwijdering (ablatio) met of zonder reconstructie

Om de vorm van uw borst te behouden, kunt u kiezen voor een reconstructie. Soms kan de chirurg (een deel van) de huid of tepel sparen tijdens de operatie. Dit geeft de plastisch chirurg meer mogelijkheden bij reconstructie.

Bij een directe reconstructie start de plastisch chirurg de reconstructie tijdens de borstverwijderende operatie. Een uitgestelde reconstructie vindt enige tijd later plaats.

Wilt u (nog) geen reconstructie? Dan is uw borstkas direct na de operatie plat aan de geopereerde zijde. U kunt dan kiezen voor een prothese in uw bh.

Bestraling

Als geen uitzaaiingen in de okselklieren zijn gevonden, is bij ongeveer 15 van de 100 vrouwen na ablatio bestraling nodig.

Als wel uitzaaiingen in de okselklieren zijn gevonden, is bij minder dan 60 van de 100 vrouwen bestraling nodig.

Keuzemogelijkheden

Het doel van de borstreconstructie is om de vorm van uw borst te herstellen. Het gevoel, de vorm en de grootte van uw borst is nooit hetzelfde als bij de verwijderde borst. Uw plastisch chirurg laat uw nieuwe borst zoveel mogelijk lijken op uw andere borst. Met kleren aan heeft u een decolleté en zijn meestal geen littekens zichtbaar. Zonder kleren aan is er wel een verschil te zien.

Wat is in uw situatie mogelijk?
De plastisch chirurg geeft uw mogelijkheden aan. Dit hangt af van uw lichaamsbouw, uw gezondheid, de behandeling van borstkanker en de mogelijkheden in uw ziekenhuis. U komt mogelijk niet in aanmerking voor reconstructie als u een stollingsziekte heeft, rookt of overgewicht heeft.

Directe reconstructie of (nog) niet
Bij een directe reconstructie begint de plastisch chirurg direct met de reconstructie, in dezelfde operatie als de borstverwijdering. Dit betekent niet dat de reconstructie direct klaar is, mogelijk zijn meerdere operaties nodig. Bij een uitgestelde reconstructie wordt de reconstructie uitgesteld tot na uw behandeling van borstkanker.

Kiezen voor geen reconstructie is ook mogelijk. U bent dan na de operatie plat aan de kant waar de borst is verwijderd. U heeft de mogelijkheid om een externe prothese te dragen. Met uw kleding aan is dan niet zichtbaar dat u een borst mist.

Reconstructie met een prothese of eigen weefsel
Een borstreconstructie kan met een prothese, met uw eigen weefsel of met een combinatie van beide. Soms is het nodig om eerst uw huid en borstspier op te rekken voor de prothese kan worden geplaatst. Een reconstructie met eigen weefsel kan ook na een reconstructie met prothese.

Tepel- en tepelhofreconstructie
Reconstructie van uw tepel is vaak mogelijk. De operatie vindt zes tot twaalf maanden na borstreconstructie plaats. De plastisch chirurg reconstrueert uw tepel met omliggende huid van uw borst. Met een medische tatoeage wordt de tepel en tepelhof ingekleurd.

Reconstructie met prothese

Bij een borstreconstructie met prothese vervangt de plastisch chirurg het verwijderde borstweefsel door een prothese of een zogenoemde tissue-expander. Dit is een relatief eenvoudige operatie.

Een prothese is een siliconen vorm, gevuld met siliconengel. Soms kan de plastisch chirurg de prothese direct plaatsen. Meestal moet de plastisch chirurg eerst de huid en borstspier oprekken om plaats te maken voor de prothese. Hiervoor plaatst de plastisch chirurg een soort ballonnetje (tissue-expander). We vullen dit ballonnetje in de polikliniek met steeds meer water. Zo rekken we de huid en borstspier langzaam op. De plastisch chirurg vervangt de tissue-expander door een prothese tijdens een operatie.

recontructie_prothese_h1149.png

De plastisch chirurg geeft aan wat in uw situatie mogelijk is. Als u eerder een bestraling van uw borst kreeg, kan de plastisch chirurg meestal geen prothese plaatsen. Door de bestraling ontstond littekenweefsel in uw huid en het onderliggende weefsel. Hierdoor is het vaak moeilijk om de huid en de borstspier op te rekken. In dat geval kunt u niet kiezen voor een borstreconstructie met alleen een prothese. De plastisch chirurg moet dan ook uw eigen weefsel toevoegen om de borst te herstellen. Hiervoor gebruikt deze vaak de rugspier, de latissimus dorsi (LD). Dit heet ook wel de LD-methode).

Bijwerkingen en bijeffecten prothese
Alle bijwerkingen en negatieve bijeffecten die bekend zijn over prothese, staan te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (www.nvpc.nl) onder Chirurgische bijsluiters.

Reconstructie met eigen weefsel

Bij een borstreconstructie met eigen weefsel maakt de plastisch chirurg een borst met de huid, het vetweefsel en/of het spierweefsel van uzelf. Dit is een complexere operatie met een zwaardere herstelperiode. De ingreep kan samen met de borstverwijdering plaatsvinden of later. De plastisch chirurg kan weefsel van verschillende plekken gebruiken:

  • weefsel uit de onderbuik (DIEP-lap-methode)
  • weefsel uit de bil-rug-regio (SC-GAP-methode)
  • weefsel uit de bil-heup-regio (LTP-lap-methode)
  • met lipofilling in meerdere etappes (Brava-methode)
  • weefsel uit de binnenkant van het bovenbeen met huid vanaf de liesplooi en een van de bovenbeenspieren (TUG/TMG-lap-methode)
  • weefsel uit de bil-dij-regio (PAP-lap-methode)

Uw plastisch chirurg geeft aan wat de mogelijkheden in uw situatie zijn.

4x_lichaam_h1149.png

Het verplaatsen van eigen weefsel is een complexe operatie en duurt langer dan het plaatsen van een prothese. Met de huid, het vetweefsel en de bloedvaten maakt de plastisch chirurg een nieuwe borst. Op de plek waar het weefsel vandaan komt, krijgt u een litteken en een wond die moet genezen.

Bespreek met uw plastisch chirurg als u een voorkeur heeft voor een reconstructie met eigen weefsel. Houd er rekening mee dat de wachttijden voor een borstreconstructie met eigen weefsel per HMC-locatie verschillen. Deze wachttijden zijn vaak langer dan bij een borstreconstructie met een prothese.

Complicaties

Een complicatie is een extra medisch probleem dat zich voordoet. Een directe borstreconstructie geeft iets meer kans op complicaties dan geen reconstructie of een uitgestelde reconstructie.

Risicofactoren
De kans op een complicatie neemt sterk toe als u een of meer risicofactoren heeft. Bespreek met uw plastisch chirurg uw risicofactoren en de mogelijke complicaties. Risicofactoren zijn:

roken

  • overgewicht
  • grote borsten (vanaf cup C)
  • een operatie aan beide borsten tegelijk
  • een leeftijd boven 55 jaar
  • een eerdere bestraling op de borstkas
  • extra gezondheidsproblemen, zoals suikerziekte (diabetes) en hoge bloeddruk

Ernstige complicaties
Soms leidt een complicatie tot het verlies van uw borstreconstructie. Dan kan de plastisch chirurg meestal na een paar maanden starten met een nieuwe borstreconstructie. Hieronder ziet u een overzicht van mogelijke ernstige complicaties:

Bij een reconstructie met een prothese

  • Bij sommige vrouwen sterft kort na de operatie de tepel en/of een deel van de huid af, die de prothese bedekt. De plastisch chirurg haalt het afgestorven deel (necrose) dan in een extra operatie weg.
  • Bij sommige vrouwen ontstaat na de operatie een infectie. Dit kunnen we soms met antibiotica behandelen, maar vaak is een extra operatie nodig om de prothese weg te halen.
  • Bij alle vrouwen ontstaat altijd een littekenlaagje om de prothese. Dit heet kapselvorming en is normaal. Als dit laagje te dik wordt, kan dit klachten geven. Uw borst verandert dan van vorm en voelt steviger, strakker en soms pijnlijk aan. Soms is dan een operatie nodig.

Bij een reconstructie met eigen weefsel

  • Soms sterft (een deel van) het verplaatste weefsel af, doordat de bloedvaten verstopt raken. Een extra operatie is dan nodig om het afgestorven weefsel te verwijderen en de doorbloeding in de nieuwe borst weer op gang te brengen.

Complicaties bij bestraling na verwijdering van de borst
Als na de borstverwijdering bestraling nodig is, is de kans op complicaties na een reconstructie iets groter. De meest voorkomende complicaties bij reconstructie na bestraling zijn:

  • een grotere kans op problemen bij de wondgenezing
  • zoveel problemen met de reconstructie (eigen weefsel of prothese) dat de plastisch chirurg de reconstructie ongedaan moet maken
  • kapselvorming rondom de prothese

Als vóór de operatie al duidelijk is dat u een bestraling nodig heeft, adviseert de plastisch chirurg een uitgestelde reconstructie. Meestal is na bestraling een reconstructie met een prothese niet mogelijk.

Voor- en nadelen van een directe reconstructie en een uitgestelde reconstructie

Voordelen directe reconstructie

  • U heeft een decolleté.
  • De plastisch chirurg kan soms uw tepel sparen.
  • De plastisch chirurg kan vaak uw eigen huid sparen.
  • Het litteken op de borstkas is kleiner.
  • U heeft één operatie minder nodig dan bij een uitgestelde reconstructie.

Voordelen geen/uitgestelde reconstructie

  • Kortere opnameduur.
  • Kortere herstelperiode.
  • Minder kans op complicaties.
  • Minder pijn na de operatie.
  • U heeft langer de tijd om na te denken over een borstreconstructie.

Nadelen directe reconstructie

  • Langere opnameduur.
  • Langere herstelperiode.
  • Grotere kans op complicaties.
  • Meer pijn na operatie.
  • U heeft korter de tijd om na te denken over een borstreconstructie.

Nadelen geen/uitgestelde reconstructie

  • U heeft blijvend een groter litteken op de borstkas.
  • U heeft geen decolleté.
  • De plastisch chirurg kan de tepel niet sparen.
  • De plastisch chirurg kan uw eigen huid niet sparen.
  • U heeft een extra operatie nodig, als u later een borstreconstructie wilt.
  • Eerst chemotherapie of eerst opereren
  • U heeft de keuze om wel of niet met chemotherapie te starten vóór de operatie.

Eerst chemotherapie of eerst opereren

U heeft de keuze om wel of niet met chemotherapie te starten vóór de operatie.

Hoe werkt chemotherapie?

Chemotherapie is een aanvullende behandeling. Chemotherapie is bedoeld om kleine uitzaaiingen te vernietigen voordat het zichtbare uitzaaiingen worden. U kunt chemotherapie krijgen in combinatie met hormoontherapie en/of immuuntherapie. Uw oncoloog geeft aan waarvoor u in aanmerking komt en hoeveel dit de kans op terugkeer van de tumor kan verkleinen.

Voor of na de operatie

Hoe goed de chemotherapie werkt, hangt niet af van het moment dat u deze krijgt. Daarom kan de oncoloog de chemotherapie voor de operatie (neoadjuvant) of na de operatie (adjuvant) geven.

Het voordeel van chemotherapie vóór de operatie is dat de therapie de tumor kleiner kan maken. Dit kan ervoor zorgen dat de plastisch chirurg de borstsparende operatie beter kan uitvoeren.

Toediening

We dienen de chemotherapie toe op het dagcentrum in HMC Antoniushove. U krijgt de chemotherapie via een infuus. De toediening duurt twee tot vier uur. U kunt dezelfde dag naar huis. U krijgt meestal zes tot acht keer chemotherapie. Tussen de behandelingen zit meestal drie weken pauze om uw lichaam te laten herstellen van de bijwerkingen. De behandelduur hangt af van de kernmerken van de tumor en de medicijnen.

Mogelijke bijwerkingen

Veel voorkomende bijwerkingen tijdens de chemotherapie zijn:

  • misselijkheid
  • braken
  • vermoeidheid
  • haaruitval
  • slijmvliesirritatie
  • verminderde afweer met risico op infecties
  • tintelingen of verminderd gevoel in handen en voeten

Een minder vaak voorkomende bijwerking is een allergische reactie. De meeste van deze bijwerkingen zijn tijdelijk. Veel bijwerkingen kunnen we redelijk tot goed tegengaan met medicijnen.

Bijwerkingen op de lange termijn zijn:

  • Bij twee op de tien vrouwen vermindert de conditie en het concentratievermogen.
  • Bij vier op de tien vrouwen vermindert de pompfunctie van het hart in de loop der jaren.
  • Negen op de tien vrouwen van veertig jaar of jonger komen door chemotherapie in de overgang. Bij de meeste vrouwen is dit tijdelijk. Bij twee tot 35 op de honderd vrouwen is dit blijvend, waardoor zij onvruchtbaar worden. Als u een kinderwens heeft, is het mogelijk om uw eicellen of embryo’s in te vriezen voordat u begint met chemotherapie.

Kans op een succesvolle behandeling

Bij chemotherapie vóór de operatie (neoadjuvant) geldt: de chemotherapie is succesvol als de tumor vóór de operatie kleiner wordt. Uw arts meet de grootte van de tumor met lichamelijk en radiologisch onderzoek. De arts past eventueel het behandelplan aan. Bij vijf op de honderd vrouwen groeit de tumor, ondanks de chemotherapie.
Bij chemotherapie na de operatie (adjuvant) geldt: de chemotherapie is succesvol als de borstkanker niet meer terugkomt.

Uw arts kan het effect van chemotherapie na de operatie niet meten, omdat de chirurg de tumor al verwijderd heeft. Uit onderzoek blijkt dat chemotherapie bijdraagt aan een hogere overlevingskans.

Voor- en nadelen van chemotherapie voor of na de operatie

Voordelen chemotherapie voor de operatie

  • De chemotherapie de tumor kleiner kan maken. Dit kan ervoor zorgen dat de chirurg de borstsparende operatie beter kan uitvoeren.
  • Uw dokter kan het effect van de chemotherapie meten en past zo nodig het behandelplan aan.
  • U heeft meer tijd om na te denken of u kiest voor een borstsparende behandeling of een borstverwijdering met of zonder reconstructie.
  • U heeft eventueel tijd om een eicel in te vriezen (afhankelijk van het advies van uw oncoloog).

Voordelen chemotherapie na de operatie

  • De eerste behandeling van de chirurg is de tumor operatief volledig te verwijderen.
  • U heeft meer tijd om na te denken of u wel of geen aanvullende chemotherapie wilt.
  • U heeft eventueel meer tijd om eicellen of embryo’s in te vriezen.
  • Nadelen chemotherapie voor de operatie
  • De tumor in uw borst is nog aanwezig. Sommige vrouwen vinden dit vervelend.
  • U heeft mogelijk last van bijwerkingen van de chemotherapie.

Chemotherapie na de operatie

  • Tijdens een borstsparende operatie moet de chirurg vaak meer borstweefsel wegnemen dan wanneer u start met chemotherapie.
  • U heeft last van bijwerkingen van de chemotherapie.

Behandeling van borstkanker: samen beslissen

Borstcentrum
Waarom HMC?

  • U kunt snel terecht
  • Dezelfde dag uitslag
  • Persoonlijk behandelplan
  • Een vast aanspreekpunt
  • Alle borstkankerbehandelingen door gespecialiseerd team
  • Nieuwste behandeling en medicijnen