Vijf jaar na haar borstkanker komt Suzanne terug naar HMC als schrijver met een boek in haar tas
“Ik wil laten zien dat zo’n ervaring je ook iets kan brengen. Blijf peddelen, dan blijf je boven.”
Toen Suzanne van de Graaf vijf jaar geleden HMC Antoniushove binnenliep, voelde ze een knobbeltje in haar borst. Nu is ze terug met een boek: ‘Moeders van staal roesten niet. Een openhartig verhaal over borstkanker, moederschap, tumorhumor en tietverdriet.’
De geur van het ziekenhuis brengt haar meteen terug naar die periode. In juni 2021 is Suzanne 35 jaar, moeder van twee jonge kinderen van één en drie jaar oud. Na een reeks onderzoeken krijgt ze te horen dat ze borstkanker heeft. Een PET-scan laat gelukkig geen uitzaaiingen zien, maar daarmee is ze er niet. Drie jaar lang krijgen chemotherapie, meerdere operaties en ziekenhuisafspraken een vaste plek in haar agenda.
‘Hoe vertel je een kind van drie dat mama ziek is?’
“Mijn zoontje was drie toen ik hoorde dat ik borstkanker had. Wat vertel je dan?”
Suzanne merkte dat haar zoon allang doorhad dat er iets aan de hand was. Hij huilde veel en wilde niet meer naar de opvang. Pas toen zijn ouders hem uitlegden dat mama ziek was, maar dat de dokters er alles aan deden om haar beter te maken, keerde de rust terug.
“Er zijn best veel boeken over hoe je kinderen vertelt dat je kanker hebt. Maar meestal zijn die kinderen wat ouder. Ik miste iets voor zo’n klein kind.”
Langzaam ontstaat bij Suzanne het idee voor een boek. Over borstkanker, moederschap, de moeilijke momenten, inzichten en over wat de periode haar brengt.
Even geen patiënt
Tijdens de behandelingen die volgen probeert Suzanne zo veel mogelijk moeder, partner en collega te blijven. En zichzelf. “Mijn werk was echt een reddingsboei. Ik werk als politievoorlichter en wilde zo veel mogelijk blijven werken. Soms deed ik vanuit het ziekenhuis een Teams-overleg. Dan was ik eigenlijk voor spek en bonen aanwezig. Maar ik deed mee,” vertelt ze lachend. “Het was fijn, want het ging even niet over kanker. Ik was even geen patiënt.”
Alleen naar de behandeling
Haar behandeling valt midden in de coronaperiode. “Dat vond ik spannend. Ik was vooral bang dat mijn behandeling zou worden uitgesteld. Of dat ik corona zou krijgen. Ik behoorde ineens tot de risicogroep.”
Tumorhumor
Doordat Suzanne weinig mensen mag zien in die coronaperiode, schrijft ze veel. Ze is niet iemand die makkelijk over angst en gevoelens praat. “Schrijven werkt voor mij beter. Via Whatsapp hield ik mijn familie en vrienden op de hoogte. Met veel humor. Anders werd het allemaal zo zwaar.”
“Ik heb al deze dagboekfragmenten gebruikt voor mijn boek ‘Moeders van Staal roesten niet. Ik hoop vooral dat mensen er herkenning in vinden. Dat je later met iets meer afstand naar zo’n periode kunt kijken.”
Blijf peddelen
Vijf jaar na haar diagnose krijgt Suzanne nog steeds anti-hormoontherapie. Die verkleint de kans dat de borstkanker terugkomt. Bijna mag ze ermee stoppen. Dat vindt ze spannend. “Je denkt toch: als ik stop, gaat het dan wel goed?”
Maar niet te ver vooruit willen kijken is een les die ze tijdens haar ziekte steeds opnieuw leert. Ook bij Powder Days, een stichting die gratis buitenactiviteiten organiseert voor jonge mensen met de diagnose kanker.
Tijdens een kajaktocht ontmoet ze anderen die allemaal kanker hebben meegemaakt. Maar iedereen zit in een andere fase. Daar leerde ze: “Blijf peddelen, dan blijf je boven.”
Niet alles tegelijk willen overzien. Gewoon de volgende stap zetten. “Als ik van tevoren had geweten dat ik 26 keer aan het infuus zou liggen voor chemo, weet ik niet of ik dat had aangekund. Dan kun je maar beter denken: ik denk alleen aan vandaag.”
En misschien is dat wel wat Suzanne anderen met haar boek wil meegeven: je hoeft niet alles vooruit te weten. Soms is het genoeg om alleen de volgende stap te zetten.
De opbrengst van haar boek gaat naar Powder Days.
