Behandeling bij overgangsklachten (menopauze)

Overgangsklachten lopen uiteen van opvliegers tot stemmingswisselingen. Ze kunnen erg ingrijpend zijn. Wij helpen u graag om de klachten te verminderen.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Antoniushove
HMC Bronovo
HMC Westeinde
088 979 24 22
ma t/m vr van 08.00 - 17.00 uur

HMC Gezondheidscentrum Wassenaar, 088 979 72 45
ma t/m vr van 08.30 – 17.00 uur

Locatie

Toon overige locaties

Cijfers

205.000 eerste polikliniek consulten
32.000 klinische opnames per jaar
155.000 verpleegdagen
60.000+ patiënten per jaar op de SEH
350 medisch specialisten

Over behandeling bij overgangsklachten (menopauze)

Houden uw eierstokken geleidelijk op met het maken van het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen? Dan komt u in de overgang.

Veel vrouwen krijgen klachten tijdens de overgang. Daarmee kunt u terecht bij uw huisarts. Heeft u meer hulp nodig? Dan kunt u terecht op de polikliniek Gynaecologie van HMC. Hieronder leest u meer over de overgang en de klachten die daarbij kunnen horen. Maar ook over hoe wij hierbij kunnen helpen.

De overgang

Wat is de overgang?

De overgang is de levensfase waarin uw eierstokken geleidelijk ophouden met het maken van het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen. Iedere vrouw krijgt hiermee te maken. Het is bij elke vrouw verschillend hoelang de overgang duurt. De overgang is voorbij als u een jaar lang niet meer ongesteld bent geweest.

De meeste westerse vrouwen krijgen hun laatste menstruatie tussen hun 45e en 60e jaar. Gemiddeld gebeurt het als u 51 jaar oud bent. De laatste menstruatie heet ook wel de menopauze.

Veel vrouwen krijgen klachten tijdens de overgang. Bij een kwart van de vrouwen zijn die klachten zo erg dat ze er in het dagelijks leven veel last van hebben.

Wat gebeurt er tijdens de overgang?

Tijdens de overgang krijgt u steeds minder eicellen in uw eierstokken. Ook maken uw eierstokken steeds minder oestrogeen en progesteron aan. Vooral het vrouwelijke hormoon oestrogeen heeft veel invloed op allerlei delen van uw lichaam. Bijvoorbeeld de hart- en bloedvaten, botten, borsten en urinewegen. Als uw lichaam minder oestrogeen aanmaakt, kunt u klachten krijgen zoals:

  • onregelmatig bloedverlies
  • opvliegers
  • slecht slapen
  • spier- en gewrichtspijn
  • stemmingswisselingen
  • geen zin in vrijen
  • depressieve buien
  • hoofdpijn

Meer over deze klachten leest u hieronder.

Begin en duur van de overgang

Het verschilt per vrouw hoelang de overgang duurt. De gemiddelde tijd tussen het onregelmatig worden van de menstruaties en de laatste menstruatie (de menopauze) is 4 jaar. Veel vrouwen hebben klachten vanaf 5 jaar voor tot 2/3 jaar na de laatste menstruatie. Er zijn ook vrouwen die maar heel kort merken dat zij in de overgang zijn.

Vrouwen van wie de moeder vroeg in de overgang kwam, komen zelf ook vaker vroeg in de overgang. Gebruikt u de pil? Dan komt u niet later in de overgang. Het kan wel zijn dat u door de pil geen klachten krijgt door de overgang. Vrouwen die elke dag meer dan een pakje sigaretten roken, komen eerder in de overgang: gemiddeld 2 jaar eerder dan vrouwen die niet of minder roken.

Zijn bij een operatie allebei uw eierstokken weggehaald? Dan krijgt u vaak meteen na de operatie heftige klachten. Die klachten lijken op de klachten die vrouwen hebben tijdens de overgang. Als uw baarmoeder is weggehaald (maar niet uw eierstokken), begint de overgang soms wat vroeger. Maar meestal maakt dit geen verschil voor de start van de overgang.

Menstruaties tijdens de overgang

De menstruaties worden vaak anders als de overgang begint. Ze komen dan korter na elkaar en worden vaak heviger. Soms zijn er ook stolsels. Een stolsel is bloed dat aan elkaar geklonterd is. Later worden de pauzes tussen de menstruaties juist steeds langer. Uiteindelijk blijven ze helemaal weg. Zijn de menstruaties tijdens de overgang erg hevig? Dan kunt u laten onderzoeken door de huisarts of er geen andere oorzaak is.

U weet zeker dat u uw laatste menstruatie (de menopauze) heeft gehad, als u een jaar lang niet meer ongesteld bent geweest. U kunt dus pas achteraf bepalen dat u uw menopauze heeft gehad en de overgang voorbij is. Heeft u meer dan een jaar na de laatste menstruatie nog bloedverlies? Neem dan contact op met uw huisarts om u te laten onderzoeken. Dit kan geen menstruatie meer zijn.

Hoe kan ik zien dat de overgang is begonnen?

De belangrijkste aanwijzing dat u in de overgang bent, is dat u klachten krijgt die bij de overgang horen. Het is verder mogelijk om op de 3e dag van de menstruatie een bloedonderzoek te laten doen. Daarmee kunnen we nagaan of het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) verhoogd is en het oestrogeen verlaagd. FSH is het hormoon dat de eierstok aanzet om eicellen te laten groeien. Dit bloedonderzoek geeft niet aan hoelang het nog zal duren tot de menstruaties stoppen. Het heeft daarom meestal niet veel zin. Alleen als de overgang voor uw 45e jaar lijkt te beginnen, heeft het bloedonderzoek nut.

Klachten

'Typische' overgangsklachten

Veel klachten die vrouwen in de overgang hebben, komen door schommelingen in de hoeveelheid oestrogenen in het bloed. Deze klachten noemen we ‘typische’ overgangsklachten. Hieronder vertellen we meer over deze klachten. U zult trouwens meestal niet met al deze klachten te maken krijgen.

Opvliegers

Opvliegers zijn de bekendste klachten van vrouwen in de overgang. Als u een opvlieger heeft, krijgt u het ineens warm. Vaak krijgt u een rood gezicht en een koortsig gevoel. Ook hevig zweten komt voor. U kunt op ieder moment een opvlieger krijgen. Toch kan een opvlieger soms ook worden ‘uitgelokt’. Bijvoorbeeld als u stress heeft of alcohol drinkt. Sommige vrouwen hebben maar af en toe last van opvliegers. Andere vrouwen hebben ze wel 10 tot 20 keer per dag.

Meestal duurt een opvlieger een paar seconden of minuten. Soms hebben vrouwen wel een kwartier of een halfuur last van een opvlieger.

U kunt ook ’s nachts opvliegers krijgen. Vaak zweten vrouwen dan erg. Soms krijgen ze daardoor last van problemen met slapen en moeheid. Als u slecht slaapt tijdens de overgang, kunt u problemen soms slechter aan. U kunt daardoor last krijgen van neerslachtigheid, sneller geïrriteerd raken, stemmingswisselingen, angst, moeilijk kunnen concentreren en geheugenverlies.

Klachten op korte termijn

  • droge huid en slijmvliezen: De huid kan in de overgang droger en minder elastisch worden. U kunt ook meer rimpels krijgen. Omdat u minder traanvocht en speeksel aanmaakt, kunnen uw ogen en mond droger worden.
  • klachten aan de vagina en seksuele veranderingen: De bekledende laag van de vagina wordt geleidelijk dunner en droger. Dit komt doordat uw eierstokken minder oestrogenen aanmaken. Veel vrouwen hebben last van jeuk en een branderig gevoel in de vagina en aan de schaamlippen. Soms gebeurt dit bij het plassen. De vagina en de blaas worden ook gevoeliger voor infecties. Door deze veranderingen en doordat u minder testosteron in het bloed heeft, kan u minder behoefte krijgen aan seks. Vrijen kan soms ook pijn doen.
  • klachten aan de urinewegen: Als u ouder wordt, worden de bekkenbodemspieren en de steunweefsels slapper. Uw blaas kan daardoor wat verzakken. Tegelijkertijd worden de slijmvliezen van de urinewegen dunner. U kunt daardoor eerder een blaasontsteking krijgen. Ook kan het zijn dat u uw plas niet meer zo lang kunt ophouden. Het kan verder gebeuren dat u bij hoesten, niezen of sporten urine verliest.

Klachten op langere termijn

  • botontkalking (osteoporose): De aanmaak en afbraak van de botten zijn met elkaar in evenwicht tot u 35 wordt. Daarna breekt u langzamerhand meer bot af dan u aanmaakt. Na de laatste menstruatie worden de botten geleidelijk minder stevig. Dit noemen we botontkalking of osteoporose. U breekt dan sneller iets. Dit geldt zeker voor vrouwen die te vroeg in de overgang komen, tenger zijn, weinig bewegen, roken of drinken. Ook vrouwen die lang anorexia hebben gehad en vrouwen bij wie osteoporose in de familie voorkomt, hebben meer kans op osteoporose.
  • hart- en vaatziekten: Oestrogenen beschermen u tegen hart- en vaatziekten. Vrouwen hebben voor de overgang daarom minder kans op hart- en vaatziekten dan mannen. Na de overgang is het risico voor vrouwen en mannen gelijk. De kans op hart- en vaatziekten lijkt trouwens meer samen te hangen met algemene risicofactoren dan met het wel of niet aanmaken van oestrogenen. Voorbeelden van algemene risicofactoren zijn hoge bloeddruk, roken, te hoog cholesterolgehalte, overgewicht en weinig lichaamsbeweging.

'Niet-typische' overgangsklachten

Niet alle klachten tijdens en na de overgang hebben te maken met veranderingen van de hormonen. We noemen deze ‘andere’ klachten 'niet-typische' overgangsklachten. Voorbeelden hiervan zijn:

  • hartkloppingen
  • zwaarder worden
  • pijn in spieren en gewrichten
  • hoofdpijn
  • slecht slapen
  • geen zin in vrijen
  • stemmingswisselingen
  • depressieve buien

Slecht slapen en stemmingswisselingen komen niet altijd door opvliegers. Het kan ook komen doordat veel vrouwen de overgang een ingrijpende periode vinden. Er zijn natuurlijk de lichamelijke veranderingen. Maar ook het afscheid van een vruchtbaar leven kunnen vrouwen soms moeilijk aanvaarden. Rond de overgang veranderen verder ook vaak zaken in het gezin. Dit kan u ook uit uw evenwicht brengen.

Behandeling

Het menopauzespreekuur (overgangspreekuur)

U kunt in HMC het menopauzespreekuur bezoeken. U krijgt dan een gesprek (consult) met de overgangsverpleegkundige. Dit is een verpleegkundige die zich heeft gespecialiseerd in de overgang. Zij werkt nauw samen met de gynaecoloog. Een gynaecoloog is een arts die zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van vrouwen.

De overgangsverpleegkundige neemt tijdens het gesprek uw ziektegeschiedenis met u door. Dit zijn de klachten en ziektes die u in het verleden heeft gehad. Samen met u bekijkt ze welke klachten die u nu heeft bij de overgang kunnen horen. Ook bespreekt de overgangsverpleegkundige met u wat u hieraan zou kunnen doen. Hierna heeft u eventueel een gesprek over de behandeling met de gynaecoloog.

Tijdens het menopauzespreekuur hebben we het ook met u over uw manier van leven. Hoeveel u beweegt en wat u eet, zijn onderwerpen die daarbij aan de orde komen. Ook kijken we naar uw lengte en gewicht. Op basis van al deze informatie bekijken we met u welke behandeling mogelijk is. Ook geven we u adviezen die passen bij uw persoonlijke situatie. Het kan zijn dat we u medicijnen voorschrijven. Maar ook dat we u doorverwijzen naar andere zorgverleners binnen of buiten het ziekenhuis. Bij dit alles geldt dat u zelf kiest welke adviezen u opvolgt en welke behandeling u wilt krijgen. De informatie en deskundige hulp die u krijgt van de overgangsverpleegkundige en gynaecoloog kunnen u helpen bij deze keuze.

Medicijnen tegen overgangsklachten

Onregelmatige menstruaties, opvliegers en veel zweten horen bij de overgang. Deze klachten gaan vanzelf over. Als u hier veel last van heeft, kan dat een reden zijn om medicijnen te gebruiken. Bijvoorbeeld tabletten, pleisters, neusspray, gel, vaginale zetpillen, crème of een vaginale ring. Deze medicijnen vullen het tekort aan oestrogenen aan. Heeft u alleen last van opvliegers? Dan kunt u hiertegen soms ook tabletten zonder hormonen (clonidine) slikken.

Klachten van de vagina als droogheid, afscheiding of pijn bij het vrijen, kunnen we meestal behandelen met vaginale zetpillen, crème, tabletten of een vaginale ring. Dit geldt ook voor urinewegklachten door blaasontstekingen. Ook in deze medicijnen zitten hormonen. Deze behandeling kan jaren nodig zijn.

Behandeling met hormonen

Behandeling met hormonen heet ook wel hormoonsuppletietherapie (HST). Dit betekent het aanvullen van hormonen met medicijnen. U kiest zelf of u hormonen wilt aanvullen of niet.

Kiest u voor het aanvullen van hormonen? Dan krijgt u niet alleen oestrogenen. We moeten dit combineren met het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron of progestageen (een stof die verwant is aan progesteron). U heeft namelijk een licht verhoogd risico op baarmoederslijmvlieskanker en een grote kans op onregelmatig bloedverlies (doorbraakbloedingen) wanneer we u alleen oestrogenen zouden geven. Progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten (onttrekkingsbloeding). U krijgt progesteron in tabletten of via de Mirena spiraal. Is uw baarmoeder weggehaald? Dan hoeft u geen progesteron te gebruiken.

Hoelang gebruiken?

  • U krijgt zo kort mogelijk hormonen. De gynaecoloog zal tijdens regelmatige gesprekken met u bespreken wanneer en hoe u de hormonen kunt afbouwen.
  • Meestal krijgt u al een paar dagen na begin van de behandeling minder opvliegers. Klachten aan de urinewegen en de vagina worden meestal minder binnen een paar weken. Sommige vrouwen merken pas na een paar maanden dat de klachten helemaal weg zijn.
  • Bij niet-typische klachten (hartkloppingen, dikker worden, obstipatie, gewrichtsklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, stemmingswisselingen) kunt u kiezen voor een proefbehandeling van 3 maanden. U kunt daarna dan doorgaan met de behandeling als u merkt dat die ook echt helpt. U heeft hierover na 3 maanden een gesprek met de gynaecoloog.

Bijwerkingen en risico’s

De bijwerkingen van oestrogenen kunnen heel verschillend zijn. Sommige vrouwen houden vocht vast en krijgen gespannen of pijnlijke borsten. Of u die klachten krijgt, hangt meestal af van de dosis medicijnen.

Bij het lang gebruiken van hormonen is er een klein risico op bijvoorbeeld borst- en baarmoederkanker, trombose en hart- en vaatziekten. We adviseren u daarom om mee te doen met het bevolkingsonderzoek naar borstkanker als u kiest voor de behandeling met hormonen.

Bespreek met uw arts de voor- en nadelen van hormoonbehandeling in uw situatie.

Voorbehoedsmiddelen en het gebruik van de pil

Zolang u de anticonceptiepil gebruikt, blijven de bloedingen bestaan. Als na het stoppen met de pil de bloedingen wegblijven, zou u in de overgang kunnen zijn. Het is verstandig voorbehoedsmiddelen te gebruiken tot de menstruatie langer dan een jaar is weggebleven. In plaats van de pil zou u bijvoorbeeld condooms kunnen gebruiken bij het vrijen. De kans op een zwangerschap bij een vrouw van vijftig is klein. Maar het is niet uitgesloten dat u toch zwanger wordt als uw menopauze nog niet is geweest.

In medicijnen die speciaal voor de overgang zijn gemaakt, zitten minder hormonen dan in de pil. Heeft u klachten door de overgang? Dan kunt daarom meestal beter deze speciale medicijnen slikken dan de anticonceptiepil. De speciale medicijnen zijn geen voorbehoedsmiddelen. Ze voorkomen dus niet dat u zwanger wordt.

Praten

De overgang is een natuurlijk proces. De klachten die bij de overgang horen, verdwijnen uiteindelijk. Ook als u geen medicijnen gebruikt. Praten met vrouwen in dezelfde situatie geeft vaak herkenning en steun. U zult daardoor sommige klachten beter begrijpen.

Homeopathie

Homeopathische middelen helpen voor sommige vrouwen voldoende tegen hun overgangsklachten. Hetzelfde geldt voor middelen op plantaardige basis (soja, rode klaver). De meningen verschillen over hoe goed deze middelen werken. Hier is ook nog maar weinig onderzoek naar gedaan.

Wat kunt u zelf doen?

  • Probeer op uw gewicht te letten. Na de overgang komt u makkelijker aan.
  • Gezond eten helpt om de klachten tijdens de overgang minder te maken. Eet veel groente en fruit, onverzadigd vet in plaats van verzadigd vet, weinig zout, volkorenproducten, magere en halfvolle melk(-producten), 30+ kaas, een handje ongezouten noten per dag, minder vlees en meer plantaardig. U kunt verder beter kraanwater, thee en filterkoffie drinken in plaats van dranken waarin suiker zit.
  • Zorg voor genoeg calcium in uw eten. Zo maakt u de kans op osteoporose kleiner. Drink dus melk en eet kaas, yoghurt en koolsoorten. Met 4 porties melkproducten per dag krijgt u genoeg calcium binnen. Eén portie is bijvoorbeeld een beker melk, een bakje yoghurt of een plak kaas. Ook vitamine D is belangrijk. Uw huid maakt vitamine D aan onder invloed van zonlicht. Vitamine D zit ook in margarine, boter, vis en eieren.
  • Denk eraan dat alcohol, koffie, thee en gekruid eten opvliegers kunnen uitlokken.
  • Beweeg regelmatig en zorg dat u daarbij uw botten belast. Die worden daardoor sterker. Elke dag een halfuur lopen maakt uw botten bijvoorbeeld sterker. Bewegen helpt ook tegen stijve gewrichten en spierpijn. Probeer vooral in de buitenlucht te bewegen.
  • Neem de tijd en de rust om aan alle veranderingen te wennen die horen bij de overgang. Probeer niet te veel te doen op een dag.
  • Probeer voldoende slaap te krijgen. U kunt beter omgaan met de veranderingen die horen bij de overgang als u uitgerust bent.
  • Praat over eventuele problemen met uw partner, een vriendin, uw huisarts of de overgangsverpleegkundige.
  • Heeft u problemen met plassen? Dan helpt het om uw bekkenbodemspieren te trainen. Dit kunt u eventueel samen doen met een bekkenbodemfysiotherapeut.
  • Probeer te stoppen met roken. Roken is slecht voor hart en bloedvaten. De kans op hart- en vaatziekten wordt groter na de overgang.
  • Heeft u last van opvliegers? Dan kunt u meerdere laagjes kleding dragen. U kunt dan af en toe iets uittrekken als u het warm krijgt door een opvlieger.

 

Handige adressen voor meer informatie

Contact

  • Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie van HMC. Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 17.00 uur via telefoonnummer 088 979 24 22
  • Wilt u een afspraak maken voor het menopauzespreekuur van HMC? Vraag dan om een verwijzing van uw huisarts. Kunt u niet komen op uw afspraak? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak met u.

Behandeling bij overgangsklachten (menopauze)

Gynaecologie

Waarom HMC?

  • Bekkenbodemcentrum
  • Snel uitslag bij afwijkend uitstrijkje
  • Endometriosecentrum
  • Gespecialiseerd in kijkoperaties
  • Vruchtbaarheidszorg
  • Bij spoed dezelfde dag een afspraak