Neurochirurg Marike Broekman: “Als arts ben je zo goed als het team om je heen”
15 januari 2026

Neurochirurg Marike Broekman: “Als arts ben je zo goed als het team om je heen”
5 vragen aan Marike – neurochirurg én medeauteur van #Vaniknaarwij
Neurochirurg Marike Broekman van HMC schreef samen met Annick Kronenburg (neurochirurg) en Marijn Houwert (traumachirurg in Utrecht) het boek #vaniknaarwij – wat voor collega ben jij? Een boek waarin collega’s uit de zorg eerlijk reflecteren op gedrag, samenwerking en wat nodig is om de zorgcultuur écht vooruit te brengen. “Maak ruimte voor een simpele vraag: hoe gaat het? Kan ik iets voor je doen?”
Wanneer dacht je: ‘hier moeten we iets mee, dit verdient een boek’?
“Marijn en ik zijn allebei al lang arts en steeds kwam dezelfde vraag terug: ‘hoe houden we het leuk?’ Toen collega Annick kort na haar opleiding tot neurochirurg stopte, dacht ik: dit klopt niet. Ze stopte niet vanwege het vak, maar door de cultuur. Het afkraken, gemopper en het ontbreken voor aandacht voor elkaar, maakten dat samenwerken en werkplezier te weinig aandacht kregen. Dat moment vormde de start van het gesprek dat uiteindelijk leidde tot #vaniknaarwij.
We willen niet alleen aandacht, zoals een artikel in de Volkskrant en een campagne filmpje. We willen méér: een beweging op gang brengen.”
Jullie pleiten voor een beweging van ‘ik’ naar ‘wij’. Wat betekent dat in het ziekenhuis?
“Zonder een schone OK kan ik mijn werk niet doen, zonder eten wordt een patiënt ook niet beter. Iedereen is belangrijk. Als arts ben je zo goed als het team om je heen. Het zit vaak in kleine dingen en in bewustwording.
Op samenwerken word je als arts niet geselecteerd, terwijl het zó bepalend is voor werkplezier en kwaliteit van zorg. Ik vraag bijvoorbeeld aan assistenten: wat wil je vandaag leren? Dat is een heel ander uitgangspunt en verschuift het perspectief van ik naar wij.”
Kun je een moment noemen waarop samenwerking het verschil maakte?
“Eigenlijk elke dag. Ik kom net van de OK, waar we een hersentumor hebben verwijderd. De samenwerking ging zo goed dat ik eerder klaar was dan verwacht. Iedereen stond voor elkaar klaar, dacht mee, hielp elkaar. Alles klopte. Dan voel je: dit is teamwork, en dit maakt het werk zo mooi.”
Juist als de werkdruk hoog is, wordt samenwerken lastig. Wat helpt volgens jou om toch verbonden te blijven?
“Het ís drukker geworden, en ook ingewikkelder. Denk aan tekorten, agressie, alles wat op de zorg afkomt. Juist dan is het belangrijk om bij elkaar te blijven. Maak ruimte voor een simpele vraag: hoe gaat het met je? Hoe was je nachtdienst? Kan ik iets voor je doen?
Aandacht hebben voor elkaar en voor het teamproces maakt echt verschil. Je hoeft niet alles alleen te dragen. Soms helpt het al enorm om iets te delen. En denk na over wat je zelf prettig zou vinden: verplaats je in de ander. Wat voor collega wil je zijn?”
Wat viel je op in de gesprekken met andere zorgprofessionals voor dit boek?
“De enorme liefde voor het vak. Het is een heel diverse groep, verschillende beroepen, generaties en achtergronden, maar iedereen wil het team centraal stellen. De grootste misvatting over cultuurverandering is dat mensen denken: ‘het is niet nodig’. Of juist: ‘het is altijd zo geweest, dat kun je niet veranderen’. Maar je hoeft geen leidinggevende te zijn om iets te veranderen. Iedereen kan bijdragen.
Voor jonge zorgprofessionals hoop ik vooral op een veilige leeromgeving. Dat we blijven leren, van en met elkaar. De zorg en de maatschappij zijn in beweging, met bijvoorbeeld AI. Willen leren, vragen durven stellen en je kwetsbaar opstellen. Dat is misschien wel belangrijker dan ooit.”