“Papa zat gevangen in zijn eigen lichaam”
Erik (57) over zijn heftige fietsongeluk en 9 weken in het traumacentrum van HMC

“De aandacht van de zorgverleners raakte me echt”
Op 15 januari stapt Erik vroeg in de ochtend op de fiets richting zijn werk in het Westland. Een route die hij al meer dan 30 jaar kent. “Ik ben altijd voorzichtig in het verkeer,” vertelt hij. “Ik probeer bewust oogcontact te maken met automobilisten.”
Maar die ochtend verandert alles. Op een rotonde wordt Erik aangereden door een auto. Het moment zelf herinnert hij zich niet meer.
Pas ruim 2 weken later wordt hij langzaam wakker op de intensive care van HMC.
“Mijn vrouw stond naast mijn bed en zei dat ze trots op me was. En ik dacht alleen maar: waar héb je het over?” vertelt Erik. “Ik voelde helemaal niets. Ik had niet door wat er met me gebeurd was.”
Wonder boven wonder loopt Erik geen hersenletsel op. Maar verder is er veel kapot in zijn lichaam. In het ziekenhuis spreken artsen van multitrauma: ernstige verwondingen op meerdere plekken tegelijk. Zijn bekken, been en arm zijn zwaar beschadigd en hij moet meerdere operaties ondergaan.
“Dat ik niets aan mijn hoofd heb, is mijn grootste geluk geweest.”
Een gezin in onzekerheid
Voor zijn vrouw Bianca, hun twee zonen en de rest van de familie breekt een onzekere en zware periode aan. Terwijl Erik wekenlang nauwelijks aanspreekbaar is, leven zij tussen hoop en onzekerheid in.
“Het was heftig,” vertelt Bianca. “Hij lag daar maar. Eerst in slaap gehouden, daarna zware operaties. We waren positief, maar je weet gewoon niet hoe het afloopt.”
In die periode houdt één van hun zonen familie en vrienden op de hoogte. In één van de updates blijft een zin hangen: “Papa zit gevangen in zijn eigen lichaam.”
“Toen ik dat later teruglas, dacht ik: ja… dat is precies hoe het was,” zegt Bianca.
Wakker worden in een andere wereld
Erik herinnert zich uit die periode vooral flarden. Stemmen van zijn vrouw en kinderen. Gesprekken die hij wel hoort, maar niet kan beantwoorden. En de Olympische Spelen op de achtergrond op televisie.
“Ik keek samen met mijn vrouw altijd schaatsen,” vertelt hij. “Dus de verpleegkundigen zeiden: vanavond zetten we de 500 meter voor je aan.” Hij glimlacht. “Ze probeerden iets vertrouwds te brengen, iets uit mijn eigen leven, terwijl ik daar lag zonder mijn gezin.”
De kracht van persoonlijke zorg
Wat Erik het meest is bijgebleven, is de liefdevolle zorg in het ziekenhuis. “Ik was compleet afhankelijk van anderen,” zegt hij. “En dan is het bijzonder om te merken hoeveel warmte verpleegkundigen in hun werk stoppen.”
Hij raakt zichtbaar geëmotioneerd. “Een verpleegkundige zei: kom, we gaan je douchen. Dat lijkt klein, maar als je het zelf niet kan, is dat heel groot. Of even met de rolstoel naar buiten rijden. Dat soort momenten deden zoveel.”
Ook zijn vrouw herinnert zich de persoonlijke zorg, vooral op de intensive care. Erik was buiten bewustzijn, maar de verpleegkundigen wisten wie hij was, wat hij leuk vond en welke muziek hij draaide. “Ik had gezegd dat hij van vogels, natuur en ABBA houdt,” vertelt ze lachend. “En dan stond, als ik op bezoek kwam, gewoon ABBA aan.”
Een verpleegkundige regelde bovendien een kamer met daglicht. “Hij houdt van buiten zijn,” zegt zijn vrouw. “Dat iemand daar zo over meedacht… dat is echt bijzonder.”
Van randje bed naar de eerste stappen

“Ik weet nog dat drie mensen me moesten helpen om op de rand van het bed te zitten,” vertelt Erik. “Met kussens eromheen zodat ik niet omviel. Ik zat daar als een soort koning op een troon, maar ik kon niks zelf.”
Na 9 weken in het ziekenhuis mag Erik door naar het revalidatiecentrum. Op de verpleegafdeling maken ze er iets bijzonders van. De verpleegkundigen staan in een erehaag en terwijl zijn bed richting de uitgang wordt gereden, klinkt applaus.
“Ik kon het bijna niet geloven,” zegt Erik zichtbaar geraakt. “Ondanks alle fijne zorg, wil je natuurlijk ook verder, maar dat zij dit voor mij deden… dat vergeet ik nooit meer.”
Bij het afscheid doet hij een belofte aan de afdeling: “Ik heb gezegd: als ik straks weer goed kan lopen, kom ik terug.”
Eindelijk weer vooruit
In het revalidatiecentrum van Basalt in Den Haag werkt Erik verder aan zijn herstel. Vier maanden geleden leek lopen nog onmogelijk, nu zet hij samen met zijn vrouw zijn eerste stappen weer.
Het ongeluk veranderde veel, maar niet wie hij is. “We genoten altijd al van de kleine dingen,” zegt hij. “Een weekendje weg, vogels in de tuin, samen zijn. Dat waarderen we nu alleen nog meer.”
De reacties uit zijn omgeving maken indruk. Hij krijgt honderden kaarten en beterschapswensen, van familie en vrienden tot een vrouw die hij alleen van de dagelijkse fietstocht kende. “Ze zag ineens dat ik er niet meer was en heeft via via mijn adres gevonden. Dat vind ik zó bijzonder.”
Waar hij naar uitkijkt? “Gewoon weer normaal leven. Lopen, fietsen, werken.”
“En vogels kijken in de tuin,” zegt hij. Zijn favoriet is de roodborst. Symbool voor hoop en een nieuw begin.
Een gezin in onzekerheid