Kinderarts Melanie Thomas na ruim 30 jaar met pensioen

Kinderarts Melanie Thomas na ruim 30 jaar met pensioen

Maar liefst 31 jaar geleden begon Melanie Thomas haar carrière in HMC. De kinderarts is uitgegroeid tot een bekend gezicht in het ziekenhuis, waar zij duizenden - nee: tienduizenden! - patiënten van 0 tot 18 jaar onder haar hoede nam. Vrijdag was haar laatste werkdag; Melanie gaat genieten van haar pensioen. Dat haar patiënten en collega’s deze waardevolle specialist gaan missen, staat buiten kijf.

“Mijn zoon heeft tijdens zijn examenreis op Kreta een tatoeage laten zetten met jouw naam”. Kinderarts Melanie Thomas moest even slikken toen de moeder van één van haar patiënten haar belde met deze boodschap. Nadat hij de juiste zorg en medicatie kreeg vanwege ADHD, was hij geslaagd voor zijn vwo. Uiteraard: ze was heel blij dat ze zoveel voor deze jongen had kunnen betekenen en het was een eer dat hij haar een zekere heldenstatus toekende. Maar een tatoeage?! Toen bij zijn thuiskomst in Nederland bleek dat het om een henna-tattoo ging – zo één die er ook weer afgaat - slaakte Melanie een zucht van verlichting.

Het is een van de vele, vele anekdotes die de in Den Haag geboren en getogen Melanie Thomas in de afgelopen decennia als kinderarts verzamelde. Tijdens een interview in het Nutshuis-café in de Haagse binnenstad vertelt zij enthousiast en liefdevol over haar begintijd, over de jaren daarna, en over de ontwikkelingen de laatste decennia binnen de kindzorg.

“Denk je eens in, dat AD(H)D begin jaren ’90 nog niet door ons werd onderkend en behandeld”, vertelt ze. “Kinderen kregen toen vaak nog het stempel ‘erg druk’. Pas in de loop der jaren is er meer kennis en kunde ontstaan over dit ziektebeeld. Ouders waren opgelucht dat bepaald gedrag van hun kind opeens verklaarbaar was én dat er in veel gevallen iets aan te doen was.”

mf06128.jpgMelanie heeft zich altijd graag ingezet voor kinderen met AD(H)D. “Ik kan me voorstellen dat een kind met deze aandoening in de volle klas lastig is, maar individueel zijn ze écht heel leuk. Ik wil graag iets voor ze betekenen waardoor ze zowel sociaal als intellectueel beter gaan functioneren. Met een aantal gesprekken, de juiste indicatie én de juiste medicatie kan een kind ontzettend geholpen worden. Ik leg dan uit: ‘Het pilletje dat je krijgt, zorgt er niet voor dat je slimmer wordt, maar wél dat je je beter kan focussen. Op school én in het sociale leven.’ Een 12-jarige jongen vertelde mij onlangs dat de eerste keer dat hij zijn medicatie nam, de beste dag van zijn leven was. Als ik dat hoor, raakt mij dat.”

Leerzaam
Melanie begon in 1991 als algemeen kinderarts in HMC Bronovo (toen nog het Bronovo Ziekenhuis) en het Juliana Kinderziekenhuis na een vierjarige werkervaring in Oman. Tot 2010 werkten de kinderartsen uit Bronovo in een verband samen met kinderartsen uit andere ziekenhuizen in Den Haag,. Daarna gingen ze zelfstandig verder. In 2015 fuseerden MCH Westeinde, MCH Antoniushove, het Bronovo Ziekenhuis tot Haaglanden Medisch Centrum (HMC), waarna Melanie behalve in Benoordenhout ook in het centrum van Den Haag kwam te werken.


mf06135.jpg“In HMC Westeinde, in hartje Den Haag, kreeg ik te maken met een heel andere patiëntendoelgroep dan ik gewend was”, vertelt ze. “Ik zag daar vaker zwangere vrouwen met een verslaving bijvoorbeeld, maar ook hiv-geïnfecteerde moeders, hetgeen gevolgen heeft voor de geboorte van de baby. Ook zat ik opeens tegenover patiënten die de Nederlandse taal niet machtig waren en aan wie ik dus ook heel lastig kon uitleggen wat er aan de hand was; dat vond ik vaak frustrerend. Uiteindelijk heeft de ziekenhuisfusie mij vooral veel gebracht: doordat ik te maken kreeg met hele nieuwe situaties leerde ik weer nieuwe dingen bij, ondanks het feit dat ik al jarenlang ervaring had. Geweldig.”

In de bijna veertig jaar die Melanie werkzaam is geweest binnen de kindergeneeskunde, is de zorg volgens haar flink verbeterd. Op het gebied van inhalatoren voor kinderen met astma bijvoorbeeld, zijn er grote ontwikkelingen geweest, vertelt ze. “Toen ik begon, stond dit hulpmiddel nog in de kinderschoenen. Op afdeling Neonatologie (voor baby’s die te vroeg geboren of ziek zijn, red.) is de apparatuur eveneens sterk verbeterd, waardoor er tegenwoordig veel meer mogelijk is. Interessant om deze ontwikkelingen van dichtbij mee te maken en toe te passen.”

Gender
De afgelopen jaren nam met name de genderproblematiek toe, ervoer Melanie in het ziekenhuis. “Vooral in coronatijd. In de eerste golf kreeg ik te maken met een verschrikkelijke casus op de eerste hulp. Een 17-jarige stond al jaren op de lijst voor een behandeling in het VUmc, maar toen de patiënt eindelijk aan de beurt was, werden alle operaties uitgesteld in verband met de pandemie. Je moet je voorstellen dat iemand al jaren uitkijkt naar dat ene moment, maar het dan niet doorgaat. Diegene zag geen uitweg meer en is met een overdosis bij ons op de Spoedeisende Hulp beland. Vreselijk.”

Downsyndroom
Melanie heeft een zwak voor kinderen met Downsyndroom, en voor hun ouders. Wanneer ze over hen vertelt, verschijnt een zachte, liefdevolle blik in haar ogen. “Als een baby met Down wordt geboren, is het aan mij de taak dit nieuws aan de ouders te vertellen. Vaak worden ze er ontzettend door overvallen. Hun leven verandert van de ene op de andere minuut. Wat ik altijd zie, is dat dit ‘slechte’ nieuws met de tijd ombuigt naar iets moois: ik ken geen ouder die zijn of haar kind met Downsyndroom niet heel snel letterlijk en figuurlijk omarmt. Het zijn hele unieke kinderen en voor mij is het bijzonder hen te mogen bijstaan vanaf hun geboorte tot aan hun achttiende levensjaar. Je bouwt in die tijd een band op met zowel kind als ouder.”

mf06125.jpgBinnenkort gaat Melanie een kop koffie drinken bij één van haar voormalige patiënten met Downsyndroom, die in een restaurant werkt dat wordt gerund door gehandicapten. “Ik werd uitgenodigd en ik vind het leuk om iemand die zijn hele jeugd bij mij in het ziekenhuis is geweest, op zijn werkplek te zien. Over het algemeen houd ik overigens werk en privé meestal gescheiden, hoor. Ik krijg weleens de vraag of dat moeilijk is, maar eerlijk gezegd vind ik dat niet. Ik kan op een goede manier afstand houden van mijn werk, wanneer ik thuis ben.”

Uitzonderlijk
Uiteraard doen zich weleens uitzonderlijke situaties voor, waar de kinderarts zelfs jaren later nog aan terugdenkt. “Een heel bijzonder moment in mijn carrière was een bedankje dat wij kregen van een jong ouderpaar. Zes weken eerder waren zij ouders geworden van een meisje. Ik had nachtdienst en er was een bevalling begonnen bij een vrouw die haar baby nog niet voldragen had. Het kleine meisje moest meteen na de geboorte worden gereanimeerd, maar we konden haar leven helaas niet redden. Ontzettend verdrietig, als team zijn we daar op zo’n moment behoorlijk van aangeslagen. Bij de nabespreking met alle betrokkenen zes weken na de bevalling hadden de ouders voor ons allemaal een doos Leonidas bonbons meegenomen, omdat het voor ons zo erg was dat de reanimatie van hun dochter niet was gelukt. Hoé bijzonder is het, dat zij daar in hun verdrietige situatie aan konden denken? Het lieve echtpaar is mij altijd bijgebleven.”

Zo zijn er veel mensen die Melanie een warm hart toedraag. En na haar pensioen blijft ze twee dagen per week klaar staan voor kinderen bij Pietje Bell. Deze ADHD-praktijk is opgezet door oud-collega Irene Hofmeijer. Vervelen zal ze zich sowieso niet: Melanie is graag buiten, ze sport en reist veel en kan altijd wel iéts bedenken om te doen. “Nee: van stilzitten zal het niet komen”, lacht ze.

Ondanks dat gaat Melanie haar patiënten en hun ouders missen. Maar misschien nog wel meer haar fijne collega’s, met wie zij stuk voor stuk een goede band had. “Ik voel me heel bevoorrecht dat ik zoveel jaren zulk leuk werk heb gehad met zoveel leuke collega’s: mede-kinderartsen en andere specialisten, verpleegkundigen en doktersassistenten.”

Wat Melanie nog graag wil meegeven aan haar ‘opvolgers’? “Dat is een tip die ik ook altijd aan mijn jongere collega’s heb gegeven: spreek niet de ouders aan, maar het kind als dat mogelijk is. Dat is immers jouw patiënt!”