Merel van Loon doet onderzoek naar aanpak alcoholproblematiek in de spoedzorg

Ruim een jaar geleden ontving HMC een ZonMw-subsidie van 220.000 euro voor onderzoek naar een nieuwe werkwijze om patiënten met alcoholgerelateerde problemen beter te helpen. Inmiddels is het project in volle gang, en zijn de eerste ervaringen veelbelovend én confronterend.
Merel van Loon, SEH-arts en projectleider, blikt terug: “Het eerste jaar stond in het teken van organiseren, inregelen en samenwerken. Vanaf begin 2025 hebben we goed kunnen registreren. En wat we terugzien, bevestigt voor ons waarom dit zo belangrijk is.”
Eerste resultaten
Sinds de start van het onderzoek zien we dat ongeveer 4 procent van de patiënten de SEH bezoekt vanwege een alcohol gerelateerd probleem. Hoewel het een laag percentage lijkt, is dat hoger dan het landelijk gemiddelde dat op 2-3 procent wordt geschat. Van deze patiënten gaven 117 mensen aan open te staan voor een nazorggesprek met Brijder. Merel: “Van hen bereiken we iets minder dan de helft écht voor een gesprek. Dat is in deze doelgroep een goed resultaat, want het gaat vaak om mensen die nergens anders aankloppen.”
De gespecialiseerde verpleegkundige van Brijder belt patiënten twee weken na hun SEH-bezoek. Ook volgt er een belronde na zes en twaalf maanden. “Dat zijn korte vragenlijsten waarmee we willen nagaan hoe het op de langere termijn met de mensen gaat en hoe ze de gesprekken hebben ervaren,” vertelt Merel, “niet iedereen geeft hier toestemming voor, maar we hebben met de mensen die we bereiken bijna altijd open, eerlijke gesprekken. Je merkt hoeveel schaamte en taboe er nog is rondom alcoholgebruik. Terwijl zó veel mensen hiermee worstelen. Alleen al horen: ‘je bent niet de enige’, kan verschil maken.”
Diepte-interviews met patiënten
Dit jaar wordt gewerkt aan verschillende diepte-interviews met patiënten die bereid zijn hierover te praten. Merel: “We willen beter begrijpen hoe zij de bejegening op de SEH hebben ervaren, wat het telefoontje van Brijder met hen doet en hoe de nazorg aansluit op hun behoefte. Het zijn gesprekken waarin ruimte is voor gevoelens, meningen en ervaringen. Die inzichten hebben we nodig om deze aanpak verder te verbeteren.”
Goede samenwerking én bredere impact
HMC doet het onderzoek samen met verslavingszorgspecialisten van Brijder, het LUMC, de Campus Den Haag, VeiligheidNL en het Erasmus MC. “De verpleegkundige van Brijder is wekelijks betrokken. Dankzij haar telefoontjes horen we veel meer over de mensen achter de casussen. Vaak gaat alcoholmisbruik gepaard met maatschappelijke problemen zoals geldzorgen of het ontbreken van een netwerk,” aldus Merel.
“Omdat Brijder beter zicht heeft op de mogelijkheden in de verslavingszorg dan wij op de SEH, kunnen zij patiënten ondersteuning bieden die ze anders niet hadden gekregen. Bij mensen met ernstige problemen – zoals zelfverwaarlozing of meerdere SEH-bezoeken in korte tijd – schakelen we Brijder nu veel sneller in.”
VeiligheidNL heeft samen met dataspecialisten van HMC een AI-tool gemaakt die automatisch herkent welke SEH-patiënten binnenkwamen door alcoholgebruik. Merel: “Nu gebruiken we de tool vooral om inzicht te krijgen in hoeveel alcoholgerelateerde bezoeken we zien. In de toekomst kan hij ons misschien helpen om deze groep nog sneller op te merken en gericht hulp aan te bieden.”
Ook scholing en bewustwording in het ziekenhuisBinnen HMC is het onderwerp alcoholproblematiek het afgelopen jaar nadrukkelijker op de agenda gekomen. “Er is scholing gegeven aan meerdere vakgroepen die patiënten zien op de SEH en EHH over de achtergronden van alcoholmisbruik, het belang van nazorg en hoe je hierover in gesprek gaat. Dat helpt collega’s enorm.” Het onderzoek loopt in totaal drie jaar. “We willen weten: is deze werkwijze haalbaar voor patiënten? Past deze in het werkproces op de SEH? En vooral: bereiken we de mensen hiermee en zorgt dit ervoor dat zij daadwerkelijk de juiste nazorg krijgen?” zegt Merel. De eerste signalen zijn positief: “Het lukt ons om een kwetsbare groep in beeld te krijgen én te bereiken. Mensen die anders tussen wal en schip zouden vallen. Dat maakt dit project ongelooflijk waardevol.” |