Martin van Rijn en Paul Doop geven sollicitatietraining aan VMBO-leerlingen

13 maart 2019

Heb jij nog vragen?’, zegt Paul Doop aan het einde van het sollicitatiegesprek. ‘Ja, zegt Mitchell (15), stoer zwart T-shirt, blond haar in een staartje. Zijn armen liggen ontspannen op tafel. Mitchell kijkt ook Martin van Rijn aan. ‘Hoe is de sfeer bij jullie op de afdeling?’

Het is 08.30 uur in de ochtend en we zijn op het Wellant VMBO Madestein in Den Haag. Een groep van acht leerlingen komt voorzichtig de klas binnen. Rugzakken in stoere kleuren ploffen op de grond. Voor het elektronische schoolbord staan de bestuursvoorzitters Martin van Rijn van de Reinier Haga Groep en Paul Doop van Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Ze geven een sollicitatietraining.

De sollicitatietraining is een initiatief van de non-profit organisatie JINC. Via het JINC-programma maken jongeren kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. Veel jongeren missen iemand in hun omgeving die vertelt welke sociale vaardigheden er nodig zijn op de werkvloer. Vaak zijn ze wel sociaal vaardig, maar niet bekend met de omgangsvormen binnen bedrijven. Met behulp van professionals uit het bedrijfsleven leren ze wat ze nodig hebben om een sollicitatiegesprek tot een succes te maken.

Foot Locker

‘Ik geef zo’n twee keer per jaar sollicitatietraining op Haagse VMBO-scholen’, vertelt Paul Doop van HMC. ‘Bijzonder is, dat ik dit vandaag voor het eerst doe met mijn collega uit het vak Martin van Rijn van de Reinier Haga Groep. We kennen elkaar goed en toen ik hem vroeg om het een keer samen te doen zei hij meteen ja.’

De leerlingen die deze ochtend aanwezig zijn om te oefenen, hebben zelf hun favoriete vakantiebaan uitgezocht. De Foot Locker was populair, ook bij Mitchell. ‘Ik hou wel van mooie schoenen’.

Martin van Rijn: ‘Mitchell zijn vraag over de sfeer binnen het team was scherp. Paul en ik moesten toen ook ineens nadenken: Goh, hoe is het hier eigenlijk?’

wc_001.jpg

ICI Paris

De sollicitatietraining is door JINC en de leraren van het Wellantcollege goed voorbereid. De leerlingen moeten nadenken over de baan waar ze op willen solliciteren, hun cv opstellen en een brief met motivatie. ‘Onze leerlingen hebben humor’, vertelt leraar Nederlands Arnoud van der Flier lachend. ‘De jongens willen werken bij ICI Paris. Hun motivatie: daar komen knappe vrouwen.’

Paul Doop: ‘De eerste sollicitatietip die ik aan de leerlingen geef is dat ze zenuwachtig mogen zijn. En niet bij de pakken neerzitten als de baan naar iemand anders gaat; blijf positief. Het hoort erbij. Bij mijn eerste vakantiebaan bij een kledingwinkel werd ik gelijk aangenomen. Toen ik voor een ‘echte’ baan ging solliciteren, werd ik afgewezen. Ook Martin van Rijn blikt terug op zijn eerste vakantiebaan. ‘Portier in het stadhuis’.

‘Wie durft!’ Martin en Paul gaan van start met de les. Marcha (15) die als eerste gaat solliciteren, wordt de gang op gestuurd om daarna terug te komen. Ineens is het echt. Het sollicitatiegesprek is begonnen. Jezelf voorstellen, handen schudden en dan de best wel moeilijke vraag: ‘Waarom wil je bij ons werken?’ Martin en Paul vallen geen enkel moment uit hun rol. Marcha krijgt in slechts paar minuten tijd alle vragen die bij een sollicitatiegesprek horen. Haar medeleerlingen hebben de opdracht gekregen om haar na afloop te beoordelen op: houding, spreken, vragen stellen en uiterlijk. En feedback geven ze. Maar positief en met respect. ‘Moedig van iedereen, dat is het’, zegt Paul.

Het haakje vinden

‘Stel zelf ook vragen en vertel wie je bent’, geven Martin en Paul de leerlingen mee na afloop. ‘Voor ons als werkgever is het sollicitatiegesprek een zoektocht naar het juiste type. We zijn steeds op zoek naar het ‘haakje’. Durf te vertellen wat je doet, waar je goed in bent en wat je leuk vindt’.

‘Wat wil je later worden?’, vragen we aan Mitchell terwijl hij na afloop zijn certificaat invult. ‘Werken in de zorg want ik doe al vrijwilligerswerk met verstandelijk gehandicapten’. Martin en Paul: ‘Toen hij hier zelf over begon in het oefengesprek wisten we het: Mitchell zou in de toekomst weleens een hele goede collega kunnen zijn.’