Opspuiten van de stembanden op de polikliniek
Opspuiten van de stembanden heet ook wel stembandaugmentatie. Hier leest waarom u deze behandeling kunt krijgen, hoe de behandeling gaat en waar u rekening mee moet houden. Ook leest u wat de risico’s zijn, wat u na de behandeling kunt verwachten en wanneer u moet bellen met de polikliniek.
Specialismen en team
Afspraak en contact
088 979 18 90
ma t/m vr van 08.00 – 16.30 uur
Locatie
HMC Antoniushove
AdresBurg. Banninglaan 1
2262 BA Leidschendam
begane grond, route blauw
HMC Westeinde
AdresLijnbaan 32
2512 VA Den Haag
begane grond, route blauw
Ankers
Over opspuiten van de stembanden op de polikliniek
Opspuiten van de stembanden heet ook wel stembandaugmentatie.
Hier leest waarom u deze behandeling kunt krijgen, hoe de behandeling gaat en waar u rekening mee moet houden.
Ook leest u wat de risico’s zijn, wat u na de behandeling kunt verwachten en wanneer u moet bellen met de polikliniek.
Belangrijk om te weten:
|
Waarom krijgt u deze ingreep?
De arts heeft met u besproken dat er een probleem is met het sluiten van uw stembanden.
Daarom kunt u op de polikliniek een spuit krijgen in 1 of in allebei de stembanden.
Deze behandeling noemen we opspuiten van de stembanden.
We doen dit als u hees bent of als uw stem minder kracht heeft.
Deze klachten kunnen verschillende oorzaken hebben.
Een voorbeeld is een verlamming van een stemband.
Het kan ook zijn dat uw stembanden erg dun zijn.
Soms is de oorzaak niet duidelijk.
Hoe gaat het opspuiten van de stembanden?
Het opspuiten gebeurt met plaatselijke verdoving.
We verdoven uw strottenhoofd tijdelijk.
Dit betekent dat u geen narcose krijgt.
U blijft dus gewoon wakker tijdens de ingreep.
De arts spuit als u verdoofd bent een vulmiddel in uw stembanden.
Er zijn 2 manieren om deze ingreep te doen:
- door de huid
- via de flexibele camera
De arts bespreekt met u hoe we het opspuiten bij u doen.
Hoe gaat de ingreep door de huid?
De arts verdooft uw neus met een spray.
Ook verdooft de arts uw strottenhoofd met een spuit in de hals.
Daardoor doet het opspuiten van de stemband of stembanden geen pijn.
Door de verdoving voelt u tijdelijk minder in het strottenhoofd.
Uw keel kan ook dik aanvoelen.
Daarna kijkt de arts via uw neus naar de stembanden met behulp van een dun slangetje met een kleine camera.
Zo kan de arts zien wat er gebeurt tijdens het opspuiten.
Daarna vult de arts de stembanden op met een spuit met een dunne naald.
De arts brengt deze spuit in via de hals.
Tijdens het opspuiten is het belangrijk dat u probeert niet te slikken.
De hele behandeling duurt gemiddeld 15 minuten.
Het echte opspuiten duurt maar een paar minuten.
Hoe gaat de ingreep via de flexibele camera?
De arts verdooft uw neus met watjes.
Deze moeten ongeveer 10 minuten inwerken.
Daarna bekijkt de arts uw strottenhoofd met behulp van een dun slangetje met een kleine camera.
Daarna druppelt de arts verdovingsvloeistof in uw keel.
Hierdoor voelt u tijdelijk minder in de keel.
Uw keel kan dan dik aanvoelen.
Het opspuiten van de stembanden gaat daarna via de camera.
Er is dus geen losse naald nodig.
Tijdens het opspuiten is het belangrijk dat u probeert niet te slikken.
De hele behandeling duurt gemiddeld 15 minuten.
Het echte opspuiten duurt maar een paar minuten.
Welk vulmiddel gebruikt de arts bij het opspuiten van de stembanden?
Meestal gebruikt de arts een vulmiddel dat kort werkt.
Dit vulmiddel heet hyaluronzuur.
Dit middel blijft gemiddeld 3 maanden in de stembanden zitten.
Daarna breekt uw lichaam het middel langzaam af en neemt het op.
Dit betekent dat het effect van het opspuiten langzaam minder wordt.
Soms kiest de arts voor een middel dat langer werkt, namelijk 1 jaar.
Welke risico’s heeft het opspuiten van de stembanden?
Er is een klein risico op een nabloeding.
Zijn daar zorgen over? Dan controleert de arts uw stembanden nog een keer 30 minuten na de ingreep.
U gaat dan pas na die controle naar huis.
Een ander risico is benauwdheid.
Dit komt bijna nooit voor.
Wordt u na de ingreep benauwd? Bel dan altijd met het ziekenhuis.
Geen bloedverdunners gebruiken voor de ingreep
Bij deze ingreep moet de bloedstolling normaal zijn.
Daarom mag u 10 dagen voor de ingreep geen bloedverdunners gebruiken, zoals Ascal (carbasalaat calcium), Aspirine (acetylsalicylzuur) of Plavix (clopidogrel).
Gebruikt u Marcoumar of Sintrom?
Neem dan minstens 10 dagen voor de ingreep contact op met de trombosedienst.
Bespreek met hen hoe en wanneer u moet stoppen met deze medicijnen.
Twijfelt u of u mag stoppen met uw bloedverdunners?
Bespreek dit dan met de arts die het medicijn heeft voorgeschreven.
Als u Marcoumar of Sintrom gebruikt
In het verleden is gebleken dat de bloedstolling op de dag van de ingreep soms nog niet goed genoeg is bij patiënten die Marcoumar of Sintrom gebruiken.
Dat kan gebeuren, ook als u het advies van de trombosedienst heeft gevolgd.
Daarom vragen wij u om de dag vóór de ingreep uw stollingswaarde van het bloed te laten controleren door de trombosedienst.
Deze waarde heet INR.
Als de stolling niet goed genoeg is, kan de trombosedienst nog maatregelen nemen.
Wij vragen u ook om deze INR-waarde diezelfde middag door te geven aan de polikliniek KNO via telefoonnummer 088 979 18 90.
Dan weten wij hoe goed uw bloed stolt.
Hieronder vindt u een bericht dat u kunt doorgeven aan de trombosedienst.
Wat als u niet mag stoppen met bloedverdunners?
Soms mag u niet stoppen met bloedverdunners.
We kunnen dan soms toch kiezen voor opspuiten van de stembanden op de polikliniek.
Het risico op een nabloeding is dan wel iets groter.
Kan opspuiten op de polikliniek niet? Dan moeten we u een andere behandeling geven.
Uw arts bespreekt de mogelijkheden met u.
Gebruik van pijnstillers voor de ingreep
Op de dag voor de ingreep mag u geen pijnstillers gebruiken zoals Ibuprofen, Voltaren, Diclofenac of Movicox.
Paracetamol mag wel.
Adviezen na het opspuiten van de stembanden
In het 1e uur na de ingreep mag u niet eten of drinken.
Door de plaatselijke verdoving kunt u zich namelijk verslikken.
Wacht daarom tot de verdoving is uitgewerkt.
Het is belangrijk dat u veel praat om zoveel mogelijk klachten te voorkomen.
Het is ook belangrijk dat u de oefeningen doet die u meekrijgt na de ingreep.
Doe deze oefeningen 2 keer per dag, steeds 5 minuten.
Het kan zijn dat uw stem in de eerste dagen na het opvullen van de stemband slechter is.
Dat komt doordat het vulmiddel zich nog in de stemband verspreidt.
Ook moet het vulmiddel nog goed gaan meetrillen met de stembanden.
Het opspuiten van de stembanden doet meestal geen pijn.
Heeft u toch pijn?
Dan adviseren wij u om 3 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg te nemen.
Dat betekent elke 8 uur 1000 mg.
Heeft u andere pijnstillers nodig?
Bespreek dit dan met de arts die de ingreep doet.
Wanneer krijgt u een controleafspraak?
2 weken na het opspuiten heeft u een controleafspraak via de telefoon.
6 weken later komt u terug op de polikliniek.
Daar kijkt de arts opnieuw hoe de stembanden eruitzien en hoe goed de stembanden sluiten.
Soms werkt de behandeling nog niet goed genoeg.
Dan kan de arts samen met u ervoor kiezen om nog een keer de stembanden op te spuiten.
Heeft u nog vragen?
Bel met vragen naar de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO) via telefoonnummer 088 979 18 90.
Informatie voor de trombosedienst
Deze patiënt staat gepland voor een behandeling aan de stembanden met plaatselijke verdoving op de polikliniek KNO van Haaglanden Medisch Centrum (HMC).
Dit is een ingreep aan de luchtweg.
Om deze behandeling veilig te kunnen doen, moet het risico op bloeden zo klein mogelijk zijn.
Daarom gebruiken wij bij het stoppen van de antistolling een ongewoon lage streefwaarde voor de INR, namelijk 1.0.
Om de ingreep op de geplande dag door te kunnen laten gaan, vragen wij om 1 extra controle van de INR op de dag vóór de ingreep.
Als de antistolling dan nog niet voldoende is afgenomen, vragen we u om alsnog maatregelen te nemen om de stolling normaal te maken.
Wij begrijpen dat dit extra werk van u vraagt.
Toch hopen wij op uw begrip, omdat wij voor deze ingreep strengere eisen moeten stellen aan de bloedstolling.
Heeft u vragen?
Neem dan contact op met onze polikliniek KNO via telefoonnummer 088 979 18 90.