Beademing op de IC

Soms beademen we patiënten op de intensive care tijdelijk met een beademingsmachine. Deze kunstmatige beademing kan hun leven redden.

Specialismen en team

Afspraak en contact

HMC Antoniushove, 088 979 44 27
HMC Westeinde, 088 979 21 19
Per 15 oktober 2018 is de IC HMC Bronovo verplaatst naar IC HMC Westeinde >>

Bel liever niet:

  • tussen 07.30 - 08.00 uur
  • tussen 15.00 - 15.30 uur
  • tussen 23.00 - 23.30 uur

Er is dan overdracht door de verpleegkundigen.

Locatie

Cijfers

Per jaar op de Intensive Care:
Aantal opnames 2.274
Aantal bedden 22 (verdeeld over 2 locaties)
Aantal intensivisten (fte) 14
Aantal verpleegkundigen (fte) 110

Over beademing op de IC

Beademing is het ondersteunen of tijdelijk overnemen van de ademhaling door een beademingsmachine. Deze kunstmatige beademing kan het leven redden van patiënten.

Met beademing brengen we zuurstof in het lichaam en halen we koolzuurgas eruit. Net zoals normaal gesproken de longen doen. We beademen patiënten als ze zelf niet goed kunnen ademhalen. Bijvoorbeeld door een ziekte of na een operatie. Veel patiënten op de intensive care (IC) krijgen kunstmatige beademing. Beademen met een machine heeft niet alleen voordelen, maar ook nadelen. Patiënten hebben bijvoorbeeld meer kans op een longontsteking als ze kunstmatige beademing krijgen. Daarom kijken we steeds of we hen nog kunstmatig moeten beademen.

Manieren van beademen

We kunnen patiënten op twee manieren beademen:

  1. beademen met een masker.
  2. beademen via een buisje in de luchtpijp. Dit buisje brengen we in de luchtpijp via de mond (tube) of via een opening in de hals (tracheacanule). Meer informatie over de tracheacanule vindt u in de folder ‘Tracheotomie’.

beademing.jpg

Beademing via masker                           Beademing via een buisje in de luchtpijp

beademing2_1.jpg

Tube                                                  Tracheacanule

 

Het kan vervelend voelen voor patiënten als ze een tube in de mond krijgen voor de beademing. Is dat het geval? Dan geven we hen medicijnen tegen de pijn. Soms geven we ook medicijnen waardoor ze gaan slapen. Meestal zijn de slaapmedicijnen niet zo sterk. Patiënten horen daardoor nog gewoon wat de verpleging, de artsen en het bezoek tegen hen zeggen. Ook voelen ze het als iemand hen aanraakt. Soms moeten we patiënten diep in een kunstmatige slaap houden. Ze voelen en horen dan niets.

Communiceren tijdens beademing

Krijgen patiënten een buisje in de mond om hen te beademen? Dan brengen we dit in tussen hun stembanden. Daardoor kunnen ze niet praten. Beademen we patiënten met een masker? Dan is praten ook lastig. Het masker maakt namelijk lawaai en zit strak over hun gezicht. Ook de slaapmedicijnen kunnen ervoor zorgen dat communiceren lastig is. Het kan verder zijn dat patiënten in de war zijn door hun ziekte of operatie. Dit noemen we een delier. Ook dan kunnen ze moeilijk een gesprek voeren.

Voor bezoekers is het lastig dat praten met hun familielid of vriend(in) moeilijk gaat. Hieronder geven we een paar tips over hoe u toch kunt communiceren met de patiënt:

  • Stel gesloten vragen. Dit zijn vragen die je alleen met “ja” of “nee” kunt beantwoorden. Bijvoorbeeld: “Gaat het goed met je?” Of: “Heb je dorst?”. De patiënt kan dan in plaats van praten “ja” knikken of “nee” schudden.
  • Laat de patiënt communiceren met pen en papier.
  • Laat de patiënt communiceren met een tablet.
  • Gebruik een letterkaart om te communiceren met de patiënt. De patiënt kan hierop letters of woorden aanwijzen. De verpleegkundige kan u hierbij helpen.

Verzorgen van het beademingsbuisje

De meeste patiënten kunnen zelf hoesten als ze ademen met hulp van een buisje. Ze kunnen door het buisje alleen geen slijm en speeksel doorslikken. De verpleegkundige haalt het slijm daarom regelmatig weg uit hun mond, keel en longen. Dit kan er onprettig uit zien, maar is nodig om beter te worden. De verpleegkundige kan bezoekers vragen om even op de gang te wachten als ze het slijm gaat weghalen.

Het is belangrijk dat het buisje op de goede plek blijft zitten. We maken het buisje daarom vast met een touwtje om de hals of plakkers op het gezicht. Soms moeten we de handen van patiënten vastmaken aan het bed. Zo voorkomen we dat ze aan het beademingsbuisje zitten. We doen dit alleen als patiënten erg in de war of onrustig zijn. We stoppen er ook direct mee als dat kan. In deze folder leest u meer over ‘Vrijheidsbeperkende interventies’.

Voeding bij beademing

Als patiënten beademing krijgen, kunnen ze niet zelf eten en drinken. We geven hen daarom voeding via een maagsonde. Een maagsonde is een lang, dun slangetje dat we door de neus in de maag brengen. De diëtist berekent precies hoeveel voeding een patiënt nodig heeft. Patiënten krijgen dus genoeg te eten en drinken als ze aan de beademing liggen.

Beademen als patiënten op hun buik liggen

Gaat het beademen moeilijk? Dan kan de arts beslissen om patiënten van de rug naar de buik te draaien. We beademen hen dan langere tijd terwijl ze op hun buik liggen. De zwaartekracht zorgt ervoor dat het ademhalen makkelijker gaat. Dit heeft ook nadelen. Patiënten kunnen een (ernstige) zwelling krijgen in hun gezicht. Ook kunnen ze drukplekken krijgen in hun gezicht. Dit kan er onprettig uitzien als we patiënten later weer terugdraaien naar de rug. De zwelling en de drukplekken worden daarna meestal geleidelijk minder.

Afbouwen van de beademing

Patiënten hebben steeds minder beademing nodig als het beter met ze gaat. Het verschilt per patiënt hoe snel we hen minder beademing kunnen geven en hoelang ze nog beademing nodig hebben. Patiënten moeten in ieder geval op de intensive care blijven zolang ze nog beademing nodig hebben.

Als we het beademingsbuisje weghalen bij patiënten, zijn ze soms hees. Ook kunnen ze soms moeilijk slikken. Dit gaat vanzelf weer over. Het kan gebeuren dat patiënten binnen 48 uur weer beademing nodig hebben.

Vragen

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan een van onze verpleegkundigen. U kunt ze ook aan de arts stellen tijdens het familiegesprek.

Beademing op de IC

Intensive Care (IC)

  • Speciale bezoektijden
  • Kinderen zijn welkom
  • 2 contactpersonen per patiënt
  • Dag en nacht bereikbaar