Interview met patiënt en traumachirurg: 'Niks is teveel moeite voor mij, en tegelijk is alles moeilijk.'

22 januari 2021

In ons patiëntenmagazine JIJ een dubbelinterview met Caspar Prins, hij raakte zwaargewond bij een motorongeluk en traumachirurg Jochem Hoogendoorn (scroll voor interview Jochem verder naar beneden) die nauw betrokken was bij de eerste opvang en verdere behandeling van Caspar.

Het verhaal van …

Motorrijden gaf Caspar Prins altijd veel ontspanning. Tijdens een nachtelijke rit raakt hij op de Nieuwe Parklaan in Den Haag van de weg en belandt tegen een boom. Hij wordt met spoed overgebracht naar HMC, waar het traumateam hem op locatie Westeinde opvangt en Caspar verschillende operaties ondergaat. Bij dit ernstige ongeval raakt hij een groot deel van zijn linkerbeen kwijt. Ook loopt hij zwaar letsel op aan zijn rechterbeen, linkerarm, buik en hoofd. Ruim twee jaar later blikt hij terug op wat hem is overkomen. “Veel mensen denken in beperkingen, ik denk in mogelijkheden. Ik sta positief in het leven.”

“Wil je een kopje koffie?” vraagt de 40-jarige Caspar, als ik bij hem langs kom voor het interview in zijn benedenwoning in de Zeeheldenbuurt van Den Haag. “Als het niet te veel moeite is.” zeg ik. “Niks is te veel moeite, en tegelijk is alles moeilijk,” antwoordt Caspar monter. Deze woorden typeren meteen hoe hij in het leven staat. Caspar denkt dat je met mentale kracht ver kunt komen: “Als je in staat bent om met het instrument hersenen om te gaan, kun je beter omgaan met een situatie zoals de mijne. Mijn lichaam kan een heleboel niet, maar mijn hoofd wel. Zo heb ik leren omgaan met mijn beperkingen en kan ik de hevige zenuwpijn in mijn arm beter verdragen.”

“Mijn lichaam kan een heleboel niet, maar mijn hoofd wel…”

caspar_05uitsnede.jpgHet ongeval en de eerste dagen
Caspar: “Ik weet nog dat ik de deur uit ben gegaan voor een motorrit, maar kan me niets van het ongeluk zelf herinneren. Mijn moeder zei dat de artsen me vijf dagen in coma wilden houden, maar binnen 24 uur deed ik zelf mijn ogen open. Ik lag toen op de Intensive Care in het Westeinde en zag direct dat mijn linkerbeen eraf was, tot boven mijn knie. Een vreselijk gevoel natuurlijk. De dagen daarna heb ik niet kunnen slapen, wel muziek geluisterd.”

Caspar vertelt rustig wat hij zich nog herinnert en wat de artsen hem later over die eerste dagen hebben verteld. “Mijn blaas was gescheurd en daardoor zat er veel vocht in mijn buik. Ze dachten eerst aan hevige interne bloedingen. In die eerste dagen ben ik - geloof ik - vijf keer geopereerd. Na twee dagen werd ik met blauw (in een ambulance met zwaailichten) naar het LUMC vervoerd voor een plexus operatie aan mijn linkerarm. De zenuwen waren bij de aanhechting aan de schouder compleet afgescheurd. In Leiden zijn ze gespecialiseerd in dat soort operaties.”

Binnen 16 dagen de hechtingen eruit
Na de operatie bij LUMC keert Caspar terug in HMC Westeinde op de verpleegafdeling. “Van die periode herinner ik mij een aardige verpleegster die er vaak was: Lotte. Na zestien dagen was de amputatiewond dicht en konden de hechtingen eruit, dat was een record, zo snel. De artsen zeiden dat ik een sterk gestel heb. Normaal gesproken kan je daarna direct leren lopen met een prothese, maar mijn rechterknie was verbrijzeld en mijn bovenbeen gebroken, daar zat een plaat in. Dat maakte het lastig om met lopen te gaan oefenen. En ik had natuurlijk mijn linkerarm nog, die niet kon meewerken. Maar de eerste keer dat ik stappen kon zetten, had mijn traumachirurg, meneer Hoogendoorn, tranen in zijn ogen, dat vond ik wel bijzonder.”

In de revalidatie: lotsverbondenheid
Caspar wordt overgeplaatst naar het revalidatiecentrum Basalt waar hij drie maanden intern verblijft. “Het klinkt misschien een beetje gek, maar ik heb daar ook een leuke tijd gehad. Iedereen daar heeft ‘iets’ en dat schept een band. De meeste mensen zijn heel sterk en positief. Ik zat daar met een Surinaamse man die twee benen miste en met hem heb ik zoveel gelachen. Als ik een keer een dag negatief was, liet hij me begaan. Maar als ik dan nog een dag niet kwam opdagen, haalde hij me van mijn kamer.”

“Als ik nog een dag niet kwam opdagen, haalde hij me van mijn kamer.”

Verstand op nul en hardlopen
Na drie maanden Basalt moet Caspar thuis verder revalideren. Hij heeft nog een hele weg te gaan. Caspar: ”Ik heb altijd zwaar werk gedaan, veel met kratten gesjouwd in de slijterij waar ik vroeger werkte. Ik kon goed mijn verstand op nul zetten en gewoon ‘doen’. Ik heb ook sporten beoefend zoals rugby en wilde graag weer hardlopen. Uiteindelijk is me dat na een jaar gelukt. Het zag eruit als een albatros die op wil stijgen, maar ik rende mooi wel. Heel vreemd, maar voor mijn ongeluk droomde ik vaak dat ik ergens in vast zat. Daarna droomde ik juist dat ik heel hard kon lopen, dan zag ik mezelf over de Scheveningse weg rennen. In werkelijkheid is wandelen nu net als hardlopen voor mij, omdat het zoveel moeite kost.”

“Het zag eruit als een albatros die op wil stijgen, maar ik rende wel.”

Caspar: “Ik heb hard moeten vechten, ook om de prothese te krijgen die ik nu heb. Pas na drie afwijzingen is de aanvraag voor een elektrische beenprothese van het type Genium toegekend door de zorgverzekering.” Dat heeft hem anderhalf jaar bloed, zweet en tranen gekost, legt hij uit. “Ik had het nodig want met de mechanische prothese was ik al een paar keer gevallen. Artsen en andere hulpverleners ondersteunden gelukkig mijn aanvraag.” Deze prothese geeft hem zoveel meer mogelijkheden. Zo kan hij nu ook de wandelingen maken in landgoed Oosterbeek, waar we na het interview de foto’s maken voor dit artikel.

Naast een ijzeren wil en doorzettingsvermogen kan Caspar steunen op een stevig sociaal netwerk. Caspar: “Ik heb heel veel gehad aan mijn familie, maar ook aan de mensen hier in de straat. Buren komen om de zoveel tijd langs. Eén buurman vraagt altijd als hij naar de winkel gaat of hij iets voor me kan meenemen. Ik heb een eenhandige typcursus gevolgd, zodat ik misschien iets kan doen met mijn opleiding tot vinoloog. Een fles wijn met één hand inschenken ziet er nog niet charmant uit, maar ik denk eraan om over wijn te gaan schrijven.”

Wankel evenwicht, focus op het positieve
Ruim twee jaar na het ongeval is er sprake van een wankel evenwicht. Privé heeft Caspar het zwaar, maar liever focust hij op zijn herstel en op positieve dingen. Voor zijn linkerarm is Caspar nog onder behandeling bij het hand- en pols centrum van Basalt. Volgens specialisten zullen de zenuwen in deze arm nooit helemaal herstellen en hij heeft te leren leven met de intense pijn. Een warme sok over zijn hand helpt tegen de kou. Toch zijn er lichtpuntjes. Zo reist Caspar na onze afspraak naar een medisch technisch lab in Delft om een gloednieuw 3D geprinte spalk voor zijn linkerhand en onderarm uit te proberen.

Caspar: “Ik heb nog steeds af en toe contact met mijn artsen. Nieuwe technologie kan mogelijkheden bieden. Verder focus ik op een positieve mindset. Bepaalde dingen kun je niet begrijpen, zet je verstand op nul, en sluit jezelf af voor te veel negatieve dingen. Je kunt meer beïnvloeden met je hoofd dan je vaak denkt. Net als bij fantoompijn. Ik ga voor de spiegel staan, kijk en zeg hardop tegen mezelf: ‘Het kan niet dat dit been pijn doet, want het is er niet meer.’”

“Je kunt meer beïnvloeden met je hoofd dan je vaak denkt.”


caspar_04.jpg

  • Caspar bij Landgoed Oosterbeek, Clingendael

Caspar Prins wandelt regelmatig bij Landgoed Oosterbeek op de grens van Den Haag en Wassenaar. Hij legt uit waarom dit voor hem een speciale plek is: “Hier heb ik weer goed leren lopen. Je kunt er heel goed rondjes van verschillende lengte wandelen, perfect om te oefenen dus. Het is een prachtig bos, met allerlei soorten vogels. Er is altijd een lijster die me komt begroeten. Vaak kom ik twee zussen tegen, al wat ouder, ze hebben allebei in het onderwijs gewerkt. De ene gaf biologieles en weet van alles over de natuur. Ik kan echt ontspannen hier.”


Jochem Hoogendoorn, traumachirurg, over het verhaal van Caspar

“Ons hele ziekenhuis ademt acute zorg.”

“In HMC staat 24/7 een gespecialiseerd traumateam paraat. Het is hier al van oudsher al een speerpunt. We zijn het grootste traumacentrum in de regio. Ons hele ziekenhuis ademt acute zorg.” Aan het woord is Jochem Hoogendoorn, de traumachirurg die nauw betrokken was bij het ongeval van Caspar Prins.

trauma_arts_1.jpgJochem: “Ook al is het twee en een half jaar geleden. Ik weet nog goed dat Caspar bij ons werd binnengebracht. Het was rond een uur of vier ‘s nachts. Het traumasein ging uit en ik werd gebeld, omdat ik dienst had. Hij werd bij ons binnengebracht en het was direct duidelijk dat het zeer ernstig was.”

Wereldwijde systematiek
Als een patiënt zoveel letsel tegelijk heeft –multitrauma – zou je bijna niet weten waar te beginnen. Traumateams hanteren gelukkig wereldwijd dezelfde systematiek, legt Jochem uit. Je behandelt eerst het meest levensbedreigende letsel en doet dat in A, B, C, D-volgorde. A staat voor Airway, B voor Breathing, C voor Circulation en D voor Disability. Hierdoor kan een traumateam heel vakkundig in de juiste volgorde gaan behandelen. Voor elk van deze letters staan specialisten rond de tafel. Daarom zijn er zoveel mensen bij betrokken als er een patiënt op de SEH (spoedeisende hulp) binnen komt met de ambulance.

Jochem licht toe hoe dit bij Caspar in zijn werk ging: “Bij het hoofd van de patiënt staan de anesthesioloog en een anesthesieassistent. Die ontfermen zich samen over de ademweg en ademhaling. In dit geval moest Caspar direct kunstmatig worden beademend, omdat hij een laag bewustzijn had. Dat kan door hersenletsel komen of door een shock als gevolg van veel bloedverlies, maar dat weten we op dat moment nog niet. Belangrijk is eerst om hem te stabiliseren door de luchtwegen te ondersteunen.“

De bloedingen en breuken – de C van Circulation - worden behandeld door de SEH-arts en/of een assistent-chirurg en een SEH-verpleegkundige. Jochem vervolgt: “Als we weten dat iemand waarschijnlijk veel bloed heeft verloren, laten we alvast bloedtransfusies naar de SEH komen, nog voordat de patiënt binnen is. Dat was bij Caspar ook nodig. Hij had door het ongeval een amputatie opgelopen net onder de linkerknie, een complexe open breuk van het rechterbovenbeen en veel vocht in zijn buik. Dit leidde tot een hoge hartslag en lage bloeddruk.“

Een neuroloog ontfermt zich tenslotte over de oorzaak van het verlaagde bewustzijn (de D van Disability). Jochem: “De neuroloog stelde bloedingen in het hoofd vast en constateerde dat de linkerarm niet functioneerde. Er is ook altijd een radioloog betrokken om bepaalde onderzoeken te kunnen doen. Groot voordeel in het Westeinde is dat het slachtoffer wordt opgevangen op de CT-scan, waardoor dit heel snel kan plaatsvinden en geen onnodige tijd verloren gaat.”

Stap voor stap alle letsels aanpakken
Jochem over zijn eigen rol: “Als traumachirurg stuur je het hele team van specialisten aan dat de eerste opvang op de SEH doet. Bij Caspar duurde dat ongeveer een half uur. Dan maak je samen met het team ook de afweging over de operaties die moeten volgen. Bij zo’n ernstig trauma kun je niet alle letsels in één operatie aanpakken. Dat kan een patiënt na zo’n ongeval niet aan. We starten daarom met de meest levensbedreigende verwondingen en als de algehele toestand van de patiënt tot rust is gekomen, voeren we de vervolgoperaties uit. Bij de meeste operaties in die eerste dagen was ik zelf betrokken. Maar de behandeling van meervoudig gewonde slachtoffers is een inspanning van ons gehele team, zo ook bij Caspar. Later was ik als hoofdbehandelaar vooral betrokken bij de poliklinische begeleiding, bijvoorbeeld om te beoordelen of de botbreuken goed vastgroeiden en wanneer Caspar weer mocht beginnen met het belasten van zijn rechterbeen.”

De traumachirurg als regisseur
Jochem: “Het mooie van mijn vak vind ik dat je niet betrokken bent bij een onderdeel van de behandeling, maar bij het hele traject: van opvang totdat iemand is uitbehandeld in het ziekenhuis. De traumachirurg zie ik daarbij als een regisseur die het totaaloverzicht heeft en samen met het team, de patiënt en zijn familie knopen door kan hakken, en vervolgens de gekozen behandeling zelf kan uitvoeren. En daarmee echt levens kan redden. Het is mij opgevallen dat Caspar altijd heel positief en sterk in het leven staat. Hij oefent dagelijks heel intensief en is er mede daardoor beter uitgekomen dan verwacht. Het ongeval was gebeurd op een plek waar ik vaak langs komt. Dit alles, vergeet je niet snel.”

“Caspar staat positief en sterk in het leven en is er mede daardoor beter uitgekomen dan verwacht...”

 

HMC: gespecialiseerd in ernstig trauma

Met een van de grootste Spoedeisende Hulpen van Nederland als entree kunnen patiënten in HMC 24 uur per dag, 7 dagen per week, terecht voor alle denkbare acute zorg. Ons HMC Traumacentrum is een Level 1 traumacentrum: hét centrum voor hoog complexe acute zorg en acute interventies op het hoogste niveau. Daar staan we om bekend.
Onze ambitie is om de komende jaren de opvang en behandeling van multitrauma-patiënten uit de gehele regio verder te concentreren in HMC Westeinde. Dit willen we bereiken door de samenwerking met het Haga Ziekenhuis en het LUMC te intensiveren. Ook vergroten we bijvoorbeeld de capaciteit op onze IC door deze te verbouwen.

Kerncijfers HMC Traumacentrum:

  • Van de 8.005 traumapatiënten die in 2019 in de regio werden opgenomen nam HMC de meeste traumapatiënten op: ca. 1900.
  • 9 van de 10 van de multitrauma patiënten in de regio, bijvoorbeeld slachtoffers van een zwaar auto-ongeluk, komen terecht in een multitrauma level 1 ziekenhuis zoals HMC.
  • HMC nam in 2019 in de regio de meeste multitraumapatiënten (zwaargewonde patiënten) op: 220.

(Bron: NAZW Jaarverslag 2019)